Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Fiona Hering: ‘Ik houd van dat flamboyante, die latin spirit, heb ik zelf ook een beetje’

yo.png

Als moderedacteur van het blad Vogue bezoekt ze modeshows in Milaan, ze heeft een dochter van een Napolitaan én een Noord-Italiaanse grootvader; Italië is de rode draad in het leven van Fiona Hering (47).

 

Het land

“Italië loopt als een rode draad door mijn leven; mijn moeder is half Italiaans, haar vader – mijn opa – kwam als gastarbeider op zijn twintigste naar Nederland. Hoewel ze de taal niet spreekt en er niet vaak is geweest, vind ik haar heel Italiaans. Mijn tweelingbroer is met een Italiaanse getrouwd en zelf heb ik een kind van een Italiaan. En voor mijn werk kom ik er vaak; ik vind het een heerlijk land en word er altijd heel blij van. Het leven op straat, overheerlijk eten, gezellige mensen, die latin spirit. Ik hou van dat flamboyante, heb ik zelf ook een beetje. Ik heb in Italië altijd snel contact, ik geef toe, voornamelijk met mannen, maar dat komt echt niet omdat ik mijn lichaam en blonde haren in de strijd gooi. Ik ben nogal vrolijk van aard en aanwezig en dat vinden ze leuk, denk ik.”

[swopquote]Italianen zijn warme mensen, ze knuffelen meer en pakken als het klikt sneller je hand vast[/swopquote]

 

De mensen

“Ik hoor soms: ‘Italianen zijn zo arrogant’, maar dat vind ik helemaal niet. Misschien ervaar je het zo als je de taal niet spreekt, want veel Italianen kennen maar een paar woorden Engels en zijn daardoor soms uit schaamte wat kortaf. Als we iets van hen zouden kunnen leren, is het wel het genieten van kleine dingen. Mijn ex reed soms in zijn Mini Cooper een uur dwars door dat krankzinnige verkeer van Napels heen om aan de andere kant van de stad mozzarella te kopen omdat daar de beste mozzarellafabriek zat. At hij ter plekke meteen op, ondertussen iets mompelend in de trant van: ‘Oh wat lekker, verser krijg je het niet.’ Welke Nederlander trekt er een uur voor uit om ergens de lekkerste haring te gaan eten?”

 

Napels

“Zeventien jaar geleden was ik voor het eerst in Napels. Ik wilde daar al zo lang heen en er was een linnenfestival: dít was de kans. Terwijl ik daar rondliep op laarzen met flinke hakken en in een lange, rode leren jas werd ik continu lastig gevallen door van die opgeschoten jochies. ‘Wil je achter op mijn scooter?’ Auto’s stopten: ‘Waar moet je heen?’ Niet prettig. Ik wilde naar een museum, maar had me vergist in de afstand; ik dacht dat het twintig minuten lopen was, maar ondertussen was ik al een uur onderweg. En het was zó warm! Ik vroeg aan een vrouw hoe ver het nog was: bleek dat ik niet eens halverwege was! En toen stond daar opeens Ciro, romantisch over de zee uit te staren. Hij zag er ongevaarlijk uit, enigszins verlegen en sprak twee woorden Engels, dus met handen en voeten probeerde ik hem duidelijk te maken dat ik een lift nodig had. ‘Weet je het zeker?’ vroeg hij verbaasd. Ik ben bij hem achter op z’n scooter gesprongen en het was meteen gezellig. Ik móest mee langs allerlei straatkraampjes om Italiaanse specialiteiten te proeven. Even later zat ik aan het stuur, dat was altijd een droom van me geweest: op een scooter door Napels scheuren. Ik belde mijn moeder: ‘Mam, ik zit in Napels!’ ‘Je gaat toch niet op een scooter?’ ‘Nee hoor, mam.’ Een paar dagen later werd ik bij hem thuis midden in de kamer gezet met de familie om me heen en ze stelden me honderden vragen. Het ging er bij hen niet in dat ik een andere taal sprak dan Italiaans; voor veel Napolitanen houdt de wereld op bij de stadsgrens. Ik sprak nog maar weinig Italiaans, dus die gesprekken met de familie kostten me veel moeite. ’s Avonds had ik er vaak knetterende koppijn en dook ik in bed met paracetamol. Maar ik leerde zo wel snel de taal.”

 

Een Italiaanse dochter

“Ciro kwam in Nederland wonen en anderhalf jaar later was ik zwanger. Onze dochter India is een echte Italiaanse, ze heeft zijn temperament en uiterlijk. Lange donkerbruine krullen, prachtige donkere ogen. En meteen na haar geboorte waren al mijn vriendinnen al jaloers op haar perfecte wenkbrauwen. Na een jaar keerde Ciro terug naar Napels, het ging niet meer; hij paste hier niet. Miste Napels zielsveel. En we waren te verschillend. Veel van India’s opvoeding heeft hij helaas moeten missen, maar toch heeft ze bepaalde trekjes van hem. Ze kan op dezelfde manier kijken en voor zich uitstaren. Ze ziet hem uiteraard wel in vakanties en spreekt vloeiend Italiaans. Ik heb haar er nog niet over gehoord of ze later in Italië wil gaan wonen, maar ik denk niet dat ze dat wil. Als ze dan uit wil met haar vriendje, gaat de hele familie mee.”

 

[swopquote]De Italiaanse man laat zich meer leiden door liefde dan door ratio[/swopquote]

 

De Italiaanse man

“De Italiaanse man houdt tot op hoge leeftijd een bepaalde jeugdige speelsheid die de meeste Nederlandse mannen niet hebben. Ze drinken weinig alcohol en zullen zich nooit zo laten gaan als sommige mannen hier, die vaak zo kinderachtig kunnen doen als ze aangeschoten zijn. En ze staan eerder open voor een gezin. Laten zich meer leiden door de liefde dan door de ratio. Veel Nederlandse mannen hebben regels voor zichzelf; ook al zijn ze hartstikke verliefd, ze moeten eerst nog tien jaar rondkijken en zo. Van wie? Een Italiaan denkt sneller: dit is de liefde van mijn leven, met haar wil ik kinderen. Ook al is hij pas 22. Wat dat betreft zijn ze romantischer. Minder leuk is wel dat het over het algemeen enorme klagers zijn. Er is altijd wel wat. Vraag een Italiaan hoe het gaat en vrijwel zeker zegt hij iets als: ‘Het is oké, maar mijn moeder is net gevallen.’ Of: ‘De baby van mijn zus ligt in het ziekenhuis.’ Ze vinden altijd wel iets. Omdat mijn werk en leven zich jarenlang grotendeels in het buitenland hebben afgespeeld, heb ik zelf de Nederlandse man pas echt ontdekt na de Italiaanse en dacht toen wel: dat had ik eerder moeten doen! Hollandser dan mijn huidige man Giel krijg je ze niet; blond met blauwe ogen en groot geworden met aardappelen, groente en vlees. En hij is nog galant ook. Houdt altijd de deur voor me open en ik hoef nooit de vuilniszakken buiten te zetten of zijn overhemden te strijken, want dat doet hij zelf. Of de stomerij.

Of Italianen betere minnaars zijn? Maria, mijn schoonmoeder, beweert dat Napolitanen de beste minnaars ter wereld zijn, terwijl ze zelf maar één man in haar leven heeft gehad. Het is een cliché. Italianen, en dan met name Zuid-Italianen, zijn warme mensen, ze knuffelen meer en pakken als het klikt sneller je hand vast. Maar goeie minnaars heb je in alle landen.”

 

 

Italiaanse schoonmoeders

Nothing beats een Napolitaanse schoonmoeder. In Italië is de moeder de spil van het gezin, vader brengt het geld in. Maria bemoeide zich echt met alles, er was niet tussen te komen. En Ciro hing ontzettend aan z’n moeder. Nu moet ik erom lachen, maar toen… Ik denk dat Italiaanse schoonmoeders doen wat de Nederlandse graag zouden willen. Toen hij in Nederland woonde, belde Maria elke dag even. Een beetje ter controle, maar ook voor de gezelligheid. Hij was haar lievelingetje, kon net als zij ontzettend goed dansen en daar was ze trots op. Als ik haar aan de lijn had, vroeg ze altijd wat ik ging koken. Als ze dacht dat het niet lekker genoeg was voor haar zoon, voegde ze iets toe als: ‘Waarom maak je dat niet?’ En dan kwam meteen het recept er achteraan. Ze heeft zelfs India de eerste maand anders genoemd. Had ze zelf een naam verzonnen. Daar kun je gek van worden, en natuurlijk ben ik ook weleens uit mijn vel gesprongen, maar een Italiaanse moeder volgt gewoon haar gevoel en zegt wat er op haar hart ligt. Op een moment ben ik dat ook gaan doen, druk gesticulerend ook, anders had het geen impact. Maar ik vind Maria geweldig. Als ik dan toch een Italiaanse schoonmoeder moest hebben, dan Maria. Nu heb ik overigens ook superleuke Nederlandse schoonouders. Ze hebben India meteen vanaf het begin omarmd als hun eigen kleindochter en passen een keer per week op ons zoontje Zola. Leuke, belezen mensen die veel reizen. Daar ga ik nooit ruzie mee krijgen.”

 

Mode

“Anders dan wij vinden Italianen het belangrijk om er netjes uit te zien. Ze zijn smaakvoller en verzorgder. Wij pakken voor een feestje dat colbertje uit de kast dat eigenlijk naar de stomerij had gemoeten of waar desnoods een knoopje af is. Who cares? Een Italiaan zou dat niet zo snel doen. Wij zijn meer van de ruitshirts (kijkt naar de interviewer en zegt: “Vind ik leuk, hoor. Ik zit je niet te beledigen, ik heb er laatst ook een voor mijn vriend gekocht.”). Als een Italiaanse journalist mij zou interviewen, zou hij waarschijnlijk een overhemd met een colbertje dragen of een donkerblauwe of camel kasjmier trui met een coole spijkerbroek en keurig gepoetste schoenen. Nu is Italië daar ook beter op ingesteld: op elke hoek van de straat zit bij wijze van spreken wel een kleermakers en schoenmaker. Als er een knoop van een jasje af was, kon Ciro’s moeder kiezen uit tien buurvrouwen die dat als bijbaantje herstelden. Er is vooral in het Zuiden een sterke kleermakerstraditie, daarom zijn er zo veel bekende Italiaanse modemerken; Armani, Prada, Gucci, Valentino… Hele dorpen worden in leven gehouden door de internationale mode-industrie. Dat gaat van vader op zoon, moeder op dochter. Veel verdienen ze niet, maar het vakwerk heeft aanzien en ze zijn er trots op. Zelf draag ik graag ook graag Italiaanse merken. Dolce & Gabbana bijvoorbeeld. Mooie stoffen, heel goede coupe. En als ik het geld zou hebben, kocht ik alles van Valentino. Niet per se omdat het Italiaans is, maar het is erg vrouwelijk, subtiel en van zeer goede kwaliteit. In Milaan kun je ook zó fijn winkelen; in de zogenaamde gouden driehoek, maar inmiddels zijn dat vijf straten geworden. Alle grote merken zitten daar. En tussen het shoppen door ga je lekker lunchen; de winkels gaan daar speciaal twee uur lang voor dicht.”

 

De Italiaanse politiek

“Of ik liever een feestje bezoek van Silvio Berlusconi dan van Mark Rutte? Echt niet. Duizend keer liever met Rutte aan de bitterballen. Ik vind Berlusconi zo’n griezel, ik begrijp niet dat hij nog steeds in beeld is. Mijn schoonfamilie moet hem ook niet, maar ze zijn niet erg met politiek bezig. De politiek in Italië is één grote zooi, het is wat dat betreft net een derdewereldland. Een Napolitaan voelt zich ook geen Italiaan, maar Napolitaan. Net als een Romein zich in eerste instantie Romein voelt. Lokaal is wat telt, want ze geloven niet in het systeem en de politici. Er is veel corruptie, zelfs onder agenten. Lenen doen ze van elkaar en niet van de bank. Die vertrouwen ze niet. Daarom bewaren nog steeds veel Zuid-Italianen hun spaargeld thuis in een oude sok. Ze zorgen voor zichzelf en voor hun familie. Familiebanden zijn er dan ook heel hecht; dat vind ik mooi. Toen Ciro en ik net iets hadden, nam ik mijn vriendin mee naar Italië. Ze was destijds hoogblond. We zaten op de achterbank van zijn auto en zij kreeg aandacht van jongens in een auto naast ons. Ze zwaaide naar ze waarop die gasten ons bleven volgen tot het huis van Ciro. Hij was woedend; dat andere mannen met vrouwen in zijn auto zaten te flirten was een enorme belediging voor hem. Hij stapte uit, gaf een gil en van alle kanten kwamen er familieleden tevoorschijn; de andere auto ging er meteen vandoor. Nee, je moet daar geen ruzie krijgen.”

 

Het eten

“Och, het eten… Het is er allemaal zo veel smaakvoller. Als ik zie hoe ingewikkeld wij vaak met pasta’s bezig zijn; in Italië gebruiken ze maar een paar ingrediënten. Maar wel tomaten die net even lekkerder zijn, met pasta die net even verser is. Op elke hoek van de straat zit wel een slager of groenteman en als je wil wordt alles thuis bezorgd, dat maakt het makkelijker natuurlijk. Mijn ex-schoonvader Luigi kan geweldig koken. Als we bellen vraagt hij altijd wanneer ik weer kom, en dat de ‘spaghetti alle vongole’, zijn specialiteit waar ik dol op ben, al op me staat te wachten. In Nederland gaan wij voornamelijk voor de ambiance uit eten, ik ook. Ik vind het belangrijker dat de omgeving leuk is, dan dat het eten supertop is. Maar Italianen gaan gerust naar een zaak met tl-buizen en wijn in plastic bekertjes, het enige wat telt is dat het eten er super moet zijn. Zeg, zullen we iets bestellen? Ik krijg er honger van…”

 

Fiona’s Italiaanse favorieten

Film: Il postino van Michael Radford met Massimo Troisi en Maria Grazia Cucinotta.

Plaat: Nino D’Angelo – Senza Giacca E Cravatta (en dan vooral de combinatie met zangeres Brunella Selo). Napolitaanser kun je het niet krijgen.

Man: een jonge Al Pacino in The godfather.

Vrouw: Sophia Loren.

Streek: Amalfikust.

Stad: Napels, Palermo, Taormina.

Restaurant: Da Giacomo in Milaan.

Winkel: Corso Como 10, Milaan; intiem shoppen én eten in groene ambiance.

Gerecht: spaghetti alla puttanesca.

Drank: pinot grigio.

Ook interessant