Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Minister en vicepremier Carola Schouten: ‘Ik wil door dit ambt niet harder of cynischer worden’

minister-en-vicepremier-carola-schouten-ik-wil-door-dit-ambt-niet-harder-of-cynischer-worden.jpg

Ze is nog anderhalve maand demissionair minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, voor het kabinet -na de Tweede Kamerverkiezingen- zal veranderen. Hoe heeft Carola Schouten (43) het ministerschap ervaren? “Ik heb vrienden buiten de politiek gevraagd in de gaten te houden dat ik niet verander”.

Creatief met agenda omgaan

Of de fotoshoot ook op zaterdagochtend in Veenendaal kan, want daar moet de minister een digitaal congres openen. Haar politiek adviseur puzzelt aan de telefoon hoorbaar met de agenda. Eerst de visagie, dan de opening van het congres en daarna de fotoshoot.

En nu, een week later, zitten we in de werkkamer van Carola Schouten op het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in Den Haag. We hebben ruim een uur, daarna moet er een filmpje worden opgenomen en beneden in de hal staat Frits Wester met de cameraploeg van RTL Nieuws te trappelen om de minister te bevragen over een actuele kwestie.

Een vluchtige blik in het leven van Carola maakt meteen duidelijk: ze wordt geleefd. “Klopt,” lacht ze. “Het ministerschap beheerst je hele leven. Ik ben er elke dag mee bezig en we moeten heel creatief met
de agenda omgaan, om zo veel mogelijk afspraken te combineren.”

Heb je geen enkel rustpunt in de week?

“Dat was de zondag, maar sinds de corona-crisis hebben we bijna alle zondagen Catshuisberaad.”

Je hebt vaak gezegd dat naar de kerk gaan jouw oplaadmoment is. Dat kan dus ook niet meer?

“Nee, ik ben er al heel lang niet geweest. Sowieso had dat door corona nog maar eens in de maand gekund, want er mogen niet te veel mensen bij de dienst zijn. Maar zelfs dat red ik niet. Ik kan de diensten wel online terugkijken, maar dat is toch niet hetzelfde als in de kerk zijn. Ik mis dat echt. Nu blijf ik maar doorhollen en zijn de momenten van reflectie schaars. Het contact met de mensen in de kerk mis ik ook, ik weet niet meer goed wat er speelt. Dat is wel het moeilijkst van die hele coronacrisis: dat je het echte contact met mensen moet missen. Ik was laatst bij mijn moeder voor haar tachtigste verjaardag en zei op afstand: ‘Nou, mam, gefeliciteerd.’ Het liefst wilde ik haar een dikke knuffel geven. Ik had nooit echt stilgestaan bij de waarde daarvan, maar nu merk ik hoe nódig dat is, om elkaar af en toe te kunnen vastpakken.”

In 2011 kwam je voor de ChristenUnie in de Tweede Kamer. Je had er toen vast geen rekening mee gehouden dat je zes jaar later minister en vicepremier zou zijn.

(lacht) “Nee! Zeker niet omdat we een kleine partij zijn en de kans dat we aan een kabinet deelnemen dus niet zo groot is. Maar ik kreeg genoeg tijd om aan het idee te wennen, want Gert-Jan Segers en ik hebben na de verkiezingen in 2017 zeven maanden onderhandeld namens de ChristenUnie. In die periode dachten we natuurlijk wel na over welke posten onze partij zou mogen vullen en wie minister zou kunnen zijn. Met die verdeling heb ik uiteindelijk niks te maken gehad, dat doen de fractievoorzitters onderling. Maar ik weet nog goed dat ik in de Tweede Kamer met een groepje zat te wachten en Gert-Jan me kwam vertellen dat ik minister van Landbouw zou worden. Dat was een emotioneel moment, ook omdat mijn vader boer was. Hij is overleden toen ik negen was, maar ik vroeg me meteen af wat hij ervan zou hebben gevonden.”

Lees ook:
Zó zag onze premier Mark Rutte er in zijn tienerjaren uit

Wat was je antwoord?

“Ik denk dat hij trots was geweest en zich tegelijkertijd zorgen zou hebben gemaakt, omdat het ministerschap zwaar is. Je weet dat je lange dagen gaat maken, moeilijke beslissingen moet gaan nemen en kritiek zult krijgen. Als ouder wil je je kind daar denk ik tegen beschermen, dat blijft volgens mij zo tot de laatste dag. Mijn moeder vraagt ook geregeld of ik wel genoeg slaap en of ik niet wat gas moet terugnemen. Dan zeg ik: ‘Mam, dit is mijn karakter en dat heb ik van jou.’ Zo leg ik het mooi terug bij haar.” (schatert) “Het is trouwens ook echt zo, mijn moeder was vroeger altijd hard aan het werk op de boerderij.”

Wist je waar je aan begon met het ministerschap?

“Ik kon me er wel een beetje een voorstelling van maken, maar wat voor impact het op je heeft, kun je niet van tevoren inschatten. Die ondervind je als je in deze kamer zit en al die stapels dossiers krijgt: je bent er dag en nacht mee bezig. Je moet jezelf heel snel eigen maken welke thema’s er spelen, wat de belangen zijn en wie waar staat. Gelukkig leveren ambtenaren veel kennis aan. Ik heb ook een paar keer afgesproken met een van mijn voorgangers, Cees Veerman. Heel fijn om dingen te bespreken met iemand die ook op deze plek heeft gezeten.”

En bij wie kun je met je privé-emoties terecht?

“Mijn politiek assistent Jonathan is ook een goede vriend, bij wie ik altijd terechtkan als ik veel kritiek krijg of ergens anders mee zit. Met vrienden buiten de politiek gaat het gelukkig vaak over andere dingen, maar ik heb hun wel gevraagd in de gaten te houden dat ik niet verander. Ik wil door dit ambt niet harder of cynischer worden.”

Is God ook een steun?

“Ja, Hij is er altijd. Als ik twijfels heb of als het niet goed gaat, bid ik. Dat is een manier om mijn zorgen bij Hem te brengen. Maar ik kan God juist ook ervaren als ik op een mooie dag door het bos of aan het strand loop en alles goed gaat. Dan denk ik: wat is het allemaal toch mooi gemaakt en wat hebben we het hier goed. Natuurlijk zijn er grote problemen in Nederland en zijn er mensen die het zwaar hebben, maar alleen al het feit dat we hier in vrede leven, vind ik iets om dankbaar voor te zijn. Politiek gaat vaak over problemen, maar ik probeer ook stil te staan bij de mooie dingen.”

Is het gewicht van het ambt je tegengevallen?

“Nou, ik kan wel hard werken, dus daar raakte ik niet van ondersteboven. Wat ik de hoogste prijs van het ministerschap vind, is dat je weinig tijd over hebt voor de mensen van wie je houdt. Ik weet nog dat mijn moeder eind november vroeg of ze me voor de kerst nog zou zien. Toen moest ik zeggen: ‘Dat weet ik niet zeker.’ Dat is best lastig. Ik bel of app wel geregeld met haar.”

En met je zoon, Thomas?

“Ook natuurlijk. Hij is negentien en een jaar het huis uit, maar hij weet ook niet beter dan dat ik het druk heb. Ik kreeg hem op mijn 23ste en ben van het begin af aan alleenstaand moeder geweest. Ik studeerde nog en werkte ernaast: dat waren minstens zulke tropenjaren als nu. Als ik een feestje had bij vrienden nam ik een bedje mee op de fiets en legde ik hem daar te slapen. Dan moest ik hem er ’s nachts wel uithalen om terug te fietsen, maar daar is hij nooit slechter van geworden. Ik heb in die tijd ook geleerd om hulp te vragen. Eerst dacht ik dat ik het zelf moest kunnen, maar je hebt als ouder echt anderen nodig. Thomas was tien toen ik Kamerlid werd. Mijn familie woont in Brabant, wij in Rotterdam, dus ik was aangewezen op veel oppas. Mensen uit de kerk hebben me daar heel erg mee geholpen, daar ben ik nog steeds dankbaar voor.”

Geeft het jou rust dat hij nu zijn eigen huis en leven heeft?

“Het is wel stil hoor, maar de zorgfase is inderdaad voorbij. Gelukkig woont hij vlakbij en komt hij op zondag vaak eten en sport kijken. Hij is ook heel goed met mijn moeder, hij gaat er geregeld logeren. Dan zegt hij: ‘Mam, ik pak even de auto naar oma.’ Gaan ze samen The crown kijken, superleuk. Het doet me goed dat zij er voor elkaar zijn.”

Heb je in je ministerschap iets gehad aan jouw jeugd op een boerderij?

“Het voordeel is dat ik weet hoe het leven op een boerderij is. Na de dood van mijn vader hebben mijn moeder, mijn zussen en ik het bedrijf nog vijf jaar gerund. Maar die ervaring maakt het soms ook lastiger om besluiten te nemen, die voor individuele bedrijven ingrijpend zijn. Ik voel wat het betekent voor de mensen. Landbouw is een heel concreet ministerie, het gaat bijna altijd meteen over gezinnen. Van de onzekerheid, de wanhoop en woede bij de boeren in de fosfaatrechtenkwestie en de stikstofcrisis heb ik echt wakker gelegen. Ik sprak al die mensen, ook hier aan tafel. Maar uiteindelijk moet je als minister toch soms pijnlijke besluiten nemen, ook al zie je die gezichten voor je.”

Je termijn zit er bijna op, je kunt niet alles netjes afhechten.

“Klopt, ik zei deze week nog tegen een medewerker: ‘Ik heb te weinig tijd! Ik wil zo graag de volgende stappen nog zetten…’ Als het gaat om de verbinding tussen natuur en landbouw bijvoorbeeld. Ik heb ingezet op kringloop-landbouw, waarin afval dat nu waardeloos is weer kan worden ingezet als voer of bodemverbetering. Daar is nog veel te doen. Tegelijkertijd ben ik ook een passant in deze kamer en relativeert dat ook. Ik hoef het niet allemaal in mijn eentje te doen.”

Kajsa Ollongren en jij zijn na Annemarie Jorritsma en Els Borst in 1998 pas de tweede vrouwelijke vicepremiers. Wat vind je daarvan?

“Ik geloof er heel erg in dat het team dat het land regeert een afspiegeling moet zijn van de maatschappij. Daar wordt zo’n team ook echt beter van. Er kunnen nog stappen worden gezet als het gaat om vrouwen, maar ook om etnisch-culturele diversiteit. Tijdens het formatieproces van dit kabinet was ik de enige vrouw aan tafel. Ik zat maandenlang tussen de mannen – aardige mannen, maar toch.” (lacht) “Het is voor de beeldvorming belangrijk dat ook vrouwen betrokken zijn en minister of vicepremier worden.”

Ben je je ervan bewust dat je daarin een voorbeeld bent?

“Daar denk ik niet elke dag aan, maar vrouwen zien natuurlijk wel dat ik als alleenstaande moeder toch carrière heb gemaakt. Soms moet je dat bij iemand anders zien voor je kunt voelen dat het voor jou ook is weggelegd. Maar ik denk ook dat vrouwen zich nog te vaak bescheiden opstellen en dat het belangrijk is dat ze wat vaker naar voren stappen en durven zeggen: dit kan ik en dit wil ik.”

Zou je nog een keer minister willen worden?

(lacht) “Ik ga niet vooruitlopen op de verkiezingsuitslag. Als er een nieuw kabinet aantreedt, zet ik mijn weg ergens voort, maar waar weet ik nog niet. Ik ben tweede op de lijst van de ChristenUnie. Als je op de lijst gaat, dan kies je voor de Kamer. Afgelopen zomer kreeg ik de vraag of ik door zou willen als Kamerlid. Ik heb er lang over nagedacht of ik daar de energie nog voor heb, maar groeide er toch weer naartoe.”

Als Kamerlid heb je weer iets meer vrije tijd. Hoe ga je die doorbrengen?

“Ik lees graag. Ik houd erg van biografieën, vaak met een politiek tintje, maar ook van fictie. Series kijken vind ik ook leuk. Ik ben begonnen met The crown, maar heb daar nu alleen ’s avonds laat even tijd voor en dan val ik in slaap. Maar het meest zie ik uit naar meer met vrienden en familie afspreken en het over heel andere dingen te hebben dan over politiek.”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

M05

Dit artikel verscheen eerder in Margiet 05-2021. Dit nummer nabestellen kan via magazine.nl

Interview | Bas Maliepaard
Fotografie | Iris Planting

Ook interessant