Persoonlijk

Carolines vader verdween tijdens een zeiltrip: ‘Het was alsof ik in een slechte film zat’

vermist-1.jpg

Caroline Froeling was verbijsterd toen ze 
hoorde dat haar vader (71) werd vermist. Na drie dagen werd hij gevonden. “Ik hoorde het op de eerste ochtend van onze 
vakantie, augustus 2010. Ik was net met mijn gezin aangekomen in Frankrijk, na een lange, nachtelijke rit. Moe, maar blij dat we er waren liepen mijn man, mijn kinderen en ik over een 
lokaal marktje. Opeens zag ik dat ik een gemiste oproep had. Van mijn moeder.”

“Wat gek: ze wist dat we op vakantie waren en mij dan toch bellen was niets voor haar. Ik liep naar een stil plekje 
en belde terug. De stem van mijn moeder klonk rustig. Maar haar boodschap zette mijn wereld op z’n kop.”

Vermist

“’Ik moet je iets ergs vertellen, papa wordt 
vermist’, zei ze. Haar woorden kwamen aan als een mokerslag. Vermist, mijn vader? Hoe kón dat nu? Alleen verwarde mensen raken vermist, toch? Mensen met wie iets aan de hand is. Die komen dan op televisie bij Opsporing verzocht. Maar níét mijn vader, de rust en verstandigheid zelve, de pater familias van ons gezin. Mijn baken, en niet alleen dat van mij, maar ook van mijn moeder, zus en twee broers.”

Idolaat van zeilen

“Mijn vader was idolaat van zeilen en had een eigen boot. Na een heerlijke zeilvakantie met mijn moeder had hij nu een ruige zeiltocht 
gemaakt met twee vrienden op het wad. Daarna hadden ze aangelegd in het Friese Makkum. In 
de haven, waar het vanwege de vakantie en het stralende weer erg druk was. Mijn vader had Chinees gehaald; dat deed hij altijd als hij voor het eten moesten zorgen. Later waren zijn 
vrienden gaan slapen, terwijl mijn vader nog wat aan het rommelen was op de boot.

Toen ’s nachts een van zijn vrienden wakker werd, zag hij dat het licht in de kajuit nog aan was. Toen hij dat uit ging doen, ontdekte hij dat mijn vader niet in zijn kooi lag. Hij keek buiten op het dek, op de kade, maar mijn vader was nergens te vinden.”

Was hij daar nu misschien?

“Verbaasd maakte hij zijn andere vriend wakker. Samen gingen ze zoeken, in de haven en in het dorp. Misschien was mijn vader ergens onwel 
geworden? De gedachte dat hij in zijn eentje 
naar een kroeg was gegaan, was absurd, maar ja: hij moest toch érgens zijn? Maar waar ze ook zochten, ze vonden geen spoor.  ’s Ochtends zijn ze naar de politie gegaan. En naar mijn moeder, in Nijmegen. Nu lichtte mijn moeder mij in.

Verdoofd ging ik met mijn gezin naar ons vakantiehuisje. Het was alsof ik in een slechte film zat, het voelde zo onwerkelijk. Ik wilde het liefst direct terug naar Nederland en helpen zoeken. Maar we waren te moe na de lange autoreis om helemaal terug te rijden, dat zou gevaarlijk zijn. Via mijn reisverzekering regelde ik een 
ticket voor de volgende ochtend en daarna wachtte ik de hele dag in spanning af of er nieuws zou komen. Dat kwam niet. Die nacht kon ik niet slapen. Ik zat in het donker voor ons huisje, samen met mijn man die de slaap ook niet kon vatten. We keken naar de sterren aan de pikzwarte hemel. Was mijn vader daar nu, misschien?”

Grote beer

“Mijn vader was 71 toen dit gebeurde. Nog 
gezond en fit. Hij was een wijze, rustige man. Onverstoorbaar en principevast. Hij had als 
internist gewerkt, later als verpleeghuisarts. Na zijn pensioen was hij nog steeds actief in zijn vakgebied. Samen met mijn moeder had hij mij en mijn oudere zus en broers een fijne, veilige jeugd gegeven. Ze waren het perfecte duo: zij het warme hart, hij het verstandige brein. Ons hechte gezin was een pleisterplaats voor familie en vrienden, er was altijd een stoel vrij bij ons aan tafel. Ik heb ontelbare dierbare herinneringen aan mijn vader. Bijvoorbeeld hoe we toen we klein waren op zondagochtenden bij mijn ouders in bed kropen en dan vochten met ‘de grote beer’, mijn vader, die zich stoer en sterk weerde tegen al onze aanvallen.”

Hij was er altijd

“Ook toen ik ouder werd waren mijn ouders er voor me. Tijdens mijn twee zwangerschappen ben ik heel ziek geweest en ik ben beide keren lange tijd bij hen in huis geweest. Ik was er niet best aan toe, maar mijn vader bleef nuchter. ‘Klasse!’ zei hij, als ik een hap bouillon wist 
binnen te houden. Dat was mijn vader. En hij was mijn vraagbaak voor als ik het even niet meer wist. Hij kon mij heel goed door de bomen het bos weer laten zien.

Na afloop van zo’n gesprek vroeg hij dan: ‘Heb je nu meer helderheid?’ Wanneer het antwoord ja was, was het goed – hij wilde niet sturen, enkel steunen. En wat was hij dol en trots op zijn kleinkinderen. Op zijn 71ste speelde hij nog altijd ‘de grote beer’. Dan ging hij in de hal op handen en voeten zitten en doken zijn kleinkinderen allemaal op hem, juichend van plezier.”

‘Schrik niet, maar ze zijn al bezig met de uitvaart’

“Dit beeld van mijn vader stond op mijn netvlies, terwijl ik vanaf Toulouse naar Nederland vloog. Er moest iets ergs zijn gebeurd, dat kon niet anders. Mijn vader zou nooit uit zichzelf weggaan. Onmogelijk, ondenkbaar. Daar was ook de rest van de familie van overtuigd. Mijn zwager haalde me op van het vliegveld en toen we naar het huis van mijn moeder reden, zei hij: ‘Schrik niet, maar ze zijn al bezig met de uitvaart.’

Terwijl de politie nog alle opties openhield – logisch, ze moeten bijvoorbeeld controleren of er niet veel schulden zijn of andere aanleidingen waarom iemand 
zou willen verdwijnen – was het voor ons 
overduidelijk. Mijn vader leefde niet meer. Het 
waarschijnlijkste scenario was dat hij op de een 
of andere manier in het water rondom de boot 
terechtgekomen was, en was verdronken. Al had niemand een plons gehoord en hadden mensen in de overvolle haven niets gemerkt.”

Bubbeltjes in het water

“Er werd naar hem gezocht, met helikopters, 
sonarboten, door duikers. Ze vonden hem niet. Ook ik besloot naar Friesland te gaan om te 
helpen zoeken. We wilden het lichaam van mijn vader thuisbrengen bij mijn moeder, zodat we 
afscheid van hem konden nemen. Dat was 
cruciaal; een open einde was onze grootste angst.

Onderweg naar Friesland stopte ik bij mij thuis om me om te kleden. Daar werd ik gebeld. Mijn tante, die ook aan het zoeken was, had opeens bubbeltjes in het water gezien. Daarop was het 
lichaam van mijn vader bovengekomen, om 
richting zijn eigen boot te drijven. De brandweer kwam, en de politie, om hem uit het water te halen. Ik was net op tijd in Makkum om te zien hoe mijn vader in een zinken kist over de pier naar de lijkwagen werd gereden. De haven lag vol zeilboten, overal zaten mensen uitgelaten te eten en te borrelen. Voor ons stond de wereld stil.”

Natuurlijke dood

“Er werd een natuurlijke dood vastgesteld. Het kan haast niet anders of mijn vader heeft een hartstilstand gehad en is overboord gevallen. Autopsie voor nader onderzoek wilden we niet. Zijn lichaam was al gehavend, we wilden het verder zoveel mogelijk intact laten. Samen met een oom heb ik mijn vader gewassen. Hij rook naar mosselen – als zeebonk paste dat ook wel bij hem. Het was heel bijzonder om hem te verzorgen. Wat was hij kwetsbaar, in al zijn naaktheid. Telkens weer werd ik naar zijn schouders toegetrokken. Ik dacht: wat heb ik mij gedragen gevoeld door die schouders. Wat heb ik er vaak aan gehangen. En met mij ook mijn kinderen. Nu ben ik het, die voor hém mag zorgen.

Dit afscheid is mij heel dierbaar. De volgende dag werd hij naar het huis van mijn moeder vervoerd, maar toen was hij helaas niet meer toonbaar. Zij en mijn zus hebben hem dus niet meer kunnen zien of verzorgen. De dagen voor de uitvaart waren hectisch, maar ook hartverwarmend. Er was een grote saamhorigheid, we kregen veel steun van mensen om ons heen. De begrafenis, waar meer dan duizend mensen bij waren, vond plaats op de dag dat het precies 45 jaar geleden was dat mijn ouders elkaar trouw hadden beloofd tot de dood hen zou scheiden. De cirkel was rond.”

Goede dood

“Voor mijn vader was dit een goede dood 
geweest. Ik weet dat hij het vreselijk zou hebben gevonden om fysiek in zijn vrijheid te worden beperkt. Hij is er op zijn hoogtepunt tussenuit gepiept. Maar voor ons was het moeilijk om 
verder te gaan nu hij zomaar uit het leven was 
gerukt. Ook ik kreeg er een klap van en ik miste mijn vader erg.

Een paar maanden na zijn dood las ik een boek van Paulo Coelho. Daarin maakte ik kennis met de woestijn en dat raakte me diep. Toen ik op Twitter een reis door de Sinaï-woestijn voorbij zag komen, heb ik diezelfde dag nog geboekt. Heel impulsief. En daar, in de woestijn, heel 
ver van huis, vond ik mijn vader weer. Ik 
zag en voelde hem overal om mij heen.”

Zo stond hij in het leven

“In de 
ondergaande zon, de grillige rotspartijen, de
stilte en de mooie kleuren. Ik realiseerde me dat ik nog altijd met hem kon praten, dat daar niet eens woorden voor nodig waren. En dat ik op die manier bij mijn eigen wijsheid kon komen, alsof hij me nog altijd de weg wees. Deze reis was een grote stap in mijn rouwverwerking én in mijn leven: omdat ik had gemerkt hoe dicht je bij 
jezelf kunt komen in de woestijn, ben ik als 
coach bezinningsreizen gaan organiseren, in de Wadi Rum woestijn van Jordanië.

Elke keer als ik ga, reist mijn vader met me mee. Ook zie ik hem terug in de bedoeïenen met wie 
ik werk. Mijn vader was een man van weinig 
opsmuk, een klusser, een sjacheraar, die nooit iets weggooide en van de gekste resten nog weer iets nuttigs wist te maken. Zo maakte hij van de trommel van een wasmachine een vuurkorf. De bedoeïenen zijn ook zo inventief, gebruiken de achterkant van een vriezer als barbecue. Hun leven is no nonsens, puur en eerlijk. Ze hebben niet veel nodig, zijn gelukkig met een grasspriet, en zo stond mijn vader ook in het leven.”

Tekst: |Lydia van der Weide
Fotografie: |Mariel Kolmschot.
Visagie | Nicolette Brøndsted

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2019-02 Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Ook interessant