Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Nieuws

6 kinderen over het klimaat: ‘Kunnen we geen koelsysteem regelen voor de ijsberen?’

6-kinderen-over-het-klimaat-kunnen-we-geen-koelsysteem-regelen-voor-de-ijsberen.jpg

Bosbranden, smeltende ijskappen, het alarmerende klimaatrapport: genoeg redenen voor volwassenen én kinderen om zich zorgen te maken over de toekomst van de aarde. Journalist Ernest Marx sprak met professor Maarten van Aalst over het klimaat en nam vragen van kinderen als uitgangspunt.

“Kunnen we niet een koelsysteem op de Noordpool zetten, zodat de ijsberen daar kunnen blijven leven?” is een vraag die we onszelf allemaal wel eens gesteld hebben, toch?

Wie is Maarten van Aalst?

Sinds 2019 is Maarten van Aalst hoogleraar aan de Universiteit Twente op het gebied van ‘het vergroten van de weerbaarheid tegen natuurrampen en klimaatverandering’. Die leerstoel werd door het Rode Kruis en de Universiteit Twente aangeboden aan Prinses Margriet. Van Aalst bekleedt zijn hoogleraarschap naast zijn functie als directeur van het Rode Kruis Klimaatcentrum. Van Aalst: “Die twee liggen erg in elkaars verlengde. Het draait uiteindelijk om het snappen van risico’s en het vinden van oplossingen om die risico’s zo effectief mogelijk terug te dringen. Met name voor de meest kwetsbare mensen.”

“Persoonlijk maak ik me grote zorgen over het klimaatprobleem. De wetenschap voegt eigenlijk steeds meer zekerheid toe over hoe ongelooflijk bezorgd we moeten zijn. Tegelijkertijd zie ik ook dat het bewustzijn van de ernst van het klimaatprobleem enorm is toegenomen. Er is een nieuwe generatie jongeren die nu ook actie eist. Het staat op de agenda van politieke leiders. De vraag is nu of het vertalen van die ambitie naar een praktische omslag snel genoeg gaat om het probleem bij de wortel aan te pakken. De opwarming van de aarde is een wereldwijd probleem dat we alleen maar met zijn allen kunnen aanpakken.”

Timothy Schouten (8): ‘Waarom is het zo erg dat de aarde warmer wordt?’

Timothy is nog niet actief bezig met klimaatverandering, maar vindt het wel belangrijk dat het goed gaat met de aarde.

Maarten: “Twintig jaar geleden dachten mensen dat aan het einde van deze eeuw vooral ijsberen op de Noordpool het zwaar zouden krijgen als de klimaatverandering zou doorzetten. Inmiddels weten we beter. Door de opwarming van de aarde neemt extreem weer nu al toe. Dat heeft gevolgen voor planten, dieren en vele miljoenen mensen. Op dit moment zitten we met een temperatuurstijging van één graad. Dat meten we ten opzichte van het gemiddelde van zo’n honderdvijftig jaar geleden toen we begonnen met het opstoken van fossiele brandstof en we op grote schaal broeikasgassen gingen uitstoten.”

“Je denkt misschien: wat is nou één graad? Het temperatuurverschil tussen dag en nacht of tussen zomer en winter is al veel groter. Maar die ene graad leidt tot klimaatverandering waarvan we over de hele wereld de effecten terugzien. Wereldwijd is er extremer weer en zijn er overstromingen. We hebben recentelijk de bosbranden in Australië gehad. We zien in Nederland ook enorme hitte, droogte, extreme regenval en we hebben te maken met zeespiegelstijging. Maar de gevolgen zijn het grootst in de armere landen.”

Julian Baars (10): ‘Heeft u zelf kinderen en wat doen jullie thuis voor het klimaat?’

Julian vindt het heel erg als mensen zomaar afval op straat gooien. Hij is ook bezorgd over plastic rommel die in de zee ronddobbert.

Maarten: “Ik heb drie kinderen die op de middelbare school zitten. We hebben zonnepanelen op ons dak, zijn zuinig met water en eten weinig vlees. Ik ga meestal met de trein naar mijn werk en daarnaast hebben we een elektrische auto. Verder zorgen we voor voldoende groen in onze tuin, zodat het er iets koeler blijft tijdens hete zomers in Nederland. Die hitte is een steeds groter probleem.”

“Mensen doen weleens lacherig als er in Nederland weer een hitte-alarm wordt afgegeven. Maar uit statistieken van het Rode Kruis blijkt dat de hittegolven in Europa van de afgelopen twee jaar de dodelijkste rampen in de wereld waren. Vorig jaar augustus vielen tienduizend hittedoden in Europa. Dat zijn vaak oudere mensen die zich gewoon te sloom voelen om naar de kraan te lopen. Ze komen letterlijk om van de dorst. In mijn eigen buurt controleer ik tijdens hitteperiodes altijd even hoe het met onze oudere buurvrouw is. Mijn kinderen bellen ook hun grootouders: ‘Hoe is het oma, heb je vandaag genoeg water gedronken?’ Op die manier kun je levens redden.”

Ernest: “Was u altijd al zo geïnteresseerd in het klimaat?”

Maarten: “Ik heb altijd verantwoordelijkheid gevoeld voor meer dan alleen mijn eigen directe omgeving en mijn eigen geluk. Toen ik op de lagere en middelbare school zat, had je de zure regen en de zorg over de bossen. Dat baarde me al grote zorgen. Ik heb uiteindelijk sterrenkunde gestudeerd en deed onderzoek naar de zonne-atmosfeer. Voor mijn promotieonderzoek ben ik bewust overgestapt naar de aardatmosfeer, omdat ik inzag dat klimaatverandering een van de grootste uitdagingen is waar de mensheid de komende eeuw mee te maken krijgt. Daar wilde ik mijn steentje aan bijdragen.”

“Ik heb ook een tijdje bij de Wereldbank in Washington gewerkt. Dat instituut leent geld uit aan ontwikkelingslanden om extreme armoede te bestrijden. Ik heb ervoor gekozen om mijn wetenschappelijke werk te verleggen van puur het begrijpen van het klimaatsysteem, naar het begrijpen van het effect daarvan op mensen en samenlevingen. En naar het verzinnen van oplossingen. Dat komt nu in mijn werk voor het Rode Kruis volledig tot uiting.”

Matthew Schouten (8): ‘Hoe kunnen we de mensen in de arme, warmere landen helpen?’

Matthew hoopt dat het niet zo warm wordt dat hij nooit meer op natuurijs kan schaatsen.

Maarten: “Ten eerste moeten we onze verantwoordelijkheid nemen. En zorgen dat het klimaatprobleem niet verder uit de hand loopt. Mensen in de arme landen hebben het minst aan het probleem bijgedragen, maar krijgen de hardste klappen. Het Rode Kruis geeft noodhulp na rampen, maar helpt hen ook om met de gevolgen van klimaatverandering om te gaan. We hebben waarschuwingssystemen geïnstalleerd zodat mensen in landen als Bangladesh en India op tijd weten dat er een storm of overstroming aankomt. Zij kunnen zichzelf dan op tijd in veiligheid brengen. Maar het gaat niet alleen om het moment net voor een ramp. We proberen bijvoorbeeld ook mee te denken over hoe steden koeler kunnen blijven in de hitte, of hoe we het risico op overstromingen kunnen verminderen, bijvoorbeeld door bosaanplant op steile hellingen.”

Lees ook:
Alexandra over de documentaire ‘I Am Greta’: ‘Deze pittige dame blijft vechten’

Liz Keller (12): ‘Welk natuurgebied wordt het meest bedreigd en wat kunnen we daaraan doen?’

baalt dat er zo veel plastic in de zee komt. Daarom verkoopt ze zelfgemaakte zeepjes (via lizzeep.com) zónder plastic verpakking. De opbrengst doneert ze aan het Wereld Natuur Fonds.

Maarten: “Als wetenschappers zijn we het meest bezorgd over de koraalriffen. Als de opwarming van de aarde doorstijgt naar anderhalf tot twee graden, kan het betekenen dat we alle koraalriffen in de wereld kwijtraken. Dat komt door de opwarming van de oceanen, maar ook doordat het oceaanwater zuurder wordt als er meer broeikasgassen in de lucht zitten. Het koraalrif is wat dat betreft een beetje de kanariepiet in de kolenmijn. Boven de anderhalve graad temperatuurstijging zal dat eco­systeem als eerste het loodje leggen. Ook op andere plekken zien we dat sommige planten en dieren het in hun vertrouwde omgeving niet meer doen door de steeds hogere temperaturen. We moeten dus razendsnel terug in onze broeikasgasuitstoot.”

Ernest: “Als we dat doen, op welke termijn is de boel dan nog te redden?”

Maarten: “Die temperatuurstijging gaat sowieso nog even door. Ook als we de broeikasgasuitstoot vandaag helemaal zouden stoppen. De CO2, die met name vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstof, blijft lang in de atmosfeer hangen en heeft invloed op de straling die onze dampkring binnenkomt. Die gassen hangen als een soort warmtedekentje over de aarde. De laatste honderdvijftig jaar is dat dekentje steeds dikker geworden. Als we nu stoppen met extra uitstoten, is dat dekentje niet ineens weg, maar het kan wel langzaam dunner worden. Maar het duurt echt nog decennia voor je een afvlakking of afkoeling zou krijgen.”

“In de tussentijd moeten wij zorgen dat we andere risicofactoren terugdringen. Want behalve de klimaat­verandering vindt er tegelijkertijd ontbossing plaats, omdat mensen landbouwgrond nodig hebben of de bomen willen gebruiken. Ook vervuilen we het water doordat fabrieken daarin hun afval lozen. Er is overbevissing en sommige landbouwmethoden zetten de natuur onder druk. Als we op al die plekken voorzichtiger met de natuur zouden omgaan, kunnen die gebieden de druk van de klimaatverandering net wat beter aan. Ook in steden kunnen we rekening houden met toenemende hitte of extreme regenbuien: minder asfalt en meer bomen en grasveldjes.”

Sarah Koks (9): ‘Kunnen we niet een koelsysteem op de Noordpool zetten, zodat de ijsberen daar kunnen blijven leven?’

Sarah zit op een groene school waar ze veel leert over duurzaamheid en natuurbehoud. Ze praat er thuis ook graag over.

Maarten: “De Noordpool is te groot om op zo’n manier af te koelen. Maar het is misschien wel mogelijk om sommige gletsjers in de zomer met een soort deken te beschermen tegen zon en warmte. Gletsjers worden wereldwijd razendsnel kleiner. Met zo’n deken kun je ze de zomer doorloodsen. Daar wordt in Zwitserland onderzoek naar gedaan, ook door Nederlandse onderzoekers. Men hoopt daarmee ooit hun economisch belangrijke wintersportgebieden te kunnen beschermen.”

“Maar meer zorgen maken we ons over de gletsjers in andere gebieden. In Peru is de hoofdstad Lima bijvoorbeeld van gletsjers afhankelijk voor drinkwater. Als die wegsmelten is dat funest. In de Himalaya maken we ons ook grote zorgen over de instabiel wordende gletsjermeren. Als zo’n meer overstroomt, stort er ineens veel water het bewoonde dal in. Er zijn in die arme gebieden duizenden gletsjers heel hoog in de bergen. Met zo’n Zwitsers experiment van dekens op de gletsjer red je het daar niet. Maar dat we dit soort radicale oplossingen onderzoeken geeft wel aan dat we ons grote zorgen maken.”

Ernest: “Lopen er nog andere onderzoeken om de aarde op grote schaal af te koelen?”

Maarten: “Er wordt zelfs nagedacht over het nabootsen van vulkaanuitbarstingen als manier om de aarde af te koelen. Het zou kunnen werken, al zitten er grote risico’s aan. Grote vulkanen kunnen hun as heel hoog in de atmosfeer spuwen. Bijvoorbeeld Mount Pinatubo op de Filipijnen. Die barstte in 1991 uit en verspreidde zwaveldeeltjes in een hoge luchtlaag, over grote delen van de aarde. Het werd een soort schermp dat de zonnestraling dimde en ervoor zorgde dat het een paar jaar lang ongeveer een halve graad koeler was op aarde. Dat zouden we misschien kunnen nabootsen door soortgelijke deeltjes met een vliegtuig of raket hoog in de atmosfeer te brengen.”

“Alleen is het nu nog onduidelijk wat de schadelijke bijeffecten zijn en het stopt niet alle effecten van de toename van CO2, zoals de verzuring van de oceanen. Het is geen alternatief voor het terugdringen van de broeikasgassen. Maar mocht de opwarming van het klimaat opeens onverwacht veel sneller gaan, dan wil je weten of zo’n kunstmatige vulkaanuitbarsting eventueel als noodrem zou kunnen worden gebruikt.”

Lisa Otterman (16): ‘Waarom komen er meer orkanen door de opwarming van de aarde?’

Liza vindt het belangrijk dat we goed zorgen voor ons milieu. Ze ziet en hoort veel over klimaatverandering, maar heeft daar ook nog wel veel vragen over.

Maarten: “Eigenlijk komen er niet méér orkanen, maar ze zijn wel steeds groter en extremer. We hadden er vorig jaar twee achter elkaar in Centraal-Amerika. Maar ook in de Filipijnen, India en Bangladesh. In 2017 zorgde de orkaan Harvey in Houston voor enorme overstromingen en honderd miljard dollar aan schade. Inmiddels weten we dat de kans daarop nu drie keer groter is door klimaatverandering. Orkanen hebben zeewater nodig dat warm genoeg is om energie in dat stormsysteem te pompen. Die extreme stormen duiken nu ook op onverwachte plekken op, zoals aan de westkant van India, waar voorheen de zee in het voorseizoen altijd te koud was. Inmiddels hebben we daar drie jaar achter elkaar grote orkanen aan land gehad. Met veel menselijk leed tot gevolg.”

Ernest: “Hoe kan het Rode Kruis Klimaatcentrum daar helpen?”

Maarten: “Overal in de wereld waar mensen met natuurrampen of extreme weersituaties te maken krijgen is het Rode Kruis vaak als eerste ter plekke om hulp te verlenen. Die hulpvraag groeit. Het Rode Kruis Klimaatcentrum is twintig jaar geleden opgezet om onze kennis over het weer en het klimaat te gebruiken om noodsituaties te zien aankomen en mensen voorafgaand aan rampen in veiligheid te brengen. Vorig jaar woedde de superstorm Amphan in Bangladesh en India. Bij een vergelijkbare storm in de jaren zeventig vielen honderdduizenden doden. Nu evacueerden we miljoenen mensen en waren er slechts honderdtwintig doden. In die zin is het een succesverhaal.”

“Tegelijkertijd komen die mensen naderhand terug in hun dorp, zijn alles kwijt en hebben alsnog hulp nodig. Dat willen we anders aanpakken. Een voorbeeld is het verhaal van een alleenstaande moeder in Bangladesh. Ze had één koe als bron van levensonderhoud. Bij een stormwaarschuwing kunnen die moeder en haar kinderen vluchten naar speciale shelters. De koe kan niet mee en zou zo’n superstorm niet overleven. Na afloop is ze alles kwijt en afhankelijk van noodhulp. Nu willen we kwetsbare mensen zoals zij al vóór zo’n storm wat geld geven. Daarmee kan ze haar koe naar een veiligere plek transporteren en veevoer kopen voor een paar weken. Na de storm kan ze haar koe ophalen en haar leven weer oppakken.”

Tekst | Ernest Marx
Beeld | Privéfotos, Getty Images

Ook interessant