Nog nooit verteld: ”Alleen mijn ouders kennen mijn drugsverleden”

Deel dit artikel:

Er is een tijd geweest dat ik niet had gedacht dat ik ooit het stabiele, ‘burgerlijke’ leven zou leiden dat ik nu leid. Dat ik een man zou hebben, kinderen. Dat ik in een huis zouden
wonen met een keurig gemaaid gazon en een tuinset in de schuur voor warme zomeravonden.
Mijn ouders hadden hier al helemaal niet meer op durven hopen. Ik heb hun afschuwelijke jaren bezorgd. Tussen mijn twintigste en vijfentwintigste heb ik alles
gedaan wat god verboden heeft. Nou ja, bijna alles. En dat terwijl ik de puberteit rustig
was doorgekomen en het vwo probleemloos had afgerond. Toen ik voor mijn studie naar
Amsterdam verhuisde, ging het fout. Ik kreeg een vriend die in een coffeeshop
werkte. Daarnaast dealde hij. Pilletjes, speed. In plaats van te studeren zat ik bij
hem jointjes te roken. ’s Avonds, als we uitgingen, snoven we en dronken we veel. Mijn
ouders maakten zich al snel zorgen. Terecht.
Ik stopte met mijn studie, vond het goed dat het huis van mijn vriend en mij werd
gebruikt als opslagplaats voor gestolen spullen. Ik begrijp nu niet wat mij bezielde, ik
kan er werkelijk niet bij. In wezen ben ik namelijk een keurig meisje dat wil pleasen.
Maar mijn vriend, die ik verafgoodde, maakte iets anders in mij los. En wanneer de verslaving
je eenmaal in zijn greep heeft, lukt verstandig nadenken niet meer. Tot ik op een ochtend wakker werd en mijn vriend verstild naast mij lag. De combinatie van drugs en slaappillen was hem fataal geworden.
Zonder mijn ouders had ik het niet gered. Ik heb lang bij hen gewoond. Pas na twee jaar durfde ik het leven weer aan, en in. In Amsterdam ben ik nooit meer geweest, de
naam van mijn vriend speek ik niet meer uit. Roland weet hier niets van. Ik ontmoette
hem toen ik 33 was. Hij was toen net weduwnaar. De verhalen over zijn vrouw, die thuis overleed aan kanker, met al haar geliefden om zich heen, stond zo in contrast met de dood van mijn ex-geliefde, dat ik daarover niets kon en wilde delen.
Bovendien schaamde ik me. In de kringen waarin Roland verkeert, zijn drugs taboe.
Dat ik daar ooit iets mee te maken heb gehad, vermoedt niemand. Aan mij zie je niets af,
ik heb studies gevolgd in de avonduren, een goede baan gevonden: ik kom ‘keurig’ over.
De enigen in mijn huidige leven die mijn verleden kennen, zijn mijn ouders.
De zegel op mijn mond heeft nooit als een leugen gevoeld. Mijn drugsjaren heb ik zelf
ook weggestopt, ze horen niet meer bij mij. Ik ben een ander mens geworden. Erover
praten is zinloos, meende ik.
Sinds kort denk ik daar anders over. Rolands oudste, Joris, van wie ik veel houd, experimenteert met drugs. Ik was het die het opmerkte, de lucht in zijn kamer was
onmiskenbaar. Roland wilde er niet aan, trapte in de wierrooksmoes. Tot hij een zakje
wiet vond in Joris’ jaszak. Nu is de situatie aan het ontsporen. Roland denkt zijn zoon
op het rechte pad te kunnen krijgen met strenge straffen. Joris, een dwarse puber van
zeventien, gaat daar fel tegenin. Uit protest is hij nog vaker van huis. Als hij er wel is,
maakt hij ruzie. Hij drinkt. En hij gebruikt xtc, al beweert hij van niet. Maar mij hoef je
niets wijs te maken. Ik maak mij vreselijk ongerust. Vooral omdat Roland er zo heftig
op reageert. Ik weet hoe dubbel het klinkt uit de mond van een ex-verslaafde, maar tijdelijk
gebruik van wiet of pilletjes hoeft niet per se het einde van de wereld te betekenen.
Veel jongeren doen het – en de meesten stoppen er vanzelf weer mee. Aan de andere
kant: je moet er wel erg mee oppassen. Ik zou mijn kennis en ervaring willen delen,
met zowel Roland als met Joris, in de hoop dat zij er wat aan hebben. Maar ik vind de
stap nog te eng. Ik zal een groot geheim moeten blootleggen en alleen al het feit dat
ik er tegenwoordig weer vaak aan denk, zorgt voor hevige huilbuien. Ik twijfel er niet
aan dat Roland mij uiteindelijk mijn zwijgen zal vergeven, daar is onze liefde sterk genoeg
voor. Maar het zal wel voor veel consternatie zorgen.
En hoe zal Joris reageren als hij hoort dat de vrouw die hij mama is gaan noemen
een ex-junk is? Zal hij zijn respect verliezen? Of zal het juist groeien? Mijn ouders adviseren
me mijn mond te houden. Maar zij zitten niet dagelijks in de ruzies tussen een overbezorgde,
overspannen vader en een naïeve jongen, die een levensgevaarlijk spel aan het
spelen is.
Meer artikelen lezen uit de mini-editie van Margriet? Klik hier