Noraly Beyer Beeld Ester Gebuis
Beeld Ester Gebuis

PREMIUM

‘Ik wist wel dat de barklak een boom is. Maar pas sinds twee weken kan ik er echt van meepraten’

Noraly houdt van Holland, maar als het op rivieren aankomt, dan weet ze het wel: Suriname!

De barklak! Ik zag dit woord voor het eerst toen ik 16 was en Wij Slaven van Suriname las van Anton de Kom. In 1934 was hij de eerste Surinamer die de geschiedenis van het land beschreef vanuit een Surinaams perspectief.

Naast een aanklacht tegen het kolonialisme en de slavernij bezingt De Kom de natuur van Suriname. Op de eerste bladzijde heeft hij het al over ‘ontzaglijke bosschen, waar de groenhart, de barklak, de kankantrie en de kostbare bruinhart groeien’.

Zo begreep ik dat de barklak een boom is. Maar pas sinds twee weken kan ik er echt over meepraten.

Barklak

Op vakantie in Suriname logeerde ik in het binnenland op Knini Paati, een eiland in de vorm van een knie in de Suriname rivier. Een paar honderd jaar geleden vestigden zich Marrons in dit gebied, 200 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Paramaribo. Zij waren het oerwoud in gevlucht, weg van de slavernij onder Hollandse kolonisten. Hun nazaten wonen er nog en ontvangen nu, hoe grillig kan het leven zijn, uiterst hartelijk de nazaten van diezelfde kolonisten.

Walaba

Kuksi, een gids op het eiland, zag mij kijken naar een boom die het gevoel van een feest oproept. De versierselen hangen aan de takken. Lange stelen met grote platte peulen, roestbruin van kleur, die bij elke zucht van de wind heen en weer wiegen.

Een paar uur later had hij twee van die slingers voor mij geplukt en vertelde hij dat dit de zaadpeulen zijn van de walaba. Ik had vaak gehoord dat walaba een sterke houtsoort is, die goed tegen water kan en daarom geschikt is voor steigers en bruggen. Maar nu zag ik voor het eerst de boomreus en zijn ornamentele zaden.

Omgekeerde piramide

De grond vlak naast de walababoom was bezaaid met iets anders. Zwarte en donkerbruine doosjes in de vorm van een opengesneden kegeltje, klein en hard. “Barklak,” zei Kuksi. Opnieuw werd een naam ontdaan van zijn mysterie.

Kuksi liet me een andere variant zien van een barklakvrucht: een grotere doos als een omgekeerde piramide met een platte onderkant. Deze soort kende ik wel omdat ik die ooit in huis had gehaald om te gebruiken als asbak zonder, dom genoeg, te zoeken naar de naam ervan.

‘Breede rivieren’

Suriname is rijk aan breede rivieren, waar reigers, wieswiesies, ibissen en flamingo’s hun broedplaatsen vinden, adus Anton de Kom

Twee jaar later in 1936 dichtte Hendrik Marsman: Denkend aan Holland/ zie ik breede rivieren/ traag door oneindig/ laagland gaan.

Holland is een heerlijk land. Maar als het op rivieren aankomt, geef ik toch de voorkeur aan de ‘breede rivieren’ van Anton de Kom. Aan de oevers waarvan de kankantrie groeit en de kostbare bruinhart.

En de barklak natuurlijk.

Noraly Beyer Beeld

Over Noraly Beyer

Noraly Beyer is geboren in Willemstad, Curaçao en woonde in de jaren zeventig en tachtig in Suriname. Ze werkte als nieuwslezeres bij NOS, schrijft columns, werkt in het theater en zit in verschillende jury’s en commissies. Ze leest graag en houdt van de tuin. Noraly heeft een latrelatie met Joost Prinsen, heeft een volwassen zoon en dochter. Ze is oma van twee kleinkinderen en een heel stel bonus kleinkinderen. Wil je Noraly volgen? Tweewekelijks lees je haar nieuwste column op margriet.nl/noraly of volg haar op Twitter: @norabey

Noraly BeyerEster Gebuis

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden