Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Advocaat en strafpleiter Bénédicte Ficq: ‘Als kind had ik al een zwak voor de underdog’

benedicte.jpg

In de rechtszaal verdedigt advocaat en strafpleiter Bénédicte Ficq (59) spraakmakende verdachten, zoals Dino S. en Badr Hari. Momenteel maakt zij zich hard voor een zaak tegen tabaksfabrikanten. Een portret in 
zeven rollen van een vrouw die zich niet snel van haar stuk laat brengen.

De dochter

“Ik ben geboren in Goirle en groeide op in Zeeland, waar mijn vader burgemeester was. Vanaf mijn tiende werd dat Zuid-Limburg. Mijn drie zussen en ik kregen alle drie een Franse naam. Mijn moeder was een Franstalige Vlaamse. Thuis spraken we Frans. Ons gezin was warm, mijn vader ook, al was hij er weinig. Als tweede in de rij had ik veel vrijheid. De oudste krijgt toch meer aandacht en wordt vaak met argusogen bekeken. Ik was altijd de hort op, er werd mij geen strobreed in de weg gelegd. Ik reed veel paard, hing rond op de manege. Ik hield van het buiten zijn. De natuur was belangrijk, die waarde kreeg ik thuis mee. Daarnaast waren mijn ouders wars van materiële zaken en mondaine aanstellerij. Ik heb daar nog altijd niets mee. Anderen zeggen dat ik als kind al af en toe advocaatje speelde, maar daar herinner ik me niets van. Wel weet ik nog dat ik een keer voor mijn zusje opkwam toen zij door de gymjuf hardhandig werd vastgepakt. Ik geloof dat ik de juf zelfs heb geslagen. Ik had ook toen al een groot rechtvaardigheidsgevoel en een zwak voor de underdog. Ambities had ik nog niet. Ook niet toen ik ging studeren. Ik koos voor een 
studie rechten in Groningen, maar vooral om het 
studentenleven mee te maken. Ik bracht meer tijd door in de horecagelegenheden waar ik werkte dan in de collegebanken. Omdat ik met mensen wilde bezig zijn, koos ik voor strafrecht. Dat deed er echt toe, vond ik. Als je als individu van je vrijheid wordt 
beroofd, is dat nogal wat. Dan moet daar toch ten minste een stevig en eerlijk proces aan vooraf zijn 
gegaan, was mijn overtuiging. Maar pas toen ik ging werken, raakte ik echt gegrepen door het vak. En dat ben ik nog steeds.”

De vriendin

“Vrije tijd is heel belangrijk voor mij. Toen ik alles nog moest leren, slokte mijn werk mij op. Nu weet ik heel goed waarop ik moet focussen en kan ik ook bij cliënten gemakkelijk doordringen. Ik verspil geen tijd. Het is niet zo dat ik gemakkelijk de deur echt achter me dichttrek. Dit soort werk gaat, als je niet ingrijpt, altijd door in je hoofd. Maar soms zet ik het stop en neem ik afstand. Zelden werk ik ’s avonds. En 
in het weekend hooguit een paar uur per dag. Ik ervaar dat niet als belastend. Daarvoor vind ik het te leuk. Maar ik reserveer genoeg tijd voor andere dingen, en vooral ook voor mijn gezin. Ik kies heel bewust waar ik wel en geen tijd aan wil besteden. Ik ga bijvoorbeeld zelden naar feesten. Ook niet als mijn partner wel gaat. Alleen als het iets is van heel goede vrienden of familie, ben ik ervoor te porren. Liever ga ik de natuur in. Met zijn allen, maar ook alleen. Ik wandel veel, met onze twee honden Kees en Piet. En ik fiets graag. Dat is mijn manier om te ontspannen. Ik fiets ook elke dag een uur naar mijn werk. Ik heb een aantal heel goede vrienden. Als je aan ze zou vragen hoe ze mij zien, denk ik dat ze ‘trouw’ zouden zeggen. Ik ben een trouw persoon. Ook in mijn relatie, wij zijn al bijna dertig jaar samen. Mijn hartsvriendin heb ik al veertig jaar. En de maatschap waarin ik werk, advocatenkantoor Meijering, Van Kleef, Ficq & Van der Werf, bestaat al bijna dertig jaar. Trouw en vertrouwen zijn voor mij essentiële waarden. Mijn vertrouwen in mensen is nog steeds groot. Ondanks wat ik in mijn werk allemaal ben tegengekomen, ben ik niet wantrouwiger geworden.”

‘Ik ga zelden naar feesten. Liever ga ik de natuur in. 
Met zijn allen, maar ook 
alleen’

De moeder

“Mijn werk heeft wel invloed op hoe ik als moeder naar de wereld kijk. Toen de kinderen kleiner waren was een mannelijke oppas bijvoorbeeld niet im frage. Dat is natuurlijk betreurenswaardig, maar ik werd toch beïnvloed door alles wat ik zag en hoorde. Van de duizend zedendelinquenten is er hooguit één vrouw, zeggen de statistieken. Dan neem ik liever geen risico. Toen de kinderen groter werden en 
uitgingen, had ik geregeld slapeloze 
nachten. Ik weet wat er allemaal kan 
gebeuren in het nachtleven. Je hoeft maar één verkeerde figuur tegen te komen. Het kan in een split second zijn gedaan. Het hoeft niet eens boze opzet te zijn. De 
psychische kwetsbaarheden van mensen kunnen hen tot waanzin drijven. Ik heb jarenlang naast mijn strafrechtpraktijk ook psychiatrische patiënten bijgestaan, bijvoorbeeld bij gedwongen opnames. Mensen met manieën of zware depressies, die een gevaar waren voor zichzelf of voor anderen. Dat was afgrijselijk voor die mensen, en leerzaam voor mij. Ik heb 
veel kennis gekregen over wat er in de menselijke geest kan gebeuren. En waar het mensen soms toe kan aanzetten. Daarnaast loert er natuurlijk vooral veel ander gevaar. Uitgaansgeweld, te veel 
alcohol, een ongeluk dat nog meer dan anders in een klein hoekje zit. Mijn 
kinderen zijn nu twintig en 22 jaar, ze wonen niet meer thuis. Maar ik lig soms nog steeds wakker door wat hun kan overkomen, ik kan dat niet goed loslaten.”

tekst: deirdre enthoven
fotografie: bart honingh

Dit is een gedeelte uit het interview met advocaat en strafpleiter Bénédicte Ficq. Het volledige interview lees je in Margriet 04-2017. Dit nummer nabestellen? Dat kan via Tijdschrift365.nl. Je kunt het hele interview ook online lezen via Blendle.

Lees ook:

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

 

Ook interessant