Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Nieuws

Nog nooit verteld: ‘Ik groeide op bij een verstandelijk gehandicapte moeder’

cryy.png

Bieke (45) groeide op bij een autistische moeder met een verstandelijk handicap. Haar vader, spastisch, kampte met persoonlijkheidsproblematiek en was een zorgmijder. Pas op vijftienjarige leeftijd werd Bieke uit huis geplaatst.

‘Mijn moeder liet me schreeuwend van angst buiten staan toen er rottweilers door de straat liepen’

“Acht was ik, toen ik op school ontdekte dat ik een opgezette linkerarm had. Er zat een grote, rode plek op. Mijn ouders hadden niets opgemerkt en namen me, toen ik ze de plek liet zien, pas een paar dagen later mee naar de dokter. Het was een bloedvergiftiging, heel gevaarlijk. Deze situatie is typerend voor hoe ik ben opgegroeid. Mijn ouders zorgden niet goed voor me, waren te beperkt om dat te doen. En doordat mijn vader ‘pottenkijkers’ buiten de deur hield, kon de buitenwereld niet ingrijpen. Mijn moeder is autistisch en heeft bij haar geboorte zuurstofgebrek opgelopen. Daardoor is ze verstandelijk gehandicapt. Ze had eigenlijk nooit kinderen moeten krijgen. Het was haar ook niet zomaar gegeven. Maar mijn vader, spastisch, dominant en kampend met persoonlijkheidsproblematiek, liet haar door een dokter onderzoeken. Ze bleek verstopte eileiders te hebben; toen dat was opgelost, werd ze wél zwanger.”

Hoe het echt was…
“Dat er bij ons thuis iets niet klopte, wist ik al toen ik nog heel jong was. Als kleuter deed ik de hele afwas en sjouwde ik met boodschappen. Ik was volledig verantwoordelijk voor mijn vier jaar jongere zusje. Als zij iets deed wat niet mocht, spraken mijn ouders mij erop aan. Soms gooide mijn moeder me op de grond en sloeg me met mijn hoofd tegen de stenen vloer. Ze bood geen structuur, bescherming of veiligheid. Zo liet me ze ooit schreeuwend van angst op de deur staan bonken toen er rottweilers door de straat liepen. Ze keek naar me door het raam, maar liet me staan, omdat ze zelf ook bang was voor honden. Ze kón het gewoon niet, een goede ouder zijn. En mijn vader wilde niet. Ondanks zijn eigen problemen, was hij niet dom, maar hij sloot met opzet iedereen buiten. Ik had wel familie, ooms en tantes, maar die suste hij dat alles goed ging. Dus zij zagen het ook niet. Als ik bij hen was, voelde ik me heel fijn en veilig. Ik had graag bij hen gewoond. Ook werd ik een keertje opgevangen door de vrouw van mijn schoolmeester. Zij was zo lief voor me! Het liefst wilde ik voor altijd bij haar blijven. Maar dat kon natuurlijk niet. Ik probeerde me maar zo goed mogelijk te redden thuis. Ik zocht genegenheid bij mijn zusje, met haar knuffelde ik veel. En school was voor mij een uitlaatklep. Ik was slim, maar kon de lessen niet goed volgen, mijn concentratie schoot tekort. Onderwijzers merkten wel dat er iets speelde bij mij – ik was erg druk – maar helaas konden ook zij niets voor mij betekenen, want hoe het thuis echt was, wist niemand.”

Lees het hele verhaal van Bieke in Margriet 27.

Ook interessant