null Beeld Mariel Kolmschot. Visagie: Carmen Zomers.
Beeld Mariel Kolmschot. Visagie: Carmen Zomers.

PREMIUM

‘Eberhard is negen maanden ziek geweest, symbolisch genoeg precies de tijd die nodig is om een mens te maken’

Het is dit jaar vijf jaar geleden dat voormalig burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan overleed. Zijn weduwe Femke, moeder van zijn drie kinderen, schreef een openhartig en ontroerend boek over hun leven samen.

“Van het begin af aan wist ik dat ik een boek over de essentie van onze liefde wilde schrijven, maar in eerste instantie had ik een meer journalistieke aanpak voor ogen. Dat is een beetje anders geworden. Ons verhaal is de moeite waard om te vertellen, denk ik. Het geeft een beeld van wie en hoe wij samen waren.”

‘Ik viel op zijn liefheid en intelligentie’

“Eberhard en ik leerden elkaar kennen op zijn advocatenkantoor, waar ik als secretaresse kwam werken. Het werd uiteindelijk het klassieke verhaal: de advocaat en de secretaresse werden verliefd op elkaar. Ik viel op zijn liefheid, humor en intelligentie. Ook intellectueel hadden we een klik. Wij waren een goede match.”

Loodzware baan

“We trouwden en kregen drie kinderen, twee meisjes en een jongen. Die eerste jaren was ons bestaan nog overzichtelijk. Dat veranderde in 2008. Eberhard, die al jaren voor de PvdA politiek actief was, werd minister van Wonen, Wijken en Integratie. Dat was wel even iets anders dan de advocatuur met een paar ‘bestuurtjes’ hier en daar. Vanaf dag één was duidelijk hoe ons leven was veranderd, al dachten we aanvankelijk dat de druk van het ministerschap vooral een kwestie van wennen was. Maar het was wat het was: een loodzware baan. Elke avond kwam hij thuis met de bekende ‘loodgieterstassen’ vol dossiers die nog moesten worden doorgewerkt. Ik wende snel aan het vaste telefoontje in de avond of diep in de nacht: ‘Ik rijd nu weg uit Den Haag.’”

Alles voor de stad

“Twee jaar later viel het kabinet en kwam de burgemeesterspost van Amsterdam vrij. Die stap besprak Eberhard natuurlijk wel met mij, maar het bleef uiteindelijk zijn beslissing. Ik vind dat je de ander daarbij niet in de weg moet zitten. Zijn benoeming had grote consequenties voor mij, voor ons, maar we hadden toen nog geen idee wat het burgemeesterschap precies zou inhouden. Eberhard ook niet, geloof ik. Mij leek het vooral fijn omdat we al in Amsterdam woonden; er zouden in de nachtelijke uren geen ‘ik rijd nu weg uit Den Haag’-telefoontjes meer komen.”

“Eberhard en ik maakten er grapjes over: het zou vooral – ik chargeer nu even – een leven worden van linten doorknippen en Sinterklaas ontvangen. In elk geval minder hectisch. Dat was dus een verkeerde aanname. Burgemeester ben je zeven dagen in de week, 24 uur per dag. En in een grote stad als Amsterdam is er altijd wel iets aan de hand. ‘Alles voor de stad’, dat was Eberhards’ motto. Dat hij zich zo intensief inzette was niet ter meerdere glorie van hemzelf of van zijn carrière. Het ging hem puur om de zorg voor de anderen. Dat was wat hem dreef.”

Anoniem als ‘vrouw van de burgemeester’

“Voor mij was het soms even slikken, want veel dingen gingen ook vóór het gezin. Maar dat hoort er nu eenmaal bij als je zo’n openbare functie goed wilt doen. En natuurlijk bracht het burgemeesterschap ook heel leuke dingen met zich mee. Ik heb bijzondere dingen meegemaakt, mooie mensen ontmoet en op cultureel gebied enorm veel gezien. Ik had ook echt wel het idee dat ik iets bijdroeg, al was het maar in een faciliterende rol, zodat Eberhard zijn functie kon uitoefenen.”

“Als ‘vrouw van de burgemeester’ ben ik achteraf gezien behoorlijk anoniem gebleven. Dat vond ik fijn. Zelfs als ik letterlijk naast Eberhard stond kon men mij vaak moeilijk plaatsen. Ik werd vaak versleten voor zijn woordvoerster. En bij de inhuldiging van Willem-Alexander was op tv te zien hoe Eberhard en ik bij het koningspaar op de boot stonden. Later hoorde ik dat veel mensen zich hadden afgevraagd wie ‘die andere vrouw’ was. De conclusie was dan dat ik waarschijnlijk de directeur van filmmuseum EYE was. Omdat de boot daarvandaan vertrok.”

Rustiger aan

“Waar ik bleef in het geheel? Dat is een terechte vraag. Maar is ‘waar bleef hij?’ niet net zo legitiem? Eberhard zette zijn eigen behoeften net zo goed op de laatste plaats. In die zin hebben wij allebei een offer gebracht. Ik heb van nature, denk ik, een beetje de neiging om mij in bepaalde situaties kleiner te maken. Of liever: mij geruisloos aan te passen aan de ruimte die er is. Daar heb ik niet zo’n moeite mee. Schuldgevoel, daar kan ik ook snel last van hebben. Toen Eberhard ziek werd, dacht ik: heb ik wel goed genoeg voor hem gezorgd? Als we het over de toekomst hadden, zou hij het, beloofde hij, veel rustiger aan gaan doen. Hij zag het helemaal voor zich, een huis met een bordje naast de deur: Eberhard van der Laan, advocaat & mediator. Rustiger. Veel rustiger. Ik kon het me moeilijk voorstellen.”

null Beeld

Pijn verbijten en hoop houden

“In 2013 werd hij voor de eerste keer ziek: prostaatkanker. De genezing ging voorspoedig. In 2017 kreeg hij pijn aan zijn sleutelbeen. Eberhard werd een paar keer onderzocht. Er werd niets gevonden. Misschien iets gekneusd, verdraaid, gescheurd? Tot hij zich van de pijn niet meer zelf kon aankleden. Het ziekenhuis waar hij het snelst kon worden onderzocht was toevallig het in kanker gespecialiseerde Antoni van Leeuwenhoek. Maar aan zo’n ernstige aandoening dachten wij helemaal niet. De diagnose kwam daardoor onverwachts: uitgezaaide longkanker. Ik wist niet eens dat longkanker kan uitzaaien naar de botten die dan kunnen breken.

‘Wij kunnen dit, meisje,’ zei hij tegen mij. En dat bleef hij zeggen. Eberhard wilde er niet aan denken dat hij dood zou gaan. Ik wel, ik wist het meteen. Thuis, op zijn nachtkastje, lag de dikke biografie van Winston Churchill. Die gaat hij niet uitlezen, dacht ik. Maar Eberhard hield hoop. En dat bleef hij houden. Dus: tanden op elkaar, pijn verbijten en doorwerken, want ‘alles voor de stad.’ Er zat door het calvinistische milieu waar hij uit voortkwam ingebakken dat alleen keihard werken en voor anderen zorgen bestaansrecht geeft.”

‘We moesten door’

Eberhard heeft alle behandelingen ondergaan die mogelijk waren. Het was af en toe heftig, maar daar sta je daar nauwelijks bij stil. Het gaat vooral om wat praktisch nodig is. Handelen. Ik had mijn zorg om hem, om onze drie kinderen en daarachter lag nog een hele stad. Ik ben sowieso geen type dat makkelijk omvalt of in elkaar stort. We moesten door. Ik telde zijn pillen uit, stopte ze in de goede vakjes, stelde zijn alarm in zodat hij wist wanneer hij wat moest slikken en hielp hem met aankleden. Dat aankleden kreeg steeds meer het karakter van zo’n zenuwspiraal. Hij was het apparaat met de ijzeren draad, ik de speler met de ring aan het stokje. Als ik hem op een aangetaste plek aanraakte en hij verging van de pijn, ging er bij wijze van spreken een alarm af. Opnieuw, andere route. Ik werd er steeds behendiger in. Ik verdiepte me in zijn ziekte, in het behandelplan, in wanneer hij wat moest slikken en waarom. Hij verwees zijn artsen die de stand van zaken wilden bespreken direct door naar mij. Hij wilde door, blijven leven. ‘Wij kunnen dit, meisje.’

‘Wanneer stoppen we?’

Het onderwerp: ‘waar ligt de grens, wanneer stoppen we?’ hebben wij nooit besproken. Hij was degene die dood zou gaan, niet ik. Ik vind het vanzelfsprekend dat het zo veel mogelijk op zijn manier ging. Het enige wat ik zeker wist is dat ik hem zou verliezen. Maar aan die concrete gedachte gaf ik zelf ook niet zo veel ruimte.”

Verdriet en verliefdheid

“Ik weet nog dat we keer door het AVL liepen en dat ik twee mannen die hem herkenden, tegen elkaar hoorde zeggen: ‘Weet je dat-ie gewoon doorwerkt? Hij gaat hartstikke dood. Dan ben je toch niet helemaal lekker? Dan ga je toch thuis zitten? Leuke dingen doen? Genieten? Waar ben je dan mee bezig?’ Natuurlijk heb ik dat ook gedacht. De diagnose werd in januari 2017 gesteld, op 18 september van dat jaar legde hij zijn werk neer en hij overleed op 5 oktober. Na zijn dood, als ik me even wankel voelde, vroeg ik me soms wel af: was ik het dan niet waard? Maar het had niets met mij te maken of met ons gezin. Hij was dol op ons.”

“Ik zei altijd: ‘Eberhard heeft vijf zwakke plekken.’ Dat waren zijn vijf kinderen, drie van ons van en twee oudere kinderen uit zijn vorige relatie. Hij was een heel lieve vader. Niet erg praktisch en veel afwezig, maar ze wonden hem zo om hun vingers. Na de diagnose hebben wij de kinderen eerlijk verteld wat er aan de hand was, maar je merkt dat het leven voor hen gewoon doorgaat. Eberhard is negen maanden ziek geweest – symbolisch genoeg precies de tijd die nodig is om een mens te maken – en zoals alles went, went het hebben van een zieke vader ook. Maar hoe het is om hem daadwerkelijk te verliezen, is een ander verhaal."

Rouw kent geen sluipwegen

“Dat gebeurde op die vijfde oktober, toen ik achterbleef met drie kinderen van dertien, tien en negen jaar. Als ouder wil je alles wat moeilijk is voor ze oplossen, maar dat was in dit geval onmogelijk. Dat heb je te accepteren, het is wat het is. Rouw kent ook geen sluipwegen. Neem je die wel, dan kom je jezelf later toch weer keihard tegen. Het was enorm confronterend dat de man met wie ik zeventien jaar samen was, er opeens niet meer was. Wie wij samen waren, dat miste ik het meest. Nu, vier jaar later, heb ik gemerkt dat het verdriet om hem en een nieuwe liefde naast elkaar kunnen bestaan. Er is weer een man in mijn leven. Maar Eberhards afwezigheid voel ik nog steeds. Dat hij die ruimte inneemt ervaar ik als heel prettig.”

Aan de randen van de dag, het verhaal van een liefde door Femke van der Laan, kost € 22,99 en is een uitgave van uitgeverij NieuwAmsterdam.

Heleen SpanjaardMariel Kolmschot. Visagie: Carmen Zomers.
Meer over

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden