Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Caroline Tensen: ‘Niks doen is voor mij geen optie’

carolien.jpg

Ze is er maar druk mee: met de talloze goede doelen, haar werk, haar ‘modern family’ en haar nieuwe stadse leven. Maar Caroline Tensen (54), die in april een lintje kreeg voor haar vrijwillige inzet voor goede doelen, zou niet anders willen.

Op de scooter komt ze aanrijden, de vrouw die al 25 jaar als ambassadeur voor de Nationale Postcode Loterij de hele wereld afreist naar projecten van goede doelen die door de loterij worden gesteund. Het perfecte vervoersmiddel, verklaart ze, terwijl ze het terras 
op loopt. Want in de hoofdstad waar ze woont, ben je zo het snelst van A naar B. En als je agenda zo vol is als die van haar, telt soms elke minuut. Een paar jaar 
geleden is ze in Amsterdam komen wonen met haar destijds nieuwe liefde en inmiddels man Ernst. Dochter Lotte en zoon Bob waren het huis uit en dat was voor Caroline een goed moment om zelf ook te verhuizen. Omdat ze de stad nu eenmaal leuk vindt en ja, ook om dat lege nest. Dat voelt toch minder leeg in een nieuw huis. Bovendien, in de stad bruist het, beweegt het, stroomt het, dat past bij haar. Want stilzitten kan ze niet. Wil ze niet. Te veel te doen, te veel leuke dingen die op haar pad komen. Of ze zichzelf dan niet voorbij rent? “Ik denk juist dat het niet goed gaat als ik niks meer kan doen. Ik gedij goed bij drukte in mijn leven. En als het kabbelt, kan ik daar echt wel van genieten, maar ook omdat ik weet: straks ga ik weer.” We leggen haar een paar dilemma’s voor.

Afrika of Vlieland?
“Dat is meteen een heel lastige. Ik heb aan beide mijn hart verloren. Aan Afrika omdat ik het gevoel heb dat ik daar mijn ziel heb gevonden. Dat klinkt misschien heel mystiek of spiritueel, maar dat is ook wat het continent is. Ik kan niet zo goed uitleggen waarom ik me daar zo thuis voel. Het grijpt je op een positieve manier bij de lurven. Maar we zijn 
getrouwd op Vlieland. Het was een 
geweldig feest, al mijn geliefden en dierbaren waren er. Huub Stapel trouwde ons, Karin Bloemen zong een prachtig lied, Cor Bakker speelde piano, het was zo mooi, zo liefdevol allemaal. Op Vlieland ben ik intens gelukkig, en omdat het praktisch zo lekker om de hoek ligt, kies ik voor het eiland.”

Je bent voor je werk veel in Afrika en andere landen geweest. Is er een les die je hebt kunnen trekken uit al die reizen?
“Ik heb geleerd dat mensen ontzettend veerkrachtig zijn. Als ik in Nederland weleens mensen hoor mopperen, denk ik: ga maar eens een week naar Afrika. Nee, dat zeg ik niet hardop, dat vind ik ook niet zo netjes. Bovendien kan ik die vergelijking maken omdat ik veel in Afrika ben geweest, een ander kan dat niet. Maar toch, we hebben geen idee hoe dankbaar we mogen zijn dat onze wieg in dit land staat. Misschien is dat ook wel een les die ik heb geleerd: dankbaar zijn. Ik heb alle kansen gekregen 
in het land en het gezin waarin ik ben geboren.”

Als je in de brandhaarden van de 
wereld staat, voel je je dan weleens machteloos?
“Ja, maar niks doen is voor mij geen optie. In het ene dorp gaat het goed, een dorp verder is het een complete chaos. Maar dat is nooit een reden om het niet te doen. Een druppel op een gloeiende plaat? Alle druppels helpen. Het is pas erg als er geen druppel meer op de plaat valt.”

Het is bijna onmogelijk om een project of land te noemen dat de meeste indruk op je heeft gemaakt. Zou je deze vraag überhaupt kunnen beantwoorden?
“Dat is inderdaad bijna niet te doen, maar ik denk dat mijn eerste reis de meeste indruk heeft gemaakt. Omdat die, en daar was ik me toen helemaal niet van bewust, de aanzet is geweest voor al het werk dat ik voor de loterij en goede doelen heb gedaan. Ik was jong, had een dochter van een paar maanden die ik achter moest laten en reisde naar de andere kant van de wereld. In Brazilië ging ik naar een werkplaats waar 
vrouwen bakstenen maakten, zodat ze in stenen huisjes konden wonen. Toen die vrouwen hoorden dat ik een baby had, maakten ze voor mij een hobbelpaard. Het ontroerde me, omdat die vrouwen ondanks dat ze het niet 
makkelijk hadden toch oog voor dit soort kleine details hadden. Door dat hobbelpaard vielen barrières weg: we waren allemaal vrouwen, allemaal 
moeder. Het maakte niet uit dat ik hun taal niet sprak en een heel ander leven had. Zo simpel is het dus, verbinding maken. Ik voelde toen ook dat dit werk belangrijk is, dat die verbinding zoeken zo ontzettend belangrijk is.”

Boot of stacaravan?
“In de duinen bij Zandvoort heb ik al bijna twintig jaar een stacaravan, met de nadruk op ‘ik’. Ernst gaat natuurlijk vaak mee, maar het is veel meer mijn plek. In mijn ‘straatje’ staan allemaal leuke vrouwen, van die heerlijke Jordanese types die geen blad voor de mond nemen. Het eerste weekend dat ik er stond, ging ik naar de kantine om me voor te stellen. De hele camping zat daar, want er was een rummikubavond. Tot diep in de nacht hebben we gespeeld en had ik mijn entree gemaakt op de camping. Ik kom er nu eigenlijk te 
weinig, mijn kinderen zijn er vaker dan ik. En hoewel ik de caravan heel fijn vind, kies ik toch voor onze sloep. De boot is echt van ons samen en Ernst en ik vinden het heerlijk om op een warme dag, na ons werk, in de sloep te springen om een rondje te varen.”

Een lintje of een lachend kind?
“Dat lintje dat ik kreeg was ontzettend bijzonder. Ik was totaal overrompeld, had het niet zien aankomen. Ik was 
verrast en ontzettend vereerd. Ook omdat ik het lintje kreeg voor mijn vrijwillige inzet voor goede doelen buiten mijn werk om. Maar als ik moet kiezen, zal toch echt een lachend kind voorgaan. Altijd. Ieder kind heeft recht op een onbezorgd leven en dat is helaas 
niet overal zo. Ook in Nederland, want vergeet niet dat ook hier kinderen zijn die het moeilijk en zwaar hebben.”

Je komt vaak in aanraking met die 
kinderen, kun je dan nog wel lachen?
“Dat is het mooie aan kinderen, die zijn zo ontzettend veerkrachtig. Op al mijn reizen heb ik veel gehuild, maar ook evenzoveel gelachen. In Nairobi kwam ik voor de tweede keer in een jongenshuis, waar straatjongens werden 
opgevangen. Ik had het in de oude staat gezien en ging terug om te kijken hoe het was opgeknapt. Een jongentje van een jaar of elf leidde me rond en liet heel trots zijn slaapkamer zien. Ik vroeg waarom hij zijn muren lila had geschilderd. ‘Omdat het de kleur van vrede is,’ zei hij. Hij had op straat gewoond, 
gruwelijke dingen meegemaakt, voor zijn broertje moeten zorgen en was nu blij en dankbaar dat hij een veilig, vredig thuis had. Het ontroerde me, de jongen met zijn vreselijke verhaal, maar ook zijn veerkracht. Hij wilde er het beste van maken, keek uit naar de toekomst. Toen ik wegging, rende hij me achterna. Hij had samen met andere jongens een bekertje van piepschuim beschilderd dat ze me cadeau gaven als een soort bedankje. Ja, ik was in tranen, maar ook van blijdschap. Ik was zo blij voor die jongen dat het goed met hem ging. Dat bekertje heb ik nog, dat gooi ik nooit weg.”

Sporten of lijnen?
“Sporten. Zonder twijfel. Ik houd 
ontzettend van sporten. Als kind heb 
ik altijd gehockeyd, maar ik moest 
daarmee stoppen vanwege mijn knieën. Daarna had mijn vader een of andere tweedehands racefiets ergens opgedoken en ging ik rondjes fietsen terwijl hij 
timede. Nu train ik al dertien jaar met Joost, mijn personal trainer die me behoorlijk aanpakt. Dat sporten moet ik ook van mezelf doen omdat ik dol ben op eten, zo eerlijk is het ook wel. En dan echt eten, hè, geen liflafjes. Ernst wist niet wat hij meemaakte toen hij mij net leerde kennen. Als ik mijn ogen open doe, en dan is het nog geen zeven uur, weet ik al wat we die avond gaan eten. 
Ik ben geen chef, maar kan wel lekker koken. Mijn kinderen roemen mijn 
gehaktballen. En Bob vraagt vaak of ik een pan chili con carne wil maken voor hem en zijn vrienden.”

Als we deze vraag aan Ernst zouden stellen, wat zou hij dan zeggen?
“Ook sporten. We sporten veel samen. Ik hoef het voor hem overigens niet 
voor de lijn te doen, het maakt hem echt niet uit hoe ik eruitzie. Wat hem wel uitmaakt, is wat ik er zelf van vind. Door alle hormoonschommelingen, schouder- blessures en operaties heb ik een tijd niet kunnen sporten en kwam ik flink aan. Ik hoef echt geen 45 kilo te wegen en vind rondingen mooi, maar dit 
lichaam paste niet bij mij. Ik was aan het mopperen en klagen en opeens zei Ernst: ‘Wil je niet zo lelijk praten over mijn vrouw?’ Ik vond dat lief, want daarmee zei hij eigenlijk: wees lief voor jezelf. Hij vond me toen, in die periode, net zo mooi en aantrekkelijk als nu. Weet je, hij heeft mij ontmoet tijdens een negendaagse fietstocht met een groep door Namibië voor Orange Babies. Ik had al die dagen een fietsbroek aan en een helm op.” (lacht) “Hij is echt voor mijn karakter gevallen.”

Wat is leuk aan Ernst?
“Hij is heel doortastend, vraagt niet: ‘Hoe gaat het?’ maar kijkt je aan en vraagt: ‘Hoe gaat het met jóú?’ Lijkt een klein verschil, maar zeg het maar eens hardop. Ik kan ook alles tegen hem 
zeggen, hij zal er nooit mee aan de haal gaan, en dat heb ik eerder wel gehad. Ik voel me heel veilig bij hem.”

Jurk of fietsbroek?
“Een jurk. Ik heb de allerheerlijkste sportkleding en die draag ik het liefst de hele dag, maar ik houd nog meer van 
me mooi aankleden. Met een paar 
handelingen kun je er verzorgd uitzien, dat heb ik van mijn moeder geleerd. Die zei altijd: ‘Zorg dat je goed haar hebt en gepoetste schoenen.”

Familie-uitje of vriendinnen?
“Dan kies ik voor mijn ‘modern family’, dat zijn mijn kinderen, mijn man, zijn kinderen, mijn familie en mijn allerbeste vrienden. Ik kom zelf uit een hecht gezin. Soms zetten we na het eten 
muziek op en gingen we dansen, en stond ik op tafel te playbacken. We 
hadden zo veel plezier met elkaar. Het was ook de zoete inval bij ons. Iedereen kon aanschuiven. Dat heb ik zelf ook 
gedaan. Mijn kinderen wonen op zichzelf, maar toen ze nog thuis woonden, zat het huis altijd vol. Dat was ook de reden dat ik wilde verhuizen toen Bob als laatste de deur uitging. Amsterdam voelde als een nieuwe start. Ik had het niet anders willen doen. Mijn kinderen zijn in de buurt, we hebben een heerlijk huis, mijn werk is dichtbij, mijn 
vrienden wonen op de hoek; het lijkt wel of hier alles op zijn plek valt.”

Tekst | Saskia Smith
Fotografie | kwf, ANP, Hollandse hoogte.

Dit interview stond in Margriet 2018-25. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Ook leuk en interessant om te lezen

Deze video wil je niet missen

Beauty-expert Carmen Zomers laat zien hoe je een optische ooglift kunt toepassen. Het enige wat je nodig hebt, zijn oogschaduw en mascara.

 

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

 

Ook interessant