Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

De dochter van Heleen (63) koos voor euthanasie

de-dochter-van-heleen-63-koos-voor-euthanasie.jpg

Heleen Weber is moeder van zoons Joost (32), Jeroen (28) en haar dochter Dorien, die ruim twee jaar geleden koos voor euthanasie. Ze zou nu 34 jaar zijn geweest. “Ik ben dankbaar dat zij mijn dochter is.”

“Je kind laten sterven, druist zo vreselijk in tegen het moederinstinct. Hoe kun je in hemelsnaam afscheid nemen van de persoon die je op de wereld hebt gezet? Ik heb me inwendig dan ook lang verzet tegen Doriens wens. Tot ik inzag dat ik mijn dochter juist uit liefde moest laten gaan. De pijn die dat met zich meebrengt, draag ik uit liefde voor haar.

Levenskracht

In Doriens poëziealbum schreef ik een versje waarin ik haar levenskracht toewens. Dat die levenskracht haar niet was gegeven, wist ik toen nog niet. Dorien was een vrolijk kind. Slim, zelfstandig, creatief, leergierig en sociaal. Een ‘niets mee aan de hand’-meisje dus. Tot we gingen verhuizen naar een andere stad en ze geen aansluiting vond bij haar klasgenoten. Ze voelde zich gedoogd, niet welkom. Nadat haar vader en ik gingen scheiden en haar vader twee jaar later ook nog eens overleed, Dorien was toen dertien, ging het verder bergafwaarts.

Ze werd stil en angstig en ontwikkelde een laag zelfbeeld. Huilen deed ze niet. Het leek alsof ik me om haar geen zorgen hoefde te maken. Achteraf kan ik mezelf voor mijn kop slaan. Waarom heb ik destijds niet doorgevraagd? Waarom heb ik niet vaker aan de rand van haar bed gezeten en gevraagd of het echt wel goed met haar ging?”

Zelfbeschadiging

“Op haar zestiende, ze zat in de vijfde van het gymnasium, begon ze zichzelf te beschadigen. Haar littekens verhulde ze onder lange mouwen en als de mussen van het dak vielen, droeg ze armwarmers. Hetzelfde jaar werd ze voor het eerst opgenomen. Het was alsof ik haar in een gevangenis stopte, haar in de steek liet. Nadat ze uit de kliniek kwam, leek het even goed te gaan, tot ik door school werd gebeld. Dorien was naar de coördinator gestapt met een vol doosje prozac.

Ze had de pillen niet ingenomen, uit schuldgevoel naar mij en haar broers. Na deze noodkreet werd ze weer opgenomen. Helaas bleef het hier niet bij, al ging het tijdens haar studie hbo Verpleegkunde een tijdje beter. Ze had een eigen flat en leek haar draai te hebben gevonden. Tot het weer misging.

Veertig keer opgenomen

Uiteindelijk is ze zo’n veertig keer opgenomen geweest. Machteloos moest ik toekijken hoe mijn ooit zo vrolijke meisje was veranderd in een stil hoopje ellende, iemand die van zichzelf vond dat ze er niet mocht zijn. Ondertussen probeerden we zo normaal mogelijk met elkaar om te gaan. Jarenlang leefde ik in een spagaat. De zorgen om Dorien holden me uit, tegelijkertijd kon ik ook genieten van mijn drie kinderen en stond ik met plezier voor de klas. Achteraf denk ik: hoe dan? Hoe kon ik blijven eten, en zelfs lachen?

Euthanasie voor dochter

De eerste keer dat tot mij doordrong dat het misschien echt niet meer goed ging komen met Dorien, was op kerstavond 2015. Mijn partner en ik waren op skivakantie. Toen ik haar zomaar belde, zat ze in de taxi op weg naar de kliniek. Mijn hart brak bij het idee dat ze alleen was.

Tijdens die maanden in de kliniek dacht mijn dochter voor het eerst aan euthanasie. Een gedachte die ze ook uitsprak. Ze kon en wilde het leven dat zij leefde niet meer leven. De chaos in haar hoofd was te veel. De onrust te groot. Ze verlangde naar rust. Er zelf een einde aan maken, vond ze niet netjes en moreel onjuist. Stel je voor dat iemand van ons haar zou vinden? Of dat er opeens politie bij mij op de stoep zou staan? Zoiets traumatisch wilde ze ons niet aandoen. Daarbij komt dat ze niet wilde sterven in eenzaamheid. Als ze haar ogen voorgoed zou sluiten, wilde ze mij en haar broers om zich heen.”

Lees ook: Het dochtertje van Jolanda verdronk: ‘Het liefst zou ik de hele dag over haar praten’

Terminaal

“In de weken daarna bleef ze geregeld aangeven dat ze de hel waarin ze vaak zat, niet meer wilde meemaken. Tijdens een voorstelling van Diederik van Vleuten, die vertelde over zijn zus die zelfmoord had gepleegd in een periode dat het juist goed met haar ging, kneep ze mij in mijn hand. De tranen stroomden over mijn wangen. Het liefst schreeuwde ik het uit: ‘Doe me dit niet aan Dorien!’

Maar ik hield mijn mond. Wie was ik om te zeggen dat zij het maar uit moest zitten? In elk geval zo lang ik nog in leven was? Dit ging niet over mij. Dit ging over Dorien. Dus wie was ik om haar euthanasiewens tegen te houden? Iets wat veel mensen trouwens vonden dat ik wél moest doen, maar als ik dat had gedaan, was ik haar sowieso kwijt geweest. Dan had ze zich door mij, net als door veel hulpverleners, niet gehoord gevoeld. Het was voor Dorien juist zo belangrijk duidelijk te maken dat niet alleen mensen die fysiek ziek zijn, maar ook mensen die uitzichtloos psychisch lijden, terminaal kunnen zijn.

Hopen op een wonder

Ondanks haar wens om dood te gaan, bleef ik hopen op een wonder. Ik hield me vast aan het idee dat de trein die op ons af denderde nog op tijd een wissel zou pakken. Zelfs toen Dorien zich had aangemeld bij de levenseindekliniek hield ik vertrouwen. De mensen daar wisten waar ze mee bezig waren, die zouden geen verkeerde beslissingen nemen. Ook de cijfers waren enigszins hoopvol. Destijds ging dertig procent van de psychiatrische patiënten een traject in bij de levenskliniek, terwijl bij slechts tien procent van die patiënten het verzoek werd ingewilligd. Dorien zou vast niet bij die tien procent horen. Er zou vast een oplossing komen.

En toen kwam een jaar later, in 2018, de second opinion. Dorien belde. Ze was uitbehandeld. Inhoudelijk was er niets meer mogelijk. Zij klonk opgelucht. Aan de andere kant van de lijn snakte ik naar adem. Het was alsof iemand een dolk in mijn maag had gestoken. Mijn kind ging dood. Die gevreesde trein ging ons wel degelijk verpletteren.”

Bijzondere herinneringen

“Vijf maanden later werd duidelijk wanneer die trein ons leven zou veranderen: 2 november om vijf uur ’s middags zou de euthanasie van mijn dochter plaatsvinden. Bij het horen van die datum voelde ik weer een dolksteek. Zo snel? Dan hadden we nog maar twee weken.

Gelukkig hadden we de maanden ervoor veel nieuwe herinneringen gemaakt. Met z’n allen naar Sauerland, met zijn viertjes naar Schotland, zo veel mogelijk samen zijn. Onze emoties gingen die periode alle kanten op. Op het ene moment vielen we elkaar huilend in de armen, het andere moment gierden we van het lachen en weer een ander moment praatten we over Doriens wensen. Zo wilde ze haar organen doneren, wat inhield dat ze in het ziekenhuis zou sterven. Het klinkt surrealistisch, en dat was het ook, maar we zijn zelfs met z’n viertjes naar de begrafenisondernemer geweest. Ook hebben Dorien en ik het crematorium bezocht en het gedenkbos waar haar urn zou komen te staan. Haar wens is dat haar as pas wordt uitgestrooid als het samen met mijn as is.

heleen dochter euthanasie

Op 1 november bakte ik Doriens lievelingstaart en wandelden we hand in hand door het bos. Ik vroeg haar of we het nog ergens over moesten hebben. Of haar nog iets dwarszat. Maar nee, alles wat ze had willen bespreken, was besproken.

‘Rust in gedachteloosheid’

En toen was het 2 november. Mijn keel voelt weer dichtgeknepen als ik terugdenk aan die dag. De dag dat alles voor de laatste keer zou zijn. De dag dat we met Dorien het ziekenhuis in zouden wandelen en zonder haar naar buiten zouden komen. Ook nu denk ik nog: hoe dan? Een normaal mens doet dat toch niet? Een normaal mens sleurt haar kind mee terug naar huis en belooft dat alles goed komt. En een normaal mens mept die spuit uit de handen van de arts. Maar ik deed dat allemaal niet. Wel hoopte ik stiekem, natuurlijk tegen beter weten in, dat ze nee zou zeggen als de psychiater haar zou vragen of ze nog steeds wilde dat ze haar zou helpen sterven. Maar Dorien zei ja. Ze verlangde ernaar om eindelijk alles los te kunnen laten. ‘Het is goed, mijn lieve schat,’ fluisterde ik, ‘rust in gedachteloosheid.’

‘Ik hou van jullie,’ zei ze. Het waren haar laatste woorden. Het was de laatste keer dat ik haar stem hoorde. Ze zuchtte nog twee keer en weg was ze. Om mij heen werd hartverscheurend gehuild, uit mijn mond kwam geen geluid. Mijn keel was dichtgeknepen, mijn lichaam zat op slot. Pas uren later kwamen de emoties. Bij het water, waar ik oerkreten heb uitgestoten, mijn frustraties en verdriet eruit
heb geschreeuwd.”

Voorrecht

“Het is nu ruim twee jaar geleden dat Dorien stierf. Ze is de eerste aan wie ik denk als ik ontwaak en de laatste naar wie mijn gedachten gaan voor ik in slaap val. Er zijn momenten dat ik alles het liefst kapot wil meppen. Als ik mezelf hoor vertellen dat mijn dochter niet meer leeft, is het alsof ik een goed ingestudeerde rol speel in een B-film. Alsof het niet over mij gaat. Toch zou ik liegen als ik zeg dat het slecht met me gaat. Voor haar dood was ik bang voor mijn leven na haar dood. Ik vreesde dat de pijn die al zo heftig was, dan alleen nog maar heftiger zou zijn. Maar al is het verdriet er elke seconde van de dag, en wordt het gemis naarmate de jaren verstrijken alleen maar groter, het rouwproces is minder scherp dan ik had verwacht.

Hoe bizar het ook klinkt, en begrijp me niet verkeerd want ik had het miljoen keer liever anders gezien, maar ik beschouw het als een voorrecht dat ik dit heb mogen meemaken. Mede door Doriens ontzagwekkende vastberadenheid konden we met elkaar naar het moment van afscheid toegroeien. Als je dan toch een kind moet verliezen, dan graag op deze liefdevolle, intense manier. Er zijn geen losse eindjes meer. Er zijn geen ‘had ik maars’. Ik kan terugkijken op wat er was en dat was goed. Ik ben dankbaar dat ik haar moeder ben en zij mijn dochter is.

Bijzonder meisje

Ik heb altijd gezegd dat als mijn kind overlijdt, ze mij er net zo goed naast kunnen leggen. Maar ik heb Joost en Jeroen en ik ben net oma geworden van een geweldige kleinzoon. Ik ben mijn levenslust niet verloren en wil nog steeds 98 worden. En Dorien? Die draag ik met me mee. Alsof ze is teruggekeerd in mijn lichaam. Als een omgekeerde geboorte. Met dat verschil dat ik 34 jaar geleden nog niet wist en nu wél weet, wat voor een bijzonder meisje er in mij groeide.”

Margriet 7, cover M07

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 07-2021. Dit nummer nabestellen kan via Magazine.nl.

Interview | Ymke van Zwoll
Fotografie | Mariël Kolmschot.

Ook interessant