Persoonlijk

Barbara schreef een boek over sterven: ”Sterven doe je maar één keer”

hr_m08-persoonlijk-barbara-van-beukering_1259.jpg

Barbara van Beukering was onder meer hoofdredacteur van Het Parool en van Volkskrant magazine. Ze schreef het boek Je kunt het maar een keer doen, een persoonlijke zoektocht naar sterven, het grootste taboe in ons leven.

“Ik heb een boek geschreven over het moeilijkste onderdeel van het leven: sterven. De aanleiding voor dit boek was de dood van mijn vader, 24 jaar geleden. Hij overleed aan darmkanker, heeft ontzettend geleden en ook zijn sterfbed was afschuwelijk. Mijn vader was ontzettend bang om dood te gaan en wilde er absoluut niet over praten. Het was een heel zware, emotionele tijd.

Ik was moeder van vier jonge kinderen, had een drukke fulltime baan en pendelde tijdens mijn zwangerschapsverlof dagelijks van Amsterdam op en neer naar mijn stervende vader in Friesland. Het was totale chaos in mijn leven, maar ik ben opgevoed met: niet zeuren, gewoon doorgaan. En dat deed ik. Ik was bij hem thuis toen hij overleed. Er kwam een vriend van hem op bezoek en toen ik hem naar de huiskamer bracht, bleek mijn vader net te zijn gestorven. Zichtbaar in totale paniek.

Aanvallen

Niet veel later kreeg ik last van paniekaanvallen. Pure doodsangst weet ik nu, maar toen nog niet. Dus ging ik gewoon door. Wat waren mijn opties met een druk gezin en een drukke baan? De aanvallen kwamen steeds vaker en werden steeds heviger. Ik probeerde yoga, meditatie, van alles, maar niks hielp. Uiteindelijk ben ik bij een mental coach beland die vroeg hoe lang ik al last had van die aanvallen. Drie jaar. Of er drie jaar geleden iets ingrijpends was gebeurd? Het verband was snel gelegd. De oorzaak was het ellendige sterfbed van mijn vader, waarin niets bespreekbaar was, van wie ik geen afscheid had kunnen nemen en van wie ik niet eens wist of hij begraven of gecremeerd had willen worden. We hebben hem begraven. Later vond ik ergens in een lade een formulier waarop hij had ingevuld dat hij gecremeerd wilde worden. Al met al was het best een traumatische ervaring.

Bewust anders aangepakt

Zes jaar geleden kreeg ook mijn moeder darmkanker. Zij heeft het bewust anders aangepakt. Mijn moeder besloot om zich niet te laten behandelen en de tijd die haar nog restte te besteden aan het afronden van haar leven en aan haar afscheid. Dat heeft mij heel erg aan het denken gezet. Mijn ouders – die een jaar voor mijn vaders dood gescheiden waren – vormden in die zin twee uitersten: het sterfbed van mijn vader heeft mij onbeschrijfelijk veel pijn gedaan, en op de laatste fase van mijn moeder kijk ik juist met dankbaarheid terug. Haar laatste maanden en zeker haar laatste weken waren mooi en intiem. Het was een periode waarin we terugblikten op haar leven en veel gelachen en gehuild hebben. Alles was bespreekbaar: hoe ze afscheid wilde nemen, de euthanasie en haar uitvaart. Ik mis mijn moeder nog steeds, maar met de manier waarop ze is gegaan heb ik vrede.

Dankzij mijn ouders weet ik dat hoe iemand het leven verlaat, ontzettend veel uitmaakt voor de nabestaanden. Natuurlijk, ook voor de stervende zelf; voor mijn vader was zijn overlijden allesbehalve prettig. Maar hij weet het niet meer, en ik bleef met die beelden achter in de veronderstelling ‘dat je dus zo doodgaat.’ Ik vraag me af of hij het, als hij geweten had dat zijn dochter door zijn sterfbed drie jaar lang last zou hebben van nachtmerries en paniekaanvallen, anders had kunnen doen.

Intrigerend

Mijn ouders waren beiden rationele, nuchtere, intelligente mensen. Niet religieus. Waarom werd het sterfbed van mijn vader door angst geregeerd en kon mijn moeder vanaf de diagnose zeggen: ik ga dood en nu ga ik mij concentreren op hoe ik dat ga doen? Volkomen autonoom en met de regie in eigen handen? Dat vind ik intrigerend.

Stergevallen

In mijn boek heb ik een aantal sterfgevallen uit mijn vriendenkring beschreven en ik heb nabestaanden van bekende mensen geïnterviewd, onder wie Frenk Reemer, de broer van Sandra Reemer, Frank Sanders over de dood van Jos Brink, Ernst Daniël Smid over zijn vrouw Roos, Angela Groothuizen over haar vriendin en mede-Dolly Dot Ria Brieffies. Dat levert een breed beeld op van hoe deze mensen met hun naderende dood zijn omgegaan en hoe hun dierbaren op hun sterfbed terugkijken. De een met spijt of frustratie, de ander juist met een goed gevoel. Zoals Maarten de Boer, de man van Renate Dorrestein, die over haar sterfbed kan zeggen: ‘Alles verliep perfect. Op de dood na.’

Daarnaast heb ik tijdens mijn zoektocht de ervaringen van verschillende deskundigen geconsulteerd die veel ervaring hebben met sterven: artsen, psychologen en rouw-experts. Wat mij vooral fascineert is dit: op verreweg de meeste zaken in het leven kun je je voorbereiden, je kunt oefenen, fouten maken en er beter in worden, maar sterven doe je maar één keer. Is het mogelijk om het goed te doen? Kun je je daarop voorbereiden? Wat in elk geval zeker is, is dat het geen kwestie is van goed of slecht; een moreel oordeel hierover is niet te vellen. En wat ik nu ook weet, is dat er eigenlijk geen eenduidig antwoord is. Je kunt je van alles voornemen, maar als je de dood krijgt aangezegd, reageer je mogelijk anders dan je had gedacht.

Een goede vriend

Zoals een goede vriend met wie ik vorig jaar over mijn boek sprak. Zijn reactie was een heel stellig: ‘Als ik een ernstige ziekte krijg, wil ik geen behandeling, maar de laatste maanden van mijn leven zo goed mogelijk doorbrengen.’ Geen twijfel. Er leek op dat moment nog niets met hem aan de hand te zijn. Een paar maanden later ging hij met klachten naar de dokter en bleek dat hij alvleesklierkanker heeft. Hij belde mij na de diagnose: ‘Ik heb vijf procent overlevingskans, maar ik hoor bij die vijf procent. Ik laat alles doen, bestraling, chemo, alles.’ Daar is zijn hoop volledig op gericht. Kennelijk kun je er dus in theorie van overtuigd zijn dat je geen behandeling wilt, maar in de praktijk klamp je je misschien toch aan elke strohalm vast. Het is zoals Connie Palmen in De wereld draait door zei toen Matthijs van Nieuwkerk haar vroeg hoe zij dacht dood te gaan: “Je kunt het vergelijken met het verzet in de oorlog. Je hoopt dat je tot de dapperen behoort, maar je weet het niet zeker tot het oorlog wordt.”

Verborgen

Het is jammer dat de dood tegenwoordig zo verborgen wordt gehouden. Vroeger was het einde veel meer geïntegreerd in het dagelijkse bestaan, mensen stierven midden in de huiskamer, omringd door hun dierbaren. De medische revolutie heeft de dood bijna tot iets ongewoons gemaakt; veel ernstige ziekten zijn te genezen, tot iets chronisch om te buigen of er is nog een levensrekkende behandeling mogelijk. Daardoor leven we langer, maar we sterven ook langer. Daarnaast is er natuurlijk de invloed van social media waarin alles en iedereen perfect moet zijn. We denken dat alles maakbaar is, ook het leven, dus ziekte en dood horen daar niet bij. Als je er nooit rekening mee houdt, word je wel erg overvallen als je tijd daar is: wacht even, dit overkomt mij toch niet? Nou, het overkomt iedereen, niemand uitgezonderd.

Slechtnieuwsgesprek

Negen jaar geleden werd ik zelf geconfronteerd met een slechtnieuwsgesprek. Ik liet bij de dokter achteloos naar een moedervlek kijken. Het bleek een melanoom te zijn, de kwaadaardigste vorm van huidkanker. De grote vraag was: zijn er uitzaaiingen? Gelukkig bleek dat niet het geval, maar het was wel een zeer confronterende ervaring.

Door de vele sterfgevallen in mijn omgeving ben ik, denk ik, bovengemiddeld vaak met de dood geconfronteerd. Daardoor was ik wel geschokt door het feit dat ik een melanoom had, maar niet door de wetenschap dat ik er mogelijk aan dood kon gaan. Ik denk meer zoals schrijfster Renate Dorrestein die, toen ze diagnose slokdarmkanker had gekregen, zei: ‘Het is niet: waarom ik? Maar: waarom ik niet?’ Zij was katholiek en vond daar steun bij, maar dat geldt niet voor alle gelovigen. Vooral onder streng religieuzen die nog specifiek in hemel en hel geloven, kan het oordeel bij de hemelpoort angst inboezemen. Maar ook gelovige mensen die dat minder letterlijk opvatten, zullen het leven hier, met alles wat je dacht te zijn, met al je werkelijkheden, uiteindelijk moeten loslaten. Ik denk dat dat het moeilijkste is van doodgaan. En als je daar erg bang voor bent, zoals mijn vader, ga je het ontkennen en kun je er niet over praten. Ineke Koedam, die expert in levenseinde-ervaringen is, zegt daarover: ‘Geen verbinding meer kunnen maken met je dierbaren is de meest schrijnende vorm van lijden.’

Vier belangrijke dingen uitspreken

Volgens psycholoog en rouwexpert Manu Keirse is het belangrijk om op je sterfbed vier belangrijke dingen uit te spreken: ‘Sorry’, ‘Ik vergeef je’ (als daar aanleiding voor is uiteraard) en ‘Ik dank je’ en ‘Ik hou van je’. Dan geef je je nabestaanden iets mee waarmee ze verder kunnen. Dat heb ik zelf mogen ervaren toen ik als hoofdredacteur van Volkskrant magazine stopte met de columns van schrijver-dichter Adriaan Jaeggi. Hij kon dat niet accepteren en we kregen ruzie, wat pas jaren later weer goed kwam. Toen Adriaan ongeneeslijk ziek werd, liet hij mij vlak voor zijn euthanasie weten dat hij spijt had van die ruzie en dat hij dankbaar was voor zijn jaren als columnist en voor onze vriendschap. Hij sprak een prachtig bericht in op mijn voicemail en nam op die manier heel bewust afscheid. Dat hij dat deed, ervoer ik echt als geschenk. Met al deze ervaringen en verhalen hoop ik dat mijn boek tot nadenken stemt, en dat mensen wat meer stil zullen staan bij de vraag met welk gevoel zij hun nabestaanden verder willen laten gaan. En ik? Als mijn tijd gekomen is, hoop ik dat ik samen met mijn kinderen met dankbaarheid kan omkijken, en me niet zal verzetten tegen het feit dat ik het leven los moet laten. Uiteindelijk is het toch zoals Manu Keirse zo mooi zegt: ‘Als je doodgaat, verhuis je van de buitenwereld naar de harten van de mensen die van je houden.”

Fotografie: Marloes Bosch
Visagie: Nicolette Brondsted
Tekst: Heleen Spanjaard

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2020-08. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Ook interessant