Persoonlijk

Alex Klaasen: ‘In vermomming ben ik het meest mezelf’

aslexklaasen.jpg

Hij heeft het lang niet altijd makkelijk gehad en is een held in zichzelf in de put denken, maar in de aanloop naar de première van zijn feelgoodrevue Showponies lijkt het Alex Klaasen goed te gaan: ‘Ik heb weer zin in dingen, vind mijn leven weer leuk’.

Alex Klaasen schuift aan in het café van hotel The Hoxton in het centrum van Amsterdam. Een plek die druk 
en rumoerig is, en vol mensen zit.
 Hij bestelt een thee en Amerikaanse pannenkoekjes (‘dan eet ik vanavond wel niks’) en vertelt dat hij juist op
 deze plek grote delen van zijn nieuwe theaterprogramma Showponies heeft geschreven. Schrijven gaat hem makkelijk af, vertelt hij, dus dan kan hij best wat rumoer om zich heen verdragen.

“Het grappige is: als je een theaterprogramma maakt, blijkt het op den duur altijd te gaan over hoe je je op dat 
moment voelt. Een paar jaar geleden maakte ik een soloprogramma. Pas na een keer of vijftig spelen kreeg ik het eindelijk door: o, het gaat gewoon over wie ik ben!”

Hoe begin jij aan het schrijven van een scène?
“Ik heb vaak één simpel idee, iets wat me leuk lijkt om te spelen, een typetje dat ik in mijn hoofd heb. Dan wil ik
 bijvoorbeeld een vrouw spelen die heel veel plastische chirurgie heeft gehad. Leek het me ineens grappig om een
 zeemeermin te spelen die een borstvergroting neemt, maar de hele tijd naar de bodem zinkt als ze dat heeft gedaan.
Gaandeweg kom ik erachter: misschien gaat dat ergens ook over mij, met 
bepaalde delen van mijn lijf ben ik nou eenmaal niet zo blij. Dat bedoel ik niet zwaar, maar zo blijk ik zelf altijd een
 beetje in mijn types te zitten.”

Acht jaar geleden speelde Alex Klaasen de rol van Toon Hermans, in de bejubelde musical Toon, waarvoor hij een van zijn vele Musical Awards won. Het succes was groot, maar de druk van de 
productie op zijn schouders leverde hem een burn-out op. Sindsdien gaat hij zorgvuldiger met zichzelf om en kiest hij zijn werk met zorg. Hij speelde op 
De Parade met Henry van Loon, deed mee in de beruchte familievoorstellingen van het Ro Theater, maakte films en tv, maar een dragende rol in een grote theaterproductie was er niet bij. Tot nu: Showponies is een grote stap voor hem.

Hoe komt het dat je zin had om zelf weer iets te maken?
“Ik denk dat dit de tijd was die ik nodig had na Toon om weer op adem te komen. Het is pas sinds het laatste jaar dat ik me weer écht goed voel, zin heb 
in dingen, mijn leven weer leuk vind. Een nieuw huis, leuke vrienden, goede mensen om me heen. Die burn-out is een goede les voor me geweest. Ik heb geleerd om op mezelf te passen, goed slapen, energie verdelen, niet te veel drinken, leuke dingen doen met vrienden. En belangrijk: niet in mijn eigen gedachten verward raken. Ik kan mezelf heel goed de put in denken, ik moet oppassen niet te veel in mijn eigen cirkels verstrikt te raken. Alleen thuis gaan
zitten piekeren, is geen goed idee voor mij, dat snap ik nu, dus ik zorg dat ik iets ga dóén als dat dreigt te gebeuren.”

Je wilde een eigen theaterprogramma maken, maar speelt het met een hele troep mensen.
“Ik ben trots op het soloprogramma dat ik heb gemaakt, maar het was wel een eenzame tour. En als je een beetje ziek bent of niet lekker in je vel zit, is er niemand die het kan opvangen. Op een gegeven moment drong het besef tot me door: oké, ik ben er nu verantwoordelijk voor dat deze negenhonderd mensen anderhalf uur lol hebben.”

Je bent nu aan het repeteren, bevalt het tot nu toe?
“Ik geniet. We spelen met een groepje mensen – Freek Bartels, Daniel Cornelissen en Jip Smit onder anderen – en de bedoeling is dat we hierna een musical gaan maken. Dat lijkt me dus heerlijk, om à la Wim Sonneveld met
een vaste groep mensen steeds nieuwe dingen te maken. Tot nu toe ben ik
 verliefd op ze allemaal.”

Voelt het als een belangrijke stap in je carrière?
“Het ding bij mij is dat ik nergens echt bij hoor. Ik hoef helemaal niet super beroemd te zijn, maar het is makkelijk als mensen je kennen. Ik doe van alles: dan speel ik weer bij het Ro Theater, dan in Missie Aarde, dan in Gooische Vrouwen, dan in Klokhuis, een musical of een speelfilm. Iedereen kent mijn 
gezicht zo langzamerhand, maar lang niet iedereen kent mijn naam erbij. 
Ik moet een beetje werken aan het Merk Alex Klaasen. Wat ik ook vaak hoor:
‘Jij speelt altijd typetjes, wanneer krijgen we de échte Alex Klaasen te zien?’ Maar mijn manier om bij de waarheid te komen, is juist via die typetjes. Ik ben het meest mezelf in vermomming.”

Is het voordeel van veertig plus zijn dat je jezelf leert kennen?
“Dat is heel prettig! Alhoewel ik het ook jammer vind dat er nú pas een beetje achter kom. Als ik dit allemaal op mijn 23ste had geweten, had ik een ander leven gehad. Ik vind dat ik rond mijn twintigste echt veel heb laten liggen, toen had ik veel losbandiger moeten zijn. Tussen mijn veertiende en mijn achttiende was ik vreselijk ongelukkig. De normale puberteit – je gaat een beetje drinken, je leert uitgaan, voor het eerst zoenen, seks, op vakantie met vrienden – heb ik allemaal niet gehad. In die tijd zat ik alsmaar op mijn kamertje naar musicalplaten te luisteren en piano te spelen, ongelukkig te zijn en bang, met alle deuren dicht. Toen ik eenmaal in Amsterdam kwam, op de Kleinkunstacademie, gingen alle deuren weer open. Dat vond ik fantastisch, maar op liefdesgebied had ik altijd het gevoel dat ik een gigantische achterstand had. Ik vond het maar eng, waardoor ik heel bleu bleef.”

Vond je het moeilijk toen je als tiener merkte dat je op jongens valt?
“Het wonderlijke is dat ik nog een tijdje heb gedacht: ik val op mannen, ik zal wel diep vanbinnen een vrouw zijn, waarschijnlijk ben ik transseksueel! 
Ik was veertien en zat er heel serieus over na te denken hoe het dan was om mezelf te laten ombouwen: dan verandert mijn stem, dan kan ik niet meer zingen, wíl ik dat wel? Mijn dilemma was: wil ik liever vrouw worden of wil ik blijven zingen? Daar zat ik op mijn fiets, in de Drentse bossen, in de regen over na te denken, hahaha! Een halfjaar later was dat over hoor, toen had ik
 ineens door dat het ook gewoon een optie was om homo te zijn.”

Is het toneel de plek waar je je het
 gelukkigst voelt?
“Het gekke is: op het toneel voel ik me eigenlijk meer alive dan in het echte leven. Dat kun je treurig vinden, maar ik ben allang blij dat er tenminste één plek is waar ik me thuis voel, sterk voel, en goed en knap en leuk en gezellig.
 Bij alles wat ik op het toneel doe wéét ik dat het effect heeft, en hóé het effect heeft. Daar buiten is het zo lastig. Versieren, om maar eens wat te noemen, daar snap ik in het echte leven dus
 helemaal níéts van. Maar als ik op het toneel iemand zou moeten versieren, zou ik precies weten hoe ik dat moest doen. Terwijl ik dezelfde persoon ben, met hetzelfde lichaam en hetzelfde
 gezicht. Maar de afspraken zijn anders.”

Je eigen theaterprogramma maken, iets doen wat zo dicht bij jezelf ligt, hoort dat bij wie je nu bent?
“De afgelopen twee jaar is er een soort ommekeer in mijn leven geweest. Mijn vader is overleden, dat heeft veel met me gedaan. Ik was gek op hem, en hij 
op mij. Hij heeft me altijd gesteund,
 begeleidde me op mijn audities voor de Kleinkunstacademie, kwam altijd naar me kijken. Nu is hij er niet meer, ik schuif een generatie door, en dan je 
nadenken: wie ben ik nou eigenlijk zelf? Ik ben verhuisd, dat was een grote stap voor mij en ik zat er al heel lang tegenaan te hikken. In mijn nieuwe huis ben ik nu heel gelukkig, vroeger was ik 
eindeloos gaan twijfelen: was dit nou wel een goede stap?
Een tijdje heb ik ook gedacht dat ik zelf een kind wilde, ik ben daar een halfjaar lang heel serieus mee bezig geweest. 
Ik heb met verschillende vrouwen 
gesprekken gehad, ben naar zo’n avond geweest van de stichting Meer dan
 gewenst. Met één vrouw werd het 
serieuzer, maar we hebben besloten
 het toch niet te doen.”

Hoe ging dat?
“We zaten te praten, dat was in de tijd dat deze voorstelling net van de grond begon te komen. Ik was daar vreselijk enthousiast over, zij zei: ‘Zo enthousiast als je nu over die voorstelling praat, 
zou je eigenlijk over een kind moeten praten.’ Daar had ze gelijk in. 
We hebben een fles wijn opengetrokken en besloten het niet te doen. Dat gevoel,
 die kinderwens, is langzaam weer weggeëbd bij mij. Maar ik vind het heel goed dat ik het zo serieus heb overwogen.”

Je heb in je leven je grote liefde nog niet gevonden. Zou je kunnen zeggen dat je werk je grote liefde is?
“Ach, ik ben zo slecht in de liefde. Althans, ik ben er niet slecht in, maar ik kan er slecht mee omgaan. Als ik iemand vind, gaat de piekermachine aan bij mij. Dan ga ik opsommen wat er allemaal niet klopt of deugt. Of ik vind mezelf niet leuk genoeg, of ik denk dat we elkaar niet begrijpen, of dat we niet precies
 hetzelfde gevoel voor humor hebben…
Ik word er wel beter in, hoor, maar op dit moment is mijn werk zeker mijn grootste liefde in mijn leven. En ik ben ontzettend blij dat ik dat heb. Het is ook een liefde waar ik trouw aan wil zijn.”

Wat kunnen we verwachten in Showponies?
“Het wordt zang en dans, het eerste deel heel erg revue, maar dan nieuwe stijl. André van Duin is een van de allergrootste helden uit mijn jeugd. Bij hem is het allemaal begonnen. Als kind mochten we eens per week naar de videotheek, mijn broer koos dan altijd een horrorfilm, ik iets van André van Duin. Twee jaar geleden won ik de Johan Kaart Prijs en de uitreiking werd – tot mijn grote verrassing – gepresenteerd door André. Dat was echt heel bijzonder voor me.”

Wordt Showponies een beetje jouw ode aan André van Duin?
“Zo zou je het kunnen zien, maar het wordt méér hoor. We gaan iets doen wat ik altijd al gewild heb, maar betwijfelde of het nog kon. Maar waarom eigenlijk niet, als we het op een goede, nieuwe manier doen? We gaan de revue weer terug op de kaart zetten.”

Wie is Alex?

Alex werd in 1976 geboren in het Brabantse Oirschot, groeide op in Waalwijk en verhuisde als puber naar Emmen, wat hij vreselijk vond. “Allemaal stugge Drentse boeren die mij niet moesten.” Hij ging naar Amsterdam, naar de Academie voor Kleinkunst en kreeg, in 1998, de Pisuisse-prijs, de prijs voor de meest veelbelovende eindexamenleerling. Dat was het begin van een grote reeks prijzen, waaronder de juryprijs van het Cameretten Festival (met Martine Sandifort), en maar liefst zes Musical Awards. Alex speelde mee in diverse tv-programma’s en films: vaak als typetje bij Kopspijkers en Koppensnellers, en als Yari, de nuffige stylist van Cheryl in Gooische Vrouwen. In de zomer van 2007 deed Alex mee aan Wie is de Mol?. Hij viel af in aflevering 5.

Tekst | Gijs Groenteman
Fotografie | Marthe hennink, ANP, Hollandse hoogte.

Dit interview stond in Margriet 2018-17. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Ook leuk en interessant om te lezen

Deze video wil je niet missen

Beauty-expert Carmen Zomers laat zien hoe je een optische ooglift kunt toepassen. Het enige wat je nodig hebt, zijn oogschaduw en mascara.

 

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

 

Ook interessant