Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Anne Wil Blankers: ‘Ik heb nog helemaal geen tijd om dood te gaan!’

anne-wil-blankers-uit-margriet-04.jpg

Ze had zich iets anders voorgesteld van de nadagen met de man met wie ze al 65 jaar samen is. Maar het leven gooide roet in het eten. Toch zit actrice Anne Wil Blankers (81) niet bij de pakken neer. Haar motto is immers: ‘Niet zeuren, máák er maar wat van.’

Het mooie huis in IJsselstein waar Anne Wil Blankers (81) pas twee jaar woont, is verkocht. De hoop op een rustiger leven met haar 87-jarige echtgenoot Ger vervloog na de verhuizing. Oorzaak: de alzheimer van haar man verhevigde veel sneller dan verwacht en inmiddels is hij, samen met zijn geliefde teckel, naar een zorginstelling verhuisd. “Dat is het zo is gelopen, is heel bitter,” vertelt ze. “Ik ben ongeveer vier jaar mantelzorger geweest, terwijl mijn werk natuurlijk gewoon doorging. Dat resulteerde vier jaar geleden in een burn-out.”

De grote woonboerderij in Polsbroek werd daarom verruild voor dit huis, maar voor haar alleen is het te groot. “Te veel onderhoud, die tuin alleen al. Ik kijk nu uit naar een mooi appartement.” Ze zet koffie op tafel en zegt een beetje streng: “Zeg, we gaan het toch niet de hele tijd over alzheimer hebben, hè?”

Toneelstuk Het oog van de storm

Nee, dat is niet de bedoeling, maar ouderdom, verlies en hulpbehoevend worden, zijn wel de thema’s van het toneelstuk Het oog van de storm van de Franse schrijver Florian Zeller. Hierin spelen Anne Wil en Hans Croiset een bejaard echtpaar, en Johanna ter Steege en Marguerite de Brauw hun dochters. De twee zussen komen samen in hun ouderlijk huis, waar een van de ouders is overleden. Tot het verrassende einde is de vraag: maar wie van de twee? In de recensie van de Volkskrant wordt Anne Wil Blankers alle lof toegezwaaid: ‘Zij is superieur in de moederrol. Als zij opkomt krijg je behalve een masterclass teksttoneel ook zicht op een echt karakter. Dit is acteren dat verder gaat dan het spelen van een schetsmatig personage. Prachtig.’

Vandaar de eretitel ‘Grande dame van het Nederlandse toneel’ natuurlijk, maar dat wordt door haar meteen weggewuifd. “Daar heb je er wel twintig van, joh!”

Lees ook:
Debby Petter: ‘Ik denk dagelijks wel een keertje aan de eindigheid’

U reageert nu wel heel laconiek, maar zegt het u iets?

“Eigenlijk niet nee. Ik denk hooguit: ik word wel oud als ze mij zo gaan noemen. Nou ja, er zijn weinig vrouwen die op mijn leeftijd nog het toneel op gaan. Alleen Ingeborg Elzevier, denk ik.”

Waarom heeft u ja gezegd tegen dit stuk?

“Het mysterieuze sprak me aan. Maar ook het aspect van oud worden, de gaten die in hersens kunnen vallen. Hoe je het volhoudt als je partner maar blijft vragen wat voor dag het vandaag is. Dat doet mijn man ook en ik antwoord dan gewoon twintig keer ‘woensdag.’ Maar het verdriet van de ander, het besef dat de regie van zijn leven hem is ontsnapt, dat vind ik heel erg. Ik kon mijn man uiteindelijk niet meer zelf verzorgen omdat hij ook heel vaak viel. En dan moet je besluiten dat er voor hem gaat worden gezorgd. Dat is een heel grote stap. Maar Ger heeft het daar gelukkig erg naar zijn zin.”

Is het spelen van Madeleine emotioneel?

“Alleen bij de eerste lezing. Toen ik mijn slotzinnen uitsprak, moest ik ontzettend huilen. Opeens kwamen alle opgekropte emoties eruit. Dat was de enige keer. Maar ik herken bepaalde situaties natuurlijk wel. Uit eigen ervaring weet ik dat het verwarrend kan zijn; soms spreekt de ziekte en soms zijn heldere zelf. Dat is moeilijk, hoor, ik moet er in de auto op weg naar huis weleens om huilen.”

Madeleine zegt in het stuk: ‘Hij is niets zonder mij.’ Dat zeggen veel vrouwen over hun man.

“Madeleine heeft álles voor hem gedaan. Zij is zo’n toegewijde vrouw die er altijd voor heeft gezorgd dat hij, de grote schrijver, kon werken. Je weet wel, het type man dat zelf nog geen blik kan opendraaien. Nee, zelf was ik niet zo. Ik heb natuurlijk altijd veel gewerkt, en toen de kinderen jong waren hebben wij altijd iemand voor dag en nacht in huis gehad. Ik wilde dat dat perfect was geregeld. Maar toen de alzheimer bij Ger begon, nam ik toch als vanzelf het heft in handen. Niet te veel, want het is wel altijd een ‘baasje’ geweest, hoor. Dat is ook moeilijk. ‘Dat kan ik zelf,’ hoor je dan en vervolgens zie je het toch verkeerd gaan. Dat is schipperen, zeker in het begin.”

Hoe is het om 81 jaar te zijn?

“Ik moet er eigenlijk om lachen, het is zo’n raar idee. Eenentáchtig, niet te geloven! Ik vind het wel leuk, eigenlijk. Helemáál als mensen mij jonger schatten, natuurlijk. Maar als ik lang in een stoel heb gezeten en opsta, dan denk ik: hmpf, nou reken maar dat ik het ben. En ik heb natuurlijk nog twee zoons die al rond de vijftig zijn. En twee kleinzoons. Die komen met hun vader, mijn oudste zoon Christo, bijna elk weekend even bij me lunchen en dan doen we een spelletje scrabble of we kijken naar een film. Heerlijk.”

Bent u een terugkijker?

Het blijft even stil. “Nee. Hooguit in de sfeer van ‘weet je nog?’ We hebben met ons gezin mooie jaren gehad in ons tweede huis in Frankrijk. Het is leuk om met z’n allen de foto’s van toen te bekijken. Maar ik leef vooral in het nu.”

Ik vraag het ook omdat u geen makkelijk leven heeft gehad. Uw dochter Marjolijn die in 2002 overleed, had downsyndroom en uw zoon Diederik kreeg dystonie. U heeft het wel voor uw kiezen gehad.

“‘Maar je krijgt het nooit tegelijk,’ zeg ik altijd. Het was één voor één. Dan ben je gewend aan het een en plotseling word je geconfronteerd met het ander. Ik ben geen klagerige figuur, geloof ik. Mogelijk zijn dat mijn Rotterdamse roots; niet zeuren, máák er maar wat van. Natuurlijk ben ik opstandig geweest toen duidelijk werd wat er met Marjolein aan de hand was, maar het overkomt je. Zij leed niet onder haar beperking en voor ons was het vooral een kwestie van aanpassen. Marjolijn was een heel vrolijk en gelukkig kind.

Ik weet nog dat mijn man en ik met haar op ons terras in Frankrijk zaten en ze opeens zei: ‘Ik wil iets zeggen.’ Ze keek even rond en zei toen: ‘Ik ben heel gelukkig.’ Fantastisch! Welk kind zegt dat? En Diederik was tot zijn dertiende gewoon een gezond, leuk jongetje. Opeens begon hij te schudden met zijn hoofd en handen en verloor hij zijn spraak. De diagnose was dystonie (een progressieve, neurologische bewegingsstoornis die onwillekeurige, pijnlijke spiersamentrekkingen veroorzaakt, red.) Sinds er elektroden in zijn hersenen zijn geplaatst, gaat het gelukkig wat beter. Hij woont zelfstandig en vermaakt zich goed. Maar spraak is een andere ‘afdeling’ dan spieren, dus voor het verlies daarvan is helaas geen remedie.”

Als u terugkijkt naar de afgelopen tachtig jaar, wat is dan het woord dat in u opkomt?

“Rijk. We zijn door heel wat emoties gegaan en het is heel veel geweest. Die rijkdom – die niets met geld te maken heeft – zie ik zowel positief als negatief. Misschien heeft het ook invloed gehad op hoe ik met rollen omga. Ik houd niet van sentimentaliteit. Dat vind ik verschrikkelijk. Verdriet mag je hebben, maar je moet het niet koesteren.”

Lees ook:
‘Hij van’ actrice Johanna ter Steege: ‘Ik voel dagelijks hoeveel ik van haar houd’

Uw liefde voor het toneel is nooit overgegaan. Wat is het waar u zo van houdt?

“Mensen. Psychologie. Wat beweegt ze? Waarom doen ze zo? Het vertellen van dat verhaal doe ik graag. Het is zo fijn dat mensen daarnaar willen komen kijken, dat ze meeleven, lachen, ontroerd raken, misschien een beetje anders gaan denken. Het kan ook troost geven. Maar let wel: ik kruip niet in de huid van een personage, het is precies andersom. Het personage kruipt in míj. Ik word haar instrument. Ik denk zoals zij denkt, ik doe zoals zij doet. Ik laat de ander in mij toe en met mijn stem en mijn lijf ga ik daarmee aan de slag. Dat vind ik het mooie van acteren. Die liefde voor toneel had mijn man trouwens helemaal niet, hij vond het veel te voorspelbaar.”

U was pas vijftien jaar toen u verliefd op hem werd.

“Dat gebeurde op de muziekafdeling van de Bijenkorf. We stonden naast elkaar met zo’n koptelefoon op naar een plaat te luisteren. Wat een leuke jongen, dacht ik. Verder niks. Ik ging gewoon weer naar huis. Later die middag stond ik op de roltrap van V&D en wie komt er aan de andere kant naar beneden? Die leuke jongen!”

Dat is het lot geweest!

“Komisch hè. Hij kwam achter me aan en vroeg: ‘Hebben wij elkaar vanmorgen ook niet gezien?’ Hij was 21 jaar en ik vond hem echt al een hele mijnheer, hij was al in dienst geweest en alles. Afspraakjes gemaakt om te wandelen, stiekem, want het mocht niet van thuis. Hij was niet katholiek. Tja, zo ging dat. We zijn al 65 jaar samen.”

Wat was het recept voor jullie lange huwelijk?

Aarzelend: “Er is geen recept. Ik houd gewoon niet van scheiden, dat vind ik armoedig. Al kan een huwelijk natuurlijk zó vreselijk zijn, dat je denkt: ik ga weg en ik kom nooit meer terug. Wij hebben ook akelige tijden gekend; wat dacht je, in die 65 jaar! Maar met twee probleemkinderen heb je wel een extra band, want dat doe je samen. En dan denk je niet zo snel: knap jij het maar in je eentje op. Als de gedachte aan een scheiding in ons opkwam, was het antwoord steevast: ‘Laten we maar gaan verhuizen.’” Ze schiet in de lach: “We zijn dertien keer verhuisd!”

Bent u veel bezig met het einde?

“Nee. Maar wat mij wel kan benauwen, is dat ik hoognodig moet gaan opruimen. Mijn man is altijd een bewaarder geweest en er staan op zolder honderdtwintig dozen met god mag weten wat aan spullen, boeken en bankzaken. Die dozen, waar ik nooit aan mocht komen, slepen we al dertig jaar met elke verhuizing mee. Maar ja, hij komt niet meer thuis en ik wil naar een appartement. Dat betekent dat het moment is gekomen om de inhoud te verdelen in weggooien, bewaren en verkopen, en dat is een karwei waar ik heel erg tegen opzie.”

In Het oog van de storm zegt Madeleine over het leven: ‘Ze zeggen dat het te kort is, maar dat is niet waar. Het is lang, verschrikkelijk lang, maar als het dan eindelijk ophoudt kan het alleen maar een verlossing zijn. In de Engelse tekst staat trouwens geen verlossing, maar deliverance.

“Wat is deliverance volgens jou?”

Ik zou in dit geval zeggen: opluchting

“Precies, dat heb ik er ook van gemaakt, een opluchting. Dan is het leven zó lang geweest, dat je denkt: ja, nou weet ik het wel. Misschien denk je zo als er nog maar weinig is om voor te leven. Maar ik heb nog steeds mijn werk om naar uit te kijken. En natuurlijk die honderdtwintig dozen die moeten worden opgeruimd.” Ze lacht. “Ik heb nog helemaal geen tijd om te dood te gaan!”

Kijk voor de speellijst van Het oog van de storm.

Anne Wil in het kort

Anne Wil Blankers is al 58 jaar een gelauwerd actrice. Ze speelde in onder meer in stukken van Shakespeare, Tsjechov en Ibsen, maar ook in talloze films en televisieseries, zoals Prettig geregeld en Wilhelmina. Anne Wil is getrouwd en moeder van drie kinderen, van wie dochter Marjolijn helaas is overleden.

Lees meer in Margriet

Dit interview en meer verhalen lees je nu in Margriet 04! Kom maar op met die kou, want dit nummer staat vol warme mode voor winterse dagen. Ook lees je een interview met Anne Wil Blankers, verhalen over operaties die levens veranderden en een interview met Ester, die slachtoffer van huiselijk geweld werd. Ook vertellen lezeressen waar zij spijt van hebben en kun je aan de slag met lekkere recepten waar je zoete aardappel bij gebruikt. Haal deze Margriet snel in huis of bestel dit nummer online zonder verzendkosten.

Tekst: Heleen Spanjaard.
Fotografie: Ester Gebuis.

Ook interessant