MT49 M49 interview arthur Beeld Iris Planting. Visagie: Ineke Brugman
Beeld Iris Planting. Visagie: Ineke Brugman

PREMIUM

Arthur Japin: ‘Met het schrijven vond ik de manier waarmee ik mensen kan bereiken. Het is een van de wonderen van mijn leven’

Voor zijn nieuwe roman Wat stilte wil dook Arthur Japin (66) in het leven van Anna Witsen, die een prachtige zangstem had, maar niet mocht zingen. In Margriet vertelt hij over zijn personages, zijn getraumatiseerde jeugd en over hoe trauma’s ook in zijn voordeel werken.

MT49 M49 interview arthur Beeld

Voor hij schrijver werd, was Arthur Japin, geboren op 26 juli 1956 te Haarlem, acteur. Hij volgde toneelopleidingen aan in Londen en de Theaterschool in Amsterdam en speelde daarna bij Toneelgroep Centrum en De Theaterunie en in de tv-series Flodder en Onderweg naar morgen. Ook zong hij bij de Nederlandse Opera. In 1986 debuteerde hij als schrijver met Magonische verhalen. Een jaar later brak hij door bij het grote publiek met De zwarte met het witte hart. Hij schreef daarna vele romans, meestal gebaseerd op bestaande personages en geschiedenissen, zoals De overgave, Vaslav, Maar buiten is het feest, De gevleugelde, Kolja en Mrs. Degas. Met Een schitterend gebrek, over de grote liefde van Casanova, won hij in 2004 de Libris Literatuur Prijs. In 2006 schreef hij het Boekenweekgeschenk De grote wereld dat in een recordoplage van 813 duizend exemplaren werd gedrukt. Japin woont afwisselend in Frankrijk en Utrecht, samen met zijn partners Benjamin Moser en Lex Jansen.

MT49 M49 horizontale lijn paars Beeld

Omdat hij houdt van de stilte en graag in de natuur is, woont schrijver Arthur Japin het liefst in zijn landelijke huis in de Franse Périgord. Maar voor de promotie van zijn nieuwe roman, Wat stilte wil, verblijft hij in zijn huis in de binnenstad van Utrecht. “Ook geen straf,” beaamt hij als hij de deur van het prachtige, historische pand opendoet. “We zijn er net, het huis moet nog even wakker worden,” vervolgt hij, knikkend naar de stofjes die dansen in het zachte strijklicht dat door de hoge ramen naar binnen valt. Het huis is uit 1600 maar werd eind negentiende eeuw verbouwd, de periode waarin zijn nieuwe roman zich afspeelt.

Japin vertelt hierin het verhaal van Anna Witsen, de zus van kunstenaar en schrijver Willem Witsen die deel uitmaakte van de literaire beweging De Tachtigers. Net als broer Willem heeft Anna een groot talent, ze kan prachtig zingen en wil daar graag haar levenswerk van maken. Maar als dochter uit een vooraanstaand patriciërsgezin mag ze alleen zingen in huiselijke kring. Daar legt ze zich niet bij neer. Japin schreef al vele romans over personages die echt bestaan hebben, waaronder zijn debuutroman, De zwarte met het witte hart, het met de Libris literatuurprijs bekroonde Een schitterend gebrek, De overgave, Vaslav en het op de jeugd van Karin Bloemen gebaseerde Maar buiten is het feest.

Waarom verkies je bestaande personages boven zelfbedachte, zoals de meeste romanciers doen?

“Dat komt puur door mijn grote nieuwsgierigheid. Het begint altijd met een basale vraag. Ik lees iets over iemand en vraag me af: maar hoe heb je dat gedaan? Hoe heb jij je leven vormgegeven met al die tegenwerking of met die afschuwelijke pijn? Als ik zelf zo’n personage zou verzinnen kan ik het in een middag invullen, de oplossing aandragen. Daar zit voor mij geen uitdaging in. Ik houd van het graven, het zoeken naar hoe het zeer waarschijnlijk is gegaan. Ik dompel me onder in een andere tijd, ga op zoek naar wat voor kleren mensen droegen, of er muziek was, en welke muziek dan, welke boeken er werden geschreven. Op een gegeven moment krijgen die personen een eigen logica, ik ga ze begrijpen en kan voorspellen wat ze op cruciale momenten zouden doen. Ik vind het heerlijk om zo elke dag te kunnen verkeren in een andere werkelijkheid.”

Lukt het altijd om iemand op die manier tot leven te wekken?

“Slechts een keer is het me niet gelukt. Dat kwam omdat ik die beginvraag niet had: hoe heb je dat gedaan? De situatie waarover ik wilde schrijven was echt en interessant, maar de personages moest ik erbij bedenken. Toen hield het op, na vijftig pagina’s. Mijn personages zijn vrijwel altijd buitenstaanders, hoe gaan ze daarmee om? En niet voor niets, ik ben als kind erg gepest en daardoor zelf nog altijd een buitenstaander. De strijd van andere, echte mensen intrigeert me, niet een bedacht probleem van een verzonnen personage. Tijdens mijn zoektocht vind ik vaak zulke schitterende oplossingen die mensen voor hun eenzaamheid bedenken, die verzin je niet.”

MT49 M49 interview arthur Beeld

Ik las dat je nooit bewust op zoek gaat naar zo’n verhaal, maar dat het zich altijd weer aandient. Hoe kwam Anna Witsen, de hoofdpersoon in je nieuwe boek, op je pad?

“Ruim twintig jaar geleden vroeg iemand mij om een boek te lezen over Ewijckshoeve, het huis van de familie Witsen destijds, waar De Tachtigers ook geregeld samenkwamen, om te zien of er misschien een film in zat. Die kwam er niet, maar toen al viel Anna mij op. Ik schreef zelfs al de beginscène van het boek. Toen kwam er wat anders tussendoor en stopte ik, maar Anna kwam af en toe terug. Een paar jaar geleden drong de vraag zich opnieuw op: wat ging er om in Anna’s hoofd? En ook de tragiek, dat ze pas mocht schitteren nadat ze dood was, greep mij aan. Het niet mogen zijn wie je ten diepste bent, dat is een thema dat mij blijft inspireren. Ik besloot alsnog een boek over haar te schrijven.”

Je hebt het boek opgedragen aan je moeder, die, zo schrijf je, ook niet mocht worden wat ze had gewild. Wat had zij willen worden?

“Ze had graag door willen leren, maar dat mocht niet. Ze kwam uit een groot katholiek gezin met tien kinderen waarvan de jongens na school mochten doorstuderen; zij moest in het huis-houden gaan helpen. Terwijl ze graag en veel las, en goed kon tekenen. Ze vond het heel erg dat ze zich niet verder mocht ontwikkelen. Mijn ouders waren al jong samen, mijn vader studeerde Nederlands, en mijn moeder deed thuis met hem mee. Ze was gepassioneerd leergierig. Toen ik op het gymnasium zat, leerde zij thuis ook al die rijtjes uit haar hoofd omdat ze het zelf ook allemaal wilde weten.”

Jouw ouders hadden een slecht huwelijk, waarin je moeder werd mishandeld, vertelde je in eerdere interviews. Kon zij er wel voor jou zijn?

“Absoluut, ik denk zelfs dat doordat er voor haar gevaar was – ik werd niet geslagen – zij naar mij toe trok. We waren veel samen, trokken echt samen op en deelden veel. Ik sliep ook vaak bij haar, de deur gebarricadeerd, voor als mijn vader boos en dronken thuiskwam. Het was twee tegen een. Mijn moeder en ik waren daardoor heel hecht.”

Toen jij dertien was pleegde je vader zelfmoord. Hoe afschuwelijk ook, ik kan me voorstellen dat dat ook ontspanning gaf.

“Totaal. Het klinkt wrang, en natuurlijk is het feitelijk heel erg als een ouder zelfmoord pleegt. Maar voor mij was het goed, juist op dat moment. Alsof hij plaats voor mij maakte. Het gaf rust en er kwam ruimte voor mij, en ook voor mijn moeder. Zij onderging een metamorfose, werd weer die heel knappe vrouw die zij was geweest. En zij hield, net als ik, van theater. Dat speelde een grote rol in onze genezing. We hadden het niet breed, ze moest hard werken, maar spaarde het hele jaar om met kerst samen met mij naar Londen te gaan. Daar zagen we wel tien of twaalf voorstellingen in een week. Het theater bood een veilige haven zonder herinnering aan ons verleden.”

Huiselijk geweld, gepest worden, dat soort ervaringen laten meestal zware sporen na in een mens. Toch kom jij licht en vrolijk over, en zijn ook je boeken vrij licht van toon. Hoe verklaar je dat?

“Het altijd op je hoede zijn, thuis en op school, heeft een aantal gevolgen. Ik ben altijd voorbereid op het slechtste. Is er een ramp dan moet je bij mij zijn, want alle vluchtwegen staan op mijn netvlies. Maar daardoor valt het leven ook vrijwel altijd weer mee. Dat geeft een bepaalde luchtigheid. Daarnaast ben ik door mijn eigen ervaringen nooit verrast door de vreselijke dingen die mensen meemaken. Ik kan goed relativeren en ben pragmatisch. Maar het belangrijkste is denk ik dat ik een grote fantasie heb en al heel jong werd gedwongen om af en toe te vluchten in een andere wereld. Daardoor kan ik de zwaarte parkeren, of er een lange neus naar maken en het tij keren.”

Jouw vader leed aan depressies. Was je bang dat je daar ook aanleg voor zou hebben?

“Na mijn vaders dood hebben mensen me dat geregeld gevraagd en ik dacht altijd: nee, dat gebeurt mij niet. Tot ik een aantal jaar geleden werd overvallen door een zware depressie. Er gebeurde iets wat mijn zelf gecreëerde, gelukkige wereld onderuit haalde, de fantasie doorprikte. Ik ben onbewust denk ik altijd bezig om voor mezelf een veilige wereld te scheppen, weg van de boze buitenwereld. Maar het veilige gevoel, mijn houvast, was in één klap weg.”

MT49 M49 interview arthur Beeld

Wat veroorzaakte dat?

“Dat houd ik voor mezelf, maar het was vooral lichamelijk, alsof mijn samenstelling veranderde. Ik voelde dat heel duidelijk, puur fysiek, chemisch, binnen twintig minuten was het gebeurd.”

Hoe ging jij ermee om?

“Ik heb hulp gezocht maar niet gevonden. Daardoor duurde het lang, een aantal jaar. Maar door de liefde ben ik er toch bovenop gekomen. Het gevoel dat ik het mijn partners (Arthur Japin leeft al decennialang samen met Lex Jansen en Benjamin Moser, red.) niet kon aandoen om op te geven, hield me bij het leven. Als je diep depressief bent, kun je anderen niet meer bereiken. En vice versa. Je bevindt je gevoelsmatig in een parallelle wereld. Een wereld achter glas. Daarom hoeven mensen het zichzelf nooit kwalijk te nemen als zij iemands hulproep niet hebben verstaan. Nooit. Als je kunt volhouden, heelt de tijd uiteindelijk de pijn; maar zolang die duurt, heb je aan die wetenschap niets.”

Jullie menage á trois is voor jullie volstrekt normaal, maar blijft toch tot de verbeelding spreken. Hoe doe je dat, met z’n drieën?

“Lex en ik zijn al 43 jaar bij elkaar en Ben is er ook alweer 22 jaar bij. In het begin was het voor ons ook nieuw en kon ik goed uitleggen wat de uitdagingen waren, maar we zijn nu al zo lang een normaal gezin, er is niet veel bijzonders over te vertellen. Lex is heel rustig en stabiel, Ben en ik zijn veel emotioneler. Maar de balans is blijkbaar goed en er is ruimte voor ons alle drie. Er zijn wel praktische dingen die soms lastig zijn. Ben is een stuk jonger en is graag in Utrecht, kan echt verlangen naar het leven in de stad. Lex en ik zijn er wel klaar voor om voor altijd op die Franse berg te blijven. Tegelijkertijd is Ben veel op reis. Ik ga soms mee, Lex niet, die is niet zo’n reiziger. We doen niet alles met zijn drieën, maar wel heel veel.”

Heb je er geen last van dat anderen het misschien vreemd vinden?

“Als je zoals ik nooit bij de groep hoorde, ontwikkel je een gevoel dat je ook helemaal niet bij die groep wilt horen. Je hoeft niet meer aan hun voorwaarden te voldoen, je moet je eigen weg vinden, maar bent daarbij ook veel vrijer om die te kiezen en vorm te geven. Ik leerde dus al jong mijn eigen leven te verzinnen, te kiezen voor wat bij mij paste, los van de verwachtingen van anderen. Iets waarvan ik dacht dat het een achterstand was, bleek een voorsprong in het leven. Er is zo veel meer mogelijk dan mensen je vertellen.”

Heb je nou nooit het idee: ik moet nog eens roman schrijven over mijn eigen leven?

“Nee, want ik ken mijn verhaal. Ik heb bij mezelf nooit de vraag: hoe heb je dat gedaan? want dat weet ik. Het is voor mij geen interessante zoektocht. Maar bij het schrijven van mijn boeken put ik wel uit mijn eigen ervaringen. Het personage dat moet vechten om een plek te krijgen, om geaccepteerd te worden, daar zit ook iets van mij in. De schoolscènes in De zwarte met het witte hart bijvoorbeeld, zijn exacte kopieën uit mijn schooltijd. En bij het schrijven over Anna kon ik teruggrijpen naar mijn eigen zanglessen; ik heb vroeger een beetje gezongen. In een brief die ik kon inzien, schrijft ze dat ze niet kan zingen als ze niet gelukkig is. Ik weet precies hoe emotie je stem beïnvloedt, dat helpt dan om het goed te verwoorden.”

MT49 M49 interview arthur Beeld

Is het schrijven helend voor jou?

“Zo heb ik het nooit ervaren. Ik ben mezelf er ook niet per se beter door gaan begrijpen, of anders door gaan voelen.” (Japin is even stil, denkt zichtbaar na, en zegt dan) “Het schrijven heeft me wel geleerd om mezelf te laten zien en anderen daarmee te bereiken. Doordat ik als kind altijd mijn voelsprieten uit had staan, situaties in moest schatten en mensen goed moest lezen, werd ik er heel goed in te zien wat er in mensen gebeurt. En ik kon maar niet begrijpen dat anderen niet zagen wat er in mij gebeurde. Dat gaf zo’n diep gevoel van eenzaamheid. Ik denk dat alles wat ik heb geprobeerd, het dansen, zingen, componeren, schilderen en dus ook het schrijven, manieren waren om mezelf kenbaar te maken. Met het schrijven vond ik de manier waarmee ik mensen kan bereiken. Het is een van de wonderen van mijn leven.”

(Hij valt weer stil. Het ontroert hem zichtbaar.) “Ik kan nu mensen raken, verbinding maken. Daar heb ik als kind zo naar verlangd. Dat er nu een grote groep is van trouwe lezers, die ook nog steeds groeit, daar voel ik me door gesterkt, en bijna veilig door. Toen ik net begon met lezingen geven, was ik huiverig, maar het is geweldig. Er gebeurt echt iets op zo’n podium; je geeft iets en je krijgt het honderdvoudige terug. En bij het signeren wordt dat contact ook nog eens persoonlijk, mensen vertellen je heel veel. Die verbinding betekent veel voor mij.”

Je schrijft over Anna’s zenuwen als ze voor publiek moet zingen. Haar leermeester legt uit: ‘de angst dat je zult mislukken is een voorwaarde, helaas, om te slagen.’ Is een nieuw boek, ondanks die trouwe lezers, toch altijd weer spannend?

“De twijfel aan jezelf is helaas nodig om iets nieuws te creëren. Als je zou weten hoe het moet, je erop zou vertrouwen dat je het goed doet, dan zou je steeds hetzelfde doen. Dan wordt het saai, voorspelbaar. De twijfel en angst dwingen je elke keer om iets nieuws te bedenken waardoor je, als het goed is, boven jezelf uitstijgt. Maar ja, die garantie krijg je nooit.”

MT49 M49 interview arthur Beeld

Cyrano de Bergerac: “Als ik één toneelstuk moet kiezen is het Cyrano de Bergerac van Edmond Rostand, over de man die zichzelf te lelijk vond voor de liefde, maar zichzelf in zijn woorden kon laten zien.”
Muziek: “Ik houd veel van muziek. Dat kan van alles zijn, als het me maar meesleept, groots en dramatisch.”
Londens theater: “Met mijn moeder bezocht ik veel Londense theaters. Nadat mijn vader uit het leven was gestapt, bood het voor ons troost en genezing. Nog altijd voel ik me nergens meer geborgen dan in een Londens theater.”
Shakespeare: “Mijn grootste inspirator is William Shakespeare. Een groter schrijver bestaat niet. Niemand heeft de mens in al zijn facetten beter doorgrond.”
Indiaas eten: “Een echt lievelingsgerecht heb ik niet, maar ik ben dol op alles waar geen dier voor is gestorven. En nergens is dat smaakvoller dan in de Indiase keuken. Mijn partner Ben kookt graag en heerlijk.”

Deirdre EnthovenIris Planting. Visagie: Ineke Brugman

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden