Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Columniste Mies: ‘Ziezo, ‘mijn’ Margriet zit erop!

cover-mies.jpg

Mies Bouwman was eind jaren ‘60 tot midden jaren ‘70 columniste bij Margriet, wat zij later nog eens herhaalde in 1987. In Margriet 09 in 2014, waarvan zij zelf gasthoofdredacteur is, pakt ze de pen nog één keer op…

Ziezo, ‘mijn’ Margriet zit erop. Een geweldig avontuurlijke, boeiende en lieve periode was het. En ik blader en concludeer: ja, dit is mijn leven. Nou ja… zo’n beetje dan. Want niet iedereen aan wie ik veel te danken heb is genoemd en niet alles wat ik belangrijk vind wordt vermeld. Maar dat kan ook niet, het is nu al te veel.

Ergens in deze Margriet vertel ik dat ik werd geboren in Amsterdam en dat ik er jaren later nog een tijdje woonde in één kamer aan de Amstel. Dat was een heerlijke tijd, maar ergens in mijn achterhoofd bleef het verlangen naar buiten. Ik had dat als kind al in de trein vanuit Haarlem, kijkend naar de volkstuintjes langs de rails. Zo’n tuintje wil ik later ook, dacht ik dan, zo’n túintje. Het is nu vele jaren later. En ik héb zo’n tuintje, ik heb zo’n túin. En ik kijk naar buiten. Twee krolse fazanten dansen op het gras. Een molshoop komt met stootjes hoger. Een haas zonder angst kijkt ontspannen rond tussen de nog steeds niet afgeknipte planten van vorig jaar. Een reiger vliegt breed over de uiterwaarden. Wat een uitzicht. Kom daar eens om in de grote stad. Vroeg in de morgen hangt er nevel over de rivier. Boten varen langs, vaag zie ik de lichten. Later, als Elst wakker is, wandelen stevig doorstappende mannen met honden over de dijk.

En er zijn meeuwen, waar ze vandaan komen, is onduidelijk. Ik strooi oud brood op het terras en voordat ik binnen ben, is er al een verkenner in zicht. Wachten nu, spannend, ja hoor, daar zijn ze! Het zijn er tien, vijftig, ik denk wel honderd tegelijk. Nu niet zeuren: ‘Hoeveel zijn het er Mies?’ want aan- en afvliegende meeuwen zijn niet te tellen. Bovendien kan ik niet tellen, misschien weet u dat nog. En weg is het brood. Wie hebben we vervolgens daar? Een wezel of zoiets. Mooi beest, goudbruin en met een lange staart. Het is net een eekhoorn, maar dan anders. Ik bekijk hem aandachtig terwijl hij de achtergebleven kruimels opeet. Later vertel ik aan de buurman over dit wonderlijke bezoek. Die hoeft niet lang na te denken. “Dat was een rat, Mies, kijk maar uit,” zegt hij. Dát bedoel ik dus, zoiets maak je niet mee in de grote stad.

Weer later, ja er gebeurt ontzettend veel in ons dorp, zit er opeens een ooievaar op mijn mesthoop, echt waar! Dus ik denk: daar moet ik een foto van maken – wat pure onzin is, want ik maak nooit foto’s. En wat gebeurt er? Er komt nóg een ooievaar en die gaat naast die andere zitten pikken in mijn tuinvuilnis. Nou, nou, twee ooievaars samen, daar komen kleine ooievaartjes van, toch? Wel jammer dat ze verderop een nest op een paal aan het maken zijn en niet op míjn paal die er al twaalf jaar staat… “Dan moet je ook diepvrieskuikens uitstrooien!” zegt de buurman – een andere dan die van de rat. Maar kom op, zeg! Ik ga toch geen zakken bevroren pluimveebaby’s uitstrooien als lokmiddel voor overvliegende ooievaars! Zijn ze nou helemaal gek geworden? Wat moet ik als ze ze niet zien liggen? Heb ik een vieze stinktroep achter in mijn tuin waar de vossen in de nacht op afkomen. Krijgen we dat weer… Ja, dat zijn problemen hoor – kom daar maar eens om in de grote stad.

Ondertussen is het wachten op de komst van de mieren, pissebedden, muggen, spinnen en muizen. Om van de vliegen nog maar te zwijgen – koeien in de wei hè, dan krijg je dat. Op die koeien komen ook nog eens enge grotere vliegen af, dazen schijnen die te heten: als die je steken kun je het beste maar meteen 112 bellen. Op de beet plassen schijnt ook te helpen… Ja, ik zeg het maar even, want over dit soort zaken hoor je niet zo snel in de grote stad. Om mij heen wordt het nu langzaam groen, nooit geweten dat er zo veel groenvariaties bestaan, álles loopt uit.

De beukenhaag, wilgenknotsen, kweepeer, appel, braam: dat wordt weer flink aanpoten straks. Gaat het lukken met het spitten, maaien, zaaien? “Absoluut,” zegt de oude oma. En ze kijkt rond in haar groene dorp aan de rivier, ver weg van de grote stad. En ze is gelukkig.

Deze column stond in Margriet 09/2014 met Mies zélf als gasthoofdredacteur!

Gasthoofdredacteur Mies Bouwman

Ook interessant