Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Marinet (50) had drie vormen van borstkanker tegelijk

marinet-50-had-drie-vormen-van-borstkanker-tegelijk.jpg

Marinet Koeman (50) kreeg in februari 2018 de diagnose borstkanker. Sterker nog: ze had drie vormen van borstkanker tegelijk. Een invasieve behandeling volgde. “Je geneest nooit helemaal van kanker.”

“Het ging ontzettend goed met mij toen ik ziek werd. Ik voelde me zo gezond. Het hele jaar door deed ik aan koudwaterzwemmen in het IJsselmeer. Ik had al heel lang geen griep meer gehad, zelfs geen snotneus. Ook in mijn kunnen als mens voelde ik me beter dan ooit, in mijn werk, in mijn gezin, ik vond mezelf tof, had leuke vrienden. Eigenlijk ging alles geweldig. Tot ik aan het werk was en ik een stofje van mijn kleding streek. Ik voelde een bobbel. De huisarts zei: ‘Ga maar meteen door naar het ziekenhuis, want ik vertrouw het niet.’ Het eerste gesprek met een dokter in het ziekenhuis vond ik raar. De man tegenover me had duidelijk in zijn opleiding geleerd hoe hij slecht nieuws moest brengen. Hij keek me aan en zei: ‘Mevrouw, gaat u maar even zitten, u heeft borstkanker.’”

Afwijkende vorm van borstkanker

“Daarna liet hij een stilte vallen waarin ik dan kon reageren. Maar ik wilde vooral weten wat er ging gebeuren: wat moest ik allemaal doen, wat was het traject, hoe kon ik dat plannen en wanneer kon ik dan weer door met mijn leven? Na dat gesprek kreeg ik nog een telefoontje: ze hadden nog even naar de foto’s gekeken en vastgesteld dat ik een afwijkende vorm van borstkanker had. Het waren twee vormen: ik had de huis-, tuin- en keukenvariant, maar ze zagen nog een andere vorm van kanker, die moeilijker te behandelen was. De vormen zaten ook door elkaar, het was een mengbeeld. Een week later kreeg ik weer een telefoontje. Ze hadden nog wat beter gekeken en er bleek nog een derde vorm van kanker te zijn. Dat was een kankersoort die normaal gesproken alleen in de longen en darmen voorkomt.”

Nieuwe, bizarre werkelijkheid

“Ik kreeg dus slecht nieuws op slecht nieuws. In het ziekenhuis hier in Hoorn wisten ze niet zo goed wat ze ermee aan moesten. Ze vroegen het VUmc in Amsterdam mee te kijken. Dat maakte het allemaal een beetje eng: op welke dokter moest ik nou vertrouwen? Uiteindelijk heb ik gekozen voor het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis, waar ik gelukkig meteen op mijn plek was. Na een tijdje kwam er een behandelplan en dat was voor mijn gevoel het einde van een nare, onzekere periode. Er was duidelijkheid en ik gaf me over aan een nieuwe, bizarre werkelijkheid. Ik stapte als het ware uit de oude structuur en in de nieuwe, opgelegde structuur. Ik kreeg chemokuren, maar een ander soort kuren dan alle lotgenoten met wie ik contact had. Dat komt waarschijnlijk door de zeldzame vorm van kanker die ik had.”

‘Die kuren hebben mij gesloopt’

“Voor en na elke chemokuur moesten mijn nieren worden gespoeld omdat de medicijnen zo’n aanslag waren op mijn lichaam. Die kuren hebben me gesloopt. Ik voelde me heel ziek. De kans was 45 procent dat ik het zou overleven, maar de chemo sloeg zo goed aan dat de oncoloog in haar handen stond te klappen van blijdschap. Na de derde chemo wisten we al dat ik het zou overleven. Dat was fantastisch nieuws; iedereen was in een feeststemming, maar ik kon het niet zo goed voelen.”

Borsten

“Misschien kwam dat ook doordat ik al zo veel slecht nieuws had gehad. En ik denk dat ik veel uitgestelde emoties had. Dat moet denk ik ook, want je hebt al je energie nodig om te overleven. Omdat de kuren zo goed waren aangeslagen, mocht ik mijn borst houden. Toen ik dat hoorde, was ik wel in een hoerastemming: ooo, ik mag haar houden! Na de chemokuren kreeg ik dus een borstbesparende operatie. Daarna heb ik nog 21 bestralingen gehad.”

Sluipmoordenaar

“Het rare van kanker is: je gaat gezond het ziekenhuis in omdat ze zeggen dat je ziek bent. De dokter kijkt naar een scherm, ziet daar een plaatje en zegt: ‘Je bent doodziek. En omdat je doodziek bent moet je nu gaan doen wat wij zeggen dat het beste is.’ En dan word je heel ziek van de behandelingen en op dat moment zeggen ze dat je beter bent… Ik kan er nog steeds niet helemaal mee uit de voeten dat ik me zo gezond voelde. Dat ik nooit iets gevoeld of gemerkt heb en dat er toch een sluipmoordenaar in mij zat. Ik denk wel dat het me nederiger heeft gemaakt: ik dacht dat ik alles wist en alles zou aanvoelen, maar ik weet niet alles. Ik heb niet alles in de hand. Het ziek-zijn maakte me heel onzeker. Ik deed altijd veel voor anderen, maakte anderen blij.”

Lees ook:
Onderzoekers vinden ‘baanbrekende’ nieuwe behandeling tegen kanker

‘Wat was ik nog waard als ik niks te geven had?’

“Ik ontleende mijn waarde aan wat ik gaf aan anderen, met mijn optredens als zangeres, in mijn werk als coach. Ineens was ik ziek en kon ik niks meer geven. Wat was ik nog waard als ik ziek was en niks te geven had? Ik voelde me ook onzeker tegenover mijn man: wat was ik waard voor hem als ik niet meer de sterke, grappige vrouw was die er altijd voor hem is? Hij moest nu voor mij zorgen. Wat was ik waard als moeder nu ik mijn kinderen niet meer kon helpen? Ik raakte helemaal in de knoop met mezelf en ik voelde me ook schuldig tegenover mijn man en kinderen: wat deed ik ze aan? Met mijn hoofd wist ik dat ik er niks aan kon doen, maar zo voelde het niet. Ik had het idee dat ik niks meer was en niks meer betekende.”

Afschuwelijk moment

“Het was heel confronterend om te beseffen dat ik zo mijn waarde ontleende aan het helpen van anderen. Ik herinner me een afschuwelijk moment tijdens mijn ziekte. We waren met mijn hele familie op vakantie in Oostenrijk. We waren uit eten geweest en op de terugweg kon ik ineens niet meer lopen. Ik had plotsmoe-aanvallen, zoals ik dat noemde, en op de weg terug had ik zo’n aanval van plotsmoe. Het was nog maar honderd meter naar het huis, maar mijn benen konden gewoon niet meer. Mijn man moest de auto halen. Dat moment dat ik daar zat, in het donker, in de sneeuw, op mijn kont, met die krachteloze trillende benen; mijn man die naar de auto rende en alleen maar heel lief was. Ik kon alleen maar huilen.”

Geen haar meer

“Ik voelde me zo weerloos, als een baby bijna. Ik was altijd degene die mensen hielp en nu was het omgekeerd.”Op momenten dat ik me zo weerloos voelde, was ik me er ook zo van bewust dat ik kaal was. Dat voelde op een rare manier vernederend. Ik had altijd lang haar en dat stak ik altijd een beetje woest op. Dat was mijn visitekaartje, ik was de avontuurlijke, vrije, sterke vrouw. Dat was weg. Je haar is ook een beetje je identiteit en die legde ik af. Op andere momenten voelde ik dat ik mijn haar niet nodig had om ertoe te doen.”

Vallen en opstaan met borstkanker

“Op een gegeven moment kwam er een kantelpunt in die vreselijke onzekerheid, na mijn laatste chemo, en realiseerde ik me: ik ben meer dan wat ik doe. Mensen houden niet van mij om wat ik ze geef, maar om wie ik ben. Ik lag op bed en naast me stond een bos bloemen die ik van een vriendin had gekregen. Ik zag een roze, kwetsbare bloem en ik dacht: als die bloem in deze kwetsbaarheid kan leven, kan ik het ook. Ik bleef kijken naar die bloem: als die bloem het kan, kan ik het ook. Dat inzicht was wel een groot cadeau. Daarna bleef het nog wel een oefening om me over te geven aan het ziek-zijn, om niet sterk te hoeven zijn. Dat ging met vallen en opstaan, maar het werd ook makkelijker. Ik was ook minder geneigd me terug te trekken, zoals ik in het begin deed.”

Lees ook:
Kijken én voelen: zo kun je je borsten grondig checken op borstkanker

Sociale contacten

“Ik herinner me dat een vriendin me belde en dat ze zei: ‘Ik zou zo graag even bij je willen zijn, want ik mis je en ik wil weten hoe het met je gaat.’ Ik zei tegen haar: ‘Dat kan wel, maar ik vind het ook spannend, want ik ben zo kwetsbaar. Het kan zijn dat ik in het gesprek een plotsmoe-aanval krijg en dan moeten we het bezoek afbreken.’ Ze wilde me toch zien en dat was voor mij een eyeopener: als ik op deze manier mijn grenzen aangeef en zij zegt ja, is het helemaal niet eng. Sterker nog, ik merkte dat mijn contacten veranderden als ik me in al mijn kwetsbaarheid liet zien. Zij liet ook meer van zichzelf zien, ze vertelde over dingen die haar bang maakten en hoe moeilijk ze het vond hulp te vragen, net als ik.”

‘Je geneest nooit helemaal van kanker’

“Zij liet zich inspireren en daardoor werd ons contact nog echter. Je geneest nooit helemaal van kanker. Ik ben nog steeds aan het verwerken, en ik niet alleen, mijn man ook. Bij het jaarlijks onderzoek in het ziekenhuis zag ik hem weer verstarren, tranen in zijn ogen. De dreiging dat er elk moment iets kan gebeuren in het leven, die blijft. Die was er daarvoor ook, maar toen zag ik dat niet. Kanker heeft mij definitief veranderd, de ziekte heeft me wakker gemaakt voor de realiteit van het leven, ik heb wat illusies achtergelaten. Vroeger ging ik door het leven in de overtuiging dat me niks kon overkomen. Dat was prettig, maar ik vind het leven in al zijn naaktheid ook heel waardevol. De realiteit is dat we kwetsbaar zijn. Juist dat er altijd van alles kan gebeuren, maakt het leven zo kostbaar.”

Marinet (50) had drie vormen van borstkanker tegelijk

Vertrouwde omgeving

“Ik had achteraf gezien makkelijker met dat gevoel van kwetsbaarheid om willen gaan, minder paniek willen voelen, maar ik weet dat ik dat niet anders kon. Ik moest de angst ervoor helemaal doorvoelen om vrede te kunnen sluiten met juist die kwetsbaarheid. En ik voel me respectvoller tegenover het leven. Vroeger joeg ik bijzondere ervaringen na om te voelen dat ik leefde. Als ik nu in mijn schommelstoel zit voor de kachel en ik voel dat ik in- en uitadem en ik hoor de wind door de bomen, glimlach ik. Dan hoor ik op de trap mijn man en het geluid van zijn riem, die hij altijd los doet als hij thuis is. Als hij dan op zijn vertrouwde manier vraagt of ik een kopje thee wil, weet ik dat ik leef en meer heb ik niet nodig.”

Dit verhaal verscheen eerder in Margriet 43/44-2020. Deze editie nabestellen kan via magazine.nl.

Meer lezen over borstkanker?

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in via margriet.nl/nieuwsbrief.  

Tekst | Sanne Kloosterboer
Beeld | Mariel Kolmschot

Ook interessant