Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Amanda: ‘Ik ben niet de persoon die op mijn adoptiepapieren staat’

amanda-ik-ben-niet-de-persoon-die-op-mijn-adoptiepapieren-staat.jpg

In de adoptiepapieren van Amanda Janssen staan een naam en een geboortedatum die niet de hare zijn. Wie ze wél is, weet ze nog altijd niet. Ze hoopt ooit via DNA haar echte moeder terug te vinden. “Als iemand vraagt hoe oud ik ben, kan ik die vraag niet met zekerheid beantwoorden. En mijn echte naam weet ik ook niet. Wie mijn biologische ouders zijn evenmin.”

“Ik ben namelijk niet de persoon die in mijn adoptiepapieren staat beschreven. Het enige wat ik weet, is dat ik uit Sri Lanka kom. Wat het voor mij betekent dat ik mijn identiteit kwijt ben, is bijna niet aan anderen uit te leggen. Het zit in een stuk van mijn brein waar helemaal geen woorden zitten. Het heeft een groot effect op me. Soms weet ik helemaal niet meer wie ik ben. En ik ben harder voor mezelf dan andere mensen. Alsof ik denk: als ze dit met me hebben gedaan, dan moet ik alles aankunnen.”

‘Eindelijk erkenning’

“Onlangs was groot in het nieuws dat er voorlopig een stop komt op interlandelijke adoptie, vanwege misstanden in het verleden. Men wil nu eerst zeker weten dat er niet nog steeds dingen misgaan. Op zich is dat mooi nieuws, ik voel me niet langer een roepende in de woestijn. Ik heb eerder samen met andere geadopteerden al zo veel feiten aangedragen, en daar werd nooit iets mee gedaan. Nu is er eindelijk erkenning gekomen.”

“Maar verder staan we nog op hetzelfde punt als waar we al stonden. Er is geen concrete hulp gekomen voor mij en andere mensen die dit is overkomen. Wat ik nodig heb, is een basis die klopt, een adoptiedossier dat klopt. Oftewel: identiteitsherstel. Er blijft nu een gedeelte van mij verborgen in de mist. De manier waarop ik in elkaar steek, mijn karakter, de aard van het beestje. Het blijft altijd een beetje gokken; van wie heb ik nu welke trekken? Dat geldt voor iedere geadopteerde, maar als je papieren kloppen, dan heb je de keuze om te gaan zoeken.”

Sri Lanka

“Ik ben in 1985 als baby geadopteerd uit Sri Lanka, samen met mijn – inmiddels overleden – oudere zus. Mijn adoptieouders konden zelf geen kinderen krijgen en wilden heel graag een baby adopteren. Maar omdat er maximaal veertig jaar tussen adoptieouder en adoptiekind mag zitten en mijn moeder drieënveertig was, kregen ze mijn driejarige zus aangeboden.”

“Ze mochten mij ‘erbij’, zodat wij als zusjes niet uit elkaar hoefden te worden gehaald. Blijkbaar golden de regels voor het leeftijdsverschil dan niet. Op een of andere manier heb ik altijd het gevoel gehad dat er iets niet klopte. Dat kwam omdat mijn zus tijdens de adoptie achteraf ouder bleek te zijn geweest dan drie jaar.”

Geboortenaam

“Dat er inderdaad iets niet in de haak was, ontdekte ik toen ik in de zomer van 2016 naar Sri Lanka ging om mijn biologische ouders te zoeken. Ik ging eerst naar het ziekenhuis in de hoofdstad Colombo, dat op mijn geboortecertificaat stond. Daar kwam mijn geboortenaam niet in het archief voor. Ik deed nog een oproep in een landelijke krant, maar ook dat leverde niets op. Daarna liet ik de kwestie een tijdje rusten, omdat ik andere dingen aan mijn hoofd had. Ik raakte zwanger en beviel in januari 2017 van mijn dochter Tess.”

Lees ook: Joselien: ‘Ik wilde dat mijn been zo snel mogelijk werd geamputeerd’

Grootschalig adoptiebedrog

“In 2018 vloog ik opnieuw naar Sri Lanka, dit keer om daar DNA-testkits uit te delen. Want intussen was er door het tv-programma Zembla grootschalig adoptiebedrog in Sri Lanka in de jaren tachtig aan het licht gebracht. Zo’n 2.300 van de 3.500 geadopteerden uit Sri Lanka die in Nederland wonen, zouden valse identiteitspapieren hebben. Ik heb toen samen met twee andere geadopteerde vrouwen de stichting Sri Lanka DNA opgericht. Ons doel is om via DNA-onderzoek de geadopteerden in Nederland met de families in Sri Lanka te matchen.”

Familie gevonden

“Omdat ik wist dat een contact van mij in Sri Lanka mijn naam in het archief van een ander ziekenhuis had gevonden, ben ik naar dat ziekenhuis gegaan. Vervolgens kreeg ik op het gemeentehuis mijn originele geboortecertificaat. Daar stond een adres op. Op dat adres bleek mijn oudste broer nog te wonen, met zijn vrouw. Zij konden zich nog goed herinneren dat mijn zus en ik voor adoptie waren weggegeven. Ik was enerzijds opgetogen, maar ook terughoudend.”

“Mijn zus en ik hadden namelijk een paar weken eerder allebei ons DNA ingeleverd bij de DNA-databank Family Tree, omdat we wilden weten of we écht zussen waren. Ik had haar sindsdien niet meer gesproken, we hadden niet zo veel contact. Ter plekke belde ik haar op om te vragen of ze de uitslag al had. Die had ze: we waren geen zussen. Het duizelde me. Hoe kón dit? Ik stond bij het huis waar vroeger een familie woonde die twee zusjes had afgestaan, een kleuter en een baby. Maar wie had ik nou gevonden? Mijn broer of die van mijn zus?”

Dood spoor

“Later is bevestigd met een DNA-test dat ik de familie van mijn zus had gevonden. Mijn eigen spoor liep dus definitief dood. De mensen die op papier mijn ouders zijn, hebben wel twee eigen kinderen afgestaan, alleen ben ik hun kind dus niet. Wat er destijds precies is gebeurd, is onduidelijk. Misschien ben ik ergens in het proces per ongeluk verwisseld met hun baby, maar het kan ook zijn dat hun baby is overleden en dat ik ergens vandaan ben gehaald als ‘vervanging’, omdat er nu eenmaal een kleuter en een baby aan mijn ouders waren beloofd.”

“Ik ben geadopteerd om iemands kinderwens te vervullen, zo voelt dat voor mij. Adoptie zoals dat is bedoeld, vanuit het oogpunt van het beschermen van kinderen, kan ik absoluut begrijpen. Ik vind ook dat dat moet kunnen blijven bestaan. Waar het voor mij misgaat, is als we uitgaan van ‘die arme ouders’ die al zo lang op een kindje zitten te wachten. Dan staat het recht van het kind om op te groeien in een veilig stabiel gezinsverband niet langer voorop.”

Adoptieouders

“Het is heel moeilijk om met mijn adoptieouders te praten over wat er is gebeurd. We hebben het niet over waar ik nu doorheen ga. Zo lang ik maar doe alsof er niets aan de hand is, gaat het goed. Ik denk dat dat komt omdat zij bang zijn dat ik ze de schuld wil geven of dat ze zich schamen, omdat ze niet door hebben gehad dat er iets niet klopte. Maar het blijft gissen, want dat gesprek voeren we dus niet. Zij wisten van niks, zeggen ze.”

“En dat geloof ik. Ik neem hen ook helemaal niets kwalijk. Niemand kan op het eerste gezicht aan mijn adoptiedossier zien dat het niet klopt. Je bent als ouders door een hele molen gegaan en dan krijg je in de rechtbank in een vreemd land een baby’tje in je handen gedrukt. Hoe kun je nou op dat moment vermoeden dat het helemaal mis is? Voor mij is het een deel van mijn geschiedenis waar ik het met ze over wil hebben, zonder te verzanden in een discussie over wat ze zich nog kunnen herinneren.”

Lees ook: Door het Ushersyndroom worden de kinderen van Joke doof én blind

‘Voor de tweede keer mijn ouders kwijt’

“Ik leef niet meer in 1985, ik ben inmiddels zelf moeder en een volwassen vrouw, en ik vind het jammer dat ik niet met ze kan praten over een pijnlijk moment, ook in hún leven. Ze vragen nu telkens waarom ik zo boos ben. Maar ik ben helemaal niet boos op hen, ik ben boos op de situatie. Het is letterlijk onrecht. Je hebt het recht om te weten van wie je afstamt. Het liefst zou ik van ze horen hoe rot ze dit voor mij vinden en dat ze me willen helpen. Maar ik heb helaas nog maar heel weinig contact met ze. En dat is heel rot, want nu ben ik eigenlijk voor de tweede keer mijn ouders kwijt.”

Biologische ouders vinden

“De kans dat ik mijn biologische ouders ooit nog ga vinden, wordt met de dag kleiner, want zij worden steeds ouder. Ik heb geen aanknopingspunten meer, dus mijn enige hoop is een DNA-match. Ik help op die manier andere mensen en zo heel ik ook mezelf een beetje, merk ik. Met elke hereniging surf ik even mee op de golf van vreugde. De hoop dat ik dat een keer zelf meemaak, heb ik stiekem nog wel, hoewel ik me ook realiseer dat die kans heel erg klein is.”

‘Het gevoel dat mijn moeder mij zoekt, is heel sterk’

“Het is inmiddels bekend dat er nare dingen zijn gebeurd in de tijd dat ik ben geadopteerd uit Sri Lanka. Baby’s werden soms onder dwang afgestaan of zomaar weggenomen. De kans dat ik ergens vandaan ben geroofd is best aanzienlijk. Er was immers een baby in mijn ‘papieren’ familie, maar ik ben het niet. Stel dat zij is overleden en dat er toen op stel en sprong een ander kindje moest komen, dan ben ik misschien niet vrijwillig afgestaan.”

“Dat scenario is een van mijn grootste drijfveren om mijn moeder terug te vinden. Het gevoel dat mijn moeder mij zoekt, is heel sterk. Ik kan me nog heel goed herinneren dat ik mijn dochter op een onbewaakt ogenblik kwijt was. Het lijkt me vreselijk om dat gevoel, die schrik om het hart, jarenlang te voelen. Ik zou het onverteerbaar vinden als ik er niet alles aan had gedaan om haar haar kind terug te geven.”

Droom

“Ik heb één keer een droom gehad over hoe het zou zijn om mijn moeder te ontmoeten. We stonden samen in de keuken te koken, waardoor taal onbelangrijk werd. Zij leerde me een familierecept te maken, zo eentje dat van generatie op generatie wordt doorgegeven. Ik weet nog dat ik dacht: die frons die ze heeft, die ken ik, want die zie ik bij mijn dochter ook. Toen ik wakker werd, was ik heel blij, het voelde echt alsof ik haar even had gezien. Met heel veel mazzel komt ze ooit nog eens echt een tijdje in mijn leven. Maar mijn grootste angst is dat ik te laat ben.”

Tekst | Denise Hilhorst
Fotografie | Mariel Kolmschot

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 16-2021. Dit nummer nabestellen kan via Lossebladen.nl.

Ook interessant