MT39 M39 Psyche Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

PREMIUM

Dit waren volgens jullie de 16 waardevolste adviezen ooit

Sommige adviezen sla je meteen in de wind, maar andere blijken juist zeer waardevol te zijn. Vrouwen over het beste advies dat zij ooit kregen.

Diana (58):

“‘Laat nooit je vriendinnen vallen voor een jongen,’ zei mijn moeder toen ik op zeventienjarige leeftijd verkering kreeg. Haar redenatie: mannen komen en gaan, maar goede vriendinnen blijven je leven lang. Wat was ik blij dat ik haar woorden goed in mijn oren had geknoopt toen mijn man mij na bijna dertig jaar huwelijk met een gebroken hart achterliet. En wie waren er voor mij? Mijn vriendinnen die samen met mij huilden, wijn dronken en mijn man verfoeiden. Wat had ik zonder hen gemoeten?”

Famke (49):

“Ik stond aan het fornuis in de pasta te roeren toen mijn destijds vijfjarige dochter de keuken binnen kwam lopen. Vrolijk zong ze: ‘Mama is de dikste!’ Beledigd keek ik haar aan, en toen zei ze met een allerliefst stemmetje: ‘Maar met dik bedoel ik lief en mooi!’ Ik schoot keihard in de lach en keek op dat moment naar mezelf door mijn dochters ogen. Het maakte haar geen bal uit wat ik woog en welke maat ik droeg. Zij vond mij hoe dan ook mooi. Dat heb ik altijd onthouden en het helpt me nog steeds om te relativeren, als ik me weer even druk maak over een rolletje op mijn buik.”

Jannie (61):

“Mijn vriendin keek me ernstig aan en zei: ‘Onthoud altijd: waar rook is, is vuur.’ Op de een of andere manier had ik het nodig om dat van een ander te horen. Al maanden had ik een vervelend onderbuikgevoel als mijn toenmalige man weer met een raar excuus laat thuiskwam. Ik moest mijn hoofd niet meer in het zand steken, besefte ik toen. Net als dat ik niet in mijn eentje onze relatie kon redden. Ik confronteerde mijn man, waarop hij voor zijn minnares koos. Inmiddels ben ik alweer twintig jaar samen met de liefste kerel ter wereld.”

Harriet (62):

“Ik werk in de thuiszorg en een cliënt van mij zei op een dag: ‘Het huis is er om jou te dienen, en jij niet het huis.’ Dat maakte indruk op mij en ik dacht meteen: had ik dat maar eerder geweten. Vroeger was ik altijd druk in het huishouden, dan ging ik weer mijn ramen zemen, omdat mijn buurvrouw ze zo vaak waste. Nu weet ik: het huis hoeft niet altijd spic en span te zijn. Ik kan mijn tijd ook besteden aan in de zon zitten of een boek lezen, de vloer dweilen komt later wel. Ik pas nu een dag per week op mijn kleinkinderen, een tweeling van twee jaar. Door mijn nieuwe instelling maak ik voor hen wél de tijd vrij om iets leuks te doen in plaats van te stofzuigen. Soms denk ik: zonde, dat had ik ook bij mijn eigen kinderen moeten doen.”

Anke (43):

“Mijn eerste vriendje had nog een ­vriendin toen ik hem leerde kennen. Een collega waarschuwde mij toen al: ‘Pas maar op; zoals je eraan komt, kom je er ook weer af.’ En wat bleek; hij ging vreemd bij het leven. Daarna ben ik nooit meer iets met een ­bezette man begonnen.”

MT39 M39 Psyche Beeld

Desiree (55):

“Voor iemand van haar generatie was mijn oma behoorlijk vooruitstrevend. Als weduwe zorgde ze in haar eentje voor vier kinderen en dopte ze haar eigen boontjes. Mij, haar enige kleindochter, drukte ze op het hart om altijd mijn eigen geld te blijven verdienen en niet financieel afhankelijk te worden van een partner. Naar dat advies heb ik goed geluisterd. Hoewel mijn man erg goed verdient en ik – zeker toen onze inmiddels volwassen kinderen nog klein waren – vaak de vraag kreeg waarom ik niet ‘gewoon stopte met werken’, ben ik nog steeds heel blij met mijn werk als maatschappelijk werker. Ik haal er veel voldoening uit, verdien mijn eigen geld en ik weet zeker dat mijn oma vanaf boven trots toekijkt.”

Marjan (55):

“Vijf jaar geleden raakte ik overspannen. Na drie maanden ging ik weer voorzichtig halve dagen aan de slag. Met gebogen hoofd liep ik door het pand, in mijn ogen had ik gefaald. Tot ik bij de koffiecorner het hoofd van de marketingafdeling tegenkwam. Ze polste me ter plekke of ik interesse had in een vrijgekomen functie in haar team. Beschaamd vroeg ik haar of ze niet wist dat ik uit de roulatie was geweest. Dat maakte niets uit, zei ze: ‘Het zijn nooit de klaplopers die overwerkt raken, realiseer je dat de boog niet altijd gespannen kan zijn.’ Dat deed me zó goed om te horen. Ik besefte daardoor dat ik niet waardeloos of afgeschreven was en dat ik niet alles perfect hoef te doen. Nog steeds werk ik met veel plezier in haar team als marketingmedewerker.”

MT39 M39 Psyche Beeld

Veerle (60):

“De tante van mijn moeder woonde in Amsterdam en was een echte vrije geest. Als kind opgroeiend in een Gelders dorp vond ik haar machtig interessant. ‘Wees niet bang om een paradijsvogel te zijn, want dat zijn de mooiste vogels,’ was haar advies. Daar heb ik nog vaak aan gedacht op momenten dat ik bijvoorbeeld koos voor dreadlocks in mijn haar, alleen met mijn toen jonge zoon door Albanië en Montenegro reisde en de huur van mijn huis opzegde om in een yurt te gaan wonen. Mijn drang naar vrijheid en authenticiteit mag er zijn, weet ik door de woorden van mijn oudtante.”

Katinka (58):

“Het is zo’n stom cliché, maar toen ik vorig jaar een aanrijding kreeg op mijn fiets was ik maar wat blij dat ik naar de aloude raad van mijn moedertje had geluisterd: ‘Zorg ervoor dat je altijd schoon en net ondergoed draagt, je weet nooit wanneer je in het ziekenhuis belandt.’”

Laura (61):

“‘De langste relatie heb je met je zus, dus je moet zorgen dat die relatie goed blijft,’ aldus mijn moeder. Als kind vond ik het echt irritant om dat te horen, want ik mocht toch zeker weleens boos op haar worden? We zijn nu volwassen en verschillen echt als dag en nacht, maar we zijn heel hecht. Dat komt onder andere door het feit dat mijn moeder er zo op hamerde dat we een goede band moesten hebben. Niemand zal zo goed begrijpen waar ik vandaan kom als mijn zus, aangezien niemand er altijd zo was als zij. Onze moeder had gelijk.”

Katrín (49):

“Na een ­huwelijk van 21 jaar ging ik weer daten. Dat was natuurlijk enorm wennen. Mijn dochter tipte toen: ‘Mam, neem een man mee naar je familie en vrienden. Als dat niet klikt, is het ook geen match voor jou.’ Mijn date kende ik drie weken toen ik hem meenam naar mijn zoon, dochter en een grote groep van hun vrienden. Een echte vuurdoop. Dat was aandoenlijk en het ging zó goed onderling, dat ik hem alleen maar leuker ging vinden. Het was het beste advies ooit en we gaan over drie maanden trouwen.”

Ineke (73):

“Ik kom uit een milieu waarin studeren niet gebruikelijk was, zéker niet voor meisjes. De huishoudschool leek een logische keuze. Maar toen een leraar mij apart nam en op ernstige toon zei dat ik een goed stel hersens had en dat het zonde was om die niet te gebruiken, wist ik dat hij gelijk had. Ik heb thuis hemel en aarde ­bewogen om naar de hbs te mogen, mijn ouders heb ik letterlijk op mijn knieën ­gesmeekt. Uiteindelijk gingen ze overstag. Door het leren kwam ik tot bloei, ik kreeg er zelfvertrouwen van. Daarna studeerde ik Frans en heb ik mijn hele werkzame leven met veel plezier voor de klas gestaan. Ik hoop maar dat ook ik sommige leerlingen op een manier heb kunnen raken en stimuleren zoals die leraar bij mij deed.”

Olga (66):

“Mijn vader was helemaal geen zweverig of spiritueel persoon. Misschien dat het daarom zo veel indruk op mij maakte toen hij zei dat ik altijd op mijn intuïtie moest vertrouwen. Zijn woorden bleven hangen en ik weet zeker dat mij dat ­weleens voor onheil heeft ­behoed. Zo wilde ik een keer ’s avonds een kortere fietsroute door het park nemen. Net toen ik het fietspad op wilde rijden, zei mijn gevoel me dat niet te doen. Ik fietste om via de stad. Die avond werd er precies op dat fietspad in het park een vrouw aangevallen en beroofd. Sindsdien neem ik mijn ­onderbuikgevoel én mijn ­vaders advies heel serieus.”

Dorothé (62):

“Als jonge verpleegkundige was ik in het begin erg onzeker over mijn contact met de patiënten. Ik wist wel hoe ik ze ­medisch moest behandelen, maar ik wist niet zo goed wat ik tegen ze moest zeggen om het ijs te breken. ‘Behandel een ander zoals je zelf behandeld wilt worden,’ tipte mijn supervisor toen. Het klinkt zo simpel, maar dat advies maakte voor mij een groot verschil. Mijn krampachtigheid verdween, ineens kletste ik honderduit met ­patiënten. Ik durfde grapjes te maken en kon ze geruststellen als ze bang waren. Precies zoals ik zelf fijn zou vinden.”

Carola (48):

“Op mijn 43ste kreeg ik een hersenbloeding. Drie hersenoperaties later moest ik mezelf, mijn kracht en mijn beperkingen opnieuw leren kennen en accepteren. Dat doe ik nog steeds met vallen en opstaan, met humor, met frustraties en grootse kleine ­successen. Uit heel veel praktische adviezen, lief bedoelde opmerkingen en kwetsende waarheden heb ik deze zinnen die ik van een revalidatiearts hoorde tot mijn lijfspreuk verkozen: ‘Als ik niet meer kan zijn wie ik was, dan moet ik op zijn minst worden wie ik nu wil zijn.’ Gelukkig lukt dat me steeds beter.”

Agnes (71):

“Iedereen kon altijd een beroep op mij doen. Ik deed vrijwilligerswerk, de mantelzorg voor mijn gehandicapte zus en ik paste vaak op mijn kleinkinderen. ‘Zorg net zo goed voor ­jezelf als voor anderen,’ zei mijn man op een dag bezorgd toen ik met hartkloppingen op de bank zat. Ik realiseerde me dat ik door het klaarstaan voor anderen mezelf compleet voorbij was gelopen. Sindsdien zeg ik vaker nee en plan ik meer tijd voor mezelf in, voor een wandeling, puzzel of een warm schuimbad.”

Anne BroekmanGetty Images

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden