Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Nieuws

EHBB: eerste hulp bij belastingaangifte

stage.jpg

De belastingaangifte moet weer worden gedaan. Breekt het zweet je uit omdat je even niet meer weet hoe het ook al weer zit met al die aftrekposten, heffingskortingen, en premies?

Deze twintig lastminutetips van Annemarie van Gaal helpen je goed op weg.

1. Begin op tijd

Je kunt aangifte doen vanaf 1 maart en je krijgt ook dit jaar tot 1 mei de tijd. Als je niet op tijd bent of zelfs helemaal geen aangifte doet, riskeer je een verzuimboete van € 369. Als je vaker verzuimt kan dit bedrag zelfs oplopen tot € 5.278!

2. Vraag uitstel aan

Weet je al dat het je niet zal gaan lukken om de aangifte vóór 1 mei te doen, vraag dan direct om uitstel. Dat kan via de BelastingTelefoon op 0800 – 05 43 of digitaal via belastingdienst.nl. Schrijf de nieuwe deadline in je agenda en schrijf twee weken van tevoren met grote letters op dat je echt aan de slag moet!

3. Moet je aangifte doen?

Als je in januari of februari een aangiftebrief van de Belastingdienst hebt ontvangen, moet je verplicht aangifte inkomstenbelasting over 2018 doen. Heb je je al aangemeld bij mijn.overheid.nl, dan ontvang je de brief daar ook in je digitale berichtenbox.

4. Niets ontvangen?

Heb je geen aangiftebrief ontvangen, maar verwacht je wel dat je belasting moet betalen of dat je geld terugkrijgt? Doe dan een proefaangifte op mijn.belastingdienst.nl. Als blijkt dat je € 15 of meer terugkrijgt, doe dan aangifte door de proefaangifte direct te versturen. Als je meer dan € 45 moet betalen, ben je verplicht om aangifte te doen.

5. Hoe doe je aangifte?

Je kunt op twee manieren aangifte doen:
– Online op ‘Mijn Belastingdienst’ via belastingdienst.nl. De Belastingdienst heeft de aangifte al grotendeels voor je ingevuld. Na het inloggen met je DigiD controleer je de gegevens en indien nodig wijzig je ze of vul je ze aan. Vervolgens sla je de aangifte op en verstuurt ’m.

– Je kunt ook aangifte doen door het aangifteprogramma te downloaden op de site van de Belastingdienst. Geef altijd je correcte inkomsten op, anders kom je later geheid in de problemen. Bijvoorbeeld met het terugbetalen van ten onrechte ontvangen toeslagen.

6. Verzamel alles in één map

In de loop van het jaar ontvang je veel documenten die je nodig hebt bij je belastingaangifte. Denk aan inkomstenoverzichten, WOZ-beschikking, bankrekeningoverzichten, beleggingsoverzichten, maar bijvoorbeeld ook bevestigingen van goede doelen voor giften die je hebt gedaan.

Berg alle documenten op in één plastic mapje, dat scheelt veel zoekwerk als je aangifte gaat doen. Is de aangifte voor 2018 gedaan? Maak dan direct een map aan voor de aangifte over 2019 en berg alle documenten het komende jaar daar direct weer in op.

7. Kom je er zelf niet uit?

Vind je het toch te ingewikkeld om de aangifte zelf in te vullen, dan kun je op verschillende manieren hulp vragen. Bijvoorbeeld aan familie of vrienden,
de ouderenbond of vakbond, een student, de Belastingdienst of een belastingconsultent.

8. Wat kost een belastingconsulent?

Als je een wat ingewikkeldere aangifte hebt, kun je hulp vragen aan een belastingconsulent. Spreek vooraf een vaste prijs af en laat de werkzaamheden niet per uur in rekening brengen. Je betaalt gemiddeld € 65 voor het verzorgen van een particuliere aangifte. Vraag in je omgeving of iemand een deskundig persoon kent. Maak op tijd een afspraak. Hoe eerder het is geregeld, hoe beter!

9. Algemene heffingskorting

Sommige mensen denken dat ze beter geen belastingaangifte kunnen doen omdat ze te weinig inkomen hebben. Maar als je zelf geen of weinig inkomen hebt, kun je als je partner wél inkomen heeft in veel gevallen de algemene heffingskorting voor de minst verdienende via de partner laten uitbetalen. Als je geen belastingaangifte doet, krijg je hiervan ook niets. Zonde om dat geld te laten liggen.

10. Check, check, dubbelcheck

De Belastingdienst heeft al veel voor je ingevuld op de aangifte, maar controleer wel of alles klopt. Als bijvoorbeeld een saldo op een recent geopende bankrekening ontbreekt, geef dit dan wel op. Je blijft er zelf verantwoordelijk voor. Zelf kun je natuurlijk ook een foutje maken dus controleer alles goed voordat je de aangifte verstuurt. Klik bij het invullen van de aangifte ook op de velden met toelichtingen. Ga er niet klakkeloos van uit dat je geen aanspraak maakt op een regeling of aftrekpost.

11. Aftrekposten benutten

De meeste aftrekposten vult de Belastingdienst niet vooraf voor je in. Veel mensen laten hier honderden euro’s belastingvoordeel liggen. Je moet zelf actie ondernemen om voordeel te krijgen. Denk aan betaalde partneralimentatie, uitgaven voor specifieke zorgkosten, studiekosten, giften, onderhoudskosten voor een rijksmonument, reiskosten openbaar vervoer of een lijfrenteproduct. Bij de Belastingdienst vind je onder het kopje ‘aftrek en kortingen’ terug wat op jou van toepassing is.

12. Schenken

Als je een flink geldbedrag over hebt en zeker weet dat je een deel daarvan niet zelf nodig hebt, kun je overwegen om het te schenken aan je kinderen of kleinkinderen. Jaarlijks kun je namelijk een mooi bedrag belastingvrij schenken. Het is leuk en verstandig om je kinderen alvast een voorschot te geven op wat zij later van je zullen erven.

Je kunt nu nog zien hoe zij ervan genieten en hoe minder er uiteindelijk over is aan erfenis, hoe minder erfbelasting er na het overlijden hoeft te worden betaald.
Voor 2018 mag je een bedrag van € 5.363 belastingvrij schenken aan ieder kind en € 2.147 aan ieder kleinkind. Leg de schenking vast in een document dat je samen ondertekent.

Als je kinderen tussen de achttien en veertig jaar zijn, kun je bovendien eenmalig een grote belastingvrije schenking doen van € 25.731. Dit bedrag mag zelfs worden verhoogd tot € 100.800, mits het wordt gebruikt voor een studie of de aankoop van een huis. Voor 2019 zijn de bedragen die je belastingvrij kunt schenken € 5.427 voor je kind en € 2.173 voor je kleinkind. Voor de eenmalige schenkingen gelden bedragen van € 26.040 en € 102.000 voor de aankoop van een huis.

13. Middeling

Kijk of je in aanmerking komt voor middeling van je inkomstenbelasting. Niet iedereen heeft een stabiel jaarinkomen. Voor zzp’ers of ondernemers geldt sowieso vaak dat het inkomen stijgt of daalt al naar gelang het resultaat. Ook ex-studenten die tijdens hun studie een bijbaantje hadden en nu een vaste baan, werknemers die een ontslagvergoeding hebben ontvangen en werknemers die minder of juist meer zijn gaan werken, zouden belastingteruggave kunnen krijgen door middeling.

Normaal gesproken berekent de belastingdienst de inkomstenbelasting over je jaarinkomen. Bij een middeling wordt het inkomen van drie opeenvolgende jaren bij elkaar opgeteld en gedeeld door drie. Over dit gemiddelde inkomen wordt vervolgens de inkomstenbelasting opnieuw berekend.

Zijn de nieuwe, gemiddelde bedragen veel lager dan de oude waarover belasting is geheven, dan krijg je belasting terug. Als je wilt berekenen of middeling zin heeft, maak dan een proefberekening op de site van de Belastingdienst.
Als de teruggave volgens de proefberekening meer dan € 545 bedraagt, dan heeft het nut om de berekening samen met de aanvraag naar de Belastingdienst te sturen. De eerste € 545 krijg je namelijk niet terug, maar alles daarboven wel.

14. WOZ-waarde

Let goed op dat je bij de aangifte over 2018 de WOZ-waarde met de peildatum van 1 januari 2017 invult. De WOZ-waarde is het laatste jaar misschien flink gestegen. Het kan je dan zo maar een paar honderd euro schelen als je de verkeerde peildatum van 1 januari 2018 aanhoudt.

15. Maak kopieën

De Belastingdienst kan je opgevoerde aftrekposten controleren en om een onderbouwing vragen. Zorg ervoor dat je altijd kopieën bewaart, zodat je die direct tot je beschikking hebt. Het is verstandig om deze informatie zeker vijf jaar te bewaren.

16. Foutje gemaakt?

Als je een foutje hebt gemaakt bij je aangifte of je aangifte wilt aanpassen, dan is dat altijd mogelijk. Kijk op de site van de Belastingdienst hoe je dit het best kunt doen.

17. Reiskosten aftrekken

Reis je op eigen kosten met het openbaar vervoer naar je werk? Dan mag daarvoor maximaal € 2.090 afgetrokken worden. Het bedrag van de reisaftrek is afhankelijk van de reisafstand en het aantal reisdagen per week. Zorg ervoor dat je de reiskosten goed documenteert. Krijg je al een reiskostenvergoeding van de werkgever, dan wordt de aftrek hierdoor verminderd.

18. Slim schuiven

Als je samen met je fiscaal partner aangifte doet, besteed dan extra aandacht aan het verdeelscherm. Je kunt het inkomen van de meestverdienende partner verlagen door onderling met aftrekposten te schuiven, zoals spaargeld of de hypotheekrenteaftrek. Het is een kwestie van uitproberen hoe je zo min mogelijk belasting betaalt.

19. Haal het maximale uit zorgkosten

Je kunt alleen zorgkosten aftrekken die niet worden vergoed door de zorgverzekeraar. Houd wel rekening met een drempel. De hoogte hiervan hangt af van het verzamelinkomen. Het gaat bijvoorbeeld om werkelijk gemaakte reiskosten voor doktersbezoeken zoals taxikosten en kosten van gereden kilometers met je eigen auto. Maar denk ook aan kosten voor speciale voeding, extra beddengoed en kleding. Houd de kosten gedurende het jaar goed bij en bewaar de bonnen.

20. Voordeel voor AOW’ers

Heb je recht op AOW? Dan heb je ook recht op de ouderenkorting. Met een inkomen tot
€ 36.346 heb je recht op een bedrag van € 1.418. Is het inkomen hoger dan heb je recht op een ouderenkorting van € 72. Als je een fiscale partner hebt, mag je het inkomen in box 3 verdelen over beide partners. Verdeel het zodanig dat in elk geval één van de partners recht heeft op de hogere ouderenkorting.

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2019-14. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

M13 Cover

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Beeld | iStock

Ook interessant