Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Relaties

Relatietherapie: ‘Ik wil mijn man verlaten, maar kan niet weg vanwege zijn depressie’

relatietherapie-ik-wil-mn-man-verlaten-maar-kan-het-niet.jpg

Astrid (43) kan steeds minder goed tegen de depressie van haar man Harm (47). Het liefst zou ze weggaan, maar ze wil hem toch ook niet in de steek laten.

Uit de praktijk van Annette Heffels

“Ik zou willen…”, zegt Astrid door veel ingehouden tranen heen, “ik zou willen dat iemand eens voor mij zou zorgen. Ik weet dat Harm er niks aan kan doen, maar ik ben zo moe van altijd maar weer de sterkste zijn en begrip tonen en vragen hoe het gaat, terwijl ik al weet dat hij natuurlijk weer een moeilijke dag heeft gehad. Ik hoef er niet naar te vragen en hij hoeft geen antwoord te geven, maar dat doet hij toch, terwijl ik het eigenlijk niet meer kan verdragen om het te horen.”

‘Ze vragen niets meer aan hun vader’

“Ik zou een keer thuis willen komen van mijn werk zonder dat hij met zijn ogen dicht op de bank ligt of achter de computer iets onduidelijks zit te doen. Dat het huis een keer opgeruimd zou zijn of dat hij misschien al begonnen was met eten klaarmaken.”

“Ik zou willen dat de kinderen mij niet onmiddellijk zouden overvallen met huiswerk, waarmee Jesse geholpen wil worden of omdat Romi’s sportkleren nog in de was zitten. Ze vragen niet eens meer iets aan hun vader, omdat ze weten dat er toch geen reactie komt. Hij heeft hoofdpijn, of hij is moe, of hij voelt zich niet goed. Ze zijn er inmiddels aan gewend dat ze dingen met mij moeten regelen.”

‘Verantwoordelijk voor alles’

“Iedereen zegt dat het zo niet kan en dat ik met hem moet praten, moet eisen dat hij in beweging komt. Maar als ik tegen hem zeg dat hij echt zelf moet meewerken aan zijn herstel, dat ik het niet meer trek om naast mijn werk voor alles verantwoordelijk te zijn, dan weet ik dat ik het alleen maar erger maak.”

“Hij voelt zich al waardeloos en als ik hem confronteer van wat zijn depressie doet met mij en de kinderen, dan weet ik dat hij helemaal onderuitgaat. Hij kan in zo’n toestand niet eens meer opbrengen om ’s morgens zijn bed uit te komen om de kinderen naar school te brengen. Ik denk dat hij vaak pas opstaat als ik bel om te vragen hoe het is, maar eigenlijk om hem te waarschuwen dat ze bijna uit school komen.”

‘Ik kan hem toch niet in de steek laten’

“Achteraf gezien denk ik dat hij nooit zijn eigen bedrijf had moeten beginnen. Het leek toen een oplossing omdat hij onder vreselijke druk stond op zijn werk en niet echt goed functioneerde. Hij heeft zich toen ziek gemeld met een burn-out, maar achteraf gezien was hij toen ook al depressief. Soms denk ik dat ik hem nooit anders heb gekend.”

“Hij was altijd iemand die overal het negatieve van zag, maar zo slecht als nu is hij nooit geweest. Ik denk dat ik lang heb gedacht dat ik hem zou kunnen helpen, maar ik kan het niet meer opbrengen. Ik kan geen kant uit, kan ook niet weg, hoewel ik dat soms zou willen. Maar ik kan hem toch niet in de steek laten.”

Lees ook: Relatietherapie: ‘Ik vraag me af wanneer wat wij hebben wel bekend mag worden’

‘Ik ben een blok aan haar been’

“Ik begrijp dat het voor Astrid ook moeilijk is”, zegt Harm. “Ik ben een blok aan haar been, dat besef ik heel goed. Ik merk dat haar geduld opraakt en ik zou het haar niet eens kwalijk kunnen nemen als ze zou besluiten om bij me weg te gaan. Ik denk dat iemand die het zelf niet heeft meegemaakt zich geen voorstelling kan maken van wat het is om een depressie te hebben.”

“Volgens mij denkt Astrid dat ik mezelf gewoon bij elkaar moet rapen en actiever moet zijn. Op tijd opstaan, sporten, stofzuigen, boodschappen doen, vrienden opzoeken. Ze heeft echt geen idee. Bij de gedachte dat ik mensen zou moeten zien, breekt het angstzweet me uit.”

Profiteur

“Ik weet dat iedereen denkt zoals zij. Aan de buitenkant is er niet zo veel aan me te zien. Ik doe zelf ook mijn best om de schijn op te houden als ik vrienden of familie zie. Dus voel ik heel goed dat ze denken dat ik een profiteur ben en me onttrek aan verantwoordelijkheden.”

“Ze weten niet dat ik na zo’n ontmoeting waarin ik normaal heb proberen te doen, totaal instort. Ik stel me dan voor wat mensen over me zullen zeggen en loop in gedachten het gesprek dat ik heb gehad honderd keer na, of ik niet iets verkeerds heb gezegd.”

Suïcidale gedachten

“Ik weet dat de ouders en zussen van Astrid vinden dat ze beter af is zonder mij en dat vind ik zelf eigenlijk ook. Ik denk dat het voor iedereen beter zou zijn als ik er niet meer zou zijn. De gedachte om een eind aan mijn leven te maken, komt regelmatig bij me op, maar tot nu toe heeft de gedachte aan Astrid en de kinderen me weerhouden.”

“Als ik hen niet meer zou hebben, weet ik niet wat ik zou doen. Ik merk dat ik soms denk, als ik hoor dat iemand terminaal ziek is: ik wou dat ik dat was. Ik schaam me om dat hardop te zeggen, maar ik zie vaak geen uitweg meer. In het begin hoopte ik dat medicatie zou helpen. Inmiddels heb ik allerlei middelen geprobeerd, maar niets slaat echt aan. De therapie heeft tot nu toe ook niets opgeleverd en het feit dat ik zo moet doorleven, zo uitzichtloos, is verschrikkelijk.”

Financiële consequenties

“Ik hoor nu dat Astrid vindt dat ik niet voor mezelf had moeten beginnen, maar ze stond indertijd wel achter mijn keuze om een eigen consultancybureau te beginnen. We hebben ons toen ook gerealiseerd dat het financieel consequenties zou hebben, ook al kreeg ik een tijd mijn salaris doorbetaald omdat het bedrijf graag van me af wilde.”

“Omdat Astrid een drukke baan heeft en een goed inkomen, leek het ook wel prettig dat ik van thuis uit zou werken en er zou zijn voor de kinderen. Dat ze er nu moeite mee heeft dat mijn bedrijf nog niet echt draait, vind ik moeilijk. Het geeft me het gevoel dat ik mislukt ben en op haar zak teer. Ze lijkt niet te beseffen dat ik niets liever zou willen dan weer functioneren, maar dat ik het niet kan.”

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Depressie komt vaak voor

Een depressie is een vreselijke ziekte die heel veel voorkomt. Bijna een op de vijf volwassenen in Nederland maakt ooit in zijn leven een depressieve periode door. Daarbij is er een duidelijk onderscheid tussen je somber voelen, wat iedereen weleens heeft, en een echte depressie.

Belangrijke kenmerken van een depressie zijn: een sombere stemming en het totale verlies aan plezier en interesse in dingen die je voorheen wel belangrijk of prettig vond. Een gevoel van uitputting, moeite met concentreren, gevoelens van waardeloosheid of schuld, gedachten aan de dood en aan een eind maken aan je leven. Slapeloosheid of juist heel veel slapen, lusteloosheid of juist een gevoel van onrust en overprikkeld zijn, geen eetlust of juist te veel eten.

Cognitieve gedragstherapie

De meeste mensen herstellen van een depressie binnen een half jaar. De aanbevolen behandeling is een combinatie van mensen overhalen om, ondanks de moeite die dat kost, toch weer actiever te worden en contact te hebben met anderen. Daarnaast wordt gekeken naar alle negatieve gedachten over zichzelf, anderen en de toekomst en worden die gedachten getoetst aan de realiteit. Deze therapie (cognitieve gedragstherapie) wordt eventueel gecombineerd met medicatie. Bij een aantal mensen slaat deze behandeling helaas niet aan en wordt de depressie chronisch. Dat lijkt het geval bij Harm.

Vicieuze cirkel

Hij voelt zich niet begrepen door zijn omgeving en met name door Astrid, maar wat ze van hem vraagt zou wel helpen, als hij dat zou kunnen uitvoeren. Harm heeft echter het gevoel dat hij pas dingen kan gaan doen als hij zich beter voelt en dat hij daarop moet wachten. In feite komt hij daardoor in een vicieuze cirkel. Want juist door zijn passiviteit en de gevoelens van waardeloosheid die als gevolg daarvan toenemen, voelt hij zich steeds ellendiger.

Eenzaamheid en uitputting

De wanhopige uitbarsting van Astrid lijkt hem even uit zijn apathie te halen. Ik benadruk dat zij hem nodig heeft, meer dan hij kennelijk beseft en dat dit ook geldt voor zijn kinderen. Ik moedig Astrid aan om te praten over haar eenzaamheid en haar gevoel van uitputting.

Aanvankelijk lijkt het alsof Harm daar alleen maar hopelozer van wordt, maar als ik met hem overleg dat zij misschien een week alleen op vakantie moet, om te voorkomen dat het echt mis gaat en hem vraag of hij in die week ervoor zou kunnen zorgen dat de zaken thuis goed lopen, zegt hij dat hij dat zal doen, al vindt hij het vreselijk moeilijk.

Stappen in de goede richting

Astrid gaat natuurlijk niet weg, zelfs geen week, maar Harm blijkt wel voor haar te kunnen doen wat hij voor zichzelf niet kon opbrengen. Hij begint, uit zorg voor haar, weer wat taken op zich te nemen thuis. Ook neemt hij contact op met zijn oude loopmaatje om het hardlopen weer op te pakken.

Een advies dat hij al lang geleden kreeg, maar waar hij zich niet toe kon zetten. Er is nog een lange weg te gaan, maar de eerste stappen op die weg zijn gezet. Aarzelend erkent Harm dat hij zich ietsjes beter voelt als hij iets actiefs heeft gedaan op een dag. De waardering die hem dat van Astrid oplevert helpt ook.

Annette HeffelsAnnette Heffels is psychologe. Ze is getrouwd en heeft een zoon, twee dochters en een kleinkind. Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2019-49. Je kunt deze editie hier nabestellen

 

 

Ook interessant