Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Aaf blikt terug op de écht koude winters van vroeger

aaf-brandt-corstius.jpg

Aaf Brandt Corstius is schrijfster. Ze woont samen met Gijs, hun zoon Benjamin (7) en dochter Rifka (6).

Soms vind ik het heel raar dat mijn kinderen nog nooit een echte winter hebben meegemaakt. Vooral omdat ze er wel naar lijken terug te verlangen. Ze verlangen naar het concept van een winter zoals ze die zelf niet kennen, met sneeuw en ijs en koek-en-zopie. Maar ze weten niet eens wat zopie is. Ikzelf trouwens ook niet, want laten we wel wezen: hoeveel strenge winters heb ík eigenlijk meegemaakt? Mooie term trouwens, strenge winter. Ik herinner me er wel een paar; ik weet zelfs zeker dat de grachten van Amsterdam bevroren waren, omdat ik mislukte pogingen deed erop te schaatsen aan de vaste hand van mijn jeugdvriendin Phyllis. Dus dat moet zijn gebeurd. Die schaatstrauma’s vergeet ik niet.

Sindsdien is het natuurlijk alleen maar bergafwaarts gegaan, of opwaarts, als je van warme temperaturen houdt. Bijna schrijnend vind ik het als Benjamin en Rifka vol nostalgie praten over die ene winter twee jaar geleden dat ze een ‘echte sneeuwpop’ hadden gemaakt. Dat was een heel klein hoopje vieze sneeuw, bij elkaar geveegd van alle restjes vieze sneeuw op ons stoepje, amper hoger dan vijf centimeter. We staken een wortel bovenin het hoopje, en dat was dan de neus. Daarna liepen er mensen overheen, want die hadden niet eens door dat dat bergje sneeuw een met zorg gebouwde sneeuwpop was. Dat was dus hun echtste winter ooit.

Soms vertel ik ze dan maar over de winters die ik heb meegemaakt toen ik twee jaar van mijn leven, als zevenjarig kind en later als achttienjarige, doorbracht in de Amerikaanse staat Minnesota. Daar is het gewoon echt koud, daar sneeuwt het nog in april. Daar gaat in januari de universiteit een maand dicht omdat naar buiten gaan echt niet meer lukt. Daar is mijn haar geregeld bevroren als het nog een beetje nat was als ik naar buiten ging. Daar kwam ik op de campus waar ik woonde soms dagenlang niet buiten, omdat vanwege de kou alle gebouwen met tunnels en overdekte luchtbruggen met elkaar verbonden waren. Dat was ook de reden dat veel studenten in de winter leefden in zomerkleding of gewoon hun pyjama: we hoefden toch nooit naar buiten. Ik vertel ook over de sneeuw die daar zó hoog lag, dat in mijn kindertijd mijn broer Jelle er niet eens meer bovenuit stak. Het zijn allemaal een soort wintersprookjes, maar wel echt gebeurd, en daarom luisteren mijn kinderen er zo graag naar. Ik moet ze eigenlijk een keer meenemen naar die plek, ergens in december of januari. Al is het er eigenlijk vreselijk, ’s winters. Niks te doen en je kunt nooit naar buiten. Gaan ze die nietszeggende verregende warme winters van ons misschien ineens waarderen.

Fotografie | Ester Gebuis
Styling | Odette Simons en Nicky Groenewoud (assistent)
Visagie | Tirzah Waasdorp

Deze column is afkomstig uit Margriet 2017-53. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

Lees nog meer leuke verhalen

Aaf: ‘Als ik merk dat Gijs niet op mijn grap reageert, maak ik hem gewoon nog een keer. Maar dat werkt averechts’
Tips van een topfotograaf: de mooiste familiefoto maak je zo
Aaf: ‘Vorig jaar kerst stond ik als de huisgodin die ik zelden ben kaasvlinders te maken in de keuken’

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Bekijk ook

Ga je mee op de koffie bij Aaf?

Ook interessant