Persoonlijk

Heleen van Royen: ‘Ik focus op het positieve, maar huil ook heel wat af’

heleen-van-royen.jpg

De film Het doet zo zeer van schrijfster Heleen van Royen (51) over haar demente moeder (86) bevat trieste, tedere en hilarische momenten. Heleen: “Ik focus op het positieve, maar huil ook heel wat af.”

“Ja, ik ben een moederskindje, heb me altijd haar oogappeltje gevoeld. Anders dan mijn twee oudere zussen deed ik vroeger veel samen met mijn moeder. En als zij ruzie had met mijn vader, was ik als vanzelfsprekend haar bondgenoot. Ook nadat hij een eind aan zijn leven had gemaakt, bleven haar verhalen over hem negatief. Dat ik daardoor een te eenzijdigekijk op hem kreeg heb ik haar later wel kwalijk genomen, maar dat hebben we allemaal uitgepraat. Ik was dertien toen mijn vader overleed en herinner me de houding van mijn moeder als: niet zeuren, aanpakken en dóórgaan. Ze is fulltime gaan werken als receptioniste bij de tuberculosebestrijding. Hoewel ze het als alleenstaande moeder niet makkelijk had, heb ik haar nooit op zelfmedelijden kunnen betrappen. Ze was hard voor zichzelf en voor ons. Er kon veel, ze liet ons wel onze eigen gang gaan, maar ze was niet van de verwennerij. Al toen we jong waren, verdienden we ons eigen geld. In mijn onafhankelijkheid, eigenzinnigheid en directheid lijk ik op haar. Ook haar feministische perspectief heb ik overgenomen: wat een man mag, mag een vrouw ook. Ze zei nooit: ‘Zou je dat nou wel doen?’ Nee, het was altijd: ‘Als jij vindt dat je dat moet doen, moet je dat doen.’ Ze was geen warme, hartelijke moeder, maar ik kon altijd bij haar terecht. Als ik haar belde, hoefde ik maar twee woorden te zeggen en ze wist dat er iets was. Ze stond nooit ergens van te kijken. Wat niet wil zeggen dat er nooit wrijving was. Toen Olivia geboren werd en ik die psychose had, stelde ze zich best hard op. Ze zei tegen Ton: ‘Kom maar hier met het kind en laat Heleen maar opsluiten.’ Toen ik weer naar huis mocht, wilde ik uiteraard weer voor mijn eigen kind zorgen. Maar toen ik Olivia kwam ophalen, wilde ze haar aanvankelijk niet meegeven en was ze heel boos. Er ontstond zelfs even een explosieve situatie, waarin ze zei dat ze me had gehaat. Dat was uiteraard niet fijn om te horen, maar achteraf begrijp ik het wel. Achter die reactie ging de angst schuil voor wat er met mijn vader was gebeurd. Ze dacht: o, nee, weer zo eentje, daar gaan we weer.”

Zelfgekozen isolement

“Mijn moeder wist wat er in de wereld speelde en had uitgesproken meningen. Wat ze van mijn boeken vond? Bij het uitkomen van De gelukkige huisvrouw heeft ze wel gezegd dat ze het niet fijn vond dat haar huwelijk in een boek was terechtgekomen, maar verder heeft ze zich eigenlijk nooit over mijn werk uitgelaten. Al mijn boeken stonden gesigneerd in haar kast. Die had ik haar gegeven, ja. Ik geloof niet dat mijn werk en mijn succes haar bezighielden. Dat het gevoelsmatig goed zat tussen ons, was belangrijker. Als iemand commentaar op me had, kwam ze voor me op. Zo had ze een keer gekeken naar Sterren boksen, een tv-programma waar ik aan meedeed. Mijn moeder, die normaal nooit enige bezorgdheid liet blijken, was helemaal ontsteld omdat mijn tegenstandster Ellemieke Vermolen mij ‘belachelijk hard’ had geraakt. Dus ik zei: ‘Mam, klappen zijn gebruikelijk bij een bokswedstrijd.’ Maar ik kon haar niet uit haar hoofd praten dat Ellemieke me veel te ruw te lijf was gegaan. Haha. Komende zomer is het zeventien jaar geleden dat mijn moeder na een hartaanval vier bypasses kreeg. Daarna durfde ze bijna niks meer. Ze ging niet meer naar de kaartclub, stopte met autorijden en ging vrijwel nergens meer heen. Van dat zelfgekozen isolement werd ze niet vrolijker. Logisch, een mens heeft anderen nodig om zich goed te voelen. Wij woonden nog in Portugal toen Olivia zes jaar geleden bij mijn moeder ging wonen om in Nederland te studeren. Zij signaleerde als eerste dat ze wel erg vergeetachtig werd. Een paar jaar later, toen ik na de scheiding van Ton ook weer in Nederland kwam wonen en me intensiever met mijn moeder bemoeide, merkte ik het ook. Een buurman die altijd haar boodschappen deed, zei tegen me: ‘Heleen, het gaat echt niet goed. Ze wil niet meer, ze wil er eigenlijk uit stappen.’ Toen ik dat hoorde, wist ik: daar zou ik nooit aan meewerken. Zoiets is al een keer in mijn leven gebeurd, dat gaat niet nog eens gebeuren! Vanaf dat moment was ik vastbesloten er álles aan te doen om ervoor te zorgen dat mijn moeder zich weer wat beter zou gaan voelen. Doordat de boodschappen voor haar gehaald werden en ik me al langer om haar post en administratie bekommerde, leek het allemaal nog te gaan. Het rook wel muffig in huis, maar het was niet sterk vervuild. Maar toen ik erachter kwam dat haar diepvries vol zat met veertig broden, haar wasmachine stuk bleek en ook haar douche al heel lang niet was gebruikt, werd duidelijk dat ze hulp nodig had. Toen de thuiszorg kwam, werd ze hels als die haar bed wilde verschonen. Dat is moeilijk hè, als iemand hulp nodig heeft, maar die niet wil accepteren. En het gekke is, als ze die hulp eenmaal wél accepteert, is dat ook weer verdrietig, omdat je ziet dat de vechtersmentaliteit die zo kenmerkend voor haar was, aan het verdwijnen is. In die zin vind ik het wel prettig dat haar felheid af en toe nog de kop opsteekt.”

Geen mensonterende scènes

“Ik voelde een onstuitbare drang om een documentaire over haar te maken. Eerst overwoog ik om over haar te schrijven, maar daar zou mijn moeder zelf weinig aan hebben. Als ik haar filmde, zouden we steeds samen zijn. Negentig procent van de opnamen heb ik gemaakt, met een camera op een statief. Alleen als het niet anders kon, zoals bij haar verhuizing, filmde iemand anders. Zoals je in de film kunt zien, heb ik het haar gewoon verteld. Ze zat toen nog in de beginfase van de dementie. Ze zal de impact van zo’n film misschien niet meer volledig hebben kunnen inschatten. Maar zoals ik haar ken, had ze er echt geen bezwaar tegen. Het ging mij er ook niet om om haar aftakeling te registreren, maar om de moeder/dochterrelatie in beeld te brengen zodra de rollen zijn omgedraaid. Dat is zoiets wezenlijks dat het eigenlijk iedereen aangaat. Er zitten geen mensonterende scènes in de film. Ze was nogal preuts, dus er zit geen naakt in. Ik wil laten zien dat je er ondanks de barre omstandigheden altijd nog wat van kunt maken. Het is niet alleen maar verdrietig en ellendig, maar ook fijn om voor een ouder te zorgen. Natuurlijk is dementie een rotziekte en had ik liever gehad dat ze gezond oud was geworden. Maar dat neemt niet weg dat ik tijdens dit ziekteproces mooie, warme momenten met mijn moeder heb meegemaakt die ik nooit eerder zo heb gekend en niet graag had willen missen. Wanneer ik zelf even stukging, pakte zij in al haar wazigheid toch die moederrol weer op en ging ze mij troosten. Zei ze bijvoorbeeld dat ze van me hield. Zoiets zei ze eerder nooit. Omgekeerd voelde ik de verbinding die ik met mijn moeder heb nooit eerder zó intens. Daarom noem ik de film ook een ode aan het leven.”

De film Het doet zo zeer is vanaf 23 februari te zien in de bioscoop.

Tekst: Mieke van Wijk
Foto: Mariel Kolmschot

Dit is een gedeelte uit het interview met Heleen van Royen. Je kunt editie Margriet 2017-09 nabestellen via Tijdschrift365.nl. Je kunt ook het interview lezen via Blendle.

Lees ook:

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Ook interessant