Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Adriaan van Dis: ‘Ik ben een wanhopige optimist’

adriaan-van-dis-ik-ben-een-wanhopige-optimist.jpg

Dat ‘ie met de dood bezig is en al van alles heeft geregeld voor zijn afscheid, wil niet zeggen dat Adriaan van Dis (74) de neerslachtigheid zelve is. Het is meer om praktische redenen. Vooralsnog is de schrijver springlevend en leert hij nog altijd van het leven.

Houten huis in de Achterhoek

Het mooie houten huis in de Achterhoek heeft hij een jaar geleden verkocht. Reden om deze idyllische plek te verlaten: “Het onderhoud. Er zat zo veel grond bij. Het kostte een vermogen om dat allemaal te laten bijhouden.” Eefde is ingeruild voor een ruim appartement in Amsterdam, vlakbij Artis. Daar vindt ons gesprek plaats, maar wel nadat hij de avond tevoren heeft gebeld met de vraag of ik thuis kinderen heb rondlopen. “Ik vraag het omdat dat enorme superspreaders van corona zijn.”

Het is logisch om dan te denken: Van Dis is 74 jaar, niet zo gek dat hij zich zorgen maakt. Maar de volgende dag wordt duidelijk waarom extra voorzichtigheid geboden is. “Ik heb een zeer ernstige longkwaal: longfibrose.” (een chronische longziekte waardoor de longen niet meer voldoende zuurstof opnemen en koolstofdioxide uitscheiden, red.) “Daar kun je 93 mee worden, maar je kunt ook binnen drie maanden dood zijn. Als ik corona krijg is de IC voor mij uitgesloten, zei mijn longarts. ‘Wat moet ik in dat geval dan doen?’ vroeg ik. Het antwoord was: ‘Palliatieve zorg regelen.’ Vervolgens heb ik de notaris gebeld en alles geregeld voor het geval ik doodga.”

Waarschuwing

Terwijl hij de koffie inschenkt vertelt hij opgewekt dat hij zijn graf al heeft gekocht. Zijn goede vriendin dichteres Neeltje Maria Min had hem gebeld met de waarschuwing: ‘Adriaan, als je daar nog wilt komen te liggen, moet je nu wel actie ondernemen.’ ‘Daar’ is de begraafplaats in zijn geboorteplaats Bergen. Goed, graf is geregeld, en meer maatregelen zijn genomen, maar daarover later. Wat niet wil zeggen dat de schrijver een gedeprimeerde indruk maakt. Integendeel. Al bracht de pandemie hem wel op deze gedachte: “Stel nou dat ik nog één boek zou willen schrijven, wat zou dat dan zijn? Wat heeft voor mij noodzaak?”

KliFi-woede

“Zo ontstond KliFi – woede in de republiek Nederland. Het is een indrukwekkende roman waarin Van Dis op zijn kenmerkende lichte toon kans ziet om vrijwel alle urgente problemen van deze verwarrende tijd samen te brengen. De klimaatcrisis (Klifi is de afkorting van Klimaat Fictie), de vluchtelingenstroom, een populistische volksmenner met dictatoriale trekken en (zelf)censuur. Vrijwel niemand durft meer iets te zeggen uit angst voor alle lange tenen en korte lontjes. Dit alles wordt vanuit zijn (nog) veilige huis bezien door Jakób, een oude Hongaarse vluchteling die steeds meer moet inschikken voor allerlei obscure figuren die gevraagd en ongevraagd bezit nemen van zijn huis. En al schuwt Van Dis de humor niet, het is een verhaal waar je na de laatste pagina wel echt van moet bijkomen.”

“Goed zo,” constateert de schrijver tevreden. “Want laten we eerlijk zijn: het zijn geen vrolijke tijden. En dan heb ik het niet over ‘links’ zegt dat je dit niet mag zeggen, en ‘rechts’ zegt dat je dat niet mag zeggen’. Door de komst van social media zijn we allemaal zo voorzichtig geworden, constant bezig met: wat kan wel, wat kan niet? Dat heeft iets heel angstigs. Daarnaast heb ik een curieuze belangstelling voor randfiguren. Waarschijnlijk omdat ik zelf een bang, burgerlijk mannetje ben, trekken ze me altijd aan. Ontsporing is iets waar je weinig regie over hebt.”

Voelt u als schrijver een verantwoordelijkheid om deze tijdgeest te duiden?

“Nee. Maar in mij zit wel een calvinist; wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Als ik om mij heen alleen maar bozige mensen zie, dan maak ik deze afspraak met mijzelf: ik ga vijf keer aardig doen vandaag. Dat helpt ontzettend. En het gaat om heel kleine dingen, hoor, zoals even iemand voor laten gaan op het fietspad of bij de kassa van de supermarkt. Uiteindelijk is dat een geweldige therapie, want je staat veel vrolijker in het leven. Mijn devies is: verbitter niet, ga mee met je tijd en zet niet je hakken in het zand. Anders word je iemand die buiten zijn tijd valt. Niet voor niets gebruik ik in KliFi een uitspraak van Frank Zappa: ‘The mind is like a parachute, if it is not open, is doesn’t work.'”

Lees ook: Quinty Trustfull: ‘Ik vecht niet tegen het ouder worden, ik omarm het’

Wat als eerste opvalt is dat het boek gaat over de republiek Nederland. De koninklijke familie is om humanitaire redenen van hun taak ontheven.

“Laat ik vooropstellen dat ik koningin Beatrix en prins Claus geweldige mensen vind en vond. Maar ik heb het echt te doen met de drie prinsessen, jonge meisjes nog, die zo onder een vergrootglas liggen. Die fantastische televisieserie The crown heeft mij ook de ogen geopend over hoe gemeen het eigenlijk is dat wij als hijgende honden naar het leed van die mensen zitten te kijken. Ik heb ernstige twijfel of de monarchie nog past in dit tijdsgewricht. Als lid van Amnesty International vind ik humanitaire redenen de mooiste reden om op een gegeven moment te kunnen zeggen: jullie hoeven niet meer.”

De Nar, ofwel de president van de republiek Nederland, heeft opvallend veel weg van Thierry Baudet.

Geamuseerd: “Maar ik heb een heel gemeen spelletje gespeeld: veel van de uitspraken die hij doet zijn in werkelijkheid door linkse politici gedaan. Kijk, wat er gaande is in deze wereld is dat er – verhevigd door de klimaatcrisis – miljoenen mensen uit droge gebieden komen om zich in Europa te vestigen. Wijzelf zullen vermoedelijk al over vijftig, zestig jaar meer oostwaarts moeten trekken. Er zal een nog grotere vermenging van volkeren plaatsvinden want, om het even kernachtig samen te vatten, de gekoloniseerden zijn hier omdat wij dáár waren.”

“We kunnen allang niet meer zeggen: ‘Er is één Nederlands volk.’ We zijn gemengd. Dat accepteren is lastig en daarom pleit ik voor die open geest. Wéét dat het verandert. Dan kun je nog best je kleine dorpje koesteren en bepaalde tradities ook, maar haal daar die nieuwkomers dan bij! Zorg ervoor dat je duivenfokvereniging ook een Turkse jongeman in het bestuur opneemt, want die witte vereniging sterft op den duur uit.”

Vindt u dat de nieuwkomers zelf voldoende ondernemen om zich op die manier te vermengen?

“Helemaal niet. Die zitten ook in hun eigen bubbel. Iedereen sluit zich op en dat is het grote probleem. Al richt onze mening zich wel erg op de groep die zich afzondert, want tegelijkertijd zijn er een heleboel mensen die allang goede functies hebben. In de ziekenhuizen in de Randstad heeft minstens de helft van het medisch personeel een niet-westerse achtergrond.”

“Een goede training is deze: als je iets hoort of ziet wat je niet bevalt, zet de radio of televisie dan niet uit, maar luister er een keer naar. Mogelijk dat je na afloop denkt: er zit misschien wel wat in. Al verschuift je opinie maar een paar millimeter! Dat zeg ik niet omdat ik een goed mens ben, maar omdat ik geen oude zak wil worden die straks bozig zit te vloeken als hij zijn billen moet laten afvegen door een Somalische verzorgster.”

Zelfcensuur is ook een belangrijk thema in KliFi. Na de onthoofding van de Franse maatschappijleraar Samuel Paty werd er ook wel gezegd: ‘Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar je moet ook niet alles wíllen zeggen.’

“Ik ben voor vrijheid van meningsuiting en voor vrije drukpers, maar ik ben geen man die mensen pijn wil doen. Ik vind het een lastig iets, want ik ben tegen verbieden. Maar ik heb wel degelijk moeite met fundamentalisme, met het conservatieve van geloof. En als intellectueel heb ik sowieso moeite met het feit dat je gelooft in een verzinsel. Maar zonder verzinsels, zonder verhalen, is er geen cultuur. Daarnaast functioneert religie ook als sociaal cement.”

“Je hoort bij een gemeenschap en zorgt voor elkaar. Maar het gaat te ver als mensen werkelijk denken dat het paradijs je wacht als je een ‘ongelovige’ de strot afsnijdt. Wij wonen te midden van een gemeenschap die de stappen van secularisatie nog niet heeft gemaakt en die veel geloviger is geworden dan de mensen in het huidige, veel moderner geworden, Turkije of Marokko. Dat komt omdat migranten vasthouden aan een gestold idee van hun moederland. Daar hechten ze aan, want het is vaak het enige wat ze hebben.”

KliFi heeft een somber thema. Bent u een pessimist?

“Nee, ik ben een wanhopige optimist. Maar ik ga wel altijd uit van het worstcasescenario. Ik maak me zorgen. Wat gebeurt er met Nederland als we straks 800.000 werkelozen hebben? De populisten staan al in de coulissen te wachten. In 1929 stelde de partij van Hitler ook nog niets voor, maar hij kreeg een geweldig geschenk: de beurskrach.”

Denkt u stiekem niet: het zal mijn tijd wel duren?

“Natuurlijk denk ik dat! Lijkt me heel gezond. Ik ben dolblij dat ik al 74 ben. We zijn een akelig verwend volkje geworden en ik ben heel blij dat ik nog in armoe ben grootgebracht. Ik ben ook nog steeds bezig om mezelf op te voeden, te leren en te corrigeren. Dat gaat met erg veel vallen en opstaan. Ik geloof in ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’, maar ik heb ook net mijn Nespresso-cupjes weggegooid in plaats van ze keurig in zo’n zakje in te leveren. Ik heb een auto die ik sinds ik hier woon nauwelijks gebruik, die zou ik eigenlijk weg moeten doen.”

“Maar mijn vriendin heeft een huisje in Egmond en dan is het toch wel weer handig. Ik breng er eigenlijk weinig van terecht, maar ik probeer het in elk geval. Of het ouder worden mij milder heeft gemaakt? Nee, ik ben nog steeds een enorme driftkop. Niet zoals vroeger, hoor. Toen vloog er nog weleens een stoel door het raam. Ik heb ook een keer tijdens een ruzie met een vroegere vriendin, die een enorme brie had gekocht, die hele kaas naar buiten gegooid. Die hing daarna bij de overburen als zo’n druipende klok van Dali over hun balkon. Ontzettend vloeken kan ik ook, vooral als de computer niet doet wat ik wil.”

De mens, schrijft u in KliFi, is van nature suïcidaal.

“Of ik dat dus ook ben?” Een zuinig: “Neuh.” Bij vlagen misschien? Hij lacht en reageert in plat Amsterdams: “Ik ben bij vlááágen suïcidaal!” Weer serieus: “Voor het geval het echt misgaat met mijn longen, of als ik merk dat ik dementeer, heb ik via ‘slinkse wegen’ de medicatie in huis om de regie over mijn levenseinde in eigen hand te kunnen houden. Dat geeft rust. Tot die pil dacht ik: ik loop gewoon de zee in. Dat is geen goed idee, weet ik nu, want die smijt je zo weer terug op het strand. Ook ben ik naar de notaris gegaan voor mijn testament, ik heb een executeur testamentair aangesteld en al mijn wensen vastgelegd.”

“Zo wil ik graag dat het lied ‘Hela hola, houd er de moed maar in’ op mijn begrafenis wordt gezongen, liefst klassikaal. Die tekst wil ik ook boven mijn overlijdensadvertentie.” Hij lacht: “Op het zakje van dat middel heb ik wel heel kinderachtig een doodskopje getekend, zodat ik niet ’s morgens vroeg met een beetje hoofdpijn het verkeerde inneem.” Hij neemt nog een slok van zijn koffie en constateert tevreden: “Hoe meer je aan de dood denkt, hoe beter je leeft.”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? 
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Tekst | Heleen Spanjaard
Fotografie | Iris Planting

Ook interessant