Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Erica Terpstra: ‘Ik vind reizen prachtig, want ik ben extreem nieuwsgierig’

erica-terpstra-ik-vind-reizen-prachtig-ben-extreem-nieuwsgierig.jpg

Alles wat Erica Terpstra doet, doet ze vol overgave en enthousiasme. En juist dát maakt haar de perfecte presentator voor het programma Erica op reis, dat eerder dit jaar wekelijks op tv was. Margriet sprak met de vrouw van wie de positiviteit af spat en die zelfs naar de dood nieuwsgierig is.

Erica Terpstra

Margriet Zegers komt er even bij zitten. De voormalig hockeyinternational – ze won onder meer olympisch goud in 1984 – is al jaren de manager van Erica Terpstra (76) en inmiddels een goede vriendin, dus wellicht kan zij het antwoord geven. Erica zelf kan het niet, namelijk. Niet uit onwil, maar ze kan het zich gewoon niet herinneren wanneer ze voor het laatst chagrijnig was. Margriet is daar stellig in: Erica Terpstra is niet chagrijnig te krijgen. Punt. Nu ja, die keer dat ze haar ‘malheur’ had, zoals Erica dat noemt, dat was geen leuke tijd.

Door een bacterie leek het er destijds even op dat ze niet meer zou kunnen lopen, dat haar been wellicht moest worden afgezet. Maar zelfs toen was Erica toch vooral positief, herinnert ze zich ook zelf: “Ik zag laatst een filmpje van toen. Ik liet dat maken om aan mijn twee zoons te laten zien dat ik alweer goed kon lopen. Het leek een hele stap, vanuit die rolstoel weer staan en lopen, ik herinner me dat ik zo trots was, maar als je dat nu ziet denk je: die vrouw gaat nooit meer op reis, die gaat nooit meer lopen. Maar dat optimisme, hè, dat is er altijd en ik denk dat dat ook hierbij mijn redding was.”

Helpt je sportmentaliteit daar ook bij?

“Ik denk het. Om fit te blijven, train ik drie keer per week met mijn personal trainer op de boulevard. Als iemand me dan inhaalt, ga ik sneller lopen; ik wil ze bijhouden. Dat zit er gewoon in. Dus toen de dokter destijds zei dat ik er rekening mee moest houden dat ik nooit meer uit die rolstoel zou komen, antwoordde ik: dat zullen we nog weleens zien. Dat is mijn vanzelfsprekende reactie.”

Harry Mulisch zei altijd dat hij het eerst nog maar eens moest zien, of hij wel sterfelijk was. Geldt dat voor jou ook?

“Haha, nou, het is wel zo dat ik honderdtwintig wil worden. Ik hoorde een wetenschapper laatst zeggen dat ze binnen zoveel jaar buitenaards leven zouden ontdekken. Dat is de eerste keer dat ik dacht: verdulleme, ik kan het niet hebben als ik daar niet bij ben. Maar weet je, ik heb zo’n mooi leven gehad, het zou niet erg zijn om nu dood te gaan. Ik ben er ook wel nieuwsgierig naar. Aan de andere kant: toen ik jong was, was 76 stok-, en stokoud. Zeg opoe maar gedag, dat idee. Maar ik weet niet waar die geraniums zijn, ik kan ze niet vinden.”

Er is nog wel wat ruimte tussen achter de geraniums zitten en op reis gaan naar verre buitenlanden voor Erica op reis.

“Ik ben nu eenmaal zo gebakken. En als je iets doet wat je leuk vindt, krijg je daar energie van. Bovendien word ik ontzettend verwend door mijn crew. We gingen voor een uitzending over Peru 4 kilometer de Andes op, voor een Inca-ceremonie. Daar kun je niet met een auto heen, dus we moesten lopen door omgeploegde aardappelvelden. Dat is momenteel wat moeilijk voor me, vanwege artrose in mijn enkel, maar de crew zorgde ervoor dat twee prachtige, grote Peruanen mij aan twee kanten ondersteunden. Dat was geen straf. Joh, ik vind het prachtig, die reizen, want ik ben bijna extreem nieuwsgierig. Dus ik hoop dat de kijkcijfers van het nieuwe seizoen weer goed zijn en we nog een seizoen kunnen maken.”

Erica Terpstra Peru

Klopt het dat jij steeds op het juiste moment bent
opgestapt? Qua politiek en sport is er een behoorlijke verruwing en vercommercialisering opgetreden sinds jij daarmee bent gestopt.

“Qua politiek heb je daar absoluut gelijk in. Ik zou me nooit meer thuis voelen in de hedendaagse politiek. Ik vind dat ze zo respectloos met elkaar omgaan, de Kamerleden en de bewindslieden. Ik ben wat dat betreft een kind van Hans Wiegel, mijn eerste fractievoorzitter. Van hem heb ik het vak geleerd. Hij zei: ‘Niet op de man spelen, maar op de bal.’ Dat was een ijzeren regel. Net zoals je na een verhit debat verplicht een kopje koffie met diegene moest drinken, om uit te leggen dat je het misschien niet met elkaar eens was, maar dat hij of zij geen rotzak was. Zo moet je met elkaar omgaan. Ik heb het geluk gehad dat ik in die sfeer politiek mocht bedrijven.”

Je handen jeuken niet als je politici dezer dagen tekeer ziet gaan?

“Nee. Ze jeuken wel als ik zie dat er een debat wordt gevoerd over een onderwerp dat ik destijds ook al heb besproken, waarbij dan wordt gedaan alsof het een heel nieuw onderwerp is. Maar nee, ik heb zowel bij politiek, sport en andere dingen die ik heb gedaan de spelregel dat als ik ergens afscheid van neem, ik ook écht afscheid neem. Ik word bijna elke week gevraagd of ik commentaar wil geven op het een of ander, maar dat weiger ik. Ik wil niemand in de weg lopen.”

Het kan verfrissend zijn een mening van iemand te horen die veel van politiek weet, maar er niet meer dagelijks mee bezig is.

“Daar hebben we Hans Wiegel al voor. Voor mij hoeft het niet zo in het openbaar. Hetzelfde geldt voor sport. Daar zit toch niemand op te wachten?”

Dat is valse bescheidenheid.

“Ik geloof niet dat bescheidenheid een van mijn belangrijkste karaktertrekken is, haha. Maar het kan zijn hoor, dat ik daar gevoelig voor ben – en het kost me soms ook heus moeite mijn mond dicht te houden.”

Waren die momenten van afscheid lastig voor je?

“Het was niet zo dat ik die mensen dan ineens niet meer zag. De banden zijn in het openbaar doorgesneden, maar ik heb zowel aan de sport als de politiek dierbare vrienden overgehouden, net zoals aan mijn reisprogramma’s. Dat is in sommige gevallen bijna familie geworden.”

Mis je Nederland als je op reis bent?

“Nee, ik heb geen heimwee, maar realiseer me tijdens die reizen wel hoe bevoorrecht we zijn om op dit prachtig mooie postzegeltje te mogen wonen. Een land waar we redelijk onbezorgd over straat kunnen lopen, waar onze kinderen naar school kunnen, een land waar vrouwen gelijk zijn aan mannen – misschien zelfs iets meer, haha. Daar moeten we zuinig op zijn. Het enige waar ik me aan stoor is dat we af en toe te respectloos met elkaar omgaan – dat geldt dus niet alleen voor de politiek. Daar zouden we meer aan
moeten doen, te beginnen bij onze kinderen. Ik mocht de Dalai Lama ooit interviewen en die zei: ‘We moeten onze kinderen minder cognitieve lessen geven, maar meer leren te leven met compassie in hun hart. Ze leren inleven in wat anderen voelen en denken.’”

Erica Terpstra

Heb je je eigen kinderen op die manier opgevoed?

“Ik heb wel geprobeerd om dat door te geven en dat is deels gelukt. Ik heb twee zoons en die hadden al vanaf hun geboorte nogal verschillende karakters. Ik vind het ook prachtig dat dat zo is: kinderen zijn niet vormbaar. Je kunt ze van alles proberen mee te geven, ze sturen, maar het blijven toch de kinderen die het zijn.”

Was het een andere opvoeding dan die jij zelf hebt genoten?

“Ik ben opgevoed met een grote nadruk op eigen verantwoordelijkheid, nergens voor weglopen. Dat heb ik een-op-een op mijn eigen kinderen overgebracht. Respect naar andere mensen, ongeacht status of wat dan ook, dat kreeg ik ook mee en ook dat vind ik zelf ontzettend belangrijk. Toen ik in de politiek zat, werd ik natuurlijk geregeld gebeld door ministers of de minister-president. Die kregen mijn jongens dan weleens aan de telefoon, net als de telefoniste van de Tweede Kamer. Ik vond het fantastisch om te horen dat ze, als kleine jongens nog, net zo beleefd waren tegen die telefoniste als tegen de minister-president. Dat is een van de weinige keren dat ik dacht: goed gelukt.”

Wat heb je van je kinderen geleerd?

“Ze zijn er als de kippen bij om je jezelf te laten relativeren. En zeker in de tijd dat ik in de politiek zat, zei ik tegen mijn kinderen dat ze het ook direct moesten zeggen als er iets was wat correctie behoefde. Anders corrumpeer je toch snel.”

Van wie neem je nog meer gemakkelijk iets aan?

“Ik krijg weleens het verwijt dat ik nogal eigenwijs ben… Maar ik leef nu al zo lang, heb mijn eigen ideeën en ben daar niet zo snel meer van af te brengen. Evengoed sta ik altijd open voor een mooie levensles van iemand anders.”

Lees ook:
Iet (89) zat tijdens de oorlog in een jappenkamp: ‘Continu was er angst’

In welke periode van dat leven was je het gelukkigst?

“Ik zou het je niet kunnen zeggen. Elke levensfase heeft zo veel charme, zo veel facetten. Ik ben vooral dankbaar en verwonderd over wat het leven mij allemaal heeft aangereikt. Er was niet een moment dat ik dacht: nu ben ik het allergelukkigst.”

Veel mensen die ik die vraag stelde, zeggen dat het
de periode was toen hun kinderen nog klein waren.

“Ja, oké, het allergelukkigst was ik met de geboorte van de kinderen. Dat is zo’n overweldigend iets, dat je met zo’n hummeltje in je armen ligt dat de rest van je leven jouw medeverantwoordelijkheid is. Dat waren hoogtepunten. Maar daarnaast waren er ook zo veel andere mooie dingen…”

Is er überhaupt iets wat jou kwaad maakt?

“Toch weer dat gebrek aan respect, ook omdat ik niet begrijp waar het vandaan komt. Angst? Angst voor wat dan? Op een van mijn reizen, het was in Sri Lanka, vroeg een lokale marktkoopman me of ik iets geks wilde proeven: een blauwe banaan. Niet geverfd, het was gewoon een soort banaan. Wat dacht je: precies een gewone banaan, smaakte ook hetzelfde. Bijna symbolisch vond ik dat: van buiten anders, maar van binnen zijn we allemaal hetzelfde.”

Wat heb je fout gedaan in je leven?

“Het feit dat ik gescheiden ben, dat is het verdrietigste wat ik in mijn leven heb meegemaakt.”

Scheiden is toch niet fout als je beter niet meer bij
elkaar kunt zijn?

“Dat is waar, maar ik houd toch het gevoel dat ik beter op had moeten letten. Wellicht had ik dan gezien dat er scheuren ontstonden in de relatie met de liefde van mijn leven. Dan was er misschien nog iets aan te doen geweest. Het voelde als een amputatie, als falen. Zonder dat we er erg in hadden, zijn we uit elkaar gegroeid. We verstonden elkaar niet meer, maakten steeds heftiger ruzies. Dus voordat we elkaar in de grond zouden stampen, zijn we gaan scheiden.”

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Namen jullie zoons het jullie kwalijk?

“Nee. Omdat we geen vechtscheiding hadden, omdat mijn ex een fantastisch vader was – hij is in 2018 overleden – en omdat we na de scheiding een twee-onder-een-kapwoning hebben gekocht, waarvan we de zolders hebben doorgebroken. Daar sliepen de jongens. Die konden dus van binnenuit naar elkaar en naar ons. De jongens hebben het letterlijk gezegd: ‘Dat hebben jullie goed gedaan.’”

Ben je een leuke oma?

“Hm, dat zou beter kunnen. Tijdgebrek is daarin een factor. Maar ik probeer bijzondere dingen met ze te doen, neem ze soms mee op reis, laat ze zien wat mij zo trekt in het buitenland. Heel dierbaar is dat. En als oma weer eens naar Peru gaat, ga ik met ze in een Peruaans restaurant eten. Ik zie ze geregeld, hoor.”

Zeggen je zoons en kleinkinderen weleens dat je het wat rustiger aan moet doen of praten ze dan tegen een muur?

“Het antwoord is ja, dan praten ze tegen een muur, haha.”

Tekst | Marcel Langedijk
Fotografie | Marloes Bosch

Cover-M11

Dit artikel is eerder verschenen in Margriet 11– 2020 Dit nummer terug lezen? Ga dan naar Magazine.nl.

Ook interessant