Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Catherine Keyl: ‘De grote grijze wolk die boven me hing is enigszins aan het oplossen’

m15-catherine-keyl.jpg

Eindelijk was de tijd daar om álles te vertellen over haar jeugd met een door oorlog getraumatiseerde vader en de impact daarvan op haar leven. Catherine Keyl schreef het – hoe moeilijk ook – op in haar nieuwste boek. Dat hielp: “Die grote grijze wolk die boven me hing is wel enigszins aan het oplossen.” 

“Mijn vader, die als enige van zijn familie de Holocaust had overleefd, zag ik als een ongelooflijke egoïst die mijn jeugd verpestte.”

Catherine Keyl

Of ik haar boek wel gelezen heb, vraagt Catherine Keyl (74) ogenschijnlijk achteloos – maar ondertussen – terwijl ze koffie zet. Natuurlijk, zeg ik, anders kan ik dit interview toch niet doen? “Ja”, zegt ze, “dat denk ik zelf ook altijd, maar ik zie weleens mensen interviewen op tv, en dan weet ik meteen: ze hebben geen letter van dat boek gelezen.”

Catherine is en blijft een kritische journaliste, dat is meteen weer duidelijk. Het boek waar het om gaat, is het zeer persoonlijke Oorlogsvadereen herinnering, waarin ze vertelt welke invloed het dramatische oorlogsverleden van haar joodse vader op haar leven – zowel privé als in haar televisiewerk – heeft gehad. Dat is veel. Maar wacht, eerst wil ze even het juiste jaartal opzoeken van het boek Kind van de feiten dat ze eerder schreef. Moet een paar jaar geleden zijn geweest, zegt ze, en ze begint druk op haar telefoon tikken.

“Even kijken… o, hier heb ik het… Wááát? Nee! Dit kan niet waar wezen! In 1993!” Ze kijkt verbijsterd op. “Dat is ze-ven-en-twin-tig jaar geleden! Mijn god… Nou ja, oké, dit krijg je dus als je ouder wordt. Dat boek ging ook al een beetje over mijn jeugd, maar ik had toch dingen achtergehouden, omdat ik het hele verhaal nog niet durfde te vertellen. Mijn ex-vriend Peter is journalist en zei: ‘Je moet eens opschrijven wat je mij hebt verteld. Daar hebben mensen iets aan.’” 

Waarom durfde je dat destijds niet? 

“Omdat je extra kwetsbaar bent als je in de publiciteit staat.” Ze lacht. “En nu kan het mij geen reet meer schelen! Dat is het fijne van oud worden. Als ik nu naar de televisiestudio ga, denk ik: ik kom gewoon mijn ding doen en als jullie het goed vinden, fijn, en als jullie het niks vinden, even goede vrienden. Vroeger was dat wel anders. Dan lag ik nachtenlang wakker en stelde ik mij altijd voor wat er voor rampzaligs zou kunnen gebeuren. Daar heb ik geen last meer van.”

“Dit was kennelijk het goede moment voor Oorlogsvader. Helemaal door het opkomend antisemitisme. Dat zo’n Thierry Baudet op iets reageerde met: hoezo, zijn er dan mensen die niet antisemitisch zijn? Hoe durft hij dat te zeggen! Heeft die man wel enig idee hoeveel mensen hij daarmee kwetst?”

“Ik probeer met mijn boek mensen te laten inzien dat antisemitisme, racisme, discriminatie niet alleen de mensen treft die daar direct te onder te lijden hebben, maar dat het ook doorwerkt in hun hun nageslacht. Ik ben in 1946 geboren, heb dus feitelijk niets met die oorlog te maken gehad, en toch heeft het voor mij grote consequenties gehad.” 

Je hebt niets met de oorlog te maken zeg je, maar tegelijkertijd alles. Van kinds af was je aan eenzaam en onzeker.

“Ik was anders dan andere kinderen. Ik hield bijvoorbeeld niet van buiten spelen; knikkeren, touwtje springen, stoepkrijten, ik had er helemaal niets mee. Ik zat veel liever thuis met een boek, of ik tekende. Dat maakt je al tot een raar iemand. Op school was ik de beste van de klas en vreemd genoeg word je dan niet geprezen, maar een doelwit van pesterijen.”

“Maar het zwaarst woog dat ik voor mijn vader nooit iets goed kon doen. Dat ik het gevoel had dat ik er niet mocht zijn. Ik vond het thuis verschrikkelijk. Mijn vader, die als enige van zijn familie de Holocaust had overleefd, zag ik als een ongelooflijke egoïst die mijn jeugd verpestte. Ik ben er door research van stichting Na de oorlog heel recent achter gekomen dat hij in de oorlog een held is geweest.”

Held tijdens de oorlog

“In 1942 is hij met een vals persoonsbewijs naar Hengelo gegaan, waar hij lid werd van een gewapende verzetsgroep die overvallen pleegde op de burgerlijke stand om de registratiegegevens van joden en Roma uit de archieven te halen. Bij een inval van de Duitsers werden zeven van de acht verzetsstrijders neergeschoten of gevangen genomen. Mijn vader wist een Duitse officier neer te schieten en vluchtte naar Rotterdam waar hij bij een razzia is opgepakt.”

“Dat betekende vervolgens langdurige eenzame opsluiting in het beruchte Oranjehotel, en toen via Kamp Vught naar concentratiekamp Sachsenhausen. Als ik dat allemaal had geweten, had ik vermoedelijk anders tegen hem aangekeken. Daarom ga ik dit jaar op een aantal lagere scholen lezingen over de oorlog geven.”

“Één van de dingen die ik kinderen op het hart wil drukken is: stel je ouders en grootouders vragen over hun levens, over waar zij vandaan komen, wat hun geschiedenis is. Leer ze kennen. Ik wist zoals zovelen niets van ze. En begreep dan ook niet waarom hij vaak zo raar reageerde, waarom hij om het minste of geringste kon ontploffen.”

‘Dus zweeg ik, veertig jaar lang’

“Mijn vader las bijna obsessief alles over de oorlog, en op een dag kwam hij thuis met het beroemde boek Ondergang van Jacques Presser. Hij begon als eerste door de foto’s te bladeren. Opeens werd hij krijtwit en begon te huilen. Ik schrok: pap, wat is er? Toen bleek dat hij zijn vader op een van de foto’s van Westerbork zag. Hij had hem nooit meer terug gezien. Terwijl hij zat te huilen, riepen mijn zusje en ik enthousiast: ‘Kijken, kijken!’ Het was de eerste foto die we van opa zagen.”

“Een ander teken dat er iets vreemds speelde, was toen ik op een dag toevallig het Oude Testament uit de boekenkast pakte. Op het schutblad stond: ‘Dit boek is van Eliazar Keijl, zoon van Nathan Keijl en Elisabeth Kooperberg’. Achter de namen van mijn grootouders stond hun geboortedatum, maar het woord ‘overleden’ was doorgekrast. Daar had mijn vader met grote dikke boze letters ‘VERMOORD’ achter geschreven. Ik begreep er niets van.”

“Vermoord, dat was toch iets met misdadigers? Ik ging naar mijn moeder voor uitleg. En zij zei: ‘Je vader is joods, dat is een soort godsdienst, maar in de oorlog hielden ze niet zo van joden. Praat er maar niet over.’ Dus zweeg ik. Veertig jaar lang.”

Misbruik

Catherines vader had een handel in dons, en hoopte dat zijn oudste dochter de zaak zou overnemen. Hij stuurde Catherine al op haar vijftiende in haar eentje naar Parijs om daar over een partij dons te onderhandelen. “Ik deed dat gewoon; een kind wil het gevoel hebben gewenst te zijn, gewaardeerd te worden. Idioot natuurlijk, maar op mij kwam het over als iets positiefs: goh, mijn vader heeft toch wel veel vertrouwen in mij.”

“Het is ongetwijfeld een enorm taboe, maar daardoor ervoer ik het misbruik tussen mijn negende en elfde door mijn hoofdonderwijzer ook op die manier. Die man was aardig, zag mijn schrijftalent en gaf mij veel aandacht. En misbruikte me. Ik onderging dat als: gelukkig, iemand vindt mij leuk, ik word gezien, ik mag er dus toch zijn. Het is eigenlijk een verknipte reactie die om begrijpelijke redenen ongelooflijk gevoelig ligt, maar zo voelde ik het wel.” 

Dat is ontzettend triest. Kon de liefdevolle band met je moeder je eenzaamheid en lage zelfwaarde niet wegnemen?

“Nee, omdat ik zo snakte naar de erkenning van mijn vader, denk ik. Tegen mijn twee jongere zusjes deed hij wel aardig. Tegen mij nooit. Op zijn sterfbed zei hij dat ik die harde behandeling nodig had gehad om sterk en weerbaar te worden. Tja, misschien was ik zonder die hardheid van hem wel niet zo ver gekomen.” 

Hoe was het voor jou om dit boek te schrijven?

“Verschrikkelijk. Hele stukken heb ik jankend geschreven. Er zijn dagen geweest dat ik dacht: ik kap ermee. Maar dan waren er weer mensen die zeiden: ‘Ga nou door, je bent op de goede weg. Maak het af.’ Het is wel een opluchting voor me, hoor. Dat gevoel van: oké, nu weten jullie dus hoe ik eronder heb geleden. Ik ben altijd flink geweest, heb me er nooit op voor laten staan. Klaar. Ik wil geen slachtoffer zijn, daar heb ik een bloedhekel aan.” 

Maar het gevoel van minderwaardigheid heeft je nooit verlaten?

“Het begint nu eindelijk beter te worden.” Ze lacht: “Op mijn 74ste pas ja. Toch is er maar (knipt met haar vingers) dit nodig en het is er weer. Een jaar geleden was er een man op wie ik heel erg verliefd was en hij ook op mij. Dat eindigde in een flinke ruzie, en toen was dat gevoel van ‘zie je, ik ben ook niks waard’ meteen weer terug.” 

Over de weerslag van je minderwaardigheidscomplex op je liefdesleven vertel je eigenlijk niets.

“Nee, maar Peter, met wie ik dertien jaar een relatie heb gehad, heeft wel een enorm positieve rol gespeeld. Hij voorvoelde het als ik in een depressie dreigde weg te zakken. Dan zei hij: kijk nou eens naar de positieve dingen in je leven. Kijk eens naar wat je allemaal bereikt hebt, naar hoeveel vrienden je hebt, kijk nou eens naar je mooie huis. Dan dacht ik: verdomd, dat is ook zo.”

“Ik ben mijn hele leven met regelmaat depressief geweest, en in de tijd dat ik veel op televisie was, begrepen mensen soms niets van mij. Dan had ik weer zo’n bui dat ik mijzelf compleet waardeloos vond, dat ik niks voorstelde en niets durfde. Dat is gelukkig voorbij, de laatste tijd gaat het gewoon goed.” 

Je schrijft: ‘Mijn gevoel van minderwaardigheid is niet verdwenen met de successen die ik later heb gekend. Er wordt vaak gedacht dat populair zijn een soort balsem is, maar het tegendeel is waar. Het vergroot alleen je eenzaamheid.’ En ook: ‘Ik geloof niet dat ik ooit echt blij, echt uitbundig heb kunnen zijn.’ 

“Omdat alles wat onze familie was overkomen als een grote grijze wolk boven me hing. Die wolk is, doordat ik het nu allemaal heb benoemd, wel enigszins aan het oplossen. Ik had beslist een makkelijker leven gehad als niet zo aan mijzelf had getwijfeld, en daardoor heb ik veel kansen niet gepakt.”

“Er is mij bijvoorbeeld ooit gevraagd of ik de talkshow van Karel van de Graaf wilde overnemen. Durfde ik niet. Achteraf denk ik: mens, je bent gestoord! Waarom heb je het niet gewoon geprobeerd!”

“Maar toch, ondanks alles heb ik door mijn televisiewerk de geweldigste en uniekste dingen meegemaakt. Die wetenschap begint de laatste tijd het moeilijke te verdringen. Ga maar na, voor Hier & Nu en Televizier heb ik reportages gemaakt die internationaal verkocht zijn. En in de afgelopen twintig jaar is er nooit meer een middagtalkshow als Catherine geweest.”

“Ik scoorde elke dag ruim een miljoen kijkers! En ik ben nog steeds niet uitgewerkt. Ik ben sidekick in de De 5 uur show, ik zit in het Mediaforum op Radio1 en ik schrijf wekelijks een column voor De Telegraaf. Ik wil maar zeggen, hoeveel tegenslag er ook in mijn leven is geweest, ik heb er toch iets moois van weten te maken.” 

De vijf van Catherine Keyl:

Levensmotto: ‘Geniet van het leven, het duurt maar even’
Lievelingsparfum: Portrait of a lady van Frederic Malle
Onvergetelijk kinderboek: Alleen op de wereld van Hector Malot
Mooiste moment van de dag: De ochtend, met een kopje koffie
Muziek die mij ontspant: Buddha-bar loungemuziek 

Tekst | Heleen Spanjaard
Fotografie | Marloes Bosch

Dit interview met Catherine Keyl verscheen eerder in Margriet 15-2021. Dit nummer teruglezen? Ga dan naar Lossenummers.nl.

Ook interessant