Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Relaties

Saskia: ‘Ik mis het familieleven dat we hadden’

saskia-ik-mis-het-familieleven-dat-we-hadden.jpg

Wat als je kinderen nagenoeg zelfstandig zijn en jou dus niet meer nodig hebben? Daar zit je dan met al die liefde en zorg waar je geen kant mee op kunt. Dat is best wel even slikken, want het gooit het hele oude vertrouwde familieleven doorelkaar. Hoe ga je daar het beste mee om?

Journalist Saskia Smith vertelt hoe zij ermee omgaat.

‘Of het leuk is? Nou, nee’

“Ik weet niet meer wanneer het me precies duidelijk werd dat ik niet meer nodig was voor mijn twee pubers van zeventien en negentien. Het zal de optelsom zijn geweest van klaar zitten met een grote pan eten aan een lege tafel (‘O, had ik niet gezegd dat ik niet thuis eet?’), alleen door de stad lopen (‘Haha, helemaal vergeten, maar ik ben nu al met een vriendin aan het winkelen.’) en een betaalverzoek voor een nieuwe studie onder mijn neus geschoven krijgen (‘Had ik dat niet verteld? Ik ga een nieuwe studie doen en heb me ook al ingeschreven’). Het is natuurlijk fijn om te zien dat mijn kinderen zelfstandig zijn en zich redelijk redden – totdat hun geld op is, want dan ben ik natuurlijk wél nodig – maar of het ook leuk is? Nou, nee.”

‘Die zelfstandigheid komt onverwacht’

“Met het moederschap komen een aantal zekerheden. Je weet dat je kind op een dag zindelijk zal zijn, je weet dat de middelbareschoolperiode een uitdaging gaat worden, want: hállo hormonen, en je weet dat ze op een dag het huis uit gaan. Maar die fase ervoor, dus voordat ze uitvliegen, maar ineens een hoge dosis zelfstandigheid bezitten, die komt redelijk onverwacht. Op een dag kijk je om je heen en realiseer je je plotseling dat je kinderen oud genoeg zijn om hun eigen plan te trekken. En hoewel ze het fijn vinden als je ergens op de achtergrond aanwezig bent, als facilitair medewerker vooral, ben je verder niet meer zo nodig.”

Een beetje pijn

“En ja, dat doet best een beetje pijn. Ik zat nog in die fase van lekker een beetje kloeken, maar die kuikens van mij waren al lang onder mijn vleugels uit gepiept. Die rollen ineens door het leven zonder dat ze mij als steunpilaar nodig hebben. Ze regelen zelf baantjes, gaan naar feestjes, bespreken schoolzaken met hun mentor, en dat allemaal zonder dat ik het weet. Als ik ernaar vraag is hun standaardantwoord: ‘O ja, helemaal vergeten te zeggen.’ Of, als ik dingen wil regelen (afspraak bij de dokter, cadeautje voor hun jarige vader, aansporen om oma te bellen): ‘Heb ik allang gedaan.’

En dus zit er niks anders op om een stap opzij te doen. Want kinderen die zelfstandig worden, hoe handig en fijn is dat? Die ontwikkeling juich ik alleen maar toe en wil ik vooral niet in de weg staan. Alleen kan ik mijn verstand niet rechtbreien met mijn gevoel. Want hoezo hebben mijn kinderen mij niet meer nodig?”

‘Er zit niks anders op dan tien keer diep in- en uitademen’

“Dat gevoel heeft niet zozeer te maken met niet willen loslaten, want dat wil ik echt wel, maar meer met het nodig willen zijn. Philippa Perry, schrijver van Het boek waarvan je wilde dat je ouders het hadden gelezen zegt dat met emoties omgaan een kwestie is van je gevoel te omschrijven in plaats van jezelf. Dus niet: ik bén verdrietig, maar: ik vóél verdriet omdat ik niet meer nodig ben. Door het gevoel te definiëren, in plaats van jezelf ermee identificeren, maak je het minder overweldigend. En creëer je niet alleen ruimte voor jezelf, maar ook voor je kinderen. Dat laatste vind ik vooral belangrijk. Ik wil natuurlijk niet mijn pubers het gevoel geven dat ik denk dat ze niets zelf kunnen. En dus zit er niks anders op dan tien keer diep in- en uit te ademen, hardop zeggen dat dit ook maar een fase is en uit het zicht mijn tranen deppen.”

Eerste vakantie zonder kinderen

“Er zullen gerust ouders zijn die deze fase glorieus doorstaan, maar op sommige momenten heb ik het zwaar. Zo’n eerste vakantie met een niet-compleet gezin bijvoorbeeld. Dat had ik ook niet zien aankomen. Mijn oudste puber deelde twee jaar geleden mee dat hij toch maar niet met ons mee op vakantie ging. Saillant detail: het was een week voor vertrek. Het beste kind was zeventien en ik snapte heel goed dat hij liever met zijn vrienden naar de Spaanse Costa ging dan met zijn ouders naar de Dordogne, maar toch. En ja, we lieten hem gaan, en nee, hij had ons verder niet nodig, alles had hij al zelf geregeld. Hij had de week van zijn leven, ik zat huilend aan een Franse rivier.”

Ruzie, verliefdheid en andere puberperikelen

“Waar pubers je ook van gaan buitensluiten is hun gevoelsleven. Want dat delen ze nu met elkaar in plaats van met hun moeder. De tijd dat je precies wist wat er gaande was op het schoolplein, waar ze mee worstelden in hun leven en wat er gebeurde in hun vriendenkring is voorbij. Tegen de tijd dat jij iets doorhebt, is het voor hen al verleden tijd. Mijn jongste had een akkefietje met een vriendin gehad waar ik pas weken later achter kwam. Ze haalde haar schouders op, zo belangrijk was het toch niet? Bovendien: ze had het allemaal zelf geregeld en nu was het al weer zó lang (het was een paar weken, pubers houden van overdrijven) geleden, dat ze er niet meer over wilde praten. En zo waren er meer dingen die ik pas later ontdekte.

Een verliefdheid en gebroken hart van de een, studieperikelen van de ander. Gelukkig delen ze het wel met hun vrienden, maar wrang is het wel. Ergens wil ik toch dat ze hun zielenroerselen met mij bespreken, gewoon omdat ik dan kan helpen. Maar ondertussen weet ik ook dat ze daar helemaal niet op zitten te wachten. Die kinderen moeten het juist allemaal zelf uitvogelen, zodat ze zelfstandig worden en leren wie ze zelf zijn.”

Weltschmerz

“En zo speelt het leven van mijn kinderen langzaam maar zeker steeds verder buiten mijn periferie af. Ze hebben baantjes, reizen met vrienden, hebben hun eigen agenda, hang-outs en sociale leven. En ik wil ze nog zo graag vasthouden, maar daar zitten ze niet per se op te wachten. Het pad dat ik voor ze wil effenen, effenen ze zelf wel. Hun wereld wordt steeds minder die van mij en steeds meer die van hen. Het gevoel dat ik ervaar heeft wel iets weg van weltschmerz, een droefgeestig gevoel. Een gevoel van heimwee naar de tijd dat mijn kinderen klein waren. Naar het boekjes lezen voordat ze gingen slapen, naar de dag doornemen en honderd kusjes geven voor het slapengaan, naar met elkaar aan tafel zitten, het weekend samen doorbrengen, aan reuring, drukte, rumoer.”

‘Ik mis het familieleven dat we hadden’

“Ik mis het familieleven dat we hadden en moet dat nieuwe familieleven, en daarmee mijn leven, opnieuw gaan vormgeven. Want ik heb ineens niet alleen heel veel tíjd over, maar ook heel veel líéfde. En een niet te stillen behoefte om te zorgen. Mijn moeder had me hier al voor gewaarschuwd, en dat was nog voordat ik zelf moeder werd, dat die behoefte nogal krachtig van aard is. Zij heeft natuurlijk ook met een bak aan zorgbehoefte gezeten die ze niet kwijt kon omdat ik tegen haar zei: ‘Allemaal leuk en aardig, maar vanaf hier pak ik het zelf wel op.’ Nu snap ik pas wat ze bedoelde. En is het ergens ook wel troostrijk dat alle, of in elk geval de meeste, moeders dit meemaken.

Mijn vriendinnen beamen dat ze hier ook mee zitten. Ook zij moeten hun leven opnieuw gaan invullen. En een balans zoeken tussen wanneer sta je je kind bij met je goedbedoelde advies en zorg en wanneer laat je hem of haar het zelf uitvogelen? En laat je je kind zijn neus stoten, en dus leren, of grijp je in? Het lastige is misschien wel dat mijn kinderen nog onder mijn dak wonen. Ze hebben een zelfstandig leven, maar zijn toch ook nog dichtbij. Ik moet me zichtbaar én onzichtbaar maken. Ik moet ze laten weten dat ik er altijd voor hen ben en ze niet overspoelen met dingen die ze niet willen of nodig hebben.”

Op zoek naar een nieuwe hobby

“Wat betreft tijd overhouden… Mijn vriendinnen hebben er allemaal een nieuwe hobby bij genomen. Over vrouwen van rond de vijftig die ineens een nieuwe hobby hebben wordt altijd gekscherend gezegd dat dat een midlife-hobby is of, erger: een overgangsbezigheid. Maar beide zijn dus niet waar. Het komt natuurlijk omdat we te veel energie hebben, die we niet bij onze kinderen kwijt kunnen. Mijn ene vriendin bewandelt het Pieterpad, de andere begon met haken en haakte zó veel, dat ze nu een onlinewinkel runt met zelfgemaakte tassen en truien naast haar baan als verpleegkundige. En nummer drie, een beleidsmedewerker op een ministerie, is de yogawereld in gedoken. Voor corona bracht ze tien dagen door in India om haar moves te perfectioneren.”

Eindelijk een hond

“En ik? Ik ging overstag en zei tegen mijn man die al tien jaar een hond wil eindelijk ‘ja’. En dat voor iemand die niet per se een hondenliefhebber is, want ik ben vroeger heel hard in mijn gezicht gebeten door de hond van mijn oma. Deze ‘pre lege nest’-hond – want mijn nest is natuurlijk nog niet leeg, er is nu alleen maar heel veel ruimte – maakt alles goed. Het moment dat die pup in mijn armen werd gelegd, wist ik: voor deze hond ga ik heel goed zorgen. Dat was precies dezelfde gedachte die ik negentien en zeventien jaar geleden had, toen er een glibberige baby op mijn buik werd gelegd. Het fijne is dat deze hond natuurlijk nooit zelfstandig wordt. En mij tot het einde van zijn dagen nodig heeft. En ik al mijn zorg bij dat beestje kwijt kan. Of ik daarin doorsla? Valt best mee. Ik denk dat elke hond elke avond lekker wil worden toegestopt onder een fluffy deken op zijn eigen matras met eigen kussen. Toch?”

Tekst | Saskia Smith
Beeld | Getty Images

Dit artikel over het loslaten van kinderen en het effect daarvan op je familieleven verscheen eerder in Margriet 36 – 2021. Dit nummer nabestellen kan via lossebladen.nl.

Ook interessant