Persoonlijk

De allereerste column van Anita Witzier in Margriet

anita-witzier.jpg

Anita Witzier is al sinds 2001 columnist voor Margriet. Lees hier de allereerste column van Anita, die verscheen in Margriet 41-2001.

Rommel

Kent u deze: ’Gun mij een kijkje in uw boekenkast en ik vertel u wie u bent.’ Gaat dat ook op voor de staat waarin iemands auto verkeert, of decolumn-anita-2001 inhoud van
de kledingkast? De administratie? Dan hoeft die kijker in mijn geval geen briljant detective te zijn. Het is meer dan een duidelijke vingerwijzing: ik ben een open boek!
In mijn boekenkast schuift deze en gene gebroederlijk aaneen; Marilyn French staat op haar gemak naast Annie Oosterhoek–Dutschun, reisgidsen en kookboeken delen iets gemeenschappelijks, Harry Mulisch duldt de concurrentie van Appie Baantjer, een oude Konsalik–reeks nijgt genegen tegen de Slinger van Foucault. Dit alles uiteraard (!) niet op alfabetische volgorde of op welke logische orde dan ook. Mijn auto dan. Ik vind: het is míjn auto, dus niemand moet er iets van zeggen, maar blikken spreken boekdelen. Soms voel ik me echt gegeneerd, wanneer iemand bij me in de auto stapt. Vooruit: een kleine beschrijving. Naast mij op de passagiersstoel, die die functie allang is ontgroeid: een oude krant, met daarop een wikkel van een vage lunchreep, zes lege blikjes sportdrank, papieren uit m’n agenda, notitiepapiertjes, 2 lolly’s, een fles water en een oud klokhuis. De vloer achterin is gereserveerd voor een paar kaplaarzen (je weet nooit waar je terechtkomt), cd’s die ik al een tijdje elders zocht, kleurpotloden met boek, een T–shirt van Juul, een jas van mezelf en nog een oude krant. Need I say more? Wat heerlijk dat we in een regenachtig land wonen; de buitenkant ziet er altijd fris gewassen uit.
Mijn garderobe idemdito: zomer– bij wintergoed, shirts tussen broeken, sokken en onderbroeken gezellig samen in één mandje. Als ik ooit te laat op een afspraak kom, weet dan waar het euvel ligt.
En dan: Verschrikking! Mijn administratie. Iets met ’door de bomen een bos niet meer kunnen zien’ zegt in casu alles. Echter, ben ik op de andere punten onverbeterlijk – alle voornemens ten spijt – hier schijnt een streepje licht aan de horizon. Ik heb inmiddels vijf rode mappen, een perforator, bakjes met ’in’ en ’uit’ en een nietmachine (waar ís–tie?). Gelukkig dienen de inkomsten de uitgaven voor te blijven, dus ik moet één keer per week ’administreren’. Ook voor de facturering van mijn wekelijkse bijdrage aan dit fijne blad. Toch functioneer ik verder prima, houden mijn kinderen er wellicht niets aan over en hoeft u zich nooit meer te verontschuldigen voor gasten met de woorden: ’Kijk maar niet naar de rommel’ in het besef dat het altijd erger kan… Ik zal me even aan u voorstellen: Anita Witzier; chaoot en sloddervos.

Ook interessant