null Beeld Feriet Tunc. Styling: Esther Loonstijn. Visagie: Bart Brom.
Beeld Feriet Tunc. Styling: Esther Loonstijn. Visagie: Bart Brom.

PREMIUM

Astrid Kersseboom: ‘Dat ik niet meer op televisie ben, speelt helemaal geen rol in mijn leven’

Als klein meisje las presentatrice Astrid Kersseboom (56) in de kerk de lezing voor en ontdekte de kracht van vertellen. Na jarenlang een vast gezicht van het televisiejournaal te zijn geweest, presenteert ze nu het NOS Radio 1 Journaal.

Ja, ze vindt het heerlijk bij de radio, en nee, het voelt niet als een stap terug. Die vraag wordt haar vaker gesteld. Belachelijk, vindt ze, want radio is niet ondergeschikt aan televisie. Begin dit jaar volgde ze presentator Jurgen van den Berg op. Elke ochtend staat ze om vier uur op, rijdt naar de studio en is dan om zes uur op de radio te horen. Drieënhalf uur lang duurt het programma. Leuk, vindt ze. Want doordat er genoeg tijd is, kunnen de gesprekken die ze heeft de diepte in gaan. Wat een uitzending een Astrid Kersseboom-uitzending maakt, vindt ze lastig om uit te leggen. “Ik heb natuurlijk een eigen stemgeluid. Ook de manier waarop ik iets vertel, is bepalend. Ik vind dat het moet klinken alsof ik tegen iemand aan zit te kletsen. Ik denk dat ik het nieuws op een rustige manier breng. Ik kan best scherpe vragen stellen zonder dat ik er heel hard bovenop ga zitten.”

Waar ze heel erg van kan genieten is dat er in het programma muziek wordt gedraaid. Daar gaan een muzieksamensteller en de regisseur over, maar de plaat om halfzeven is de keuze van de presentator. Op maandag 3 januari, haar eerste uitzending, koos ze voor Dansen op de vulkaan van De Dijk. “Een heerlijk nummer. Ik ben groot fan van De Dijk, al vanaf het begin. Ze zijn eigenlijk met mij meegegroeid. Of ik met hen, het is maar net hoe je het bekijkt.”

null Beeld

Ben je een danser?

“Als je bedoelt uit je dak gaan op muziek, dan zeker. Ik ga niet meer naar een disco, maar op feestjes waar wordt gedanst, ben ik zo veel mogelijk van de partij. Ik ben dicht betrokken bij de hockeyclub en hockeyers staan altijd meteen op de dansvloer. Dat was voor mijn man, een voetballer, wel even wennen. Het jaar dat we beiden vijftig werden en we dertig jaar bij elkaar waren hebben we een groot feest gegeven, met een geweldige band erbij. Mijn man had ook zijn oude voetbalteam uitgenodigd en die zagen al die hockeyers, ook de mannen, de dansvloer op springen. Zij kwamen er later ook bij, hoor, maar moesten eerst bier drinken om los te komen.”

Als je achter de dj-set zou staan, welk nummer zet je dan als eerste op?

It’s raining men van The Weather Girls. Met mijn vriendin Veronique heb ik daar een speciale herinnering aan. We kennen elkaar van Omroep Brabant, waar ik na mijn studie ben gaan werken. We zaten naast elkaar en waren vanaf dag één vriendinnen. Met sommige mensen heb je dat, zo’n instant klik. Ze is later naar Zeeland verhuisd en als we elkaar dan spraken kwamen onze toen nog kleine kinderen er altijd tussendoor. Dus besloten we om een weekend naar Berlijn te gaan, met z’n tweeën, zonder gezin. Op de Duitse A2 kwamen we in een enorme file terecht. Maar wij hadden dit nummer op staan en zijn die hele file zo’n beetje zingend doorgekomen. We gaan nog steeds weekenden weg, nu met onze mannen erbij, en dan komt dit nummer altijd wel een keer voorbij.”

Kom je uit een muzikaal gezin?

“Ik zou officieel piano moeten kunnen spelen. Sterker nog: ik heb een piano thuis, maar doe er niks mee. Mijn nichtje kan goed spelen, zij is de enige die er af en toe achter kruipt. Ik heb als kind tien jaar lang pianoles gehad, totdat ik het huis uit ging. Ik vond het heel fijn om te spelen. Ik heb er zelfs nog even aan gedacht om een studie in de buurt van Vlaardingen, waar ik ben opgegroeid, te zoeken, zodat ik thuis kon blijven wonen en kon blijven spelen. Toen Jos en ik gingen samenwonen hebben we een piano gekocht en heb ik nog een tijdje gespeeld, maar daarna bijna nooit meer. Zonde eigenlijk, hè? Of ik een pianovirtuoos ben?” (lachend)

“Welnee. Ik had plezier in het spelen, maar ik kwam niet los van de blad­muziek. Mijn vader kon dat wel. Als hij iets hoorde, speelde hij het na. Hij maakte allerlei melodietjes en schreef ook zelf nummers. Soms speelden we quatre-mains en zaten we samen achter de piano. Mijn opa van vaderskant was dirigent van een koor en als mijn oma in een andere tijd was geboren, was ze ongetwijfeld operazangeres geworden. Maar vroeger was zingen of muziek maken toch meer iets wat je als hobby deed en niet om je brood mee te verdienen. Mijn oma kwam overigens uit een modern gezin. Haar vader vond dat zijn dochters, net als zijn zonen, mochten studeren. En dit is aan het begin van de vorige eeuw. Dat meisjes toen mochten leren was helemaal niet vanzelfsprekend.”

null Beeld

Geen streng katholiek gezin dus.

“Nee. Mijn ouders waren dat ook niet. Ze zijn altijd progressief katholiek geweest, in de jaren tachtig sloten zij zich zelfs aan bij de Acht Meibeweging. Het geloof speelt nu geen rol meer in mijn leven. Ik ben ook niet voor de kerk getrouwd en mijn dochter en zoon zijn niet gedoopt. Mijn ouders konden dat alleen maar waarderen, want de kerk alleen gebruiken als decor vonden ze vreselijk. Mijn vader vond de gemeenschap, de mensen met wie je de kerk vormt, ook belangrijker. Op het einde van zijn leven speelde zijn geloof wel weer een grote rol.”

Als een soort houvast?

“Dat denk ik wel. Of een soort vertrouwd baken. Hij was groot liefhebber van bigbandmuziek. Als mijn zus en ik thuiskwamen en Glenn Miller stond keihard op, dan wisten we dat mijn moeder niet thuis was, haha. Zij vond dat vreselijk dat het zo hard stond. Mijn vader had parkinson en wilde dat niet tot het einde uitzitten. Hij had een euthanasieverklaring en toen we bespraken hoe hij zijn afscheidsdienst het liefst zou willen, stelde ik voor om Glenn Miller te draaien. Maar dat vond hij niet gepast. Hoe progressief ook, die muziek hoorde niet in de kerk thuis.”

Wat mooi dat jullie met elkaar zijn afscheid hebben kunnen bespreken.

“Het was zowel mooi als intiem. De band met mijn vader is erdoor verdiept. Hij belandde met een longontsteking in het ziekenhuis en moest daarna naar een verpleeghuis. Terug naar huis was geen optie meer. Mijn moeder was mantelzorger en het was gewoon te zwaar voor haar. Hij vond dat vreselijk en had zoiets van: dan wil ik er ook een einde aan maken. Maar gek genoeg knapte hij in de hospice waar hij naartoe was gegaan enorm op. Zo’n hospice is fantastisch, er werken allemaal ontzettend lieve mensen. En omdat het beter met hem ging, ging mijn vader twijfelen. Dat vond hij eigenlijk heel moeilijk. Hij dacht dat hij niet meer terug kon. Dus hebben we hem uitgelegd dat hij wel terug kon, alleen niet terug naar huis. En zo kwam hij alsnog in een verpleeghuis terecht.”

Wat hij aanvankelijk niet wilde.

“Juist. En het mooie is: hij heeft daar nog driekwart jaar een toptijd gehad. Hij had zich ingeschreven voor alle clubjes die er maar waren en had elke dag een heel druk programma. Van de creaclub naar de muziekclub. Hij kon niet meer goed lopen, maar stond ook op de lijst voor de wandelclub.”

Kon hij nog muziek maken?

“Pianospelen ging niet meer, maar zingen wel. Zingen is voor parkinson­patiënten heel goed om te doen, omdat het een positief effect heeft op hun motoriek. Maar het was ook moeilijk voor hem. Het laatste stadium van parkinson is gewoon loodzwaar. Hij kon steeds minder en viel ongelooflijk af. Hij vertelde ook graag verhalen en ook dat vermogen ging bij hem verloren. Het klinkt misschien heel raar, maar toen hij uiteindelijk aan een tweede longontsteking was overleden, waren we opgelucht. Intens verdrietig, maar ook opgelucht.”

Heb je er ooit over gedacht om iets met muziek te gaan doen?

“Op de middelbare school wilde ik honderdeneen dingen studeren. Eén van de dingen die op mijn lijstje stonden, was muziekwetenschappen. Inderdaad, de theoretische kant. Ik wist dat ik niet goed genoeg was om conservatorium te doen. Een praktische keuze dus.”

Het werd uiteindelijk de Academie voor Journalistiek.

“Dat kwam naar boven bij zo’n studie­keuzetest, ik had er zelf nooit aan gedacht. Het bleek een optelsom te zijn van veel dingen die ik leuk vond: schrijven, interviewen en verhalen vertellen. Vroeger las ik als kind vaak de lezing in de kerk. Dat zijn stukken uit de Bijbel, voorgelezen door een leek. En dat was ik dan.”

null Beeld

Dat presenteren zat er dus al vroeg in?

“Pas later heb ik me dat gerealiseerd. Ik vond het leuk om te doen en het ging me goed af. Mensen zaten in elk geval altijd aandachtig te luisteren. Ik heb toen ook wel de kracht van mijn stem gevoeld. En wat je allemaal met je stem kunt bereiken.”

Ben je iemand die haar pad plant of laat je dingen op je af komen?

“Dat laatste. Ik heb geen lijst met een carrièreplanning, maar de keuzes die zich aandienden heb ik wel heel bewust gemaakt. Bij Omroep Brabant werkten we met een kleine redactie. We deden eindredactie, verslaggeving en presen­teren. Op een gegeven moment ben ik steeds meer de richting van die presentatie-kant op gegaan, omdat ik dat het allerleukst vond om te doen. Over het Radio 1 Journaal presenteren had ik nooit nagedacht, ik werd gevraagd om te solliciteren. Toen pas klikte het in mijn hoofd: natuurlijk wil ik dat doen. Het was vrijdag en mijn baas zei: ‘Denk er even over na in het weekend,’ maar ik wist eigenlijk meteen al dat ik ja zou zeggen.”

null Beeld : Blouse (&Other Stories), pantalon (Zara), blazer (H&M), schoenen (Steve Madden), oorbellen (Miccy’s).
Beeld : Blouse (&Other Stories), pantalon (Zara), blazer (H&M), schoenen (Steve Madden), oorbellen (Miccy’s).

Bespreek je die keuze nog uitgebreid thuis?

“Ik bespreek alles thuis, daarvoor ben je toch samen? Jos, mijn man, zei meteen dat ik het moest doen. Hij heeft nu een communicatiebureau, maar is van oorsprong journalist. Hij weet hoe leuk ik radio maken vind. Er waren ook mensen die zeiden: ‘Maar dan moet je wel van de televisie af.’ Dat speelt dus helemaal geen rol in mijn leven. In mijn gezin is er niemand die die vraag heeft gesteld.”

Luisteren je kinderen elke ochtend naar jou?

“Mijn dochter toevallig wel, maar die luisterde al naar dat programma voordat ik het ging presenteren. Mijn kinderen zijn nu 28 en 25, die hebben ook een heel eigen leven. Mijn dochter werkt bij een marketingbedrijf, mijn zoon is afgestudeerd aan een filmschool en wil scenarioschrijver en producer worden.”

Is je rol als moeder veranderd?

“Ja, natuurlijk. Ze zijn het huis uit, dus dat dagelijks met mijn kinderen bezig zijn, valt weg. Het is loslaten en erop vertrouwen dat het goed zal gaan. We zijn nu meer gelijkwaardig. Ik ben nog steeds hun moeder, maar de band die ik me ze heb is heel volwassen. Ik heb overigens geen last gehad van het legenestsyndroom. Mijn man wel. Ik werkte natuurlijk vaak in de avonden en weekenden en dan was hij met onze kinderen. En ineens was hij alleen thuis. Gelukkig komen ze nog geregeld langs.”

Is er een les die je je kinderen hebt meegegeven?

“Doe wat je leuk vindt. Ik doe het zelf ook. En hoop dat ik daarin een goed voorbeeld ben geweest. Dat ik heb laten zien hoe belangrijk het is om vanuit je hart te kiezen. Het maakt je pad misschien niet makkelijker, maar wel duizend keer leuker.”

null Beeld : Blazer en pantalon (We Fashion), top (Tramontana), schoenen (Steve Madden), oorbellen (de Bijenkorf).
Beeld : Blazer en pantalon (We Fashion), top (Tramontana), schoenen (Steve Madden), oorbellen (de Bijenkorf).

Astrids favorieten

  • Wijn “Een witte wijn van de pecorino-druif uit Le Marche. Een druivensoort die klinkt als kaas, maar heel lekker fris is.”
  • App “Die van de NOS natuurlijk. De snelste manier om te zien wat er in de wereld gebeurt.”
  • Vak op de middel­bare school “Geschiedenis.”
  • Sport “Hockey. Ik was een niet onverdienstelijk trim-hockeyer, haha.”
  • Gerecht “Stoofschotel.”

Astrid in het kort

Na haar studie aan de Academie voor Journalistiek gaat Astrid bij Omroep Brabant werken, eerst bij de radio, later presenteert ze Brabant Nieuws. In 1998 stapt ze over naar het NOS Radionieuws. Vanaf 2001 is ze op televisie te zien. Eerst presenteert ze het NOS Sportjournaal en valt ze een maand in bij het NOS Journaal. In 2004 gaat ze alleen voor het NOS Journaal werken. Vanaf 2007 is ze daar- naast ook koningshuis-verslaggever. Begin dit jaar keert ze terug bij de radio en presenteert ze het NOS Radio 1 Journaal, elke werkdag van 6.00 tot 9.30 uur.

Saskia SmithFeriet Tunc. Styling: Esther Loonstijn. Visagie: Bart Brom.

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden