Persoonlijk

Andries Knevel: ‘In moeilijke tijden stel ik vragen aan God’

andries-knevel.jpg

Presentator Andries Knevel ziet het bestaan 
als één groot masterplan van God. Dat is een goede basis voor een mooi gesprek, dacht schrijfster Yvonne Kroonenberg, die zelf geen geloof aanhangt. Hun gesprek vond plaats 
voordat Andries onverwacht op de Intensive 
Care belandde.

Andries Knevel kan goed poseren. Zodra de fotocamera wordt scherpgesteld gaat hij er leuk bij staan. “Zeg het maar!” moedigt hij de fotografe aan. “Zo? Zo kan ook.” Hij verandert iets aan zijn houding.
“Had je niet liever acteur willen worden?” vraag ik, “of mocht dat niet van thuis?”
“Ik denk dat het wel had gemogen. Ze waren niet erg streng. We waren thuis christelijk-gereformeerd, dat is de bevindelijke vleugel van het protestantisme.”
“Wat is bevindelijk?” vraag ik.
“Bij de bevindelijke kerken ligt het accent op het ervaren van de nabijheid van God.”
“Ik dacht dat de bevindelijk het allerstrengste betekende.”
“Ik ben warmgelovig opgevoed. Met sommige ontwikkelingen in de cultuur hadden mijn ouders wel moeite. Dansen zouden ze niet goed gevonden hebben, maar ik wilde ook niet dansen, ik kan het niet. Ik ben nogal houterig.”

Gelovige jongen

Hij is helemaal niet houterig. Terwijl hij over zijn geloof vertelt, maakt hij zwierige gebaren die zijn woorden ondersteunen, alsof ik een heel publiek ben dat naar hem is komen luisteren.
Na de fotosessie wandelen we samen naar Americain Hotel op het Amsterdamse Leidseplein. Daar gaan we lunchen. Ik heb al een hapje genomen van de enige vegetarische schotel die het restaurant biedt, een uitsmijter zonder vlees, als hij aankondigt dat hij graag even wil bidden voordat hij aan zijn ceasarsalade begint.

“Zal ik het doen?” bied ik aan. Ik mag dan geen geloof hebben, ik vind een moment aandacht voor de maaltijd een mooi gebaar. Het mag. Ik dank de Heer voor de mooie bijeenkomst en voor het voorrecht dat er een bordje eten voor ons is. Amen!
Andries Knevel. Die naam valt ongeveer samen met de Evangelische Omroep, de omroep voor belijdende christenen.

“Ik ben niet altijd een christen geweest,” zegt hij. “Toen ik een puber was, werd ik religieus onverschillig. Het geloof gleed van me af. Na de middelbare school studeerde ik economie in Amsterdam aan de Vrije Universiteit. Ik zat in een grote collegezaal, toen ik me ineens afvroeg wie ik was, wat ik daar deed bij die faculteit economie en waar ik voor leefde. Dat heeft mijn hele leven omgegooid. Ik werd op datzelfde moment een gelovige jongen en ik ben theologie gaan studeren.”

“Geloof je werkelijk in een persoonlijke god die zich iets van je aantrekt?”
Hij knippert even met zijn ogen en ik zie gedachten razendsnel langs zijn geestelijke horizon trekken. Hij antwoordt bedachtzaam:
“God kan iets heel abstracts zijn, maar ik geloof dat Hij zich definitief heeft geopenbaard in Jezus. Jezus zegt: wie mij ziet, heeft de Vader gezien. Als ik Jezus in zijn gezicht kijk, zie ik God. Ik kan dicht bij Jezus komen doordat zijn leven in de Bijbel is beschreven. Dat is heel werkelijk en helemaal niet abstract. Over God kan ik filosoferen, als goddelijke macht of kracht, maar in Jezus is hij heel dichtbij gekomen.”
Hij wijst omhoog. Ik kijk even mee, maar ik voel niks. Ik heb geen godsbesef, ik heb het niet meegekregen. Mijn ouders waren zó tegen elke godsdienst gekant, dat we niet eens een heidense kerstboom in huis mochten halen met kerstmis. “Wij zijn ook geen heidenen!” fulmineerde mijn vader. Dat vertel ik en doe mijn vader even na. Bij het woord kerstmis heft Andries Knevel een vermanende vinger:

“Kerstféést,” verbetert hij, “kerstmis is katholiek. Wij zeggen kerstfeest.”
“Ik zie het verschil niet helemaal.”
“Mis,” benadrukt hij, “wij hebben geen mis.”

Verbeelding en verwondering

Andries Knevel heeft een boek over de paus geschreven. Ik heb het gelezen en ik had de indruk dat het niets scheelde of hij was overgestapt. Maar dat is volstrekt niet zo:
“Ik kan niet geloven dat de paus de opvolger van Petrus is en dat het lichaam van Jezus brood is geworden.”
“Maar de protestanten hebben het avondmaal. Dat is toch hetzelfde?”
“Nee! Katholieken geloven dat je niet het brood eet, maar het lichaam van Jezus.”
“En de protestanten eten gewoon een boterham?”
“Dat klinkt wel erg banaal, maar inderdaad: wij eten brood en dat verwijst naar het lichaam van Jezus. Het ís niet zijn lichaam. Maar wat ik mooi vind aan het katholieke geloof is de verstilling, de verbeelding, de verwondering. Die vind ik soms iets meer terug in de katholieke liturgie, meer dan in dat strakke protestante. Ik heb de laatste jaren geprobeerd verbinding te zoeken met alle christenen.”

We moeten het ook even hebben over de wetenschap, die het geloof nogal in de weg zit. In Amerika zijn nog veel mensen die twijfelen aan de evolutie, een natuurkracht die toch echt onweerlegbaar is bewezen. De aarde is niet geschapen maar ontstaan, zoals alle hemellichamen, en de mens is een wat uit de hand gelopen zoogdier, directe familie van de chimpansee en de bonobo. Dat verhoudt zich niet zo goed met een God die de mens heeft geschapen naar zijn evenbeeld.

Maar daar is Andries Knevel het helemaal niet mee eens! Hij heeft mijn boek gelezen toen het nog een drukproef was en grote strepen in de kantlijn gezet waar hij vindt dat ik het volkomen bij het verkeerde eind heb.

“Jij zegt dat gelovigen niets moeten hebben van wetenschap en waarheidsvinding. Maar dat is volstrekt niet waar! Er zijn talloze wetenschappers die in God geloven. Er zijn Nobelprijswinnaars die in God geloven! Het geloof is voor mij heel persoonlijk, bevindelijk. Ik heb een relatie met God, zo ervaar ik dat, maar ik heb de afgelopen vijfendertig jaar voortdurend geprobeerd het geloof te verbinden met de wetenschap en dat lukt mij ook. Wetenschappers vertellen mij dat de aarde 4,8 miljard jaar oud is, het heelal 13,8, dat heb ik te aanvaarden. Die gegevens en het feit dat het leven is geëvolueerd probeer ik in relatie te brengen met mijn christelijk geloof. Ik vind dat God als schepper ter verklaring voor het ontstaan van de wereld en het vervolg veel aanvaardbaarder is dan een oneindige reeks toevalligheden waardoor één aminozuur is uitgegroeid tot wat jij bent, tot wat ik ben. Dat kán niet!”

Ik kan het niet laten, ik moet er iets tegenin brengen.
“Wat zat God dan te doen al die miljarden jaren sinds de oerknal? Weet je hoe piepklein onze Melkweg is, ons zonnestelsel, de aarde? Een mens is een stofje, we betekenen niets. Hoe kun je denken dat er een persoonlijke God is, die zich iets van jouw leven aantrekt of van welk leven dan ook?”

“Hoe meer ik mij verdiep in de wetenschap, hoe geloviger ik word. Echt! Vraag mij niet waarom het al die miljarden jaren heeft geduurd sinds de oerknal, dat weet ik niet. Maar omdat het heelal zo onvoorstelbaar mooi in elkaar zit kan het niet anders dan dat daar een ontwerp achter zit. Als de uitdijing van het heelal nul komma nul nul nul secondes meer of minder was geweest, hadden wij niet bestaan. Als de zwaartekracht anders was geweest dan precies wat hij is, de natuurwetten; als je denkt dat het toeval is, beweer je eigenlijk dat iemand de afgelopen miljoen jaar continu met een dobbelsteen zes heeft geworpen. Zo leg ik dat altijd aan jongeren uit. Er is een eindeloze reeks ogenschijnlijke toevalligheden waardoor het leven bestaat, waardoor de mens bestaat. We hebben het nu over wetenschap, over ratio. Ik vind de aanname dat God er is een rationeler verklaring van de werkelijkheid dan die van jou, dat het toeval is geweest. Het is geen toeval: God heeft deze wereld gewild.”

Houvast

Ik zucht. Ik wil geen debat. Dat is wat alle atheïsten doen: gelovige mensen met de wetenschap om hun oren slaan. Daar gaan die oren alleen maar van dicht. Maar ik moet nog heel even…
“Jij ziet een perfecte schepping, ik zie een onverschillig universum en een natuur die voortdurend alles verwoest. Alle levende organismen zijn de overblijfselen van een enorme slachting. Er is veel en veel meer leven uitgestorven dan overgebleven. Ook de mens, de moderne homo sapiens, is als enige overgebleven van de eerdere bestaande soorten, de cro-magnonmens, de neanderthaler, de denisovamens, de floresmens. De mens zou toch belangrijk voor God moeten zijn? Dat blijkt nergens uit.”
“Als je geloof en wetenschap wilt verbinden, kom je moeilijke vragen tegen, maar die vind ik juist interessant. Ik heb de wetenschap, de evolutie, twintig jaar geleden aanvaard als voorlopig verklaringsmodel. Daarmee los je een aantal vragen op, maar je krijgt ook nieuwe problemen. Om als gelovige in deze cultuur te staan en naar de werkelijkheid om je heen te kijken is niet gemakkelijk, maar ik vind het juist hartstikke boeiend! Kom maar op met die vragen, geef me er meer! Ik ben er elke dag mee bezig maar de wetenschap breng mij niet aan het twijfelen. Er is een schepping en er is de persoon van Jezus. Die is mijn houvast.”

“Neem jij de Bijbel serieus?”
“De Bijbel is geschreven in een periode van duizend jaar. In die tijd heerste er een heel andere cultuur. De taak van dominees, hoogleraren en priesters is te proberen de Bijbel te rijmen met onze huidige tijd.”
“Er iets leuks uit halen, waar je wat aan hebt?”
“Ik zou het anders formuleren, maar vooruit.”

m53-cover

Dit is een gedeelte uit het interview met Andries Knevel uit Margriet 2016-53. Lees het gehele interview op Blendle, ook kun je editie 53 nabestellen via Tijdschrift365.nl.

tekst: Yvonne Kroonenberg
fotografie: Iris Planting

 

Lees ook:

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Ook interessant