Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

D66-minister Sigrid Kaag: ’Loslaten vind ik moeilijk’

d66-minister-sigrid-kaag-loslaten-vind-ik-moeilijk.jpg

Het was een spannend jaar voor minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag (58). Ze stelde zich kandidaat voor het lijsttrekkerschap van D66 en kreeg op 4 september die functie toegewezen. Het volgende doel? Premier worden.

Dit interview vond eind augustus 2020 plaats, nog vóór Sigrid Kaag officieel verkozen was tot lijsttrekker.

Sigrid Kaag terug van vakantie

In een zomerjurk komt ze de kamer van het partijkantoor in Den Haag binnenlopen. Op gympen. Dat had haar woordvoerder al voorspeld, want de minister is een sneakers freak. Hij weet het niet helemaal zeker, maar volgens hem heeft ze thuis een kast vol. De vakantie, ze is net een dag terug, legt ze uit, heeft haar goed gedaan. Het was fijn om even weg uit de Haagse hectiek te zijn, alle kinderen, ze heeft er vier in de leeftijd van 18 tot 25, weer om zich heen te hebben en vrienden te zien. En er moest nog iemand worden verhuisd en omdat ze had beloofd om te helpen heeft ze met dozen en meubels lopen sjouwen. Dat fysiek hard werken vindt ze fijn, het maakt haar hoofd leeg. Dat doet wandelen met de hond ook, of sporten. Maar dat laatste schiet er toch altijd bij in.

De sportschool

“Tijdens de coronaperiode had ik een fitnessroutine opgebouwd, maar ja, dan komt daar toch weer de klad in. Ik zou eigenlijk naar de sportschool willen, maar dat moet ik heel gedisciplineerd inplannen, anders ga ik niet. Veel vrouwen zullen dit herkennen, je maakt voor jezelf die afspraak, maar zodra iemand een beroep op je doet, dan denk je al snel: nou ja, laat maar. De laatste twee jaar van mijn ministerschap ben ik dan ook niet aan tijd voor mezelf toegekomen. Een personal trainer? Lachend: “Met vier studerende kinderen schiet dat er budgettair wel bij in.”

De politieke rol van Sigrid

Drie jaar geleden kwam ze terug naar Nederland. Daar zat geen heel diepe gedachte achter, anders dat ze het gevoel had dat het voor haar een goed moment was om in en voor Nederland te werken. Het liefst in de politiek, vanwege haar jarenlange ervaring bij de Verenigde Naties. “Bij de VN was ik ondersecretaris-generaal, dat is een heel politieke rol. Ik zat met ministers van Buitenlandse Zaken en presidenten aan de onderhandeltafel. Die politieke ervaring wilde ik naar Nederland meebrengen.” Toen Alexander Pechtold haar belde en polste voor de ministerpost hoefde ze dan ook niet lang na te denken. “Ik vond het fijn om terug te gaan. Nederland is een prettig land, een land dat veel te bieden heeft en waarin ik geloof.”

Wordt zo’n keuze nog uitvoerig besproken aan uw keukentafel?

“We woonden op dat moment in Zwitserland, alleen mijn jongste dochter woonde nog thuis. Met haar heb ik het wel besproken. En met mijn man natuurlijk. Toen het duidelijk was dat ik naar Nederland zou gaan, was mijn jongste zoon daar het minst blij mee. Die was net begonnen met zijn studie in Rotterdam. Die dacht dat ik, zijn overbezorgde moeder, hem achterna ging om poolshoogte te nemen.”

Bent u echt zo overbezorgd?

“Ik vind het altijd lastig om te zeggen hoe ik als moeder ben. Maar mijn kinderen zullen ongetwijfeld ‘overbezorgd’ zeggen. Ik zie altijd vijftig beren op de weg, ik ben altijd bang dat hun iets overkomt.”

Dan helpt het niet mee dat ze allemaal uitvliegen

“Dat vond ik de afgelopen jaren ook best moeilijk. De oudsten studeren, de jongste staat op het punt om te beginnen. Ik vind dat loslaten moeilijk, hoor. Ik denk ook niet dat ik dat heel succesvol doe. Ze vertellen gelukkig veel, maar ook niet alles. En dat is goed, want zo moet het ook, maar soms weet ik niet precies wat ze aan het doen zijn en of het allemaal wel goed gaat.”

Het feit dat u moeder van vier kinderen bent, levert vrijwel altijd de vraag op hoe u dat kunt combineren met uw drukke baan, denkt u weleens: moet die vraag nu nog steeds worden gesteld?

“Dat heb ik wel een tijdje gedacht, maar nu denk ik: hoe erg is het? De vraag wordt gesteld vanuit interesse en met mijn antwoord kan ik aan andere vrouwen laten zien: het kan dus gewoon. Toen ik zeven jaar geleden in Syrië de ontwapeningsmissie deed, heb ik tegen journalisten gezegd dat ik die vraag niet zou beantwoorden als ze die ook niet aan mijn mannelijke collega’s zouden stellen. Mannen zijn vaders, die horen ook thuis te zijn en die hebben dezelfde zorgen. Ik heb geluk met een echtgenoot die mijn werk, en de bijbehorende reizen naar het buitenland, altijd heeft ondersteund. En mijn kinderen overigens ook. Die zijn gewend aan een variatie van scholen en woonplaatsen.”

Verhuizen

“Toen ze nog wat jonger waren en we in New York, Zürich en Beiroet woonden, heb ik me weleens afgevraagd of dat wel goed voor ze was, elke keer verhuizen en een andere school. Maar als ik me daar echt zorgen om had gemaakt, had ik andere keuzes gemaakt. Ik ben betrokken bij mijn kinderen en kijk goed naar ze. Ik vind ze alle vier heel lieve, betrouwbare en vooral flexibele wereldburgers geworden, dat vind ik belangrijk.”

Moederschap combineren met fulltime werken

Dan enthousiast: “Ik ga de vraag nog wel beantwoorden, want er zijn mensen die denken dat het überhaupt niet kan, moederschap combineren met fulltime werken, terwijl ik, en met mij veel andere vrouwen, heb laten zien dat het helemaal niet zo ingewikkeld is. De truc is multitasken en flexibel zijn. Je moet veel regelen, veel organiseren en je hebt weinig tijd voor jezelf. Ik ben ook altijd bereid geweest om dingen te verzetten voor mijn kinderen. Ik blokte mijn agenda, zodat mijn medewerkers wisten dat ik er niet was, en schreef er expliciet bij waarom: ‘sportwedstrijd Adam’ of ‘verjaardagsfeestje Makram’. Daarmee wilde ik een statement maken naar mijn jongere medewerkers: zo doe je dat.”

Bent u de moeder geworden die u wilde zijn?

“Ik had niet echt een idee hoe ik als moeder wilde zijn. Ik loop eigenlijk altijd met een eeuwig katholiek schuldgevoel rond. Ik denk altijd dat ik dingen beter had kunnen doen, of anders. Misschien komt het ook wel omdat je je rol als ouder overschat. Dat schuldgevoel: als ik er wel was geweest, als we niet waren verhuisd, als ik dit, of dat anders had gedaan dan was dit niet gebeurd. Je dénkt altijd dat het beter had kunnen gaan, maar vaak gaan de dingen gewoon zoals ze gaan. Daar heb je als moeder verder geen rol in.”

U heeft zich kandidaat gesteld voor het lijsttrekkerschap van D66, was dat het plan toen u drie jaar geleden naar Nederland kwam?

“Het zat niet eens in mijn hoofd. Echt niet. Toen Alexander (oud-fractievoorzitter en-leider van D66 Alexander Pechtold, red.) aftrad, betreurde ik dat enorm. Ik respecteer hem als mens en politicus. En ik moedigde vervolgens iedereen aan om zich vooral kandidaat te stellen, omdat ik dat zelf niet wilde. Ik dacht dat ik me daar veilig achter kon verschansen. Alleen toen ik daar goed over na ging denken, kon ik niet anders dan mezelf afvragen: waar ben ik nou bang voor?”

Verantwoordelijkheden en risico’s nemen

“Er werd een beroep op mij gedaan om er ook over na te denken en ik zie mezelf graag als iemand die verantwoordelijkheid neemt en niet bang is om risico’s te nemen, ook als dat betekent dat je niet wint en mogelijk afgaat, want dat is wat je het meest vreest, natuurlijk. Als ik vind dat politiek op een andere manier moet worden gevoerd, met een andere toon en manier van leiderschap en een verbindende factor moet zijn, dan moet ik ook niet bang zijn om mij eraan te verbinden.”

Lees ook:
Britse minister wil voortaan déze waarschuwing bij ‘The Crown’ tonen

En vervolgens valt iedereen over het feit dat u meteen uw ambitie uitspreekt: minister-president worden. 

“Daar wordt heel ingewikkeld over gedaan, maar ik vind dat een legitieme ambitie, die elke lijsttrekker zou moeten hebben. Anders is het net alsof je meedoet aan een wedstrijd en gaat voor de achtste plaats. Nou nee, ik wil mijn partij de grootste laten worden en dan minister-president worden. Het feit dat er niet eerder een vrouw die positie heeft gehad, neemt niet weg dat ook wij fähig zijn voor het torentje. Ik zou mezelf als kandidaat en als mens tekortdoen, als ik nu nog te bleu zou zijn door niet voor het premierschap te gaan.”

Wat vindt u uw sterkste eigenschap?

“Ik ben heel nuchter, dat zorgt dat het bij mij altijd om de inhoud gaat. Ik ben niet snel onder de indruk als ik, bijvoorbeeld, met een president om tafel zit, of, wat ik bij de VN deed, met rebellen moet onderhandelen. Ik benader iedereen als mens en we zitten om tafel om dingen te bespreken. Nou, dat gaan we dan gewoon doen. Die nuchterheid zorgt ook dat ik niet snel bang ben. Ik heb in gebieden gewoond en gewerkt waar het niet veilig was. Het hotel waar we verbleven tijdens de ontwapeningsmissie is meerdere malen beschoten. Ik sla eerder uit het lood als moeder, dan in mijn werk. Als ik me druk maak om mijn kinderen ben ik minder stabiel.”

U bent van huis uit katholiek, speelt geloof een rol in uw leven?

“Ja, hoewel ik het heel persoonlijk beleef en het ook een heel persoonlijke aangelegenheid vind. Soms ga ik naar de kerk. Ik vind het een moment van rust en letterlijk bezinning. Ik denk dat je in de kerk, of eigenlijk elke gebedsruimte, gedwongen wordt om na te denken over het leven en dat het meer is dan de vluchtigheid van de dag. Het gaat uiteindelijk om dingen als: waardigheid en vertrouwen en niet wat voor baan je hebt, of hoe groot je auto is. Het geloof brengt je terug tot de kernwaarden en misschien ook wel tot de zin van het leven.”

Weet u dat, wat de zin van het leven is?

“Voor mezelf zie ik het in de lessen die ik van mijn ouders heb meegekregen: vertrouw op jezelf en haal het beste uit jezelf, dan ben je namelijk ook de beste versie van jezelf. Daarmee geef je in elk geval jouw leven zin.”

D66-minister Sigrid Kaag: ’Loslaten vind ik moeilijk’

Uw ouders zijn toen u jong was beiden ziek geworden, hoe heeft u dat gevormd?

“Rond mijn twaalfde werd bij mijn moeder een hersentumor ontdekt en vlak daarna werd mijn vader depressief. Mijn zus en ik moesten vroeg zelfstandig worden, weliswaar gesteund door de omgeving. We werden ook vroeg met de dood geconfronteerd en het feit dat het leven van de ene op de andere seconde kan veranderen. Mijn moeder is vaak geopereerd, soms wisten we niet of ze het zou halen, mijn vader werd opgenomen in een sanatorium. Je jeugd vormt je zowel positief als negatief. Ik heb als jong meisje gezien hoe kwetsbaar het leven is, dus heb ik indirect geleerd dat het belangrijk is om alles uit het leven te halen.”

Ouders

“Voordat mijn ouders ziek werden, waren we gewoon een heel leuk gezin. Mijn vader had conservatorium gedaan en speelde prachtig piano. Hij gaf muziekles, maar had misschien wel meer met zijn muziektalent willen bereiken. We weten het niet precies, maar het zou goed kunnen dat het niet uitkomen van die ambitie tot een depressie heeft geleid. Mijn moeder speelde gitaar en kon heel mooi zingen. Ze is nooit meer hetzelfde geworden na haar operaties. Ze moest opnieuw leren praten en leren lopen. Maar het belang van kunst en cultuur heb ik zeker ook meegekregen.”

Bent u zelf muzikaal?

“Ik speel piano en heb vroeger veel gezongen, maar dat doe ik nu niet meer. Als je ouder wordt, verandert je stem. Wat ik zong? Van alles, klassiek, pop, opera. Ik heb een eclectische muzieksmaak. Ik wilde zelfs operazangeres worden, maar koos toch voor Midden-Oosten Studies met Arabisch, ik wilde namelijk nóg liever naar het buitenland.”

Ten tijde van het interview was het bijna Prinsjesdag. Bent u iemand die al weken een jurk en hoed klaar heeft liggen?

“Een jurk heb ik toevallig al gekocht. Ik liep ertegenaan. Het is een eenvoudig, paarsblauw exemplaar, zodat ik het nog een keer kan dragen. De hoed is wat lastiger. Ik wilde eerst geen hoed dragen op Prinsjesdag, maar ja, dat kost stemmen, haha. Nee, zonder gekheid, ik vind het lastig, omdat hoeden best duur zijn en je ze in principe maar een paar keer draagt. Ik denk dat ik voor dit jaar of mijn speld van vorig jaar recycle, of voor iets heel kleins en goedkoops ga.”

‘Ik had niet gedacht dat ik de politiek in zou gaan’

“Dat lijkt me ook meer passen bij deze tijd waarin veel mensen het ook moeilijk hebben. Mijn moeder had overigens veel hoeden, die stonden allemaal in hoedendozen in de kast. Met bijpassende handschoenen. Ik heb ze helaas niet bewaard. Ik had ook niet gedacht dat ik de politiek in zou gaan en een hoed zou moeten dragen. Mijn moeder zou het denk ik heel mooi hebben gevonden, haar dochter, mét hoed.”

Dit interview verscheen eerder in Margriet 38-2020. Deze editie nabestellen kan via magazine.nl.

Tekst | Saskia Smith
Fotografie | Iris Planting.

Ook interessant