null Beeld

PREMIUM

Als je kind de criminaliteit in gaat

Dr. Inge Simons (37) schreef een proefschrift over gezinsgericht werken in justitiële jeugdinrichtingen, is GZ-psycholoog en in opleiding tot klinisch psycholoog bij Youz (onderdeel van Parnassia Groep). Youz biedt specialistische zorg voor jeugd en gezin, waar jeugdigen met psychische en psychiatrische stoornissen worden geholpen.

“Allereerst wil ik zeggen dat het belangrijk is dat er op deze manier aandacht wordt besteed aan ouders van delinquente jongeren. De situatie voor ouders van delinquenten is heel stressvol en pijnlijk. Dit is nooit wat ouders voor ogen hadden toen zij hun pasgeboren baby in hun armen sloten. Deze ouders stellen zichzelf vragen als: hebben wij signalen gemist? Of: zijn wij ergens tekortgeschoten?

Maar ook de veroordeling, het geroddel, weegt als een zware last op hun schouders. Ouders kunnen het gevoel krijgen dat andere mensen denken dat ze het verkeerd hebben aangepakt als ouders. Daarbij speelt de zichtbaarheid ook een rol: buren zien politie op de stoep, zelfs de postbode weet, dankzij logo’s op brieven, waar hun kind momenteel verblijft. En vergeet niet dat de periode voorafgaand aan detentie vaak zeer stressvol is.”

Foute vrienden

“Ouders zien hun kind afglijden, maar voelen zich machteloos en hebben het gevoel dat zij geen grip meer hebben op hun kind. De jongere weet vaak dat hij zich met zaken bezighoudt die ouders afkeuren en om conflicten te vermijden, sluit hij zich af. Veel ouders trekken dan al aan de bel bij hulpverleners, maar geregeld belanden ze op een wachtlijst of voelen ze zich, althans dat krijg ik vaak terug van ouders, niet gehoord en onbegrepen.

Ook hebben ouders soms het gevoel dat hulpverleners hen de schuld geven van de problemen. Terwijl er nooit één factor aan te wijzen is die heeft geleid tot delinquent gedrag bij jongeren. Er is altijd een samenspel van verschillende risicofactoren waar onvoldoende beschermende factoren tegenover staan. Zo kunnen bijvoorbeeld het type vrienden, de buurt waar het kind opgroeit, maar ook ontwikkelingsproblemen of een achterstand in intelligentie ervoor zorgen dat een kind er andere normen en waarden op nahoudt en kwetsbaar wordt voor verkeerde invloeden. Vanuit gezinsgerichte benadering benadrukken wij dat de ouders niet het probleem zijn, maar dat ze wél onderdeel uitmaken van de oplossing.”

null Beeld

Blijf betrokken

“Ouders zijn namelijk onmisbaar in een succesvolle resocialisatie van hun kind. Natuurlijk, sommige ouders zijn zó boos en teleurgesteld, dat ze besluiten afstand te nemen. Toch raden wij aan een kind te blijven steunen. Door betrokken te zijn, kan er weer verbinding ontstaan én help je hulpverleners, omdat je als ouder nu eenmaal meer ervaring hebt met jouw kind dan zij.

Die genoemde steun kan praktisch zijn. Door bijvoorbeeld te regelen dat je kind genoeg beltegoed heeft om naar huis te bellen of dat hij zijn lievelingsboek of dierbare spullen van thuis om zich heen heeft. Maar ook emotioneel. Bel, stuur foto’s en kaartjes, ga regelmatig langs en blijf dan niet in de bezoekersruimte. Tegenwoordig mogen ouders meedoen aan door de instelling georganiseerde gezinsactiviteiten. Samen koken bijvoorbeeld, een spelletjesavond of een rondleiding op school. Door dingen samen te doen, herstel je de verbinding en kan er worden gewerkt aan het herstel van het vertrouwen.”

Zoek lotgenoten

“Behandeling is ook belangrijk. Het gaat erom dat ouders inzien dat hun emoties er mogen zijn. Dus schakel als ouder professionele hulp in en benader lotgenoten, vooral als je je ei niet kwijt kunt bij dierbaren. In gesprek blijven is het sleutelwoord. Oók met je kind.

Durf lastige onderwerpen te bespreken. Vertel waarom je boos bent of verdrietig, maar wel op zo’n manier dat een kind zich niet nog slechter gaat voelen en er daardoor juist verwijdering ontstaat. Maak onderscheid tussen persoon en gedrag: geef gerust aan dat je vindt dat hij verkeerd heeft gehandeld, maar benadruk dat hij altijd jouw kind blijft en dat je er samen uit wilt komen. Geef aan de andere kant je kind ook de ruimte om zijn verhaal te doen.”

Kijk ook naar functioneren gezin

“Daarnaast is een integrale aanpak zinvol. Dat wil zeggen: kijken naar het functioneren van het gezin op alle domeinen van het gewone leven. Betrek dus ook andere gezinsleden erbij, de mentor, een oom of tante met wie het kind graag praat of een leidinggevende. Onderzoek hoe je er samen voor kunt zorgen dat de toekomst beter wordt en probeer risicofactoren in te dammen.

Hangt een kind veel op straat? Zorg dan voor een goede dagbesteding. Gebruikt hij middelen? Zorg dat hij in behandeling gaat. Lig je als ouders vaak met elkaar in de clinch? Ga in relatietherapie. Zijn de normen en waarden minder ontwikkeld? Richt je dan daarop in de therapie. En op zware momenten: blijf als ouder, hoe moeilijk dat soms ook is, ook de positieve eigenschappen zien van je kind.”

Meer informatie voor begeleiding en steun

  • Neem contact op met de huisarts en bespreek je zorgen over je kind. De huisarts kent de hulpverleningsinstanties in de regio en kan je doorverwijzen voor goede hulp.
  • Oudervereniging Balans: balansdigitaal.nl
  • Stichting Jeugdinterventies (systemisch werken): stichtingjeugdinterventies.nl

Lees hier het verhaal van Loes (48): ‘Als we zijn zakgeld inhielden, jatte hij geld uit onze portemonnee’

En lees hier het verhaal van Ineke (57): ‘Aangifte doen, het huis uit zetten... Het druiste tegen mijn moederhart en gevoel in. Maar het hielp wel.’

Ymke van Zwoll

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden