Angst beheerste Esthers leven: ‘Ik waste m’n handen 70x per dag’

Deel dit artikel:

Ooit maakten angststoornissen Esthers leven bij vlagen onleefbaar. Hoe anders is dat nu, dankzij de juiste medicijnen en de steun van haar naasten.

Esther (46): “Al sinds mijn jeugd heb ik last van verschillende soorten angsten oftewel een gegeneraliseerde angststoornis, die zich de afgelopen jaren heeft geuit in smetvrees. Op foto’s vroeger zie ik eruit als een houten pop.

Niets aanraken

“Wanneer ik op straat liep, mocht ik van mezelf niks aanraken, geen lantaarnpalen, geen pinautomaat… Ik zorgde altijd dat ik schoonmaakdoekjes bij me had. Deurklinken opende ik met mijn pink. De was ophangen was een doffe ellende: zodra er een klein stukje van een laken over de grond sleepte, moest ik álles weer opnieuw in de machine gooien. Ook mezelf vond ik vies. Handen wassen deed ik om de tien minuten. De stoornis sloopte me compleet!”

Dwanggedachten

“Mijn angsten ontstonden in mijn jeugd. Zo was ik rond mijn elfde heel bang dat ik mezelf iets aan zou doen of dat ik andere mensen iets had aangedaan. Ik was er bijvoorbeeld van overtuigd dat ik een baby bij ons in de straat had omgebracht, die was overleden aan wiegendood. En als ik had gefietst, dacht ik: weet ik wel zeker dat ik niemand van z’n fiets heb gereden? Ik had geen enkel vertrouwen in mezelf. Op het moment dat dit soort angsten de kop opstaken, namen ze me compleet in beslag.

De hele dag was ik nerveus en in opperste staat van paraatheid. Ik bleef maar malen in mijn hoofd, was niet in staat om mezelf gerust te stellen. Natuurlijk vertelde ik dit aan mijn ouders en al snel zat ik bij de psychiater.”

Rare gedachten

“Wat was de oorzaak van die rare gedachten? Was er iets met mij gebeurd waar dit uit voortkwam? Er leek geen traumatische ervaring aan ten grondslag te liggen. Wel leerde ik dat mensen met dit soort problematiek een groot verantwoordelijkheidsgevoel hebben, vaak het oudste kind zijn en dat angsten in de familie zitten. Aan mijn vaders kant hebben ook andere familieleden last van dwanggedachten.”

Liever geen seks

“Gedurende mijn hele leven stroomden die angsten in golfbewegingen over me heen. Dit schijnt een ‘normaal’ patroon te zijn: je stabiliseert en raakt daarna weer uit balans. Door een gebeurtenis, maar ook door hormonen bijvoorbeeld. Toen ik mijn huidige man net had ontmoet, was het wel even bijzonder ingewikkeld. Als ik bijvoorbeeld net het bed had verschoond en hij wilde de liefde bedrijven, deed ik dat liever niet en probeerde ik eronderuit te komen. Het bed zou dan weer ‘vies’ worden en dat vond ik een vreselijke gedachte. In 1996, ik zat toen in een stabiele periode, trouwde ik met hem, mijn rots in de branding. Samen kregen we vier kinderen.”

Zwangerschappen

“Tijdens mijn eerste twee zwangerschappen heb ik nergens last van, ik zat compleet op een roze wolk. Op die momenten kon ik me niet voorstellen dat ik zó ver heen was geweest. Maar na de bevallingen kwamen de angsten terug. Stond ik bijvoorbeeld op het punt met mijn dochtertje naar de markt te wandelen en liet ze een boertje waardoor er wat melk uit haar mondje kwam, dan kon ik de markt wel vergeten. Er zat niets anders op dan haar weer helemaal opnieuw in bad te doen en een schone nieuwe outfit aan te trekken.

Afspreken met vriendinnen deed ik meestal bij ons thuis, dan kon in tenminste binnen blijven, waar het schoon was. Het speelgoed in de box? Dat moest twee keer per week worden geschrobd, vooral als vriendinnen met hun kinderen op bezoek waren geweest die ook het speelgoed hadden aangeraakt. Ik at niet, sliep niet, het was weer een doffe ellende. Uit pure wanhoop ben ik in 2001 begonnen met medicijnen slikken. Het was alsof een verstikkende deken van me af gleed! Sindsdien slik ik paroxetine, een antidepressivum dat de serotonine in mijn hersenen aanvult en daar ga ik goed op.”

Altijd smerig

“Toen ik zwanger was van ons derde kind, zei de arts: ‘Je eerste twee zwangerschappen gingen zó goed zonder medicijnen, probeer maar weer even te stoppen, aangezien dat beter is voor je ongeboren kind.’ En dus stopte ik redelijk abrupt, vertrouwende op mijn hormonen. Maar al snel ging het bergafwaarts. Ik leed aan hypochondrie en de smetvrees kwam terug, wat zich uitte in dwanghandelingen. Continu was ik aan het schoonmaken en ik waste wel zeventig keer per dag mijn handen. Mijn handen zagen er niet uit, ze waren helemaal kapot. In mijn hoofd waren mijn handen en lichaam altijd smerig, dus stond ik de halve dag in de douche.”

Niet meer naar buiten

“De smetvrees uitte zich ook in vermijdingsdrang, dus ging ik ook niet naar buiten, want als je binnen blijft, is er ook geen risico om vies te worden. En ik liep bij wijze van spreken de hele dag met een doekje achter de kinderen aan. Ik had altijd zweethanden van de zenuwen en er zijn momenten geweest dat ik moest overgeven van angst.

Tijdens de zwangerschap van ons vierde kind heb ik er bewust voor gekozen om de medicijnen te blijven gebruiken. Gelukkig bestaan er tegenwoordig speciale poliklinieken in ziekenhuizen voor vrouwen die psychisch kwetsbaar zijn. Ze worden extra gescreend en getest zodat ze, in het ergste geval, tijdens de zwangerschap medicijnen kunnen blijven gebruiken.”

Redelijk stabiel

“Ik moest na de bevalling samen met ons kindje 48 uur ter observatie in het ziekenhuis blijven, omdat de artsen wilden checken of het kind geen afkickverschijnselen kreeg. Daarna mocht ik geen borstvoeding geven, omdat mijn zoon dan ook de medicatie binnen zou krijgen. Vond ik allemaal prima, zolang ik en het kind maar lichamelijk en geestelijk gezond bleven!

Sinds die zwangerschap ben ik redelijk stabiel, dankzij de medicijnen en een fijne psycholoog die ik heb gevonden. Én dankzij de ADF-stichting, een cliëntbelangenorganisatie. Ze zijn al jaren een autoriteit op het gebied van angst, dwang en fobie. We zijn daar allemaal ‘ervaringsdeskundig’ en zetten die kennis in om anderen die met dezelfde problematiek kampen te ondersteunen.”

Pieken en dalen

“Kwetsbaarheid heeft altijd bij me gehoord, maar ontwricht me nu niet meer. Natuurlijk heb ik allerlei therapieën gevolgd, en die hebben me geholpen, maar de medicijnen zorgen ervoor dat mijn serotoninelevel op peil is, wat de angsten dempt. Vorig jaar is mijn moeder overleden. Dat was weer zo’n moment waarop ik en mensen uit mijn omgeving dachten: o jee, gaat het nu weer de verkeerde kant op? Maar dat is gelukkig niet gebeurd.

Ik moet er wel continu op letten dat ik goed slaap, goed eet, niet te veel drink, niet een te druk leven leid, en alles doseer. Zolang ik daarop let, gaat het goed. Ik ben nu begonnen met een eigen bed and breakfast aan huis, we wonen namelijk vlak bij de Efteling. Een drukke baan gaat het niet worden, daar heeft mijn ambitie nooit gelegen. Bovendien heb ik het al druk genoeg met vier kinderen.”

Bijwerkingen van de medicijnen

“Medicijnen moet ik waarschijnlijk altijd blijven slikken, want zodra ik ermee stop, merk ik dat het bergafwaarts gaat. Helaas hebben ze bijwerkingen, bijvoorbeeld dat ik altijd ongelooflijke honger heb. Dus let ik goed op wat en hoeveel ik eet en sport ik regelmatig. Nog een bijwerking: ik heb minder zin in seks. Alle emoties worden als het ware afgevlakt. Minder pieken en dalen dus, ik huil en lach bijvoorbeeld ook minder snel.

Enerzijds vind ik dit jammer. Na zeventien jaar vraag ik me soms af hoe het zou zijn zonder medicijnen én zonder alle angsten? Anderzijds weet ik dat ik zonder deze medicijnen te vaak een wrak was. Dat ik op een bepaald moment écht bijna doordraaide en dat wilde ik niet voor mijn gezin.”

Rots in de branding

“Onze kinderen zijn nu 21, 17, 15 en 13 jaar. De oudsten hebben in hun jongere jaren wel het één en ander meegekregen van mijn psychische toestand. Gelukkig stonden mijn ouders, schoonouders en mijn man me enorm bij in de slechte periodes. Mijn man heeft een hoop te verduren gehad. Hij weet dat ik me heel schuldig heb gevoeld en mijn uiterste best heb gedaan om verandering aan te brengen in mijn gevoelsleven. Ik ben nooit in de slachtofferrol gedoken en ik denk dat dit het verschil heeft gemaakt.

Verder hebben we ook veel met elkaar gesproken. Als ik hem vroeg: ‘Word je niet gillend gek van me?’ zei hij: ‘Veel van wat je ervaart, snap ik niet, maar wel dat het voor jou heel ellendig is.’”

‘Hij is mijn steun en toeverlaat’

“Hij heeft nooit gezegd dat hij er geen zin meer in had. Ik denk dat zijn werk een goede afleiding was. Als ik hem weer eens smeekte om niet naar zijn werk te gaan, zei hij streng: ‘Es, de schoorsteen moet hier ook roken, dus ik ga gewoon naar kantoor!’ Zijn vasthoudendheid heeft me uiteindelijk veel gebracht. Hij is mijn alles; mijn steun en toeverlaat.

Het gaat nu redelijk goed met me. Ik ben blij dat het leven weer leefbaar is geworden. Hoewel ik nog steeds last kan hebben van mijn angsten en smetvrees functioneer ik en kan ik genieten van wat voor mij het allerdierbaarst is: mijn gezin.”

Tekst | Nathalie Driessen
Fotografie | Mariel Kolmschot

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2018-48. Je kunt deze editie nabestellen via MAGAZINE.NL >