Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Puberperikelen: ‘Soms kan ik ze wel achter het behang plakken. Dat is heel normaal’

pubers-achter-behang.jpg

Het leven van een moeder van pubers gaat niet altijd over rozen. En dat is heel normaal. Soms kan ik ze wel achter het behang plakken. Als die kamers toch weer niet zijn opgeruimd. Als ze toch weer niet de afwasmachine hebben uitgeruimd. Als ik weer bijna van de trap val over vier paar schoenen die daar staan. En als ik vervolgens een snauw krijg omdat ik er iets van heb durven zeggen.

Soms kijk ik uit naar een avondje rust en hoop ik dat de kinderen de hort op zijn. Maar zonder ze? Kan ik niet. Want o, wat hou ik ook van ze!

Kleine zorgen worden grote zorgen

Meteen na de geboorte van een kind begint het: die onvoorwaardelijke liefde die je voelt, bijna niet te geloven hoe sterk die is. En meteen ook beginnen de zorgen. Van: drinkt de baby wel genoeg? Wat is dat voor huiltje? Tot aan: als ze maar goed oppast met naar school fietsen. Is ze mans genoeg om de groepsdruk te weerstaan? Wat als ze geen aansluiting vindt op school? Als ze maar veilig thuiskomt van dat feestje…

De kleine zorgen worden grote zorgen naarmate je kinderen ouder worden. En de allergrootste, allesomvattende zorg is en blijft: als ze maar gelukkige mensen zijn/worden. Het geluk zit in een heleboel kleine dingen, maar ook in onszelf. En hoewel we een ander niet verantwoordelijk kunnen houden voor ons eigen geluk, toch voel je als ouder wel die druk. Soms vind ik het lastig om te kijken naar de langere termijn. Wil ik ze pamperen, maar zijn ze beter af als ik ze de dingen hier en nu zelf laat opknappen. Zodat ze later weten: dit kan ik. En dat geeft ze weer een goed gevoel.”

‘Da’s fatoe!’

“Hoe ze míj een goed gevoel geven? Gelukkig zijn die momenten er in overvloed. Vroeger vond ik het heerlijk om met m’n oudste dochtertje voorop een stuk te fietsen. En dat ze dan lekker aan het ratelen was, over van alles en nog wat. En dat ik dan mijn neus in die zachte haartjes kon drukken om dat lekkere luchtje op te snuiven. Of als mijn zoontje als tweejarige, zittend op mijn schoot, mij een zoen gaf en gewoon z’n mond tegen mijn wang blééf houden. De poetsvis, noemde mijn man hem. En mijn jongste die, in de rij bij de bakker en kijkend naar de duiven, ineens aan mij vroeg: “Mam, kunnen duiven bukken?” Heerlijke, grappige herinneringen en een glimlach op mijn gezicht.

En nu, als mijn jongste dochter me lief/meewarig toelacht als ik een uitdrukking gebruik die ik van haar heb geleerd. ‘Da’s fatoe!’ bijvoorbeeld. Dan pakt ze me vast, geeft me een zoen en zegt dat ze me zo lief vindt. Of mijn oudste dochter die zegt dat ze altijd trots is als mensen zeggen dat ze zo op mij lijkt. Of mijn zoon van 1.90 m die zich over me heen buigt en me nog altijd een dikke knuffel geeft. Dat zijn fijne dingen. ”

Tot de maan en terug…

“Vroeger aaide ik over hun rug met mijn vingers, daar werden ze altijd heel rustig van. En soms vragen ze het nog. “Mam, wil je even kriebelen?” Een minuutje ‘kriebelen’ en ik voel ze ontspannen. En omdat het nu af en toe flink stressen is met die grote kids, is het zo goed voor mezelf om me al die leuke en mooie en liefdevolle momenten weer voor de geest te halen. Want dat is wat het is: ik hou van ze tot aan de maan en terug. Ondanks alles.”

Ook interessant