Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Aaf: ‘Als ik merk dat Gijs niet op mijn grap reageert, maak ik hem gewoon nog een keer. Maar dat werkt averechts’

aaf-brandt-corstius.jpg

Aaf Brandt Corstius is schrijfster. Ze woont samen met Gijs, hun zoon Benjamin (7) en dochter Rifka (6).

De belangrijkste eigenschap waarop ik viel toen ik verliefd werd op Gijs, was zijn humor. Ik was te gast bij zijn interviewtheaterprogrammaatje (een zelfbedacht woord, want ik weet anders niet hoe ik het moet verwoorden) in een piepklein theater in Amsterdam, en een van zijn andere gasten was een vrouw die een boek over watermanagement had geschreven. Gijs sprak tijdens het interview met die vrouw het woord watermanagement zo vaak en zo ironisch uit, dat ik tien minuten lang de slappe, keiharde lach (dat kan samengaan) heb gehad. In dat piepkleine theatertje. En ik zat dan wel op de achterste rij, maar hij merkte het toch op. Flashforward naar elf en een half jaar later: we zijn nog steeds samen. Bedankt, vrouw met het boek over watermanagement!

Gelukkig vond Gijs mij ook grappig, al zegt hij vaak dat hij me in mijn geschreven stukjes scherper vindt dan in het echt. Dat is natuurlijk een keiharde belediging als je het de ene kant op leest, maar een compliment als je het de andere kant op leest. Ook vindt hij bepaalde soorten humor van mij niet leuk. Zo verander ik soms de namen van mensen, zodat ze net anders klinken. Een soort woordspeling, maar dan een die nergens op slaat. Zo noem ik Jan-Jaap van der Wal altijd Jannes Walles van der Walles. Ik weet niet waarom, wellicht omdat ik ooit niet op zijn naam kon komen. Die bijnaam heb ik erin gehouden, ook al vindt Gijs hem absoluut niet grappig. Hij ís ook niet grappig, maar ik hoop toch altijd dat hij een beetje gaat lachen als ik een onzinnige bijnaam voor iemand verzin, en zeg die bijnaam dan ook net iets te vaak in de hoop dat hij alsnog in lachen uitbarst. De kans daarop is, uiteraard, elke keer dat ik die flauwe grap maak, nog vele malen kleiner geworden. Wat mij alleen maar vasthoudender maakt.

Dit gebeurt soms ook met grapjes die ik tussen neus en lippen door maak; als ik merk dat hij niet echt reageert, maak ik de grap gewoon nog een keer. Werkt niet. Werkt averechts. Het wordt dan een soort spel; Gijs houdt zijn lippen stevig op elkaar en kijkt ernstig of blanco voor zich uit, terwijl ik mijn mislukte humor herhaal. Heel soms vindt hij die situatie in zijn geheel zo komisch, dat hij toch gaat lachen. Maar vaak houdt hij het vol om me met uitgestreken gezicht aan te blijven kijken. En dat is tergend voor mij. Het doet me denken aan een uitgekiende pesttechniek die mijn broer en zus vroeger bij mij toepasten; ze lachten dan bijvoorbeeld tien minuten lang om een heel grappig verhaal dat ik aan het vertellen was, en hielden daar – via een subtiel uitgewisselde blik – heel plots mee op. Dodelijk. Het is alarmerend als je echtgenoot je aan je pestende broer en zus doen denken. Aan de andere kant: ik denk dan gewoon terug aan die avond van het watermanagement, en dan is alles weer goed.

Fotografie | Ester Gebuis
Styling | Odette Simons en Nicky Groenewoud (assistent)
Visagie | Tirzah Waasdorp

Deze column is afkomstig uit Margriet 2017-46. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

cover margriet 46

 

Lees nog meer leuke verhalen

Bekijk deze lifehack


Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Ook interessant