Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Debby Petter: ‘Ik denk dagelijks wel een keertje aan de eindigheid’

debby-petter-ik-denk-dagelijks-wel-een-keertje-aan-de-eindigheid.jpg

Theatermaker Debby Petter werd afgelopen jaar 65. Met Margriet blikt ze terug. Ze wil niet pathetisch zijn, maar een beetje weemoed komt er toch wel bij kijken: “Eén keer blazen en het is voorbij.”

Het gesprek met Debby Petter begint anders dan andere interviews. Niet de journalist, maar Debby stelt de vragen. En niet eventjes, quasiplichtmatig, maar twintig minuten lang. Waarom heeft de journalist voor dit vak gekozen, wat heeft hij hiervoor gedaan en gelaten, hoe was de opleiding, waar komt hij eigenlijk vandaan, waar twijfelt hij over, waar liggen zijn onzekerheden? Verfrissend. Maar ook opmerkelijk.

‘Zitten mensen nog op haar te wachten?’

Helemaal als Debby vraagt waarom de journalist nu juist háár wilde interviewen. Want zo bijzonder is het toch niet wat ze doet, die kleine, intieme voorstellingen in dito zalen? In de tijd dat ze veel op tv was, het NOS Journaal presenteerde en haar huwelijk met cabaretier Youp van ’t Hek nog heet nieuws was, ja, toen snapte ze het nog wel dat ze werd gevraagd voor interviews. Maar nu? Zitten er werkelijk nog mensen op haar te wachten? Het is een merkwaardige onzekerheid voor een vrouw van 65 die een tot nu toe alleszins geslaagd leven leidde.

Een mooie tv-carrière, een fijn huwelijk, kinderen, kleinkinderen en een theaterloopbaan die misschien minder groots en meeslepend is dan die van haar man, maar toch al jaren een geboeid publiek en mooie recensies oplevert. En dat weet ze zelf eigenlijk ook wel: “Het zit in mijn karakter. Ik weet dat ik niet zo moet denken, maar ik heb bij bijna alles wat ik doe het gevoel dat ik er nooit echt helemaal ‘in’ zit. Dat had ik op school al. En het vervelende is dat mijn kinderen het allemaal een beetje van mij hebben overgenomen. Terwijl ik altijd heb gezegd dat ze trots op zichzelf mogen zijn, op wat ze hebben bereikt. Al moet ik zeggen dat de rollen inmiddels een beetje aan het omdraaien zijn…”

‘Ik heb de hele avond zitten huilen’

“Laatst werd ik 65 en dat vierden we met de kinderen, aanhang en kleinkinderen in een huisje nabij Mechelen. Ik kreeg waanzinnige cadeaus. Mijn kleinzoon van twaalf had heel hippe schoenen voor me uitgezocht op internet, Youp had een heel mooi liedje voor me gemaakt en van de kinderen kreeg ik een fotoboek. Ze waren bij oma geweest en hadden daar alle fotoboeken geplunderd. Zo prachtig. Mijn zoon had ook nog een podcast gemaakt met allemaal lieve berichten en anekdotes van vrienden en familie. En als klap op de vuurpijl hadden ze een prachtig schilderijtje van mijn moeder laten maken en hebben alle drie de kinderen gespeecht. Waarin ze vertelden dat ík dus trots op mezelf moest zijn, dat ík het allemaal zelf had bereikt. Dat was heel ontroerend. In het begin van de avond heb ik mijn tranen nog geprobeerd te maskeren met een poedertje – dan toonde het nog wat – maar ik heb het uiteindelijk opgegeven. Ik heb de hele avond zitten huilen.”

Je weet inmiddels toch wel dat je het allemaal best goed doet? Of is die onzekerheid helemaal niet naar de achtergrond verdwenen?

“Jawel, jawel, ik snap inmiddels waar het over gaat, wat echt belangrijk is in het leven en dat neemt een hele hoop ruis weg. Ik doe iets wat ik echt heel leuk vind om te doen en er zijn veel mensen die het mooi vinden, maar er zullen ook altijd mensen zijn die er helemaal niks aan vinden. Dat is dan maar zo.”

Wat betekent theater voor jou?

“Veel. Ik vind het maakproces leuk: ik heb iets in mijn hoofd, daar ga ik mensen over interviewen, dan ga ik dat uitwerken en dat ik dan op een gegeven moment een verhaal heb dat ik in het theater kan vertellen… Dat is zo’n gelukkig gevoel. Daarnaast vind ik de manier van leven leuk. Dat begint al met het onderweg zijn. Ik doe al mijn voorstellingen met één technicus en ik heb ongelooflijke mazzel met de jongens met wie ik tot nu toe op pad ben geweest. De laatste twee voorstellingen zijn met dezelfde man en wij kunnen met elkaar lezen en schrijven. Alleen al als we een tijd afspreken voor de volgende dag word ik blij. Hij pikt me op, we stoppen onderweg voor koffie met een gevulde koek en dan lekker ouwehoeren. Als we bij zo’n theater aankomen, gaat hij zijn dingen klaarzetten en ga ik naar de kleedkamer. Hoe zo’n kleedkamer ruikt, hoe een theater ruikt: zo fijn. Daarna gaan we eten en dan doen we de voorstelling. Het is een manier van leven, het heeft iets heel romantisch ook. En omdat ik in kleine zaaltjes speel, kom ik op de gekste plekken. Soms sta ik me in de bezemkast om te kleden, soms treed ik op in de kleine zaal van een groter theater. Het is heel divers en zó leuk.”

Was dit altijd het plan?

“Nee, totaal niet. In de jaren zeventig ontmoette ik Youp en met hem en Daan van Straaten richtten we cabaretgroep Nar op. Ik vond dat leuk, maar had toen niet de begeestering die nodig was om er echt iets mee te doen. Ook vanwege wat ik net vertelde: ik had het gevoel dat ik er nooit goed genoeg in zou worden, dat ik er niet voor was geboren – in tegenstelling tot Youp. Dus ook toen ik mijn ouders voorzichtig vertelde dat ik misschien wel naar de Toneelschool wilde en mijn vader dat idee direct afkapte omdat hij toch iets anders voor mij in gedachten had, zette ik niet door. Zie je wel, het hoort niet bij, het pást niet bij mij. Dat gevoel. Ik beperkte mezelf enorm. Dus ben ik andere dingen gaan doen.”

Wanneer kwam je erachter dat het tóch bij je paste?

“Toen ik een jaar of dertig was. Ik raakte bevriend met actrice Wivineke van Groningen en had haar weleens verteld dat het allemaal anders was gelopen dan ik had verwacht. Ik had een opleiding Nederlands gedaan, maar die theaterwereld was altijd blijven kriebelen. Op een gegeven moment belde Wivineke me op. Zij kreeg een rol in Medisch Centrum West, maar moest daarvoor een klein rolletje in een toneelvoorstelling afzeggen. Of ik dat niet van haar wilde overnemen. Ik hoefde er niet veel voor te doen, maar zou dan wel een beetje voelen hoe het zou zijn om weer op een podium te staan.”

Was je zenuwachtig?

“Bloednerveus. Maar ik vond het zó leuk. En het werd nog leuker toen Youp een keer kwam kijken en na afloop beloofde dat hij echt eens een stuk voor Wivineke en mij zou gaan schrijven. Daar kwam vervolgens twintig jaar lang niks van terecht, totdat Youp ineens met Hexen kwam, een voorstelling over twee vrouwen die allebei verliefd worden op dezelfde man. Ik had in de tussenliggende jaren weer heel andere dingen gedaan – ik presenteerde Spoorloos, Het Journaal – dus ik dacht: o mijn God. Doodeng. Maar Wivineke zei: ‘Dit gaan we doen, ik ga je helpen.’ En je krijgt uiteindelijk toch vooral spijt van de dingen die je niet doet, dus we zijn die voorstelling gaan doen. We hadden volle zalen. Ook omdat het een tekst van Youp was, maar het werd sowieso goed ontvangen. Dus heeft hij nog een stuk voor ons gemaakt: Mijn man. Zo is het allemaal begonnen.”

En dan ben je ineens 65. Is die leeftijd een ding?

“Tijdens de fotosessie van vandaag dacht ik wel even: hoe krijgen ze dit nog goed op de plaat? Ik heb geen kunstgrepen laten doen – dat wil ik ook niet, want ik denk dat ik daar niet gelukkiger van word – maar dat vind ik weleens lastig. Youp en ik zaten laatst samen te eten en hij maakte een selfie voor de familie-app. Maar toen ik die zag, heb ik toch echt even gevraagd of hij die alsjeblieft niet wilde versturen. Dus dat. En je bent je toch wel steeds meer bewust van het feit dat er meer tijd achter je ligt dan voor je. Ik denk dagelijks wel een keertje aan de eindigheid. Zonder dat ik daar last van heb, maar ik realiseer het me. Omdat er inmiddels veel mensen in mijn omgeving zijn overleden, er meer mensen ziek worden. De betrekkelijkheid, de nietigheid, daar sta ik vaak bij stil. En dan realiseer ik me nóg meer dat ik geen ruis meer wil. Ruis is zonde van mijn tijd.”

Hoe zorg je ervoor dat die eindigheid je niet consumeert?

“Als ik te somber word, ga ik wandelen. Ik kan eindeloos naar een reiger kijken, die in het Vondelpark bij de vijver staat. Of naar mijn kleindochter die met een pop danst op Leef, van André Hazes. Een glaasje wijn is ook fijn. Kleine dingen, maar ze helpen. Zeker als het even zwaar is: toen mijn moeder naar het verzorgingstehuis moest, toen Youp een paar keer flink ziek was, ik zelf ziek was. Dat gebeurde ineens allemaal vlak na elkaar. Dat is pittig, maar tegelijk maakt het ook iets in mij los dat zegt: kom op, blijf hier nou niet te veel in hangen. Je moet het natuurlijk niet negeren, je moet erdoorheen, maar je moet blijven zoeken naar dingen waar je blij van wordt. En dat kan dus prima met iets kleins als een lange wandeling.”

Sprak de vrouw die leeft met een man die groots en meeslepend wil leven.

“Dat is ook heel lang zo geweest. Het was nooit saai. We hebben heel veel grote feesten gegeven, we woonden in het centrum van Amsterdam, stonden midden in het leven en hebben on-ge-loof-lijk genoten. Joh, die feesten… Met onze kinderen, ouders, neven, nichten, vrienden… Iedereen was er. Het was weleens vermoeiend, maar zo leuk. Het heeft me enorm verrijkt. Maar ook nu het wat rustiger is, nu we met z’n tweeën zijn, hebben we een heel fijn leven.”

Hadden jullie het lastig toen de kinderen uitvlogen?

“Nee, dat gevoel ken ik niet. Ik vond het heel vanzelfsprekend. Ik voel alleen soms pijn als ik langs ons oude huis fiets. Dat klinkt misschien pathetisch, maar het was zo prachtig en mooi. Youp in het theater, ik bij de televisie, de kinderen die naar school moesten, de vakanties, de feesten in het huis, de dikke laag modder die we de volgende dag van de vloer moesten boenen. We leefden als een gek, sliepen bijna niet, dronken af en toe te veel. Het was zó… intens. En het is nu zó voorbij. Terwijl dat huis daar gewoon nog staat. Als ik daarlangs rijd, voel ik dat. De ene keer meer dan de andere, maar ik laat het dan wel toe. Daar moet ik even doorheen. Die eindigheid van alles: een keer blazen en het is voorbij, zo voelt het dan. En dan fiets ik verder naar ons nieuwe huis. Doe ik kaarsjes aan, schenk ik een wijntje in en dan is het ook goed.”

Gaan jullie ooit met pensioen?

“Youp doet nu letterlijk en figuurlijk zijn Laatste ronde – zo heet zijn programma. Hij gaat door tot zijn zeventigste verjaardag en dan stopt hij, in Carré. Maar ik kan me niet voorstellen dat hij écht stopt – hij blijft gewoon doorschrijven. Dat is als ademen voor hem. En ik wil eigenlijk ook blijven doorwerken. Tijdens corona dacht ik even dat het misschien wel goed was zo, na deze voorstelling. Maar sinds ik weer onderweg ben, begint het toch weer te kriebelen, heb ik toch weer een mooi onderwerp voor een nieuwe voorstelling in mijn hoofd. Dus voorlopig ga ik door. Ook omdat het leven nooit saai moet worden. Iedereen heeft weleens van die dagen dat er eigenlijk niks gebeurt, dat je niks doet. Die wil ik zo min mogelijk. Ik wil iets dóén met mijn leven.”

Tekst | Marcel Langedijk
Fotografie | Feriet Tunc

Dit interview met Debby Petter staat ook in Margriet 01 – 2022 – Nu in de winkel! Er ligt weer een nieuwe Margriet in de winkel! In dit nummer blikken we nog één keer terug op alle bijzondere gebeurtenissen uit 2021 en spreken we BN’ers over wat ze geleerd hebben in het afgelopen jaar. Verder: de lekkerste cocktails voor oudjaarsavond, alles over gewoonten die we meenemen naar 2022 en een ontroerend interview met Anneke, wiens dochter werd vermoord. Haal ‘m snel in de winkel of bestel online zonder extra verzendkosten.

Ook interessant