Lifestyle

Dít is waarom je volgens experts steeds meer op je moeder gaat lijken

hetzelfde-als-je-moeder.jpg

Eén ding was zeker: veel dingen zou je later anders doen dan je moeder. Inmiddels praat je geregeld precies zoals zij en heb je nogal wat eigenschappen van haar overgenomen. Is dat erg? En heeft het nut?

Hetzelfde als je moeder

Je kent het vast wel: je doet iets waarvan je had bezworen het nooit te doen – omdat je je altijd ergerde aan je moeder als zíj dat deed. Of je hoort jezelf iets zeggen wat je moeder éxact op die manier zou zeggen. En je hebt vast ook mooie eigenschappen overgenomen van de belangrijkste vrouw in je leven. Hoe je het ook wendt of keert: ergens in jou zitten de maniertjes, karaktertrekken of uitspraken van je moeder verscholen. En soms komen ze even heel duidelijk aan de oppervlakte. Je merkt het aan de manier waarop je je theedoeken vouwt of aan de uitdrukkingen die je gebruikt om je kinderen (bestraffend) toe te spreken. Het lijkt soms wel of je moeder aan het woord is.

Onbewust loyaal

Hoe komt het eigenlijk dat we doen wat onze moeder ook deed, ongeacht of we er destijds content mee waren? Personal coach en opsteller Marjan de Haan (49) legt uit dat we het gedrag dat we meekregen van onze moeders min of meer onbewust herhalen. “Het is een gewoonte, een loyaliteit, een herhaling van zetten. Als kind ben je onbewust heel loyaal aan je ouders en kopieer je hun patronen. Die patronen pakken we op als kind én als jonge moeder. Je moet dat opvoedingsstuk zelf uitvogelen, dus dan ligt het voor de hand dat de basis die je van je moeder hebt meegekregen, onderdeel gaat uitmaken van jouw opvoeding.”

Toen Annes moeder nog leefde, ging Anne vaak met haar kinderen logeren bij haar in haar huis in Frankrijk. “Als we lange tijd met z’n viertjes waren, merkte mijn moeder dat ik regelmatig dezelfde dingen tegen mijn kinderen zei als zij. In exact dezelfde bewoordingen. Omgekeerd was dat ook zo. Dan hoorde ik mijn moeder iets tegen mijn dochter zeggen en dacht: dat zou ik precies zó zeggen.”

Tweestrijd

Ook al ben je dol op je moeder en praat je vol liefde over haar, als iemand zegt: ‘Je bent net je moeder’, vat je dat doorgaans niet als een compliment op. Hoe komt dat? Is het zó erg om veel op je moeder te lijken? “Nee joh, natuurlijk niet,” reageert psychotherapeut Annette Heffels. “Maar feit is wel dat je je, als dochter, toch aan een aantal dingen hebt gestoord tijdens je opvoeding die je zelf dus graag anders wilt doen.”

Volgens Annette staan meisjes voor een dubbele opdracht: “Aan de ene kant willen we als kind op onze moeder lijken en ons met haar identificeren, tegelijkertijd moeten we ons vanaf de puberteit van haar losmaken en willen we ons leven op onze eigen manier vormgeven”, zegt ze erover. “Voor moeders kan het lastig zijn om te merken dat hun dochter een heel andere vrouw wil zijn dan zij. Maar ook voor dochters komt het hard aan wanneer hun moeders kritiek hebben op hen. Ze willen hun eigen leven leiden, maar ook nog altijd moeders liefste meisje zijn.”

Kenmerken voor moeder-dochterrelatie

Die spanning en irritatie tussen hetzelfde én anders willen en moeten zijn, is volgens Annette kenmerkend voor de relatie tussen moeders en dochters. “Zo vond mijn moeder het belangrijk dat wij een baan hadden en dat we huishoudelijke taken deelden met onze mannen, want: ‘Je werkt al zo hard kind, dan kan hij toch ook wat doen.’ Anderzijds nam ze het strijkijzer over van mijn man als hij zelf zijn overhemden streek en zei dan bestraffend – naar hem, maar eigenlijk richting mij: ‘Kom maar hier jongen, dat is toch geen werk voor een man’.”

Aanleg of aangeleerd

Dan is het nog de vraag wat we van onze moeders qua aanleg hebben meegekregen en wat ons is ‘aangeleerd’ door omstandigheden. Annette denkt dat het niet óf aanleg óf opvoeding is, maar een ingewikkelde mix van beide. “Wanneer je moeder altijd extreem overbezorgd over jou was en je hebt diezelfde angstige aanleg, kun je daar op twee manieren op reageren: je kunt diezelfde bezorgdheid overnemen, maar kunt ook denken: ik wil dat per se níét zo doen en je dus juist niet door die aangeboren angst laten leiden.”

Zo herinnert Anne zich haar moeder als ontzettende regelneef. Als kind vond ze dit nogal irritant en wilde dit dus vooral niet overnemen. “Mijn moeder organiseerde altijd van alles. Ook voor ons, de kinderen. En daar waren wij niet altijd even blij mee…” Toch deed zij dat later zelf ook, ondanks haar voornemen. “Ik regelde van alles voor de feestjes van mijn kids. Ik wist wel hoe dat allemaal moest gaan. Terwijl mijn dochter zei: ‘Doe niet zo stom, ik wil het anders.’ Precies zoals ik destijds reageerde op míjn moeder. Ik had dus beter moeten weten. Ik wilde me ertegen afzetten, maar omdat het in me zit – niet alleen mijn moeder was een regelneef, mijn opa ook – regel ik toch van alles.”

Lieve én irritante gewoonten overnemen

Alles leuk en aardig, maar heeft het eigenlijk een functie, dat we op onze moeders lijken? Annette zegt van wel. “Er wordt een heleboel wijsheid en liefde doorgegeven op die manier. Je hebt immers van je moeder geleerd hoe je zelf vrouw moet worden en relaties met anderen moet aangaan, hoe je je kinderen veiligheid kunt bieden en kunt opvoeden. Natuurlijk leef je in een andere tijd en geef je daar op een andere manier vorm aan, maar de wezenlijke dingen over hoe je jezelf ziet, hoe je kunt vertrouwen op jezelf en liefde kunt geven aan anderen, leer je voor een belangrijk deel van haar. Naast allerlei kleine gebaren en lieve of irritante gewoonten die je (on)bewust van haar hebt overgenomen.”

Dat realiseert ook Suzanne zich. “Ik heb van mijn moeder overgenomen om oprechte interesse te tonen in andere mensen. Maar ook dat iedereen altijd welkom is bij ons thuis.” Volgens Suzanne kon haar moeder ook nooit stilzitten. Iets wat ze als geen ander herkent. “Als we de verjaardag van een van onze gezinsleden vieren, dan zegt de visite vaak dat ik niet te veel moeite moet doen. Maar ik vind dat juist leuk: zelf hapjes maken en zorgen dat het niemand aan iets ontbreekt. Mijn doel is dat iedereen het naar z’n zin heeft. Daarin ben ik nét ‘ons mam’, zoals we in Brabant zouden zeggen. Die gastvrijheid heb ik echt van haar en daar ben ik trots op.”

Zou je niet eens…?

Velen van ons zullen het herkennen dat het commentaar wat onze moeders ons gaven vaak over ons uiterlijk ging. Had je je ook voorgenomen dat in elk geval niet te kopiëren van je moeder? En is dat hopeloos mislukt? Je bent niet de enige. Sociolinguïst Deborah Tannen deed onderzoek naar gesprekken tussen moeders en dochters en kwam er dus achter dat de kritiek van moeders vooral betrekking heeft op het uiterlijk van hun dochters (en later op de opvoeding van hun kinderen).

Annette herkent dit ook in haar privéleven: “Mijn moeder zei vaak: ‘Zou je er niet een vestje overheen doen?’ als een topje volgens haar indecent bloot was. ‘Moet je niet weer eens naar de kapper?’ Of: ‘Draag je niet te veel make-up?’ Of ze trok een beetje aan mijn rok als ze die te kort vond. Allemaal dingen die met uiterlijk te maken hebben.”

‘Zorg dat je er goed uitziet’

De verklaring hiervoor is volgens Deborah dat moeders, bewust of onbewust, heel goed weten dat uiterlijk voor meisjes een belangrijke factor is. Annette: “Het is immers helaas nog altijd zo dat mooie meisjes succesvoller zijn op hun werk, gelukkigere relaties hebben en aardiger gevonden worden. Ze hebben het over het algemeen dus een stuk makkelijker in hun leven. Moeders doen dus hun best om aan hun dochters mee te geven: ‘Zorg dat je er goed uitziet.’” En nu wij zelf moeder zijn, doen we schijnbaar precies hetzelfde.

Ongemerkt overgenomen

Suzanne beaamt dit. “Ik vond het vroeger vervelend dat m’n moeder geregeld commentaar had op hoe ik me kleedde. Maar inderdaad: dat heb ik dus – ongemerkt – van haar overgenomen. Ik geef, naar mijn mening iets té snel, commentaar op de kledingstijl van mijn jongens. Als we naar een feest gaan, vind ik dat ze wat nets aan moeten. Daarmee bedoel ik dan niet een spijkerbroek met daarop een trui of T-shirt, zoals zij zelf uit de kast pakken. Als ze in zo’n outfit naar beneden komen, hoor ik mezelf roepen: ‘Had je niet die nette blouse aan kunnen trekken?’ Tegelijk hoor ik m’n moeder in mijn woorden doorklinken, terwijl ik toch echt degene ben die het zegt. Ik erger me dan dus eigenlijk aan mezelf. Het grote verschil is dat ik me echt wel iets aantrok van mijn moeders kritiek op mijn haar of kleding, terwijl mijn jongens dat niet doen. Prima, hoor. Ik snap nu dat dit meer een moeder-dochterding is, wat ik blijkbaar overdraag op mijn zonen.”

Loyaal aan het familiesysteem

Marjan benadrukt dat het niet zo is dat we, naarmate we ouder worden, per definitie meer op onze moeders gaan lijken. “Voor de ene vrouw zal dat meer gelden dan voor de andere. Als je een stap zet naar persoonlijke ontwikkeling, ga je steeds meer lijken op de vrouw die je zelf bent. Natuurlijk zitten daar aspecten van je moeder in, want je hebt van haar je leven gekregen. Op het moment dat je gaat onderzoeken: hoe ga ik om met mijn verantwoordelijkheden die ik heb te nemen als vrouw, vriendin en dochter, ontwikkel je een groter zelfbeeld. En dat gaat over de persoon die jij écht bent. Doe je dat niet en blijf je bij het oude, dan ben je loyaal aan het familiesysteem en ga je waarschijnlijk nog meer lijken op je moeder. Ook al wil je dat misschien niet.”

Tekst | Thea Tijssen
Beeld | iStock

Aaf

Dit artikel verscheen in Margriet 2020-19. Je kunt deze editie (na)bestellen via Magazine.nl.

Ook interessant