Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Marije: ‘Soms zou ik het hardop willen zeggen hoe ik het mis, die zussenband’

mantelzorg-margriet.jpg

Marije (50) is mantelzorger voor haar zus Aafke (57) die dertig jaar geleden door een zwaar ongeluk verstandelijk en lichamelijk gehandicapt is. Marije heeft een latrelatie met haar vriend. Ze werkt in de kinderopvang en heeft twee pubers die na haar scheiding om de week bij haar wonen.

Zussenband

Het is vrijdag einde van de dag, bijna weekend. Alle kinderen en hun zelfgemaakte knutsels zijn door hun ouders opgehaald en mijn collega en ik zijn bezig om de laatste dingen op de groep op te ruimen. “Heb je een fijn weekend voor de boeg?”, vraag ik terwijl ik orde probeer te scheppen in de ontplofte huishoek. “Ja, ik ga met mijn zus een weekendje weg naar Den Bosch”, zegt ze en begint honderduit te vertellen over hoeveel zin ze er in heeft en over de goede band die ze met haar zus heeft. “Wat leuk”, zeg ik. “Goede gesprekken, tassen vol nieuwe kleren en bitterballen op een verwarmd terras.” Het is misschien geromantiseerd, maar zo stel ik het me wel eens voor hoe het zou zijn geweest als mijn zus Aafke dat afschuwelijke ongeluk niet had gehad. Als alles normaal was gebleven, wat normaal ook precies betekent.

”Ik ben de poppen dankbaar”

“En wat ga jij doen?”, onderbreekt mijn collega mijn gedachten. “Oh, niks speciaals eigenlijk”, zeg ik. Achter me valt het rijtje poppen om die ik net op de plank heb gezet. “Snel! Haal de EHBO-trommel”, grap ik. Ik ben de poppen dankbaar, want ze zorgen ervoor dat het gesprek draait naar het slagveld dat peuters kunnen maken van onze groep. Het flitst door mijn hoofd om mijn collega gewoon te vertellen dat ik best jaloers op haar ben. Soms zou ik het graag hardop willen zeggen, hoe ik het mis, die zussenband tussen vrouwen waar je over hoort en leest. Maar ik wil haar voorpret nu niet verpesten. Als we ieder een andere kant uit fietsen richting huis, roep ik nog een keer; “Heel veel plezier dit weekend!” Ik kijk nog even achterom voor ik de bocht naar links neem en ik zie dat ze zwaait.

Bijzondere band

Tegenwind. Natuurlijk, dat kan er ook nog wel bij. Ergens is het wel lekker om tegen de wind in te moeten trappen. De gemoedstoestand die ik binnen op pauze had gezet, laat zich niet meer stilhouden. Nieuw zijn deze gevoelens van jaloezie niet, we kennen elkaar al jaren. Zo gaat het een tijd goed en kan ik heel goed kijken naar dat wat er wel is, en zo steken ze ineens weer venijnig de kop op. Waar ik eerder altijd probeerde om ze zo snel mogelijk weg te krijgen, laat ik ze maar even hun gang gaan. Als ik iets heb geleerd dan is het wel dat het geen zin heeft om te vechten wat je voelt. Je kunt het maar beter laten, dat ruimt op. Ik trap me een weg naar huis en weet dat Aafke en ik op onze eigen manier een bijzondere band hebben. Eentje waar je maar zelden over leest. Geen goede gesprekken op een terras, maar wel met veel liefde. En daar ben ik blij mee. Alleen nu even niet.  

Tekst: caroline van mourik. illustratie: leontine haverhals. de naam van marije is om privacyredenen gefingeerd.
Beeld | iStock

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2020-04. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Ook interessant