Persoonlijk

Nog nooit verteld: ‘Een baby zou mijn figuur verpesten’

babyfiguur.jpg

Simone heeft geen kinderen. Tegen de buitenwereld doet ze alsof dat haar eigen keuze was. Maar ze had wél een kinderwens, ooit. Haar eetstoornis stond die in de weg.

“Laatst, op een feestje in de buurt, werd mijn zere plek ruw geraakt. Ik stond bij een groepje vrouwen die over hun kinderen en kleinkinderen spraken. Ik hield me stil, zoals altijd als het over dit onderwerp gaat. Tot een van hen zich naar mij toedraaide. ‘En jij, ben jij al oma?’ Zonder op mijn antwoord te wachten, ratelde ze: ‘Heerlijk joh, zul je zien: niet de volle verantwoordelijkheid, maar wél genieten!’ Er viel een pijnlijke stilte toen ik haar antwoordde dat ik geen kinderen heb. En dus ook geen kleinkinderen zal krijgen. De vrouw werd rood. Normaal red ik zo’n situatie. Dan zeg ik dat ik daar zelf voor heb gekozen. En dan glimlach ik, totdat iedereen weer ontspant.
Maar dit keer voelde ik daar niets voor. Dan had ze maar niet zo voortvarend moeten zijn. Er zijn nu eenmaal ook vrouwen zónder kinderen, daar mogen mensen best wat meer bij stilstaan. Hoewel ik al tegen de zestig loop, doet zo’n directe, onbehouwen vraag me nog altijd pijn. Want dat het mijn eigen keuze is, is niet waar. En de andere zin die ik vaak gebruik – ‘Ach, het is nu eenmaal zo gelopen’ – doet ook geen recht aan het verdriet dat ik voel dat ik geen gezin heb.”

Erbij horen

“Ik was vroeger echt een poppenmeisje. Ik speelde graag ‘vadertje en moedertje’. Ooit zou ik een groot gezin hebben, dat wist ik zeker. Om die reden zag ik het nut van leren ook niet zo in. Dat ik werd gepest, versterkte mijn weerzin tegen school. In mijn puberteit spijbelde ik veel, tot mijn vader ingreep en me naar een heel strenge school stuurde. Daar wrong ik me in allemaal bochten om er eindelijk bij te horen. Ik was al jong aan het vakkenvullen, om wat bij te verdienen en hippe kleren te kunnen kopen. En omdat ik de populaire meisjes van mijn klas weleens hoorde praten over diëten en afvallen, besloot ik dat ook te doen, want ik vond mezelf te dik. Ik begon mezelf uit te hongeren. In het begin kon ik dat heel goed, en dat gaf me een kick. Tot ik steeds vaker ’s avonds laat de trap af sloop om de keukenkastjes na te lopen. Dan propte ik me helemaal vol met wat ik ook maar vond. Ik kocht stiekem tassen vol snoep en chips, die ik dan ons huis binnensmokkelde. Afschuwelijk, want door mijn vreetbuien paste ik mijn zuurverdiende kleding al snel niet meer. En toen
ontdekte ik dat ik alles wat ik naar binnen propte er ook weer uit kon gooien… Een uitkomst, want zo wist ik mijn mooie lijntje te behouden.
En begon ik er wél bij te horen op school. Nu, zo veel jaar later, weet ik heus dat dat niet door mijn slanke lichaam kwam, maar door het feit dat ik meer zelfvertrouwen kreeg en daarom meer van mezelf durfde te laten zien. Maar voor mij werd toen de koppeling gemaakt tussen ‘slank’ en ‘goed’. Als ik maar slank was, dan telde ik mee. Dan mochten mensen me. Als ik dik was, verdiende ik het om te worden verschopt. Dan was ik slecht. Weerzinwekkend zelfs.”

Geobsedeerd door de lijn

“Jarenlang heb ik in het geheim met boulimia gekampt. Rond mijn dertigste heb ik een tijd in een kliniek voor eetstoornissen gezeten. Dat hielp deels. Ik leerde gezond en regelmatig te eten en had geen uitschieters meer. En ik stopte met overgeven, goddank, anders was mijn lichaam nu in een heel andere staat geweest. Maar waar ik níét mee stopte, was obsessief bezig zijn mijn lichaam en lijn. Ik vond het nog steeds heel belangrijk om slank te zijn. Zó belangrijk, dat het een obsessie was. Ik woog me elke dag en hoewel ik met pijn en moeite leerde accepteren dat daar soms schommelingen in zaten van een halve kilo, voelde ik me diep ellendig als ik ook daar nog bovenuit kwam. Dan was mijn hele humeur verpest en rustte ik niet voordat de weegschaal weer het gewenste gewicht aangaf.”

Spijt en verdriet

“Op een gegeven moment wilde ik graag kinderen. Ik had ook een vriend die ervoor openstond. Maar ik durfde het niet. Ik was te bang om de controle over mijn lichaam en mijn gewicht te verliezen. De gedachte dat mijn buik zou opzwellen als een skippybal en daarna mogelijk nooit meer hetzelfde zou worden, was voor mij een onaanvaardbaar horrorbeeld.
En mijn angst bleek groter dan mijn kinderwens. Toen ik toch maar besloot om te stoppen met de pil, om het lot te laten beslissen, was ik voortdurend in paniek. Ik kampte
met hyperventilatie en de twee keer dat ik over tijd was, was ik helemáál overstuur. Mijn vriend begreep er niets van en onze relatie is erop stukgelopen. Achtendertig was ik toen; diep in de put en eenzaam, maar vastbesloten om zwanger worden aan mij voorbij te laten gaan, hoe erg ik dat ook vond. Maar ik kón het niet, heel simpel.
Achteraf vind ik het doodzonde dat ik toen niet opnieuw in therapie ben gegaan. Ik had hulp moeten zoeken, niet moeten weglopen voor mijn angst. Niet tegen iedereen smoesjes ophangen waarom ik geen gezin stichtte. Maar de moed om mijn obsessie onder ogen te zien vond ik pas jaren later en toen waren mijn vruchtbare jaren voorbij. ‘Het is zo gelopen…’ Ja, dat klopt dus wel, maar niet zonder dat ik daar veel spijt en verdriet van heb. Maar dat deel ik natuurlijk niet op feestjes of in een gesprek over koetjes en kalfjes. Ik wil me ook helemaal niet kwetsbaar opstellen. Want ik weet dat het voor anderen onbegrijpelijk is dat ik mijn kinderwens heb opgegeven voor een perfect figuur. Voor mezelf ook. Ik ben nog altijd slank, maar veel liever had ik een groot gezin gehad. En was ik ook oma geworden.”

Interview | Lydia van der Weide
Beeld| iStock

De namen in deze tekst zijn vanwege 
privacyredenen gefingeerd. Ook (anoniem) een geheim delen? 
Er wordt integer en vertrouwelijk met je 
bericht omgegaan. Mail naar Lydia van 
der Weide: redactie@margriet.nl.

Dit interview stond in Margriet 2018-27. Deze editie kun je nabestellen via Magazine.nl

Ook leuk om te lezen

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Ook interessant