Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Astrid Joosten: ‘Je moet jezelf altijd blijven verkopen. Vrouwen doen dat te weinig’

astrid-joosten-je-moet-jezelf-altijd-blijven-verkopen-vrouwen-doen-dat-te-weinig.jpg

Presentatrice Astrid Joosten (63) voelt zich thuis aan de Op1-tafel en bij 2 voor 12. Twee televisieprogramma’s die heel verschillend zijn, maar daardoor juist zorgen voor de balans die ze zo belangrijk vindt.

“Kijk”, zegt Astrid als ze haar keuken uit komt lopen met een prachtige ronde roodfluwelen taart in haar handen, “dit is het voordeel van een televisie-programma presenteren.” Het is een dag na de uitzending waarin patissier en jurylid van Heel Holland Bakt, Robèrt van Beckhoven bij haar en co-host Paul de Leeuw aan tafel zat. Hij had voor de redactie taart meegenomen en dit rode exemplaar speciaal voor Astrid gemaakt. “Lief, toch?”

Op1

Een paar maanden geleden werd ze met collega, maar vooral goede vriend, Paul de Leeuw gevraagd om op vrijdagavond Op1 te presenteren. Ze was verbaasd, Paul ook, maar zei meteen ‘ja’. Ze had al eens geroepen dat ze best Op1 wilde presenteren, want ze gelooft erin dat je de dingen die je wilt doen moet benoemen en uitspreken, vandaar misschien wel haar snelle antwoord. “Het is een actueel, divers en prettig programma.”

“Ik kijk er zelf ook graag naar. Wat ik ook fijn vind, is dat het de balans in mijn werk terugbrengt. Met dit programma kan ik weer die andere kant van mezelf laten zien. Ik wil voorkomen dat mensen denken dat ik alleen spelletjes presenteer.” Ze voelde zich al snel thuis aan de grote Op1-tafel, al was de eerste uitzending overleven. “Dat is het altijd, je hoopt gewoon dat je zo’n eerste keer een beetje ongeschonden die eindstreep haalt.” Na die eerste was er meer rust en vooral plezier.”

Kijk je de uitzendingen terug?

“Ja. En ik ben mijn grootste criticus. Ik kijk minutieus naar het programma. Hoe is de vraagopbouw, waar laat ik voor mijn gevoel dingen liggen, hoe reageren Paul en ik op elkaar, wat doet de regie, hoeveel tijd besteden we aan een onderwerp? Ik leer nog steeds en zal niet snel denken: het is wel goed zo. In het begin hadden we bijvoorbeeld moeite met het afronden van een gesprek. Dat wil je toch een beetje op een charmante manier doen, maar soms zit je zó in het gesprek, dat je ineens in je oortje de regisseur hoort roepen dat je moet afronden.”

Kijk je ook nog hoe je haar zit en of dat wat je aanhebt een beetje leuk staat?

“Ja, ook dat. Ik vind dat het totaalplaatje goed moet zijn. En dat heeft niks met ijdelheid te maken, maar met het feit dat ik het zelf ook fijn vind om naar een verzorgd iemand op televisie te kijken.”

2 voor 12 bestaat dit jaar vijftig jaar. Dat is ongekend lang voor een televisieprogramma. Jij presenteert het dertig jaar, ook ongekend lang. Wat is volgens jou de kracht van het spel?

“Het is een toegankelijk spel, iedereen kan thuis meedoen en heel veel mensen doen dat ook. Het is ook een soort sport onder kijkers om het woord eerder te raden dan de deelnemers.”

Lees ook: Adriaan van Dis: ‘Ik ben een wanhopige optimist’

Is de kracht ook dat het slow televisie is?

“Ongetwijfeld. Het programma is bedacht in 1971. In die tijd was het gewoon een leuk spel, nu is het slow televisie. In een tijd waarin alles snel gaat en dingen snel veranderen vinden mensen het fijn om te zien dat sommige dingen hetzelfde blijven. Het spel is ook wel een instituut, iets wat blijft. Daar hebben mensen, denk ik, behoefte aan. Het is ook leuk om te maken, omdat het format zo sterk is. Ik presenteer het niet alleen, maar ben ook betrokken bij de redactie van de vragen. We zijn nu met een jubileumuitzending bezig, waarin we in de vragen terugblikken op de afgelopen vijftig jaar.”

Sta je in die zin altijd aan? Dat je je laat inspireren door de dingen die je leest of hoort, wat weer kan leiden tot een vraag in het programma.

“Ik lees vrijwel altijd met een ‘extra’ oog. Als het interessant is denk ik al snel: kan ik er iets mee?”

Ook ’s zomers op een bedje in de tuin?

“Ik kan in de zomer heel lui zijn, dus ik kan mijn werk ook goed loslaten. Al ben ik wel een enorme nieuwsjunkie. Ik lees elke dag de kranten op mijn telefoon of tablet. Dat doe ik voor mijn plezier, maar als ik iets interessants lees, stuur ik het toch even door naar de redactie. En dan ga ik daarna weer lekker in de zon liggen en zwemmen. We hebben een huisje in de Languedoc in Frankrijk, daar is het heerlijk en kom ik tot rust.”

Dat is ook een mooi wijngebied, toch?

“Het is een heel interessante wijnstreek. De Languedoc is van oudsher een arm gebied, waar ‘slechte kwaliteit’-wijn, van die grote hoeveelheden bulkwijn, zeg maar, vandaan komt. Maar nu is er daar een heel nieuwe generatie bezig. Allemaal mensen die hebben gestudeerd aan de universiteit en stage hebben gelopen in bijvoorbeeld Australië of de Bourgogne of bij een groot chateau in de Bordeaux. En dan nemen ze in de Languedoc het bedrijf van hun vader over en gaan ze het op een heel andere manier doen. Dus die kwaliteit schiet omhoog. Daarom is het voor mij ook zo leuk om er ’s zomers rond te struinen, wijnboerderijen te bezoeken en nieuwe dingen te ontdekken.”

Zou het iets voor je zijn, een eigen wijngaard?

“Vroeger heb ik gekscherend weleens gedacht: stel je voor dat ik een Fransman of Italiaan tegenkom met een wijnchateau, en dat ik daar dan verliefd op word. Hoe leuk zou dat zijn?”

Verliefd worden op het chateau of die Fransman?

“Haha, zeg jij het maar. Maar zonder gekheid; ik ken Nederlanders die daar wonen en wijn maken en dat is echt wel buffelen, hoor. En je wordt er ook niet per definitie rijk van. Als je een misoogst hebt door bijvoorbeeld vorst of hagel, dan kun je het schudden. Dan heb je dus een jaar geen inkomen. Je kunt beter doen wat ik doe, gewoon bij zo’n boer wijn kopen. Bovendien zou ik dan mijn televisiecarrière moeten opgeven, want je kunt niet beide doen. En ik houd van wijn, maar blijf dan liever aan de kant van proeven en inkopen dan dat ik met een schort om en rubberlaarzen aan in een wijngaard sta. Ik vind televisie ook veel te leuk om te doen.”

Je studeerde Spaans. Was televisie iets wat toevallig voorbijkwam?

“Ja, want ik had helemaal geen ambitie in die richting. Ik wilde lerares worden. Ik woonde destijds in Amsterdam en toen mijn ouders een keer een weekend bij me op bezoek waren, had mijn vader een advertentie voor me uitgeknipt en meegenomen: ‘VARA zoekt omroepster’ – dat bestond toen nog. Mijn vader dacht heel praktisch: het is één dag in de week, handig voor erbij, maar ik vond het een krankzinnig voorstel. En toch, toen die advertentie een dag later nog steeds op tafel lag dacht ik: why not? ”

 “Ik paste één dag in de week bij een gezin in huis op de kinderen, dit kon er eigenlijk wel bij. Ik heb gesolliciteerd, werd aangenomen en van het één kwam het ander. Achteraf ben ik mijn vader heel dankbaar dat hij die advertentie had uitgeknipt, maar ook dat hij dat in mij zag. We hadden niks met die televisiewereld – mijn vader had een transportbedrijf – mijn moeder was secretaresse bij de Hoogovens, misschien dat het me daarom zo verraste.”

Met die studie Spaans is het niks meer geworden?

“Nee. Ik ben eerst nog overgestapt naar een studie Massacommunicatie, maar ik ging zó veel werken voor de televisie, dat het niet meer te combineren was. Daar heb ik overigens nog heel lang een knagend gevoel over gehad. Dat ik iets niet had afgemaakt, zinde me eigenlijk niet. Ik stelde mijn ouders natuurlijk ook wel teleur, want ze hadden me toch maar mooi aan die studie laten beginnen. Maar goed, daar had ik een paar jaar last van en daarna was het ook wel over. Ook omdat ik kon laten zien dat ik het had opgegeven voor iets wat niet alleen goed bij me past, maar wat ik ook het allerliefst doe.”

Plan jij je werk? Weet je al waar je over vijf jaar wilt zijn of meander je een beetje mee met hoe het leven komt?

“Ik meander behoorlijk. Iemand heeft een keer tegen me gezegd, en dit is wel lang geleden hoor, dat ik een pluisje op de wind was. Zeker in de eerste twintig jaar van mijn carrière had ik geen planning. Ik werd elke keer voor dingen gevraagd en als ik het leuk vond, deed ik het. Later ben ik wel meer bewuste keuzes gaan maken: welke kant wil ik op? Wat past bij mij? En wat niet? Als je die route helder hebt, gaat het eigenlijk vanzelf goed. ”

“Daarom heb ik bij BNN-VARA gezegd dat ik weer meer wilde interviewen, want voor mijn gevoel klopte het niet meer. En dan ga ik dat ook bewust uitrollen en erachteraan. Er zijn ook presentatoren die thuis gaan zitten mokken omdat ze op dat moment alleen maar quizzen presenteren, maar ik ga gewoon praten en zeg: ‘Ik wil die kant op en wat gaan we daar dan aan doen?’ Je moet jezelf altijd blijven verkopen en aangeven wat je belangrijk vindt en wat je ambities zijn. Vrouwen doen dat veel te weinig.”’

Vrouwen hebben toch een bepaalde mate van bescheidenheid

“Bescheidenheid brengt je nergens. Dat vind ik ook wel een les aan vrouwen: ga eropuit, laat zien wie je bent, wat je kunt en vooral wat je wilt. Het woord ambitie wordt al snel vies gevonden. Maar denk je dat ik achtendertig jaar in het vak had gezeten als ik dat niet op die manier had gedaan? Natuurlijk niet. Het komt echt niet op een presenteerblaadje naar je toe. Mensen zonder ambitie vind ik ook zo niksig. Als ik iemand hoor zeggen: ‘Ik vind het wel leuk,’ dan denk ik: dat is niet genoeg. Het moet leuk met een hoofdletter L zijn!”

Lees ook: Hij van Mart Visser: ‘Ik ben weleens jaloers op zijn innerlijke rust’

Werkt dat ook zo in de liefde, dat je je ambitie uitspreekt?

“Wellicht. De liefde kan je natuurlijk overkomen, maar ook dan geldt: als je op de bank blijft zitten gebeurt er niks. Ik leerde Rob tweeënhalf jaar geleden kennen op een zakelijke bijeenkomst waar ik mensen moest interviewen. Na afloop hebben we staan praten en dat was een heel leuk gesprek. Ik vond hem intrigerend, maar dacht ook dat hij wel een gezin zou hebben. We namen afscheid en toen ik terug naar huis reed bleef hij in mijn hoofd zitten.”

“Ik was ervan overtuigd dat ik niks meer van hem zou horen, maar twee dagen later was daar een berichtje via LinkedIn: ‘Het lijkt me leuk om nog eens verder te praten.’ Hij is ook een man van no guts no glory, want hij wist niks van mij. Dus hij stak zijn nek uit, liet weten wat hij wilde. Dat vond ik meteen aantrekkelijk aan hem. Hij staat stevig in zijn schoenen. Als hij iets wil, gaat hij ervoor.”

Er moet wel een sterke man naast jou staan. Je bent een vrijgevochten vrouw, hebt een eigen carrière en kunt prima je eigen zaakjes regelen. Iemand kan daar ook van onder de indruk zijn.

“Dat klopt. En dat is me ook echt weleens overkomen. Maar Rob heeft een sterke persoonlijkheid. Hij is directeur van een groot internationaal bedrijf, heeft een eigen leven en is heel zelfredzaam. Die laat zich niet zomaar omver blazen. Ik vind het ook heel fijn dat de een niet de man of vrouw van de ander is. We zijn gelijkwaardig. En dat kan ook een valkuil zijn. Dat je allebei zó stevig bent, dat je ontzettend gaat botsen. Maar wij kunnen elkaars carrière heel goed waarderen en meeleven en meedenken. ”

“Rob vindt het fijn dat ik zo geïnteresseerd ben in zijn werk en weet waar hij mee bezig is. ‘Ik heb nog nooit zo veel thuis over mijn werk verteld,’ zegt hij altijd. Hij denkt ook mee met de dingen die ik met Thérèse (vriendin Thérèse Boer, red.) doe, zoals onze wijnwinkel. Voordat hij directeur werd, zat hij aan de marketingkant. Dus denkt hij mee over hoe we iets kunnen positioneren of een brochure laten maken die er dan op een bepaalde manier uitziet.”

Ben jij iemand die dan makkelijk die hulp accepteert?

“Nou, dat vind ik soms lastig. In eerste instantie vind ik het heerlijk. Maar hij is dan zó zeker van zijn zaak, dat ik denk: je moet het ook even aan mij laten. Laat mij maar even nadenken en dan uit al jouw adviezen een keuze maken.”

Wat maakt hem zo leuk?

“Het is een ontzettend lieve en heerlijke man. We hebben veel overeenkomsten; we houden beiden van reizen, koken, lekker eten, goede wijn en diepgaande gesprekken. We laten elkaar vrij maar delen ook alles. We zijn eigenlijk ontzettend samen.”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? 
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Tekst | Saskia Smith
Fotografie | Feriet Tunc

Ook interessant