Persoonlijk

Aaf Brandt Corstius: ‘Ik kan ze niet eens in het diepe gooien. Wil ik niet. Mijn moederlijke hartje staat het niet toe’

aaf-brandt-corstius.jpg

Aaf Brandt Corstius is schrijfster. Ze woont samen met Gijs, hun zoon Benjamin (7) en dochter Rifka (6).

Soms ben ik er verbaasd over hoe serieus ik dingen kan nemen die ik in bladen en kranten lees. Zo las ik niet zo lang geleden dat doorzettingsvermogen het belangrijkste is wat je je kinderen kunt bijbrengen. Dus: belangrijker dan goede manieren, belangrijker dan een goede smaak in muziek en belangrijker dan het samen oefenen 
op kopballen en vioolspel. Doorzetten. Dát moet je ze leren.
Ik geloofde het onmiddellijk en bazuinde het heel wijsneuzig door aan alle ouders in mijn omgeving.
Ik geloof er ook wel in. Als ik kijk naar mensen van mijn leeftijd, zijn de doorzetters meestal het verst gekomen. Tuurlijk, er zitten er een paar bij die met geluk en handig rollen door het leven rijk of in elk geval succesvol zijn geworden, maar het is best handig als je een 
beetje van doorbijten weet.
Ik had ook twijfels over de hele doorzetleerschool. Ten eerste: hoe leer je dat kinderen? Ikzelf breng het vooral in de praktijk door, als Rifka na een half baantje zwemmen roept dat ze heel moe is en aan mij wil hangen, te roepen: “Nu even doorzetten!” Net zo bij de Avondvierdaagse. Of hij het oefenen van een moeilijk liedje met Ben op de gitaar. Ik zég het, vooral. “Doorzetten!”
Ook twijfelde ik of ik zelf nou blij was met mijn doorzetopvoeding. Mijn vader maakte van mijn broer, zus en mijzelf drie taaie doorzetters door ons niet echt veel te helpen of in richtingen te duwen, maar ons op eigen houtje door school te laten bikkelen, studierichtingen 
te laten kiezen, huizen te laten zoeken, liefdesproblemen te 
overwinnen. Daar leerden we doorzetten van, maar het voelde 
soms ook onzeker om zonder al te veel steun in de rug alles maar 
alleen te moeten doen. Zou ik niet onzekere kinderen kweken door 
ze in het diepe te gooien, alwaar ze keihard zouden leren doorzetten?
En: ik kan ze niet eens in het diepe gooien. Wil ik niet. Mijn moederlijke hartje staat het niet toe. Het zal vast niet goed zijn, maar ik
vermoed dat ik dat misschien nog steeds niet kan als ze achttien zijn.
Onlangs had Ben een voetbalkamp. Het was stikheet en de sfeer onder de jongens was ruzieachtig. Hij verloor een toernooi en raakte uit zijn humeur. Het was inmiddels dertig graden en het kunstgras brandde. De wallen onder zijn ogen waren roodverbrand. Toen de kampleider me belde om te zeggen dat Ben er helemaal doorheen zat, fietste ik naar de plek van het kamp, overzag de rode wallen en de hitte en nam hem meteen mee naar huis. Hij mocht lekker in zijn eigen bed slapen. En eerst nog even op de iPad met een ventilator 
ernaast. “Wat is dit gezellig, mama,” zei hij intens tevreden.
Ik had hem niet leren doorzetten op dat kamp, in de hitte en na die verloren wedstrijd. 
Maar ik had hem wel gelukkig en tevreden gemaakt. 
En dat telde ook.

Fotografie | Ester Gebuis
Styling | Odette Simons en Nicky Groenewoud (assistent)
Visagie | Tirzah Waasdorp

Deze column is afkomstig uit Margriet 2017-33. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

Lees nog meer columns van Aaf

Bekijk deze lifehack

G
Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Ook interessant