Eveline van de Putte schreef een boek over het mantelzorgen voor haar moeder: Lucht. Beeld Marjon van der Vegt
Beeld Marjon van der Vegt

PREMIUM

Eveline (55) was mantelzorger voor haar moeder: ‘Ik wilde tot aan het einde bij haar blijven’

Lange tijd was Eveline mantelzorger voor haar moeder. Als enige dochter pendelde ze op en neer van Den Haag naar Zeeland. Toen haar moeder in de laatste levensfase belandde, besloot Eveline dat ze dat niet alleen hoefde doen. Ze wilde bij haar blijven tot aan het einde.

Over deze laatste levensfase van haar moeder schreef Eveline een boek: Lucht.

Kant-en-klare maaltijden in huis

Tot op hoge leeftijd kookte de moeder van Eveline altijd zelf. Pas toen ze ver in de tachtig was, kwam er voor het eerst een zakje gesneden groenten in huis. “Groenten snijden doe je zelf, vond ze. Langzaamaan zag ik dat er kant-en-klaar maaltijden en een magnetron in huis kwamen. Dat was voor mij het eerste teken dat ze achteruit ging. Het is voor die generatie not done om toe te geven dat het niet meer gaat,” vertelt Eveline.

“Ook na het overlijden van mijn vader zette ze door, maar op een gegeven moment trof ik mijn moeder aan, huilend op een stoel. Ze gaf aan dat ze het niet meer zag zitten. De dagen waren donker, ze had pijn en veel van haar kennissen waren inmiddels op leeftijd of overleden. Ze had artrose, dat zorgde voor veel pijnklachten en niet meer goed kunnen bewegen. Ook was ze veel alleen. Mijn vader was er al niet meer en veel bekenden van haar waren inmiddels overleden. Daarom kwam ik zo vaak langs als ik kon.”

Begin van het einde

Inmiddels was haar moeder 93. Ze werd bedlegerig en Eveline wilde het haar niet aandoen om te eindigen in ‘een verschrikkelijk verpleeghuis.’ Dat had ze bij haar vader gezien en dat wilde ze haar moeder nu besparen. “Ik ben ZZP’er en heb meteen mijn werk afgezegd. Ik besloot dat ik bij haar in huis zou blijven, omdat het erop leek dat het niet lang meer zou duren. Artsen zeiden dat ze een kaarsje was dat langzaam uit zou gaan.”

Eveline zag dat haar moeder steeds meer in de war raakte door een cocktail aan medicijnen. Ze kwam zelfs in een delier. Van een stille, bijna verlegen vrouw veranderde ze in een onrustig en angstig persoon. Dat was vreselijk om te zien. “Ze kreeg allerlei enge beelden: zo was ze bang dat ze zou verdrinken, omdat ze vroeger de watersnood in 1953 heeft meegemaakt.”

Deze angsten werden steeds erger en Eveline kon geen minuut van haar zijde wijken. “Op een gegeven moment kwam er nachtverpleging zodat ik ook een beetje kon rusten. Eerst sliep ik op zolder, maar daar hoorde ik haar niet roepen. Daarom sleepte ik mijn matras naar de woonkamer, naast de slaapkamer van mijn moeder. Als ik bij haar was, kon ik haar rustig maken, beet pakken en even uit dat angstige gevoel sleuren. Maar zodra ik weg was, schoot ze weer in de paniek.”

Plekje vrij in een hospice

Uiteindelijk was er, ondanks de indicatie, geen personeel beschikbaar dat de hele dag zorg kon verlenen, maar er bleek wel een plekje vrij te zijn in een hospice. Op dat moment zat Eveline al zes weken bij haar moeder in huis. “Dat ze in een hospice belandde, voelde voor mij als falen. Ik had me zó voorgenomen om haar te helpen zodat ze thuis kon blijven wonen. Ik dacht dat ik het wel alleen kon, maar dat bleek niet realistisch. Gelukkig gaf mijn moeder haar zegen: ‘Je denkt misschien dat je me tekort hebt gedaan, maar het is goed zo.”

In het hospice ging haar moeder nog verder achteruit. “Het personeel dacht dat mijn moeder knettergek was, omdat ze lag te gillen en te schreeuwen. Maar ze is ‘gek geworden’ door al die rotzooi aan medicijnen. Daar ben ik van overtuigd. Ik ben natuurlijk geen arts, maar ik ben het gevecht aangegaan. Soms is het middel erger dan de kwaal. Ik wist zeker dat mijn moeder niet plots psychotisch of dement was geworden. Ik hield voet bij stuk. De arts besloot dan ook om de medicatie te stoppen. En ja hoor: binnen drie dagen was mijn moeder stil en rustig.”

Langzaam maar zeker knapte de moeder van Eveline op. Ze kreeg weer zin in eten en kreeg weer wat kleur op haar wangen. “Van een paniekerige, uitgemergelde vrouw zag ik nu eindelijk mijn moeder weer terugkomen zoals ze was. Ze bleek uiteindelijk ‘te goed’ om nog in het hospice te blijven. Het ging steeds beter met haar. Maar mijn moeder naar een verzorgingstehuis brengen? Nooit. In het gebouw van het hospice kon je ook kleinschalig wonen. Ik was al bezig geweest om de uitvaart te regelen en nu kregen we deze bonustijd. Ik dacht altijd: moeders gaan nooit dood. Het leek alsof ze herrees uit haar eigen as. Het was een wonder!

Samen mooie momenten beleven

Elke week ging Eveline naar haar moeder toe. Ze nam haar mee naar buiten in een rolstoel. “We maakten wandelingen door het park en dan plukte ik een rozenbottel voor haar. Overal groeiden mooie bloemen in tuinen langs de weg. Maar mijn moeder kon die niet zien, omdat ze slechtziend was. Ik dacht: wat kan mij het schelen, ik rijd gewoon met de rolstoel die tuin in. Zo kon mijn moeder het samen met mij beleven. Deze bonustijd was voor ons beide zo warm en en waardevol.”

Op een dag werd haar moeder opeens helemaal blind. “Dat was een jaar nadat iedereen had gezegd: dit gaat niet lang meer duren. Ik realiseerde me dat er een einde aan de bonustijd was gekomen. Ik besloot te blijven. Het gevoel van vastberadenheid kwam terug, ik zou blijven tot het einde. Van 's middags tot 's avonds zat ik bij haar, achtentwintig dagen lang. In de ochtend ging ik door het Zeeuwse landschap rijden of ik zwom in zee om een beetje op de been te blijven. Het mantelzorgen is best zwaar, zeker in die fase: je zit naast iemand die steeds meer van je wegglijdt. Je bent je aan het voorbereiden op het definitieve afscheid van elkaar.”

Taboe op de dood

Eveline had het idee dat haar moeder zou blijven leven tot aan haar eigen 94ste verjaardag. “Op haar verjaardag ging ik 's middags even een kopje koffie halen in de keuken. Ik had een voorgevoel en zei tegen de verpleging: volgens mij is ze er niet meer. En ja, precies op dat moment is ze overleden. Ik ging terug naar haar kamer en opeens was het écht stil. Ik hoorde geen ademhaling of gereutel meer. Maar het was goed zo. Ik had er vrede mee. Daar heb ik naartoe geleefd. Ik heb het geluk gehad om een bonusjaar met haar te mogen delen en wonder boven wonder heeft ze haar eigen verjaardag gehaald.”

Eveline merkt dat haar beeld van de dood sindsdien is veranderd. “Vroeger was de dood een taboe bij ons thuis. Ik ging als kind bijvoorbeeld nooit mee naar de begrafenis van mijn opa of oma. Na afloop bleven er broodjes en cake over, die namen mijn ouders mee naar huis. Die raakte ik niet aan, want ik dacht serieus dat ze besmet waren met de dood. Dat is inmiddels wel veranderd: de dood van mijn ouders heb ik niet als ‘eng’ ervaren. Door het ouder worden en die lange jaren van mantelzorgen heb ik ervaren dat de dood het meest natuurlijke is dat er bestaat.”

Saskia WinkensMarjon van der Vegt

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden