Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Nieuws

Nog nooit verteld: ‘Ik steel van mijn werkgever’

nnvtw.png

Melissa (37): ‘Ik had gestolen van een man die helemaal niet zo goed in zijn slappe was zat. Een man die mij als vertrouweling ziet, als vriendin’

Een pennetje, een flesje uit de vrijdagmiddagborrelvoorraad; alleenstaande moeder Melissa vult haar salaris al jaren aan door van haar werkgever te stelen. Maar nu dreigt hij failliet te gaan.

“Een paar weken geleden kwam hij bij me zitten op het secretariaat. Jos, mijn baas. En na de ruim negen jaar die ik voor hem werk, zou ik hem ook een goede vriend noemen. Hij zag er moe uit. Ik probeerde hem op te vrolijken met verhalen over mijn kinderen, vooral de streken van de jongste maken hem altijd aan het lachen. Dit keer werkte het niet. Hij zuchtte diep en zei: ‘Melissa, de zaken gaan niet goed hier. Je bent de eerste en voorlopig ook de enige die het hoort, maar de kans zit erin dat we failliet gaan.’ Ik schrok ontzettend. Ik had geen idee van de financiële problemen van ons bedrijf, want met de boekhouding heb ik weinig te maken, ik regel de administratie. Jos was altijd op mij overgekomen als een uitermate geslaagde man. Wat warrig in sommige dingen, maar toch ook zeker iemand met overzicht en een sterke, leidende hand. Er werken twaalf man in het bedrijf, vorig jaar waren er nog twee extra mensen in dienst gekomen. Dat was een laatste reddingspoging geweest, aldus Jos, maar het bleef vechten tegen de bierkaai. Het bedrijf maakte minder winst, de schulden stapelden zich op. Hij zei dat hij de afgelopen paar jaar een hoop eigen geld in de zaak had gestoken. Dat kon echt niet langer. En nu stond zelfs zijn huis op het spel.
Aangeslagen reed ik naar huis die avond. Ik had er maagkrampen van. En niet alleen omdat de kans bestaat dat ik samen met mijn collega’s binnenkort misschien op straat sta, maar omdat ik eraan heb bijgedragen dat Jos nu in de problemen zit. Ik dacht dat hij steenrijk was. Daardoor kon ik dat wat ik deed voor mezelf goedpraten. Maar nu sloeg de waarheid me hard in mijn gezicht; ik had gestolen van een man die helemaal niet zo goed in z’n slappe was zat. Die knokte voor zijn bedrijf en werknemers. Die knokte voor míj. Een man die mij als vertrouweling ziet, als vriendin. Hoe durf ik hem nog aan te kijken? Hij moest eens weten dat ik hem al jaren oplicht.”

Pondje kaas
“Het begon met zo nu en dan een postzegel. Ik regel de post op kantoor en weet dus dat er heel wat postzegels doorheen gaan in een maand. Wanneer ik zelf een verjaardagskaart wilde versturen, frankeerde ik die op het werk. Ik denk dat een hoop mensen dat weleens doen op kantoor. Ik dacht er dan ook amper over na, wat is nou één postzegel? Maar toch is het niet hoe het hoort; ik deed het stiekem en dat zegt genoeg.
Toen ik al een tijdje bij Jos werkte, scheidde ik van mijn man en bleef achter met twee kinderen. Financieel ging ik er flink op achteruit, maar gelukkig kon ik een dag per week meer gaan werken. Toch bleef het krap, ik moest elk dubbeltje omdraaien. Er waren dagen dat we alleen brood met pindakaas hadden. Doordat ik de boodschappen doe op het werk en altijd zorg voor een gevulde koelkast voor de lunch voor twaalf man, was het verleidelijk om af en toe wat restjes mee te nemen: een bakje tonijnsalade dat bijna over datum was, plakken kaas die wat uitgedroogd waren. Maar omdat niemand wist hoeveel vleeswaren ik kocht, merkte ik al snel dat ik die ook prima mee naar huis kon nemen. Dus verdween er geregeld een pakje ossenworst in mijn tas. Of een pond kaas. In het begin voelde ik mij schuldig, maar als ik zag hoe lekker mijn kinderen ervan aten, vergat ik dat weer. Het zijn gewoon bedrijfskosten, maakte ik mezelf wijs. Het was zo’n mini-aandeel in alle kosten die er waren, dat stelde niets voor. Maar voor mij maakte het wél verschil. Al snel lukte het me om elke maand voor zo’n vijftig euro aan producten te verdonkeremanen. En dat bedrag liep telkens wat op. De ene keer pakte ik een fles wijn mee van de voorraad voor vrijdagmiddag, de andere keer een fles afwasmiddel. Of een pak wc-papier. Kruimelwerk, maar toch een mooie aanvulling op mijn salaris. Er was niemand die iets zag, niemand die wat merkte. Geen mens controleerde de bonnetjes die ik inleverde
Met de tijd werd ik brutaler en nam ik zelfs printpapier mee naar huis. Niet voor mezelf, ik stikte er op een gegeven moment in, maar voor mijn buurvrouw aan wie ik het verkocht. Net als pennen en andere kantoorartikelen.”

‘Het zijn gewoon bedrijfskosten, maakte ik mezelf wijs’

Laptop van de zaak
“Het ergste wat ik heb gedaan was vorig jaar. Daar schaam ik me echt vreselijk voor. Er was een laptop gecrasht en mij werd gevraagd of ik hem wilde laten repareren. Ik heb toen gezegd dat dit niet meer mogelijk bleek. Zonder argwaan heeft mijn baas een nieuwe laptop aangeschaft. En ik sleet de laptop, die wel degelijk te repareren viel, aan een buurman. Ik was ermee in mijn nopjes, besefte niet meer hoe oneerlijk het was en begon het als een sport te zien. Tot nu. Nu schaam ik me verschrikkelijk en zijn de
schellen me van de ogen gevallen. Ik snap niet hoe ik dit zo lang gewetenloos heb kunnen doen. Dat het ‘maar kruimelwerk’ is, iets waarmee ik mij altijd suste als er toch een stemmetje in mijn hoofd in opstand kwam, doet daar niets aan af. Het gaat om het idee. Of ik nu per maand vijf, vijftig of vijfhonderd euro van mijn baas jat, het is allemaal even erg. Hij vertrouwt mij blind en ik licht hem op! Echt, hij zou eens moeten weten. Dan zou hij me ongetwijfeld nooit meer aankijken. Het is zo laag wat ik heb gedaan.
Door dit besef ga ik tegenwoordig met lood in mijn schoenen naar mijn werk. Ik ben nog steeds de enige die van de financiële problemen af weet en probeer Jos zo goed mogelijk te steunen. Maar bij elk woord besef ik weer hoe hypocriet ik ben. Ik heb geen idee hoe ik dit ooit kan goedmaken. En ook niet hoe ik mezelf weer recht in de spiegel kan aankijken.”

Ook interessant