Persoonlijk

Elly (64) werd mishandeld in een tehuis: ‘Mijn verleden heeft een grote impact op mij’

elly-64-werd-mishandeld-in-een-tehuis-mijn-verleden-heeft-een-grote-impact-op-mij.jpg

Elly Kouwenberg belandde op jonge leeftijd in een kindertehuis, waar ze stelselmatig werd mishandeld. Het tekende haar voor het leven.

“Mijn verleden heeft nog steeds een grote impact op mij. Vanaf mijn jeugd ging ik gebukt onder fobieën. Winkels durfde ik niet in en ik had last van claustrofobie. Opgesloten worden is nog steeds een van mijn grootste angsten; ik ga nooit een lift in uit angst dat die blijft vasthangen en de wc doe ik nooit op slot, zelfs niet in een restaurant. Ik durfde nergens alleen naartoe en was bang om iets verkeerd te doen.”

Dwanggedachtes

“Lange tijd legde ik niet de link met mijn jaren in een het kindertehuis. En toen werd ik moeder. Mijn kleintjes kregen op een gegeven moment dezelfde leeftijd als ik toen ik zo veel ellende meemaakte. Wat was ik nog jong toen het gebeurde, besefte ik ineens. Ik kreeg last van dwanggedachtes en steeds was ik bang dat ik mijn kinderen iets zou aandoen. Koste wat het kost wilde ik voorkomen dat zij hetzelfde zouden meemaken. “Mijn ouders scheidden toen ik nog maar een paar maanden oud was. Na de scheiding raakte mijn moeder zwaar overspannen. Ze werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en de verwachting was dat ze daar nooit meer uit zou komen.”

Uithuisplaatsing

“Inmiddels zat mijn vader voor langere tijd in de gevangenis, dus die kon ook niet voor ons zorgen. Onze oudere halfbroers en -zussen ook niet, die waren te jong. Dus werden mijn tweelingbroer en ik toen we acht maanden waren uit huis geplaatst, samen met onze anderhalf jaar oudere zus. We kwamen in een tijdelijk opvanghuis terecht en toen ik tweeënhalf jaar oud was, werden we overgeplaatst naar de Martha-Stichting in Alphen aan den Rijn. Mijn eerste herinnering aan dat tehuis is dat ik direct straf kreeg. Toen we aankwamen, moesten we ons melden in de directiekamer om ons voor te stellen aan de directrice. Een strenge, oudere mevrouw met een knot.”

Lichamelijke klachten

“In die kamer hing een groen fluwelen gordijn. Als nieuwsgierige peuter ging ik kijken wat er achter dat gordijn was. Meteen werd ik bestraft. Ik moest in de hoek staan, met mijn neus naar de muur. Dat was het begin van veel ellende. Mijn leven in het tehuis heb ik zelfs bijna met de dood moeten bekopen. Door de heimwee naar mijn moeder  kreeg ik hevige psoriasis. Van de arts in het tehuis kreeg ik, toen vijf jaar oud, zalf met kwik erin. Dezelfde dosering als aan volwassenen met deze huidziekte werd gegeven. Het kwik sloeg naar binnen en al na een paar weken kreeg ik pijn aan mijn benen. Die werd steeds erger tot ik niet meer kon lopen. Onderweg naar school – dat was tien minuten lopen – zakte ik door mijn benen.”

Lees ook:
Bewezen: grote geheimen bewaren is slecht voor je gezondheid

Kantje boord

“Ik werd meegesleurd naar school en moest later als straf rondjes in het park van het tehuis lopen, in de vrieskou. Ging ik zitten, dan kwam er een halfuur bij. Ze vonden namelijk dat ik me aanstelde. Ik werd zieker en zieker en werd uiteindelijk opgenomen in het ziekenhuis. Het was kantje boord, de dominee kwam zelfs al langs om afscheid van me te nemen. Ik kon niet meer praten, lopen of eten. De hele dag staarde ik apathisch voor me uit, maar hoorde alles. Mijn moeder kwam op bezoek en was vreselijk aan het huilen. Ik ga niet dood, wilde ik schreeuwen, maar dat lukte me niet. Een halfjaar lag ik in het ziekenhuis en tegen alle verwachtingen in herstelde ik. Deze periode wakkerde een enorme vechtlust bij me aan. Ik besloot: jullie zullen mij niet klein krijgen. Ik laat me niet kapot maken.” 

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

Totaal onderkoeld

“Alles was een aanleiding tot straf. Als we ruzie maakten met een ander kind; als we niet meteen deden wat ons werd opgedragen. Als we lagen te zingen in bed. Als we het velletje op de warme melk niet wilde opeten. Ook kregen we zes dagen lang hetzelfde stukje inmiddels beschimmelde bloedworst voorgeschoteld, omdat we dat weigerden te eten. De begeleiders propten het in onze mond en wij spuugden het weer uit. De straffen waren niet mis. Soms moesten we uren in de kou rechtop naast ons bed staan. En er waren lijfstraffen: een draai om de oren, een klap of er werd met een Spaans rietje op je handen geslagen. Ik kreeg zó vaak straf, dat ik weleens dacht: wanneer houdt dit op?”

Straf

“Eén van de ergste herinneringen was dat ik als zevenjarige werd gestraft voor een kussengevecht op de slaapzaal – de andere kinderen gaven mij de schuld terwijl ik niet eens had meegedaan. Het was midden in de winter. Op mijn blote voeten en in een dunne pyjama werd ik meegenomen naar een kast onder de keldertrap. Ik zie nog de zwart-witte tegels op de vloer voor me. Het was er ijskoud. Het licht mocht niet aan en ik moest er tot elf uur blijven staan. Ik zong liedjes om me bezig te houden. ‘Mond houden!’ werd er naar me geschreeuwd. Ik had geen benul van tijd en stond er urenlang. Mijn handen en voeten deden pijn van de kou. Wat bleek: ze waren me vergeten.”

De leidster

“Tot de volgende ochtend zeven uur heb ik daar gestaan, tot ik iemand hoorde langslopen. Met mijn laatste krachten bonsde ik op de deur. Mijn favoriete leidster, een lieve vrouw met wie ik een goede band had, deed de deur open. Zij schrok zich wezenloos toen ze mij totaal onderkoeld in die kast aantrof. In de slaapzaal wikkelde ze mij in een aantal dekens. Woedend stapte ze naar de leiding: ‘Dit is kindermishandeling! Als jullie dit nog een keer doen stap ik naar de politie.’ Ik heb daarna nog drie jaar in het tehuis gezeten en kreeg in die laatste jaren minder straf. Waarschijnlijk waren ook de andere begeleiders van dit incident geschrokken.”

Lastig meisje

“Gelukkig ging het na een aantal jaar beter met mijn moeder. We mochten weleens bij haar op ‘weekendverlof’ en dan vertelden we haar hoe het er in het tehuis aan toe ging. Dat brak haar hart. Toen ik door die kwikzalf steeds zieker werd, heeft ze mij een keer na zo’n verlof thuis gehouden. Toen kam de politie mij samen met iemand van de kinderbescherming thuis ophalen. Dat ging gepaard met flink wat geweld. Ik verzette me hevig, maar zij rukten mij hardhandig uit de armen van mijn moeder en smeten me in de politiewagen. Ik zie mijn moeder nog huilend bij de voordeur staan. Maar ze vocht als een leeuwin om haar kinderen terug te krijgen en spande met succes rechtszaken aan tegen de kinderbescherming. Toen ik tien was, gingen mijn broer, zus en ik weer bij haar wonen. 

Nieuwe regels

“Wat was ik blij om dat ellendige tehuis achter me te laten. Thuis kwam ik in een oase van rust en liefde terecht. Mijn moeder had zich aangesloten bij de Jehova’s Getuigen en wij moesten ook mee naar de vergaderingen. Toen ik dertien was, hertrouwde mijn moeder met een geloofsgenoot. Daarna veranderde alles. Hij was streng in het geloof en wij mochten niets meer. Niet naar de bioscoop, niet naar een verjaardag, we vierden geen feestdagen meer. Ik werd ouder en verzette me tegen deze regels. Toen ik verkering kreeg met mijn buurjongen – iets wat natuurlijk niet mocht – barstte de bom en werd ik het huis uit gezet. Op mijn negentiende trouwde ik met mijn buurjongen. Het was geen gelukkig huwelijk, dat later in een scheiding zou eindigen. We kregen drie kinderen.”

Grote impact

“Al die tijd had ik in de overleefmodus gestaan en mijn jeugd weggeduwd, maar nu werd ik door het moederschap met terugwerkende kracht boos. Woedend zelfs. Hoe konden mensen onschuldige kinderen zo veel pijn doen? Ik wilde de mensen die mij zo beschadigd hadden ter verantwoording roepen. Ik zocht de oud-directrice van het tehuis op. Ze was inmiddels in de negentig. Ik vertelde haar dat alles wat mij was aangedaan grote impact had op mijn leven. Ze zei dat ik altijd een lastig meisje was, en dat ik daarom steeds werd gestraft.”

Het motto

“Spaar de roede niet, was het motto. ‘Houdt u eigenlijk wel van kinderen?’ vroeg ik haar. ‘Als ik van kinderen hield, had ik dit werk nooit kunnen doen,’ was haar antwoord. Ze toonde geen enkel blijk van berouw. Ook zocht ik contact met een leidster, die mij huilend haar excuses aanbood. Ze beaamde dat ik nooit zo behandeld had mogen worden. Die erkenning deed me wel goed, maar de pijn en het verdriet werd er niet minder door. Ik was voor de rest van mijn leven beschadigd.”

Lees ook:
Nog nooit verteld: ‘Ik werd mishandeld door mijn dochter’

Nachtmerries

“Drie jaar geleden werd ik benaderd door de schrijver Kees Visschedijk, die toen werkte aan Het boek der martelaren; verhalen uit de Martha-Stichting. Voor dit boek interviewde hij tientallen oud-bewoners. Ik deelde mijn verhaal met hem, en vanaf dat moment gingen de sluizen bij mij open. Ik kreeg nachtmerries over vroeger en werd dan badend in het zweet wakker. Altijd had ik me een houding aangemeten dat ik sterk moest zijn. Niemand mocht mij meer kwetsen of verdrietig zien. Weinig mensen in mijn omgeving wisten van mijn verleden in het tehuis. Dat hield ik voor mezelf, ik wilde niet zielig worden gevonden. Maar tijdens de gesprekken met Kees begon ik te huilen. Het verbaasde me dat ik er zo emotioneel van werd. Mijn pijn zat dus dieper dan ik dacht.”

Elly (64) werd mishandeld in een tehuis: 'Mijn verleden heeft een grote impact op mij'

Het verleden

“Ik besloot om mijn hele levensverhaal op te schrijven. Dat werkte therapeutisch en zorgde voor de nodige zelfreflectie; nu pas snap ik hoe ik in elkaar zit. Waarom ik in paniek raak in kleine ruimtes, waarom ik zo bang was om gestraft te worden toen ik uit het geloof stapte. En waarom ik altijd zo boos was. Sindsdien is er een enorme kentering gekomen qua zelfinzicht. Ik begrijp waarom mijn laatste relatie na 25 jaar stukliep. Niets was in mijn ogen goed en alles moest gaan zoals ik het wilde. Alles reageerde ik op mijn ex-partner af, die al jaren riep dat mijn gedrag met mijn verleden te maken had. Hij had gelijk, maar dat wilde ik toen niet zien.”

Onderzoek

“Uit een onderzoek van commissie-De Winter naar geweld in jeugdinstellingen bleek onlangs dat één op de tien mensen met een verleden in de jeugdzorg aangeeft slachtoffer te zijn geweest van fysiek of psychisch geweld. Eindelijk, dacht ik toen ik dit hoorde. Nu komt naar buiten wat kinderen jarenlang is aangedaan.”

Een beschadigd maar gelukkig mens

“Jeugdzorg liet en laat nog steeds zo veel steken vallen en ik hoop dat hier nu eindelijk iets aan wordt gedaan. Dat kinderen die uit huis zijn geplaatst beter worden behandeld en serieus worden genomen. Al ben ik bang dat dit rapport gewoon weer in een bureaulade verdwijnt. Ondanks alles zie ik mezelf als een beschadigd maar gelukkig mens. Mijn kinderen maken mij blij, net als mijn zes kleinkinderen. Ik heb een hecht contact met ze en ik ben dankbaar dat ik mijn zoon en dochters een betere jeugd heb kunnen geven. Het zijn mooie mensen met een goed hart die altijd voor iedereen klaarstaan. Dan heb ik toch iets goed gedaan.”

m32

Dit interview verscheen eerder in Margriet 32-2020. Deze editie nabestellen kan via magazine.nl.

Tekst | Anne Broekman
Beeld | Mariël Kolmschot iStock

Ook interessant