ingrijpen noodsituatie Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

PREMIUMLifestyle

Psycholoog legt uit: waarom schieten we in noodsituaties wel of niet te hulp?

Stel, je ziet op klaarlichte dag een verdachte situatie, maar kunt niet goed inschatten of er écht iets aan de hand is: grijp je dan in? Er zijn verschillende factoren die bepalen of we wel of niet te hulp schieten in noodsituaties. Hoe – en waarom - maken we een bepaalde afweging?

We vroegen het aan psycholoog Mariëlle Borst.

Wel of niet ingrijpen?

Als je iemand vraagt of ze anderen te hulp schieten als dat nodig is, zal deze persoon ongetwijfeld met ‘ja’ antwoorden. Maar of je daadwerkelijk ingrijpt in een verdachte situatie, hangt af van een aantal factoren. “Wanneer iemand in nood is, maak je automatisch de afweging of je zelf in gevaar raakt als je ingrijpt”, legt Mariëlle uit. Bij een auto die te water raakt zul je als omstander - als je tenminste goed kunt zwemmen - waarschijnlijk sneller ingrijpen dan bij een gewapende overval. “Bij een gewapend persoon weet je niet wat er gaat gebeuren als je ingrijpt, maar weet je wel dat het risico groot is. Ingrijpen brengt dus onzekerheid met zich mee en kan daarom onaantrekkelijker zijn dan niet ingrijpen.”

Vechten, vluchten of bevriezen

“Als je brein wordt blootgesteld aan stress of angst raakt het – grotendeels onbewust - in de vecht-vlucht-of-bevriesmodus”, gaat Mariëlle verder. Je brein schat in een split second in of je een ‘gevecht’ kunt winnen of niet. Is het antwoord nee of weet je het niet zeker? Dan vlucht of bevries je. “In een groep maakt je brein op de een of andere manier niet de inschatting dat je het met z’n tienen misschien wel kunt winnen. Je bedenkt alleen of je zélf kunt winnen, want je weet niet of anderen je te hulp zullen schieten of niet.” Stress en angst vernauwen je bewustzijn, waardoor je niet alle mogelijkheden ziet. “Je hebt als het ware minder kwaliteiten tot je beschikking. Zelfs als je van tevoren denkt of vindt dat je in een bepaalde situatie moet ingrijpen, kun je doordat je in de situatie zelf bevriest onverwacht de controle over je lichaam verliezen. En dan kun je nog zó graag willen helpen, maar je lichaam blijft gewoon stokstijf staan.”

Gevaar voor eigen leven

Door in te grijpen, kun je misschien leed bij een ander voorkomen, maar het brengt ook gevaren met zich mee. “Je kunt betrokken raken bij iets waar je helemaal niet betrokken bij wil raken. Je kunt gewond raken of zelfs het leven laten. En in een minder ernstige situatie kun je voor schut komen te staan, omdat je de situatie verkeerd hebt ingeschat.” Kortom: door in te grijpen geef je een stukje controle uit handen. “Hoe naar en egoïstisch dit misschien ook klinkt: als je doorloopt en niets doet is de situatie vrij goed te voorspellen. Het is verdrietig voor het slachtoffer, maar met jou is niets aan de hand. Sommige mensen reageren dus niet, omdat er voor hen persoonlijk meer te verliezen dan te winnen valt”, aldus Mariëlle. Ook het inschatten van je eigen kracht speelt een rol in het maken van deze afweging. “Een bejaarde vrouw realiseert zich waarschijnlijk dat ze niet kan winnen van een jonge gast, terwijl iemand met een zwarte band in karate denkt: die steek ik in m’n zak.”

Omstandereffect

Er is sprake van het omstandereffect wanneer meerdere mensen getuige zijn van een noodsituatie, maar niemand ingrijpt. Een bekend voorbeeld is het verhaal van Kitty Genovese, die in 1964 werd vermoord terwijl 38 mensen toekeken. Niet één omstander greep in en pas na een half uur werd de politie gebeld. Helaas kwam hulp te laat en Kitty overleed. Inmiddels blijkt dat er destijds minder dan 38 omstanders aanwezig waren, maar het verhaal zorgde wel voor de nodige onderzoeken naar het omstandereffect. “Uit een onderzoek dat hieruit voortkwam, blijkt dat hoe meer mensen een misstand zien, hoe groter de kans is dat niemand wat doet”, vertelt Mariëlle. “In een grote groep denken mensen al snel: er is iets aan de hand, maar een ander lost het wel op. Als iedereen zo denkt, helpt dus niemand het slachtoffer.”

Naar een ander kijken

We baseren ons gedrag ook op het gedrag van een ander. “In situaties die angst en twijfel oproepen, zijn mensen als sociale wezens geneigd om naar andere mensen te kijken. Wat is hier het goede gedrag: wel of niet ingrijpen?” legt Mariëlle uit. “Doet een groep vervolgens niets, dan trekken mensen onbewust de conclusie: blijkbaar is niets doen het verstandigste.”

Niet iedereen is overtuigd van de theorie achter het omstandereffect. Zo toont onderzoek van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) aan dat mensen weldegelijk ingrijpen in noodsituaties. Op onderzochte camerabeelden van vechtpartijen was te zien dat mensen bijna altijd te hulp schieten. Alleen bij ruzies tussen koppels en vrouwen grepen omstanders niet of minder snel in. Mogelijk schatten mensen deze situaties in als minder gevaarlijk.

Is er écht iets aan de hand?

In sommige situaties, zoals een ongeval, een auto die te water raakt of een gevecht, is het duidelijk dat mensen in nood zijn. Als dat moeilijker in te schatten is, omdat je niet precies weet of er écht iets aan de hand is, grijpen we minder snel in. “Als we denken dat een echtpaar of twee vrienden ruziemaken, komen we misschien minder snel tussen beiden, omdat niet duidelijk is of ingrijpen gewenst is”, vertelt de psycholoog. “We zien twee mensen die enorme ruzie hebben, maar schatten in dat zij geen hulp nodig hebben. Soms zien we het goed en hebben ze inderdaad geen hulp nodig, maar soms lezen we de situatie verkeerd. Er zijn ook genoeg voorbeelden van zinloos geweld waarbij een persoon iemand aansprak op z’n gedrag het met de dood moest bekopen.”

Grijpen we overdag minder snel in?

Stel, je ziet op klaarlichte dag iets verdachts: grijp je dan minder snel in dan in de nacht? Mariëlle durft het niet te zeggen. “Ik kan me wel voorstellen dat je een risico in het donker hoger inschat dan overdag. Tegelijkertijd gebeuren er de laatste jaren zoveel nare dingen op klaarlichte dag, dat mensen mogelijk denken: ik heb zoveel situaties gezien waarin het misging, ik grijp niet in. Maar hoe dat wetenschappelijk zit, weet ik niet.”

Anonimiteit doorbreken

Tot slot is het volgens Mariëlle goed om bewustwording te creëren. “We moeten de anonimiteit doorbreken. “Overkomt je iets en grijpen omstanders niet in? Roep dan niet in het algemeen om hulp, maar spreek - als je daartoe in staat bent, natuurlijk - iemand rechtstreeks aan: jij met die zwarte hond, bel 112. Daarmee valt de anonimiteit die een rol speelt in het omstandereffect weg, omdat aan een specifiek persoon gevraagd wordt in te grijpen.” Rechtstreeks aangesproken worden kan er ook voor zorgen dat je als het ware ‘wakker schrikt’ en stopt met twijfelen of je nou wel of niet moet ingrijpen.”

Mariëlle Borst is psycholoog en heeft een eigen coachpraktijk in Leiden, De grote sprong.

Maike AbmaGetty Images

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden