Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Esther ging naar de voedselbank: ‘Ik voelde me minder, lager in de maatschappij’

esther-51-ging-drie-jaar-lang-naar-de-voedselbank-eind.jpg

Esther van Apeldoorn (51) was een echt hockeymeisje. Ze leefde voor de buitenwereld het perfecte plaatje. Tot ze scheidde, ziek werd en financieel aan de grond kwam te zitten. Ze werd onder andere afhankelijk van de voedselbank.

“Hulp vragen vond ik moeilijk, maar het moest.”

‘Ik hoopte dat niemand me had gezien’

“Telkens als ik naar de voedselbank ging, keek ik schichtig om me heen en schoot ik een straat in om mijn fiets verderop op slot te zetten. Ik hoopte dan steeds maar dat niemand me had gezien. De schaamte en het verdriet overheersten alle dankbaarheid die ik voelde voor het feit dat ik gratis eten mocht ophalen bij de voedselbank. Dankzij deze instantie kon ik mijn kinderen ’s avonds wel iets te eten voorzetten. Toch betrapte ik mezelf erop dat ik, ondanks mijn eigen situatie, vreselijk bevooroordeeld was. Want al die mensen die er ook in de rij stonden, wat was er mis met hen? Konden die niet werken of zo? En als ik zo dacht, wat zouden anderen dan wel niet van mij denken? Dat is precies de reden dat ik niemand over mijn situatie vertelde.”

Het perfecte plaatje

“Mijn ouders hadden het goed, ik had een fijne jeugd in een modaal gezin met een bovenmodaal inkomen. Ik was echt een hockeymeisje dat studeerde en genoot van het leven. Ik kon altijd makkelijk vriendjes krijgen, maar was er na drie maanden altijd wel weer klaar mee. Ik wilde geen vaste relatie. Met mijn ex, die ik leerde kennen toen ik begin twintig was, was het anders. Hij was elf jaar ouder en wist me te raken, ik was gevoelig voor zijn complimenten. We woonden in een mooi pand met hoge plafonds en glas-in-loodramen, in een goede buurt in Den Haag. We werkten beiden fulltime en toen er ook nog kinderen kwamen, hadden we ogenschijnlijk het perfecte plaatje: we hadden beiden een baan, onze drie kinderen zaten op meerdere sporten, we gingen geregeld op vakantie, hadden een stacaravan, konden uit eten en hadden twee auto’s.”

Geld

“Ik deed aan aerobics en hardlopen, kocht dingen als ik ze wilde hebben. Het was niet over the top, maar we hadden geen zorgen over geld. En toch was ik niet gelukkig. Ik schikte me gedurende onze relatie veel naar mijn man. Ruzies ging ik het liefst uit de weg; mijn mening uiten en vertellen hoe ík zou willen leven, deed het niet. Eigenlijk hield ik jarenlang mijn adem in, waardoor ik langzaamaan mezelf kwijtraakte. Toen in 2010 mijn broer overleed aan zelfdoding opende dat mijn ogen. Dat was het moment waarop ik besloot niet langer ongelukkig te willen zijn. Ik wilde scheiden en alleen al het idéé van een scheiding zorgde ervoor dat ik me opgelucht voelde, blij, bevrijd. Mijn opgetrokken schouders kon ik ontspannen en ik kon weer ademen.”

Met lege handen

“Achteraf bleek dat ik me financieel had moeten voorbereiden op die scheiding. Ik had al die jaren de boodschappen, de kleding en sporten voor de kinderen van mijn salaris betaald en hij de hypotheek. Verder had ik – nogal naïef – nooit zo stilgestaan bij onze geldzaken, huwelijkse voorwaarden en administratie. Ik wist niet dat ik, met een contract van 24 uur, boven de financiële afgrond hing. Ik dacht even een huis te gaan huren en daarna iets te kopen. Er was dan nog geen uitspraak geweest over alimentatie en dergelijke, maar ik dacht dat dat wel goed zou komen. Niets was minder waar; de ene na de andere rechtszaak volgde en de communicatie verhardde. Uiteindelijk bleef mijn ex wonen in een bijna hypotheekvrij huis van meerdere tonnen en ik had niks. Toen hij ook nog werkloos werd, kreeg ik steeds minder kinderalimentatie. Ineens stond ik met lege handen.”

Lees ook:
Sylvia is elf jaar ouder dan haar vriend: ‘Het gaat niet om leeftijd, maar om verbinding’

Positiviteit

“Toch bleef ik positief: als ik hard zou werken, zou ik mijn eigen boontjes wel kunnen doppen. Alleen had ik inmiddels een zware burn-out, met daarbovenop een chronische longziekte. Ik kwam de trap niet eens meer op, laat staan dat ik kon werken. Dus werd mijn tijdelijke contract als projectmanager niet verlengd. Ik kwam erachter dat ik veel zelfvertrouwen ontleende aan mijn werk, dus toen ik thuis kwam te zitten, voelde dat als falen. Ik werd steeds onzekerder en dat ging van kwaad tot erger. Mijn WW-uitkering werd een arbeidsongeschiktheidsuitkering, de huur ging omhoog, ik was nog steeds verwikkeld in rechtszaken en mijn ziektekosten rezen de pan uit. En ik was heel ziek, had nauwelijks energie, maar bleef voor drie kinderen zorgen.”

Naar de voedselbank

“Hulp vragen vond ik moeilijk, maar het moest. Mijn ouders staan nu borg voor mijn huis en zijn een deel van mijn huur gaan betalen, in de vorm van een lening. Daar voel ik me echt minderwaardig door, je wilt als volwassen vrouw niet financieel afhankelijk zijn van je ouders. Ook ben ik naar de gemeente gegaan in de hoop daar hulp te krijgen, maar na de opmerking ‘wij kunnen je niet helpen omdat je geen grote schulden hebt, maar je kunt naar de voedselbank gaan,’ zat ik gedesillusioneerd op de fiets, met een formulier voor de voedselbank. Financieel moest ik met de billen bloot, alles moest op tafel. Het formulier moest worden ondertekend door een medisch maatschappelijk werker. Dat vond ik heel ingrijpend. Ik werd ‘goedgekeurd’. De voedselbankaanvraag wordt elke drie à zes maanden opnieuw bekeken, met een eindgrens van drie jaar.”

‘Je staat met een tas in de rij en noemt je naam’

“Je mag ook niet níét komen, en als je je niet afmeldt of iemand anders opgeeft om het pakket te komen ophalen omdat je ziek bent, krijg je kruisje achter je naam. Als dat te vaak gebeurt, mag je niet meer komen. Elke week fietste ik er huilend naartoe. Je staat met een tas in de rij en noemt je naam. Die bezoekjes trokken me echt naar beneden, ik voelde me minder, lager in de maatschappij. Rationeel wist ik dat het me geen minder mens maakte, maar aan iemand vertellen dat ik naar de voedselbank ging, deed ik niet. De voedselbank is een geweldig instituut, alle vrijwilligers daar verdienen een lintje. Als zij aan je vragen hoe het met je gaat, zijn ze oprecht geïnteresseerd. En reken maar dat mensen daar vaak breken. Dan nemen ze je heel lief even apart.”

Esther (51) ging drie jaar lang naar de voedselbank

Immense dankbaarheid

“Hoe langer ik daar kwam, hoe beter ik anderen leerde kennen. Zo wist je bijvoorbeeld van elkaar wie wel een extra brood kon gebruiken of je ruilde iets met elkaar. Langzamerhand maakten verdriet en schaamte plaats voor immense dankbaarheid. Ik werd er überhaupt dankbaarder van: leerde blij te zijn met wat er is en wat ik kreeg. Dat ik met minder toe kan. Toen ik voor de verjaardag van een van m’n kinderen behalve het voedselpakket ook een verjaardagspakketje kreeg met cake en dingen om die te versieren, stond ik daar echt te huilen. Dat raakt je als moeder.”

‘Het voelde alsof ik werd betrapt’

“Dat je zelf droog brood eet, oké, maar je kind… Gelukkig kon mijn zoon, omdat ‘ie op een niet zo dure club zat, blijven hockeyen. Dat werd betaald door Stichting Leergeld, een fantastische organisatie. Op een dag kreeg ik via de hockeyteam-app een bericht. Ik las het en voelde al het bloed uit m’n wangen trekken en mijn keel kneep samen. De club ging geld inzamelen voor de voedselbank. Het voelde alsof ik werd betrapt, terwijl dat natuurlijk helemaal niet aan de orde was. Het was een goedbedoelde actie, maar tegelijkertijd hoorde ik ook hoe neerbuigend er langs de lijn over voedselbankbezoekers werd gepraat. Dat deed pijn tot in m’n binnenste.”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Grip op verlies

“Inmiddels zijn we drie jaar verder. De hele situatie heeft me heel strijdbaar gemaakt: elke dag moet het een stukje beter gaan, om uiteindelijk financiële en psychische rust te krijgen. Ik probeer financiële instanties buiten de deur te houden. Stichting Leergeld helpt mij, maar voor veel andere dingen kom ik net niet in aanmerking. Een sociale huurwoning bijvoorbeeld; daarvoor kom ik niet in aanmerking omdat ik qua inkomen net boven bijstandsniveau zit. Ook kan ik niet meer naar de voedselbank omdat de maximale drie jaar erop zitten. Het is dus nog altijd zwaar. Maar mij krijgen ze er niet meer onder. Ik wil naar het punt werken dat ik als zzp’er op eigen benen kan staan. Of ik van mijn gezondheid op aan kan, weet ik niet – ik ben definitief afgekeurd, binnen werken kan niet meer – maar de wil is groot.”

Rouw

“Ik werk nu in de buitenlucht als coach (ik volgde opleidingen via het UWV), omdat dat beter is voor mijn longen. En ik geef af en toe workshops aan bedrijven: Hoe ga je om met verlies van gezondheid, met rouw of met de overgang. Mensen missen vaak die begeleiding op het werk. Ook ben ik een boek aan het schrijven: Grip op verlies. Rouw komt voor bij alle soorten verlies, bij de dood, maar ook bij ziekte, het verliezen van een baan, inkomen, status, toekomstperspectief of contact. Je komt in een veranderproces. Ik heb met behulp van bekende rouwmodellen een nieuw model gemaakt, dat heel praktisch helpt bij alle soorten van verlies. Accepteren, loslaten, doorgaan: maar hóe dan? Helaas ben ik wel mensen kwijtgeraakt. Kort door de bocht komt dat doordat een sociaal leven geld kost. Uit eten, naar de film: dat ging niet.”

‘Ik heb geleerd van hele gewone dingen te genieten’

“Ik kon zelfs niet naar voorstellingen van mijn eigen kinderen. Eén vriendin bleef stug mijn koffie betalen. Eigenlijk wilde ik dat niet, maar dat contact was en is me zo dierbaar. Ik heb geleerd van heel gewone dingen te genieten, geen voeding te verspillen en dat mijn gezondheid belangrijk is. En dankbaar te zijn voor wat ik wel heb: drie geweldige kinderen en inmiddels een lieve vriend. Het klinkt misschien gek, maar ik heb nooit spijt gehad van m’n scheiding. Het was erna zwaarder dan ervoor, maar levensgeluk is veel meer waard dan financieel geluk. Dat financiën echter zo’n grote impact hebben op je welzijn én gezondheid, had ik nooit gedacht.”

m46

Dit interview verscheen eerder in Margriet 46-2020. Deze editie nabestellen kan via magazine.nl.

Tekst | Mirjam Rosema-Verhulst
Fotografie| Mariel Kolmschot

Ook interessant