Persoonlijk

Gevlucht: ‘Ik heb zoveel martelingen en executies gezien’

19ma38_vlucht_akram_m6z7196.jpg

Akram Beiramvand (58) droomde als kind van gelijke rechten voor vrouwen en mannen. Op haar zeventiende werd ze actief in het verzet. ”Eerst tegen de sjah, later tegen de islamitische dictatuur van ayatollah Khomeini. Ik werd verschillende malen gearresteerd en op mijn 21ste belandde ik in de gevangenis.”

“Als kind las ik boeken over de Franse revolutie en dan droomde ik ervan dat Iran een land zou worden waar vrouwen en mannen gelijk zijn en waar mensen niet worden onderdrukt. Ik was zeventien toen ik actief werd in het verzet. Eerst tegen de sjah, later tegen de islamitische dictatuur van ayatollah Khomeini. Ik werd verschillende malen gearresteerd en op mijn 21ste belandde ik in de gevangenis. Het was daar verschrikkelijk, maar de gevangenen waren solidair met elkaar – dat gaf ons kracht.”

Mijn vrijlating

Na acht jaar werd ik opeens, van de ene op de andere dag, vrijgelaten. Anderhalf jaar na mijn vrijlating kreeg ik een zoon. Tot dan toe was ik altijd tegen vluchten geweest, ik vond dat we moesten blijven vechten voor onze vrijheid in Iran. Maar de kans was groot dat ik weer zou worden gearresteerd. In de gevangenis had ik zo veel moeders met kinderen gezien en zo veel martelingen en executies. Dat wilde ik mijn zoon niet aandoen. Ik ben toen toch gevlucht en liet alles achter.

Ik bouwde mijn leven weer op

Toen ik in Nederland aankwam, moest ik helemaal opnieuw beginnen. Ik sprak de taal niet en voelde me zo onzeker. Ik kon mijn emoties niet uiten en had zo’n heimwee. Niemand kende mij en ik kende niemand. Op zondag ging ik met mijn zoon naar de speeltuin, maar ik kon met niemand praten. Stap voor stap bouwde ik mijn leven op. Ik leerde Nederlands, deed een opleiding en vond een fijne baan bij het Rode Kruis, op de afdeling die mensen in oorlogsgebieden opspoort. Mijn collega’s waren zo aardig.

Ik ben nooit meer terug geweest

Ik ben nu 24 jaar in Nederland en voel me helemaal thuis. Mijn zoon is volwassen en werkt onder meer als juridisch onderzoeker. In Iran ben ik nooit meer terug geweest. Het risico is te groot. Bovendien wil ik niet verplicht een hoofddoek dragen. Ik mis mijn familie, mijn zussen en mijn broer, want ik zie hen weinig. Ze komen alleen eens in de zoveel tijd naar Nederland.

Mensenrechten zijn belangrijk voor mij gebleven en daarom vertel ik mijn verhaal op hogescholen en universiteiten. Om aandacht te vragen voor de mensen in Iran die nog steeds gevangen zitten. En ik zal mijn verhaal blijven vertellen totdat er vrijheid is in Iran.”

Tekst | Renate van der Zee
Beeld|  Iris Planting

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op
 margriet.nl/nieuwsbrief.


Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2019-38. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Ook interessant