Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Esther had een burn-out: ‘Het is het beste wat me is overkomen’

burn-out-margriet.jpg

Esther Kant is begeleider van kinderen die net even anders zijn en moeder van Joris (21) en Sophie (17). Twee jaar geleden kreeg ze een burn-out. Terugkijkend blijkt dat het beste wat haar kon overkomen.

Open cultuur

“Twee jaar geleden volgde ik met een groep mensen een training over werkprocessen. Een onderdeel van de training was dat je karakter werd ingedeeld op kleur en hoe je dat in kunt zetten en gebruiken op de werkvloer. Ik had er zin in. Het liep al een tijd niet lekker op mijn werk, een school voor kinderen die meer uitdaging nodig hadden, en dit kon weleens de oplossing zijn. Ik ben optimistisch, vrolijk, praktisch, houd van aanpakken, maar na een jaar lesgeven kon ik niets anders dan concluderen dat ik toch écht anders was dan mijn collega’s. Ik kwam binnen in een open cultuur, veel dingen moesten nog worden ontwikkeld. Op mijn voorhoofd staat pionieren, dus ik wilde dit heel graag doen. In het begin was het ook leuk, ik had alle vrijheid.

Maar na een paar maanden draaide alles langzaam om. Die open cultuur bleek een dun laagje te zijn. Ik voelde me niet gehoord en gezien en sloot mijzelf steeds meer af. In mijn klas was ik aan het genieten, daarbuiten deed ik veel op automatische piloot. Ik werkte met een fantastisch uitdagende doelgroep, maar ik voelde me soms net zo onbegrepen als mijn leerlingen. Ik reed met steeds minder plezier naar mijn werk. Terwijl ik zo vol enthousiasme zat, veel ideeën had en ook zo veel mogelijkheden zag.”

Hoofd versus hart

“Tijdens die training kregen we allemaal een kleur. Ik was groen. Het enige wat daarover werd verteld, is dat ik niet met oranje kon samenwerken en dat blauw geen goede match was. Ik had me iets heel anders voorgesteld bij deze dag, veel praktischer, maar de handvatten die ik zocht, kreeg ik niet. Halverwege de ochtend zei een collega tegen me: ‘Weet je, jij hebt humor. Kijk maar, het staat op bladzijde 83.’ Ik keek in het cursusboek dat we hadden gekregen en daar stond een beschrijving van een persoon met humor. Dat anderen een boek nodig hebben om te zien hoe je bent, was tekenend voor de kloof die tussen mij en de rest was ontstaan. Hoofd versus hart.

Niet veel later kwam ik op een ochtend op mijn werk en kon ik de trap naar boven niet meer op lopen. Ik wist dat ik naar boven moest, maar ik kon niet meer. Van alle energie waarmee ik deze baan was begonnen, was niks meer over. Ik meldde me ziek; een forse burn-out, constateerde de dokter al heel snel. 

Gedwongen nadenken

Ineens zat ik thuis. Uitgeput. Verdrietig. In de war. En met een groot schuldgevoel. Ik had een koophuis, twee kinderen, waarvan de oudste een verstandelijke beperking heeft, hoe moest het nu verder? Bovendien voelde het als falen, ik was nooit ziek en nu zat ik thuis. Het mooie én confronterende van een burn-out is dat je wordt gedwongen om na te denken. Wat is er gebeurd? Hoe kan ik voorkomen dat het nooit meer gebeurd? Wat maakt mij gelukkig? Bén ik wel gelukkig? Dat zijn geen dingen die je bedenkt op de eerste dag als je thuiszit.

Die eerste weken waren grauw en grijs, alsof er een deken over me heen lag. Ik heb geslapen, gehuild, voelde me beroerd. Alle spieren in mijn lichaam deden pijn. Ik kon amper lopen, kon mijn armen bijna niet bewegen. Met behulp van een psycholoog en mijn wil om beter te willen worden is het me gelukt om langzaam onder die deken uit te kruipen en na te gaan denken. Dat was een pijnlijk proces. Mijn werk was de druppel, maar de echte pijn lag vele lagen dieper. Ik realiseerde me dat ik eigenlijk mijn hele leven voor iedereen de kar trek, behalve voor mezelf.”

Redderen en zorgen

“Ik was al jong heel zelfstandig. Ik heb altijd goed voor mezelf moeten zorgen. Als je dat doet, sta je eigenlijk altijd een beetje buitenspel; ik voelde me ‘anders’, maar kon er niets mee. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik vijftien was. Mijn vader was een grote, sterke man, die in elkaar was geklapt vanwege die scheiding. En dus ging ik redderen en doen en zorgen; we moesten toch verder. Hetzelfde deed ik in mijn huwelijk. De eerste jaren hadden we het leuk. Mijn ex-echtgenoot is arts. We reisden veel en hebben negen jaar op Curaçao gewoond. Toen Joris werd geboren, was het al snel duidelijk dat er ‘iets’ met hem was. Tot op de dag van vandaag weet niemand precies wat dat ‘iets’ is. Sommige kinderen zijn gewoon niet te labelen, Joris is zo’n kind. Maar dat betekent ook dat je overal zelf achteraan moet gaan en dat deed ik.

Op Curaçao vonden we niet de zorg die nodig was voor Joris en daarom zijn we, na de geboorte van Sophie, teruggegaan naar Nederland. Dat was voor Joris heel goed, voor onze relatie pakte dat minder goed uit. Niet weel later scheidden we en ging mijn ex terug naar het eiland waar we zo gelukkig waren geweest. Ik bleef achter met een kleuter en een zorgintensief kind. En weer schoot ik in de regelmodus en ging ik alleen voor alles zorgen. Ik deed alles om voor Joris het leven, zíjn leven, in goede banen te leiden. En tegelijkertijd wilde ik het ook voor Sophie leuk maken. Aandacht voor mezelf was er niet, daar had ik helemaal geen tijd voor. En dus cijferde ik mezelf weer voor een groot deel weg. Ik had daar voor mijn gevoel ook geen keus in en maakte me steeds harder en sterker dan ik was.”

Weinig energie

“In het jaar dat ik thuis zat, ben ik mijn leven en mezelf gaan ontleden en weer gaan opbouwen. Hoe dat gaat? Met heel kleine stapjes, soms een grote sprong en soms het gevoel dat je achteruitloopt. Ik ben veel naar buiten gegaan, de natuur in. Ik had ruimte nodig om na te denken, te ademen, even niks om me heen te voelen dan lucht. Soms moest ik mezelf dwingen om een stukje te gaan lopen, om niet de hele dag op de bank te zitten, soms liep ik twee uur achter elkaar ook al deed mijn lichaam pijn.

Ik praatte heel veel met mensen en deelde mijn verhaal. En ondertussen denderde het leven ook gewoon door. Ik moest nadenken over een plek waar Joris vaker naartoe kon gaan, zodat ik meer tijd voor mezelf had. Ik wilde Sophie zo goed mogelijk begeleiden bij alle keuzes die er waren en ik moest met mijn ex na al die jaren nog steeds alle financiële zaken afronden.

Er is geen moment aan te wijzen waarvan ik denk: ja, toen was ik er weer, of toen ging het beter. Het is een geleidelijk proces geweest met vallen en opstaan en oude patronen doorbreken. Dat ik meer om en aan mezelf moest denken, daarvan was ik snel overtuigd, maar het in praktijk brengen ging minder snel. Maar als ik een datum zou moeten noemen dan zou ik 1 januari 2019 zeggen. Ik ben helemaal niet van de goede voornemens, maar op deze dag daagde ik mezelf uit om een maand lang gezond te leven, dus geen wijn, geen suiker, geen snelle koolhydraten.

Ik zat al ruim een halfjaar in de ziektewet, was erg met mezelf aan de gang gegaan, maar door mijn zware lichaam had ik weinig energie. En ik merkte dat ik dat zo nodig had. Het is grappig hoe snel je het merkt als je je eetpatroon verandert. Zonder die suikerdippen zat ik veel beter in mijn vel. Dat ik zo veel ben afgevallen is me eigenlijk een beetje overkomen, maar ik merkte dat het me geen enkele moeite koste. Als je jezelf niet meer wegcijfert, kun je ook veel liever voor jezelf zijn.

Bureautje van niks

Een andere belangrijke datum is 1 maart, de dag dat ik mijn eigen bureau begon. Ik zat in een re-integratietraject en werkte inmiddels drie dagen in de week op een bijzonder leuke school, waar ik nu nog steeds werk. Een school waar we elkaar helpen, waar een fijne saamhorigheid is en waar lieve, begripvolle mensen werken. Omdat ik altijd vier dagen had gewerkt, zat ik nog steeds een dag in de ziektewet. Die dag heb ik uiteindelijk gebruikt om mijn Bureautje van niks te beginnen. Ik begeleid kinderen die net even anders zijn, omdat ze bijvoorbeeld autistisch, hoogbegaafd of hooggevoelig zijn. Het is pretentieloos, vandaar de naam. Ik geloof dat je vanuit die instelling makkelijk kunt werken, er is niks, dus kan het alleen maar ergens naartoe gaan. Daar ben ik nog het meest trots op, dat ik die stap durfde te nemen.

Iedereen vond het onverstandig, de naam snapten ze niet, ik had geen businessplan, het was onduidelijk wat ik ging doen, was ik er wel klaar voor om voor mijzelf te gaan beginnen, moest ik niet juist rustiger aan gaan doen? Maar toch zette ik door, omdat ik er zo gelukkig van werd. En als ik íéts had geleerd het afgelopen jaar was het om voor mezelf te kiezen. Misschien is dat achteraf gezien de omslag in mijn burn-outtraject geweest. Het moment dat ik zo bewust voor mezelf koos, werd ik pas echt beter.”

Lees ook:
Mijn verhaal: ‘Opeens, midden op de werkdag breken de tranen door’

Trots

“De afgelopen twee jaar ben ik tijdens mijn burn-out behoorlijk rigoureus mijn leven gaan opruimen. Ik besloot dat het voor Joris goed was als hij begeleid op zichzelf zou gaan wonen, om die vreselijke alimentatiestrijd met mijn ex op te lossen en om liever voor mezelf te zijn. Op het moment dat je goed voor jezelf gaat zorgen ga je ook nadenken: wat wil ík? Wat vind ík belangrijk?

‘Ben je gelukkig?’ vroeg mijn psycholoog onlangs. Ik durfde bijna geen ‘ja’ te zeggen, want dan kan het ook weer stuk. Het is nog kwetsbaar, ik ben nog kwetsbaar, maar, ja, ik ben gelukkig. Veel mensen denken dat mijn geluk ook in die 48 kilo zit die ik kwijt ben, maar dat is een misvatting. Ik heb vaker geprobeerd om af te vallen en dat lukte niet, omdat ik niet lekker in mijn vel zat. Maar omdat ik me nu goed voelde, lukte het wel. Het is dus niet: als ik afval komt alles orde, alles was in orde en toen kon ik afvallen. Het is voor mij de kers op de taart, dat me dat ook is gelukt. Of ik trots ben op mezelf? Ja. En dat zeg ik niet snel.

Ik heb leuk werk, twee prachtige kinderen, een eigen bedrijf en het belangrijkste van alles bijna, ik zorg beter voor mezelf. Dat dragen en sterk en groot zijn, doe ik nog steeds. Ik kan ook niet anders. Ik geloof dat je altijd een keuze hebt in het leven. Niet in wat je overkomt, maar wel in hoe je met iets omgaat. Ik koos voor mij, ik neem meer ruimte. Er wordt me vaak gevraagd of ik nu heel anders ben, nu ik uit die burn-out ben gekomen. De grap is dat ik juist meer mezelf ben geworden. Ik was mezelf kwijt en nu vind ik mezelf gewoon weer terug. Dat is misschien wel het mooiste wat er is gebeurd.”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

Tekst | Saskia Smith

Fotografie | Marloes Bosch

Visagie | Nicole Brøndsted

Ook interessant