Persoonlijk

Greet (62) en haar zussen haalden hun moeder (86) uit het verzorgingstehuis

greet-62-en-haar-zussen-haalden-hun-moeder-86-uit-het-verzorgingstehuis.jpg

Toen Greet Scholte en haar zussen Anneke (65), Henriëtte (57) en Karin (56) hoorden dat ze door het coronavirus hun moeder Jannie (86) niet meer mochten bezoeken in het verzorgingshuis, namen ze een drastische beslissing.

“Geregeld rijd ik langs het verzorgingshuis. Het doet pijn de andere bewoners daar te zien zitten”

Eenzaamheid

“’Ik hoop dat ik morgen niet meer wakker word’, zei mijn moeder toen bleek dat de deuren van haar verzorgingstehuis dicht moesten. Mijn hart brak bij het horen van die woorden. Diezelfde avond nog heb ik met mijn zussen overlegd wat we zouden doen. Protesteren met spandoeken en hijskranen zou geen zoden aan de dijk zetten. Maar het mocht ook niet zo zijn dat onze lieve moeder de laatste fase van haar leven in eenzaamheid zou moeten doorbrengen. Dus was de enige oplossing haar in huis nemen, maar dat kon alleen als Henriëtte dat zag zitten; zij woont als enige van ons gelijkvloers. Die nacht stuurde Henriëtte het bericht: ‘We doen het.’”

Liefde in verzorgingstehuis

“Mijn moeder stond altijd voor ons klaar, ze was een actieve vrouw, zeer zorgzaam en ze hield van gezelligheid. Kranig als ze was, liet ze na het overlijden van mijn vader haar koppie niet hangen. Ze fietste graag en was veel bij mij om op mijn zoon te passen. Toen ze in 2000 een hartinfarct kreeg en verschillende bypassoperaties had ondergaan, belandde ze in een rolstoel en kon ze niet meer zelfstandig wonen. In het verzorgingstehuis, waar ze nu al twintig jaar woont, kon ze het goed vinden met haar medebewoners. Geregeld trakteerde ze hen op een gebakken visje dat ze met haar scootmobiel haalde in de stad.

Het was zo’n zelfde visje dat haar bij haar tweede grote liefde Jan, een tien jaar oudere medebewoner, bracht. Jan was meteen gecharmeerd van mijn moeder en vroeg of ze met hem mee ging varen op de Henri Dunant. Dat wilde ze wel, maar alleen als ze geen slaapkamer hoefden te delen. Smoorverliefd keerden ze terug van vakantie. Een halfjaar later zijn ze getrouwd. En daarmee schreven ze geschiedenis; ze waren het eerste stel dat elkaar het jawoord gaf in het verzorgingstehuis. Een paar gelukkige jaren volgden.”

Steeds verder bergafwaarts

“Tot Jan overleed op 87-jarige leeftijd. Mijn moeder was toen 77. In de jaren daarna ging het bergafwaarts met haar. De mokerslag kwam toen haar zus, met wie ze een hechte band had, stierf. Sindsdien zagen we haar steeds verder aftakelen. Haar hartcapaciteit is nog maar 25 tot 35%, ze heeft reuma, een schildklierafwijking, last van botontkalking en hartfalen. Dit hartfalen zorgt voor zuurstofgebrek in haar hersenen, waardoor ze verward is en steeds vaker dingen vergeet. Ook kampt ze geregeld met een blaasontsteking, waardoor ze kribbiger wordt en anders reageert dan haar medebewoners van haar gewend zijn. Onenigheid met haar medebewoners zorgde ervoor dat ze niet meer in het restaurant wilde eten. En dus brengt ze haar dagen door voor de televisie. Alleen met de overbuurman en overbuurvrouw heeft ze nog contact. En met ons natuurlijk.”

Paniek en opluchting

“Wij bezochten haar elke dag. Tot die bewuste avond afgelopen maart; de persconferentie waarin duidelijk werd dat er een bezoekverbod gold voor de zorginstellingen. Toen ik de volgende ochtend het tehuis belde, viel het stil aan de andere kant van de lijn. De mededeling dat we onze moeder kwamen ophalen, hadden ze niet zien aankomen. In de veronderstelling dat het niet lang zou duren, deed ik een beroep op het feit dat bewoners van een verzorgingstehuis recht hebben op dertig dagen verlof. Na kort beraad stemden ze in. En mocht het langer dan dertig dagen duren, dan was dat ook prima. Mijn moeder was meer dan welkom als de deuren van het huis weer open zouden gaan.

Boos en in paniek

“Omdat wij niet meer naar binnen mochten, hebben de verzorgers diezelfde ochtend mijn moeders koffer ingepakt. Mijn moeder, die dit allemaal zag gebeuren, snapte er niets van. Waarom werden haar spullen gepakt? Wat stond haar te wachten? Even later troffen we haar aan in de hal. Ze huilde; was boos en in paniek. Ze wilde niet weg. Toch stapte ze in de auto.

Eenmaal in het huis van mijn zus voelde ze zich opgelucht. Ze was blij dat ze ‘die enge coronatoestanden’ in het huis niet hoefde mee te maken. Al bleef ze ook nog een paar dagen boos omdat we haar niet hadden gekend in de beslissing haar uit het huis te halen. Maar we konden niet anders. We hadden die avond ervoor niet iets willen suggereren wat we misschien niet konden waarmaken. Tranen waren er ook die eerste dagen. Ze was verdrietig voor haar medebewoners, en dan met name voor haar eenzame overbuurman die net zijn vrouw had verloren. Hoe moest het nu met hem?”

Weinig consequenties

Omdat ik gemakkelijk vanuit huis kan werken, besloten we dat ik de eerste maand met mijn moeder in het huis van Henriëtte ging wonen. Zij kon dan weer in mijn huis bivakkeren. Dit ‘maand op, maand af’-schema hanteren we zolang het nodig is. Wat niet wil zeggen dat ik mijn moeder in de ‘maand af’ niet zie. We blijven de zorgtaken verdelen met z’n vieren en als Henriëtte buiten de deur moet zijn, zorgen wij voor moeder. Tot nu toe valt de impact die dit op mijn leven heeft mee. Natuurlijk scheelt het dat mijn zoon op zichzelf woont en ik geen geliefde heb, waardoor het voor mij privé weinig consequenties heeft.”

“Inmiddels zijn we een heleboel weken verder en de deuren van de zorginstellingen zijn nog steeds gesloten. Geregeld rijd ik langs het verzorgingstehuis van mijn moeder. Ik ken de verhalen van de bewoners en het doet pijn ze daar te zien zitten. Achter het raam, kijkend naar hun dierbaren die buiten staan. Schrijnend vind ik het. Onmenselijk en misselijkmakend. Deze mensen zullen sterven van eenzaamheid.

Overwegingen

“We krijgen veel telefoontjes van mensen die hun vader of moeder ook uit het verzorgingstehuis willen halen. Ze zijn benieuwd hoe wij het hebben geregeld omdat zij veel weerstand krijgen vanuit de zorg. Zo zeggen ze in sommige verzorgingshuizen dat het niet is toegestaan. Of dreigen ze met ‘Opgestaan? Plaatsje vergaan.’ Allemaal onzin. Het is niet verboden en ze kunnen niet zomaar een bewoner bij terugkomst weren. Mijn moeders appartement wordt bijvoorbeeld vergoed vanuit de WLZ en blijft van haar. En dan is het ook zo dat instellingen geen nieuwe bewoners kunnen aannemen nu alle deuren op slot zitten.

Wél is het belangrijk je af te vragen of de wens een dierbare in huis te halen, verantwoord is. En haalbaar. Kun je de benodigde zorg bieden? Henriëtte en ik hebben een zorgachtergrond, dat scheelt. Daarbij komt dat wij de hulp die mijn moeder nodig heeft, kunnen bieden. Ze is een fragiel, klein vrouwtje, dus als het moet, kunnen we haar tillen. Maar vooralsnog is dat niet nodig geweest omdat ze weliswaar in een rolstoel zit en niet kan lopen, maar nog wel kan staan.”

Dierbare momenten

“Hoe lang dit nog duurt? Geen idee, maar ik ben heel blij dat we deze beslissing hebben genomen. Ik moet er niet aan denken dat we mijn moeder niet zouden kunnen bezoeken. En deze periode heeft ook iets moois. Ik voel dankbaarheid. De band met mijn zussen was al goed, maar is nog hechter geworden en ik beleef zulke dierbare momenten met mijn moeder. Zo lag ze laatst naast me in bed toen ze me ineens over mijn wang streek. ‘Ach jij bent er,’ zei ze. En daarna viel ze weer in slaap.

Mijn moeder wil, als alles voorbij is, terug naar het verzorgingstehuis. Ze mist haar spulletjes en het contact met de overbuurtjes. Maar als ik eerlijk ben, denk ik dat ze niet meer lang zal leven en hoop ik stiekem dat ze bij ons is als ze voor altijd haar ogen sluit.”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? 
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Tekst | Ymke van Zwoll
Beeld | Mariel Kolmschot

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 23-2020. Je kunt deze editie van Margriet hier nabestellen.

Ook interessant