Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Hedda’s dochter mag tóch niet weten wie haar donorvader is: ‘Ik ben zo dom geweest de dokter te geloven’

heddas-dochter-maar-toch-niet-weten-wie-haar-donorvader-is.jpg

Dat Maria altijd de identiteit van haar donorvader zou kunnen achterhalen, was voor Hedda (59) doorslaggevend om zonder partner een kind op de wereld te zetten. Maar nu wil de donor anoniem blijven, en de wet beschermt hem. “In de kliniek zeiden ze: ‘Het is een aardige vent.’ Dat vond ik een belangrijk criterium toen ik zwanger wilde worden van een donor.

“In die tijd, het was 1997, kon je nog kiezen tussen een B-donor, van wie het kind op zijn of haar zestiende de gegevens mocht opvragen, of een anonieme A-donor. Dat laatste is sinds 2004 per wet verboden. Ik wilde pertinent een B-donor, zodat mijn kind later kon achterhalen van wie het afstamt. ‘Of hij over zestien jaar nog steeds aardig is, dat weten we natuurlijk niet,’ grapte de gynaecoloog nog. Hij ging er dus echt vanuit dat het kind hem over zestien jaar kon ontmoeten. Die indruk werd echt op alle manieren gewekt. De vrouw van de donor stond er helemaal achter, kreeg ik te horen. Het klonk allemaal heel stabiel.”

Kinderwens

“Lange tijd had ik helemaal geen actieve kinderwens. Ik was 26 toen ik ongepland zwanger raakte. Toen wist ik opeens: moeder worden is mijn hoogste lotsbestemming. Dat gevoel had ik echt en daar ben ik het nog steeds mee eens. De zwangerschap was dus zeer gewenst, maar het mocht niet zo zijn. Na de miskraam was ik dan ook wanhopig. Mijn relatie raakte uit, en toen ik over de dertig was, wilde ik nog steeds heel graag moeder worden.”

Donorvader gezocht

“Maar ik was nog altijd alleen. Ik heb toen een paar advertenties gezet voor een donor die ook in beeld wilde zijn voor het kind. Door één krant werd dat geweigerd: ‘Dit soort advertenties plaatsen wij niet’. Uiteindelijk lukte het bij een aantal andere kranten. Daar heb ik een aantal reacties op gehad, maar de eerste brief was gelijk al een schunnig verhaaltje. En ik kreeg meer vreemde brieven. Eén meneer sprong er in positieve zin uit. Hij had een relatie met een man en een kinderwens.”

Weloverwogen keuze

“In de periode dat we samen overlegden, overleed zijn vader en stond zijn hoofd er even niet naar. Daar had ik alle begrip voor, maar ik wilde wel door. Dan in vredesnaam maar via een kliniek, dacht ik. Het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem stond toen hoog aangeschreven. Ze hadden op dat moment drie B-donoren. Eentje had aangegeven dat hij later het kind wel wilde zien, maar de moeder niet. Toen dacht ik: als het gezanik nou al begint… De donor die ik koos, daar stond dus bij dat het een aardige vent was.”

“En: ‘komt intelligent over’. Hij praatte volgens de secretaresse ook niet met zo’n Achterhoeks accent. Dus ik dacht: o, hij komt uit de Achterhoek, leuk om te weten. Ik vond het vooral belangrijk dat hij al drie kinderen had. Dan wist hij dus wat het was om vader te zijn, en hoe kwetsbaar kinderen kunnen zijn. Hij was al 33 toen hij begon met doneren. Dus ik dacht: een huisvader van 33 die een weloverwogen keuze maakt.”

Lees ook:
Nog nooit verteld: ‘Mijn man was zaaddonor’

‘Het is tijd’

“Ik hikte er wel even tegenaan om op die manier zwanger te moeten worden van een wildvreemde. Ik was daar best wel huiverig voor. Niet voor mezelf, het leek me eigenlijk best wel lekker om alles zelf te kunnen bepalen, maar voor het kind. Ik wist dat ik begon aan een kind in een niet-ideale situatie, namelijk zonder vader. Dat was een groot compromis met mijn geweten. Ik studeerde in deeltijd psychologie, dus ik heb er met een paar psychologen over gepraat, en ik heb modules over hechting en niet-genetisch ouderschap gevolgd.”

“Ik heb er ook met de pastors van onze kerk over gepraat. De één vond het twijfelachtig, de ander zei: ‘Ach, een kind dat zo gewenst is, dat komt wel goed.’ Dus ja, toen wist ik het nog niet. En toen had ik ineens een soort onbestemd gevoel van ‘het is tijd’. Dus ik ging naar de kliniek. De avond nadat ik was geïnsemineerd, had ik een euforisch gevoel. Ik had meteen het gevoel dat ik niet langer alleen was, dat zich een ziel bij de mijne had gevoegd.”

Dochter Maria

“Maria had dan geen vader in haar leven, maar ze werd met alle liefde omringd. Mijn moeder, die twee kilometer verderop woonde, was voor Maria als een tweede ouder; die twee waren zo close. En ik troostte mezelf met de gedachte dat ze later in elk geval zou weten wie haar donorvader was. Het was ook in die tijd al bekend bij wetenschappers dat afstammingsvragen problemen op konden leveren. Daarom had ik bewust gekozen voor een B-donor.”

“In het jaar dat Maria zestien werd, de leeftijd waarop ze de gegevens van de donor kon opvragen, zat ze midden in een stressvolle periode op school. Ze besloot daarom om te wachten. Ze was bang dat hij belangrijker voor haar was dan zij voor hem, en dat kon ze op dat moment niet aan. In 2017, Maria was toen negentien, kreeg mijn moeder voor de derde keer kanker, dit keer ongeneeslijk. Maria vroeg haar: ‘Zou jij willen weten wat voor iemand mijn vader is?’ Mijn moeder antwoordde dat ze dat heel graag wilde weten.”

43 nakomelingen

“Alsof het zo moest zijn, kwam toen net in het nieuws dat er bij Rijnstate fouten waren gemaakt en dat er veel te veel kinderen per donor waren verwekt. Wij hebben Rijnstate gemaild omdat we wilden weten of dit ook onze donor betrof. Bovendien wilde Maria nu zijn gegevens graag hebben. Er werd gezegd dat hij 43 nakomelingen had, en dat Maria zijn gegevens niet konden krijgen omdat hij een A-donor was.”

“Maria stond huilend aan de telefoon. Ik zei: ‘Dat bestaat niet!’ Ik wist zeker dat hij een B-donor was, dat stond in mijn dossier. Vervolgens ontstond er een hele zomer lang verwarring of Maria’s donorvader nu een A- of een B-donor was. Intussen werd mijn moeder zieker en zieker. Dat was echt een macabere race tegen de klok. Zou ze het nog horen voordat oma doodging? Dat is helaas niet gebeurd.”

‘De deur blijft gesloten’

“Maria heeft nog geregeld dat er een gesprek is geweest tussen een hulpverlener en de donor. Ze was bang dat de gesprekken die het ziekenhuis met hem voerde hem steeds kopschuwer zou maken. Die hulpverlener heeft uitgelegd in welke situatie we zaten, namelijk dat haar oma binnenkort zou sterven. De donor heeft toen gezegd dat hij toch voor zichzelf koos. Zijn tweede vrouw wilde absoluut niet dat hij zich bekend zou maken. ‘De deur blijft gesloten,’ heeft hij letterlijk gezegd. Maria heeft zich daar vreselijk afgewezen door gevoeld.”

Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting

“Uiteindelijk kregen we in september 2018 een brief van de klachtenfunctionaris van Rijnstate, waarin stond dat de donor omstreeks 2004 van gedachten zou zijn veranderd. Op dat moment trad de Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting in werking. Het ziekenhuis heeft naar eigen zeggen toen alle actieve donoren benaderd met de vraag of zij verder wilden als B-donor of wilden stoppen met doneren. Een aantal B-donoren heeft toen aangegeven met terugwerkende kracht anoniem te willen zijn.”

“Dit heeft het ziekenhuis nooit aan mij gemeld, en dat neem ik ze heel erg kwalijk. Wij kwamen er dus toevallig achter toen Maria wilde weten wie haar donorvader is. Het kwam zeer onzorgvuldig op mij over. Je bent niet bezig met het kweken van koikarpers of coniferen! Het zijn echt mensen, mensen met identiteitsvragen. Maria wil weten van wie ze afstamt, wie genetisch gezien net zo dichtbij haar staat als ik.”

Naar de rechter

“Omdat we er op geen enkele manier uitkwamen met het ziekenhuis, zeiden zij dat wij het maar aan de rechter voor moesten leggen. Daar hebben we geen moment over getwijfeld. Tijdens de zitting heeft Maria gezegd: ‘Ik respecteer wel zijn privacy, maar niet zijn anonimiteit.’ Ze zal hem met rust laten, maar hij moet wel zeggen wie hij is. Natuurlijk ben ik de donor heel dankbaar, ik ben ook niet boos op hem. Maar ik zou zo graag weten waarom hij denkt dat het erg is als Maria weet wie hij is? In de praktijk hoeft hij daar helemaal niets van te merken. Ze zal echt niet zo maar op de stoep staan. Ze zou het leuk vinden om een keer een kop koffie met hem te drinken, maar dat hóeft niet. Een naam en een gezicht, dat is alles wat ze wil. Als dat lukt, zou dat een enorme opluchting voor me zijn.”

Onrechtvaardig

“In de rechtszaal heb ik gezegd dat ik het mezelf kwalijk neem dat ik zo dom ben geweest om de dokter te geloven. Op het moment dat je naar zo’n kliniek gaat, ben je heel kwetsbaar. En je weet van niks, ik bedoel: je laat je niet dagelijks insemineren. Dat is toch een life event. En dan geloof je gewoon wat er tegen je wordt gezegd. Het is overigens niet mijn bedoeling om Rijnstate zwart te maken, de sfeer in de rechtszaal was ook van geen van beide kanten rancuneus.”

“Helaas heeft de rechter besloten dat Rijnstate de gegevens van de donor niet hoeft te verstrekken. Maar toch zien we dit vonnis als een stapje voorwaarts. Want er staat heel uitdrukkelijk in dat de wet uit 2004 onrechtvaardig is tegenover donorkinderen van vóór die wet. Volgens de rechter moet de wet daarom snel worden aangepast. En dat ervaren we toch als een officiële erkenning van het verdriet dat Maria is aangedaan.”

Onmogelijk spijt hebben

“Ik voel me tegenover Maria enorm verantwoordelijk voor de situatie. Ik ben weliswaar niet degene die fouten heeft gemaakt, maar ik ben wel dit avontuur aangegaan. Waarom heb ik niet gevraagd of ik het contract tussen het ziekenhuis en de donor mocht lezen? Normaal ben ik altijd zo kritisch. Maria neemt me gelukkig helemaal niets kwalijk. En ik geloof dat ze het nog meent ook. Mensen vragen me weleens: ‘Als je nou alles van tevoren had geweten, had je het dan toch gedaan? Dat is een vraag waar ik als moeder geen antwoord op kan geven. Ik kan onmogelijk spijt hebben van het bestaan van mijn kind.”

Tekst | Denise Hilhorst
Fotografie | Mariel Kolmschot

Dit artikel verscheen in Margriet 2021-24. Je kunt deze editie nabestellen via lossebladen.nl.

Ook interessant